Om een aantal in het oog springende (schilder)kunststromingen letterlijk in beeld te brengen, kunt u de volgende twee tekenlessen geven.

Les 1

• De opdracht is: “Maak een fantasielandschap óf schilder naar de natuur. Gebruik daarbij het voorbeeld dat je krijgt en geef je landschap op dezelfde wijze weer.” Dat vraagt om enige toelichting.

• U verdeelt de klas in groepjes, die elk een bepaalde stroming (in bijvoorbeeld de twintigste-eeuwse schilderkunst) voor hun rekening gaan nemen. In chronologische volgorde zijn dat: Expressionisme, Kubisme, Dadaïsme, De Stijl, Surrealisme, Constructivisme, Abstract expressionisme, Cobra en Pop Art. (Volgorde en keuze zijn overigens arbitrair. Bovendien is het al lastig genoeg om de stromingen na de Tweede Wereldoorlog volledig en duidelijk in kaart te brengen.)

• Van elk van deze stromingen verzamelt u bij voorkeur een of meer voorbeelden van het onderwerp Landschap, die dan op A4-formaat en in kleur worden gekopieerd. Ik geef u een overzicht van enkele kunstenaars, die tot bovengenoemde stromingen kunnen worden gerekend:
– Expressionisme: Van Gogh, Beckmann, Kirchner, Kokoschka, Marc.
– Kubisme: Braque, Léger, Picasso.
– Dadaïsme: Arp, Duchamp, Schwitters.
– De Stijl: Van Doesburg, Mondriaan, Van der Leck.
– Surrealisme: Dali, Delvaux, Magritte, Miró.
– Constructivisme: Lissitsky, Malewitch.
– Abstract expressionisme: Francis, De Kooning, Newman, Rothko.
– Cobra: Appel, Corneille, Jorn.
– Pop Art: Hockney, Lichtenstein, Rauschenberg, Warhol.

• Het is niet van belang een beschrijving van de stromingen te geven. Wél is het belangrijk om mooie illustraties te gebruiken, waarbij mondjesmaat enige achtergrondinformatie kan worden gegeven. Voorzie de illustraties wél van de namen van de stroming en van de schilder.
De opdracht kan nu worden uitgevoerd. (Bijvoorbeeld met plakkaatverf, krijt, tijdschriftillustraties, gekleurd tekenpapier, enzovoort.) Zo maken kinderen kennis met (bijvoorbeeld) de twintigste-eeuwse schilderkunst, waarbij de namen, de chronologische volgorde van de stromingen én de beeldherkenning uitgangspunten zijn.

Les 2

Voor de tweede les gebruikt u dezelfde opzet, maar nu gaat elk groepje een andere stroming uitwerken, met als onderwerp: spelende kinderen. De voorbeelden die u hiervoor verzamelt, zouden de menselijke gestalte als onderwerp kunnen hebben.