Er wordt nogal eens gedacht dat hoogbegaafde kinderen (bij jonge kinderen wordt gesproken van een ontwikkelingsvoorsprong) op sociaal-emotioneel gebied achterlopen. Dat is niet juist. Deze kinderen zijn hun leeftijdsgenoten juist vaak (ver) vooruit.

Zo hebben ze bijvoorbeeld verwachtingen van vriendschap (zoals trouw en iets geheim kunnen houden), die bij leeftijdsgenoten nog niet aanwezig zijn. En dat kan voor problemen zorgen. Dit artikel gaat over de sociaal-emotionele gevolgen van hoogbegaafdheid.

Dit is de derde aflevering in de serie over bijzondere kinderen, die in jaargang 28 van het Praxisbulletin zal verschijnen. Aflevering 3: hoogbegaafdheid.

Hoogbegaafdheid

Wanneer is iemand hoogbegaafd? De meningen hierover verschillen. Vaak wordt er van hoogbegaafdheid gesproken bij een score op een IQ-test van minstens 130. Dit komt neer op 2 procent van de bevolking.
Wetenschappers als Renzulli en Mönks hanteren echter een bredere definitie van hoogbegaafdheid. Volgens hen moet er naast hoge cognitieve capaciteiten (= hoogintelligent) ook sprake zijn van creatief denken en een hoge motivatie.
Hoewel veel mensen geneigd zijn te denken dat hoogbegaafde kinderen het zélf wel redden (‘Ze zijn toch zo slim?’), is het ook voor deze kinderen belangrijk, dat het onderwijs op hun behoeften is afgestemd. Zowel op cognitief als op sociaal-emotioneel gebied. Waar kunnen leerkrachten rekening mee houden? En waar kunnen ze op inspelen?

Sterke punten

Naast de genoemde verwachtingen van vriendschap zijn er nog vele andere punten te noemen, waar hoogbegaafde kinderen (vaak) sterk in zijn op sociaal-emotioneel gebied:
– Ze herkennen emoties bij anderen.
– Ze doorzien sociale patronen.
– Ze laten een grote betrokkenheid zien.
– Ze beschikken over een goed inlevingsvermogen.
– Ze beschikken over een goed voorstellingsvermogen.
– Ze vertonen een hoge mate van onafhankelijkheid en zelfontplooiing.
– Ze hebben een sterk rechtvaardigheidsgevoel.
– Ze hebben een groot verantwoordelijkheidsgevoel.
– Ze vertonen een doelgerichtheid en een hoge concentratie bij het werken aan een taak.
– Ze zijn perfectionistisch.
Hier kunnen leerkrachten rekening mee houden en zelfs op inspelen. Zo is de hoogbegaafde Sabine (zie hierna) verantwoordelijk voor het verdelen van de weektaken op iedere maandagmorgen.

Keuze

Hoogbegaafde kinderen hebben vaak al op jonge leeftijd door dat ze anders zijn dan andere kinderen. Ze bevinden zich in een uitzonderingspositie. Een hoogbegaafd kind heeft dan de keuze: het kan zich aanpassen aan de rest van de groep óf het kan zichzelf blijven.
Wanneer het kind meegaat met de groep, dan komt hij/zij vaak in de knoop met zichzelf, met zijn/haar eigen ideeën. En gaat het kind zijn/haar eigen gang, dan kan de groep hem/haar gaan buitensluiten, waardoor het kind zich erg eenzaam kan gaan voelen.

Ik wil niet anders zijn dan anderen!

Sabine, een leerling uit groep 5, vindt de lessen maar saai. De meester legt dingen twee of drie keer uit, terwijl zij het al na één keer snapt. In tegenstelling tot bij haar oudere broer wisselen de vriendschappen van Sabine constant. Vorige maand ging ze om met Floor en Linda. En nu is ze bevriend met Patricia en Agnes.

In haar dagboek schrijft Sabine: ‘Vandaag hadden we een toets. Die was erg makkelijk. Ik heb sommige vragen expres verkeerd beantwoord. Niet allemaal, want dat valt op. Ik denk dat ik nu net een voldoende heb. Papa zal wel teleurgesteld zijn, omdat ik vroeger alles zo snel oppikte. Maar dat is dan jammer. Ik wil niet anders zijn dan de andere kinderen. Dan word ik straks gepest en wil er niemand meer met me spelen. Echt niet!’

De vader van Sabine over zijn dochter: ‘Laatst had Sabine thuis een verhaal geschreven. Echt heel erg goed. Ik stelde dan ook voor om het in te sturen voor een verhalenwedstrijd. Maar dat wilde ze niet. Ik begrijp er niets van. Als klein kind wilde ze nota bene altijd schrijfster worden! Ik vind Sabine de laatste tijd wat teruggetrokken. Alleen tijdens de zomervakantie lijkt ze echt gelukkig. Zou er iets aan de hand zijn?’

Vroegtijdige herkenning

EMOTIONELE PROBLEMEN
Hoogbegaafde kinderen vinden vaak moeilijk aansluiting bij leeftijdsgenootjes, wat kan leiden tot eenzaamheid en/of gepest worden. De communicatie met leeftijdsgenoten vormt vaak een probleem, omdat het taalgebruik van hoogbegaafde kinderen te moeilijk is. Ook hebben ze andere interesses dan hun leeftijdsgenoten en kunnen ze betweterig overkomen.

Het is van groot belang, dat hoogbegaafdheid in een vroeg stadium herkend wordt. Hoe eerder, hoe beter! Niet zozeer omdat het zonde is van het talent van deze kinderen, maar omdat hoogbegaafde kinderen, die niet worden uitgedaagd, emotionele problemen kunnen ontwikkelen. Denk hierbij aan een negatief zelfbeeld, faalangst en zelfs depressiviteit. Ook bestaat er de kans, dat ze gedragsproblemen ontwikkelen. Ze kunnen bijvoorbeeld agressief worden of problemen krijgen met hun werkhouding. Ook kunnen ze slaapproblemen krijgen. En er kunnen zelfs lichamelijke klachten (zoals buikpijn) optreden.

SIGNALEN
Wat zijn signalen, waar leerkrachten op kunnen letten? Ik noem de volgende aandachtspunten:
– Hoogbegaafde kinderen hebben een grote woordenschat.
– Ze hebben een grote algemene kennis.
– Ze beschikken over een zeer goed geheugen.
– Ze hebben een apart gevoel voor humor.
– Ze zijn erg leergierig en nieuwsgierig.
– Ze nemen vaak de leiding.

VERSCHILLEN
Terwijl hoogbegaafde jongens vaak gedragsproblemen gaan vertonen, passen hoogbegaafde meisjes zich eerder aan. Bij gedragsproblemen heeft de omgeving er last van. En bij emotionele problemen heeft het kind zelf er last van. En dat kind laat niet altijd duidelijk merken, dat het er zelf last van heeft!
Om deze reden wordt hoogbegaafdheid bij jongens vaker ontdekt dan bij meisjes, waardoor het lijkt of er meer hoogbegaafde jongens zijn dan hoogbegaafde meisjes. Het is dus van belang, om niet alleen oog te hebben voor gedrag dat erg opvalt in de klas, maar juist ook voor teruggetrokken en stil gedrag.
Let op! Er zijn ook veel hoogbegaafde kinderen, die – om verschillende redenen – onderpresteren. Hierdoor is het voor een leerkracht moeilijk om deze kinderen te herkennen. Ze verraden zich vaak door wisselend schoolwerk. Ze zijn mondeling beter dan schriftelijk.

ALERT ZIJN OP DE RISICO’S!
Dé hoogbegaafde leerling bestaat niet. Er zijn namelijk ook hoogbegaafde kinderen, die helemaal geen sociaal-emotionele problemen ondervinden. Over het algemeen geldt: hoe intelligenter het kind is, hoe groter de kans is op sociaal-emotionele problemen.
Tegelijkertijd hoeven de geschetste sociaal-emotionele moeilijkheden natuurlijk niet specifiek te zijn voor hoogbegaafden. Want ook «gewone» kinderen kunnen uiteraard gepest worden, depressief raken, faalangstig zijn of onderpresteren.
Wat belangrijk is, is dat u als leerkracht bekend bent met het feit, dat hoogbegaafde kinderen het risico lopen met een bepaalde sociaal-emotionele problematiek te maken te krijgen.

Tips voor begeleiding en motivering

Hoe kunt u nu het best met hoogbegaafde kinderen aan de slag? Ik geef u een zestal tips voor het begeleiden en motiveren van hoogbegaafde kinderen in uw groep.

1 Ontwikkel een individuele aanpak
Ga na wat het beste is voor het kind. Doe dit samen met het kind zelf, zijn/haar ouders/verzorgers en eventueel andere collega’s uit het team. Bedoeld wordt: een individuele aanpak voor elk individueel (hoogbegaafd) kind.
Dé onderwijsoplossing bestaat niet. Opties kunnen zijn:
– versnelling (een klas overslaan of sneller door de leerstof heen gaan);
– verrijking binnen de klas;
– plaatsing in een plusklas;
– plaatsing in een aparte klas;
– of plaatsing op een aparte school voor hoogbegaafde kinderen.
Bij het maken van een goede keuze spelen zowel cognitieve als sociaal-emotionele argumenten mee. Het welbevinden van het kind staat steeds centraal.

2 Breng het kind in contact met ontwikkelingsgelijken
Zorg ervoor dat er situaties zijn, waarin het hoogbegaafde kind ontwikkelingsgelijken om zich heen heeft. Dit zorgt voor herkenning. En door dit contact vindt het kind aansluiting. Hiermee wordt voorkomen, dat het kind op sociaal gebied gaat achterlopen, omdat het zich aanpast aan de rest van de groep.

3 HELP HET KIND LEERGEDRAG TE ONTWIKKELEN (LEREN LEREN)
U kunt het kind helpen zijn/haar leergedrag te ontwikkelen door:
– het kind leerstof aan te bieden, die hem/haar voldoende uitdaagt;
– het kind naar behoefte te begeleiden;
– de opdrachten van het kind na te bespreken.

4 Stimuleer het doorzettingsvermogen van het kind
Omdat een hoogbegaafd kind de reguliere leerstof op de basisschool direct begrijpt, krijgt het geen ervaring met falen. Het kind heeft nooit hoeven doorzetten. Om deze reden loopt een hoogbegaafd kind in het voortgezet onderwijs en/of op de universiteit vaak vast. Het kind ervaart zakken als een ramp, waardoor het dan afhaakt.
Door af en toe ook erg ingewikkelde opdrachten aan te bieden, wordt een hoogbegaafd kind uitgedaagd om door te zetten en leert het om te gaan met tegenslagen.

5 Geef het kind zelfvertrouwen
Laat weten dat het niet erg is, als het hoogbegaafde kind een fout maakt. Met andere woorden: geef steeds positieve terugkoppeling. Juist bij ervaringen met falen!

6 Stimuleer het kind om samen te werken
Een hoogbegaafd kind heeft vaak een voorkeur voor zelfstandig werken. Omdat leeftijdsgenootjes het kind niet begrijpen, werkt hij/zij sneller en beter alleen. Voor zijn/haar sociale vaardigheden is het echter beter om niet altijd alleen te werken, maar ook eens te moeten samenwerken met andere kinderen!

Tot slot

Als hoogbegaafde kinderen niet alleen intellectueel uitgedaagd worden, maar als er ook aandacht is voor hun sociaal-emotionele ontwikkeling, dan hebben deze kinderen een grote(re) kans van slagen in de maatschappij. En daar kan de basisschool een belangrijke bijdrage aan leveren!
Veel succes!