Links- en rechtshandige schrijvers broederlijk bijeen.

Overlast?

De regel is, dat een linkshandige schrijver altijd aan de linkerkant van een rechtshandige schrijver moet zitten. Twee schrijvende armen naast elkaar is lastig. Oftewel: de schrijvers hinderen elkaar. Zo wordt het tot op de dag van vandaag in menig handboek over het schrijfonderwijs aangegeven. Soms zelfs met een foto. Maar… wie goed kijkt, die ziet dat de schrijvers elkaar niet tot overlast hoeven te zijn.

Verkeerde schrijfhouding

Tot halverwege de jaren zeventig van de vorige eeuw waren de tafeltjes in de toenmalige lagere school minimaal zo’n 8 centimeter minder breed dan de huidige tafeltjes. Oudere leerkrachten vertellen dan ook met trots, dat ze indertijd 45 kinderen in de klas hadden. Gelukkig komt dat nu niet meer voor. En gezien de huidige afmetingen van de tafeltjes kan dat ook niet meer.
Het tafeloppervlak is nu groter. Hierdoor hebben de kinderen voldoende plaats en hoeven ze hun buurman of buurvrouw niet meer te storen bij het schrijven. Of de linkshandige schrijver zijn/haar hand nu boven of onder de schrijflijn houdt, of het een kleuter of een leerling uit groep 8 betreft, het maakt geen verschil. Raken ze elkaar wél, dan klopt hun schrijfhouding niet:
– De schrijvers zitten dan niet midden voor hun tafeltje.
– Ze hebben hun schrijfarm te ver van het lichaam verwijderd.
– Of hun bovenlichaam is niet rechtop.
Kinderen met een verkeerde schrijfhouding worden gedwongen om de juiste houding aan te nemen. Men zou dus juist eerder geneigd zijn om een linkshandige en een rechtshandige leerling met de schrijfarm naast elkaar te zetten. Doe het maar eens!

Als kinderen aan een en dezelfde tafel zitten, dan is het natuurlijk goed om te zorgen voor voldoende ruimte. Namelijk: zo’n 70 cm voor elk kind. Is dit niet mogelijk, dan is het beter om de voorkeur te geven aan de oude opvatting. Maar in alle andere gevallen: plaats een linkshandig kind gerust aan de rechterkant van een rechtshandig kind!

Succes!