Ik lees het prentenboek Een belangrijk bericht1 voor. Een verhaal over een leeuw, die graag een brief naar zijn vriend in Amerika wil sturen. Zijn trouwe dienaar wil de brief wel wegbrengen, maar de leeuw krijgt van zijn dienaar te horen dat hij de brief beter per post kan versturen. Kikker heeft daar helemaal geen goed gevoel bij en volgt de weg van de brief.
Na het boek praten we over brieven, pakjes en kaartjes, die we wel eens gekregen hebben en zelf hebben verstuurd. De kinderen roepen direct: “Zullen we allemaal een eigen brievenbus maken, zodat we elkaar kaartjes kunnen sturen?” Ja, dat is leuk. Weer een ander kind vindt het een beter idee om één grote brievenbus te maken. Uiteindelijk gaan we dat doen. Ik heb een foto van een brievenbus van TNT. En met een grote doos gaan Mara en Laszlo direct aan de slag.

Postbode en postauto

Postbode

Quinten wil een postbode maken. Ook voor hem heb ik een foto. Een foto van mijn eigen postbode. Quinten probeert het kostuum precies na te maken. Zelfs de snor van de postbode ontbreekt niet. Hij verzint zelf hoe zijn postbode heet, wie zijn vrouw is, hoeveel kinderen hij heeft en wat zijn hobby’s zijn. Hij is zó trots, dat hij zijn postbode mee naar huis wil nemen, om hem even te laten zien. Hij belooft hem morgen weer mee naar school te nemen.

Postauto

– In de kleine bouwhoek maakt Demian een postauto van constructiemateriaal. Als Demian vraagt hoe een postauto eruitziet, geef ik hem een foto van een postauto. Van een TNT-foldertje plakt hij de letters op de bus.
– Sophie en Annelieke willen een grote postauto maken, waar je zelf in kan. Ze pakken grote dozen van de gang. En samen met de stagiaire beginnen ze.

De eerste brieven

Er worden die middag al direct tekeningen en briefjes gemaakt voor zussen en broers in de midden- en bovenbouw. “Mag ik de brief zelf wegbrengen?” vraagt Finn.
Tja…, nu heb ik een dilemma. Onder mijn bureau ligt het kostuum van de postbode al klaar voor een volgende episode. Wat zal ik doen? Ik ga overstag! “Oké, Finn. Maar dan wel als een échte postbode,” zeg ik.
Ik tover het kostuum tevoorschijn en ook de schoudertas van TNT. Finn stopt zijn brief trots in de tas en gaat met glimmende ogen en een brede glimlach op pad. In een mum van tijd willen een heleboel kinderen natuurlijk postbode zijn. Ze schrijven en tekenen dat het een lieve lust is. En om de beurt mogen ze hun eigen post rondbrengen. Nog diezelfde middag ontvangen ze ook post van de kinderen uit de midden- en bovenbouw terug.

Het postkantoor

Uithangbord

In een andere hoek is nog een groepje bezig met het postkantoor. Dat moet in de speelhoek komen, vinden de kinderen. Ik heb zelf een ander plan, maar ik laat de kinderen alvast nadenken over de kleuren, het logo en de naam van het postkantoor.
Er wordt een uithangbord gemaakt, met daarop de tekst: Postkantoor TNT Post met een kroontje! En de kinderen vinden dat de kleuren van het uithangbord hetzelfde moeten zijn als van de kleren van de postbode: oranje, zwart en wit. Dat was met het vorige verhalend ontwerp over de supermarkt ook zo, weten ze nog.

Maken en verzamelen

De volgende dag schrijven we op het bord wat we nodig hebben voor het postkantoor en wie daarvoor wil zorgen. We lezen het boekje Het postkantoor2 voor. En zo komen we op nog meer spullen. Elke keer als we weer iets bedenken, schrijven we dat erbij en overleggen we wie het gaat maken of wie het meeneemt. Zo komt ook de vraag van Laszlo: “Zullen we ook naar een écht postkantoor toe gaan?”

Nummertjesautomaat

Door het boekje over het postkantoor ontstaat het idee van een nummertjesautomaat. ´Zo weet je tenminste wanneer je aan de beurt bent,” zegt Demian.
Mieke en Demian stempelen cijfers tot twintig op een lange strook papier. De strook wordt opgerold, aan een closetrol geplakt en vervolgens in een doosje gestopt.
Als het doosje daarna in het postkantoor staat en wij ermee gaan spelen, komen we er achter dat de nummering niet klopt. De automaat telt terug in plaats van vooruit. “En ook moet de meneer van het postkantoor op een bord het nummertje laten zien, anders weet je nóg niet dat je aan de beurt bent,” aldus Mieke.
We bespreken ons probleem in de kring. Opeens heeft Ravi een idee: “We maken een venstertje en nóg zo’n lange strook, met dezelfde cijfers erop en schuiven de cijfers om de beurt voor het venstertje!”
Mieke en Ravi kunnen niet wachten tot we uit de kring gaan. Zij gaan het apparaat maken. En wanneer het klaar is, laat Ravi vol trots aan de groep zien hoe het werkt.

Een echte pinautomaat

Flappentapper

Finn en Emma maken een pinautomaat. Er komen houten drukknoppen van 5, 10, 15, 20, 50 en 100 euro. Want groep 3 heeft net met groepjes van vijf leren tellen. Ook komen er knopjes om je pincode in te drukken, een gleuf voor je pinpas en een gleuf voor het geld.
Wanneer je het geldbedrag intoetst, ziet het kind aan de andere kant van de pinautomaat ook om wat voor bedrag het gaat. Dat kind weet dan hoeveel biljetten hij/zij door de gleuf moet schuiven. Het wordt een echte flappentapper!

Pinpassen

Ieder kind heeft een eigen pinpas gemaakt met zijn/haar rekeningnummer, naam, handtekening, een magneetstrip en een chipknip erop. De pinpas wordt gelamineerd. zodat die gemakkelijk door de gleuf heen glijdt. Soms zelfs zó gemakkelijk dat de pinpas wordt “opgegeten” door de automaat! In het postkantoor is dan grote paniek. ´Juf, juf, mijn pinpas zit in de automaat en nu wil die er niet meer uit en dan kan ik geen geld meer pinnen!”
Er staat een lange rij voor de pinautomaat. Niemand mag zien wat voor pincode je intoetst. Dus komt er een rode wachtlijn op de vloer, waar iedereen achter moet blijven staan. Uit het oogpunt van privacy!

Postzegels ontwerpen, postzegels plakken

We ontwerpen onze eigen postzegels. We ontwerpen ze eerst in het groot en maken ze daarna in het klein precies na.
We komen er achter, dat we een brievenweger in het postkantoor moeten hebben. Want als we weten hoeveel een brief weegt, dan weten we ook welke postzegels we op die brief moeten plakken. We hanteren de tabel van TNT. Die maken we na op groot formaat en hangen die op in het postkantoor.
Kinderen nemen schitterende postzegelverzamelingen van thuis mee. We zien dat er heel veel verschillende postzegels zijn. Mieke leert ons hoe we gebruikte postzegels kunnen losweken, zodat we die kunnen gebruiken in het postkantoor. We krijgen van ouders oude kerstpostzegels, enveloppen en pakketjes, waar we mee mogen spelen.
Zo komen we er ook achter, dat de postzegels eigenlijk gestempeld moeten worden. Emily maakt van een champagnekurk en wat rubber een mooie TNT-poststempel.

Wie bezorgt vandaag de post?

Wanneer de brievenbus klaar is, mogen een kind van groep 2 en een kind van groep 3 samen de brievenbus legen. Er is een gleuf met schoolpost en er is een gleuf met overige post. De postbodes stempelen alle post in het postkantoor en sorteren de brieven op groep. Maar ja…, er staan wél voornamen op de enveloppen, maar géén groepsnamen! Welke Bram en welke Jelmer zouden nu bedoeld worden?
We schrijven een brief naar huis. En daarin vragen we aan de ouders of ze ons een kaart of een brief willen sturen. Ook voegen we een lijst met groepsnamen toe. We vragen de ouders of ze ook de groepsnaam erbij willen schrijven. En we beloven ook nog een brief terug te sturen.

Postsorteercentrum in bedrijf

We krijgen nu heel veel post. En daarom mogen we van TNT Post een echte postsorteerkast lenen. Elke groep heeft zijn eigen sorteervak. Wanneer de brievenbus is geleegd en de brieven zijn gestempeld, worden ze (in de gang) in het sorteercentrum gesorteerd op groep. Wanneer we een envelop niet kunnen lezen, overleggen we samen wat we ermee doen. Maar wat zou een échte postbode daarmee doen?

Een echte postbode op bezoek

We hebben eigenlijk wel een aantal vragen, waar we graag een antwoord op willen hebben.
“Juf, kun jij eens vragen of jouw postbode bij ons in de groep komt?” vraagt iemand in de kring. Postbode Erik vindt het leuk om iets te komen vertellen. De kinderen komen vooral met praktische vragen:
– Wat doe je als je moet plassen?
– Waar bewaar je het sleuteltje van de brievenbus?
– Ben je het sleuteltje wel eens verloren?
– Wat gebeurde er toen?
– Wat doe je als je de brief niet kunt lezen?
– Weet je waar ik woon?
Postbode Erik raakt er niet over uit verteld. En de kinderen blijven maar vragen!

Brief terug naar huis

En nu écht!

We hebben nu heel veel post van mama’s en papa’s, opa’s en oma’s, broertjes en zusjes gekregen. Sommige kinderen willen ook een brief terugsturen. Maar als zo’n brief in de brievenbus van de klas wordt gedaan, dan belandt die uiteindelijk toch gewoon in de tas. De kinderen die échte postzegels van thuis meenemen, mogen hun post daarom – samen met de klassenassistent – in de échte brievenbus doen.
Dat wil natuurlijk iedereen wel. Omdat we geen officieel bezoek aan het postkantoor mogen brengen, gaan we in kleine groepjes met ouders gewoon postzegels kopen, om vervolgens onze zelf gevouwen enveloppen en onze zelf geschreven (of getekende) post te voorzien van een echte postzegel. Ook doen we die post zelf in de brievenbus. In een échte brievenbus wel te verstaan!

Discussie met foto’s

In het postkantoor maken we foto’s. Terug op school vertellen de kinderen aan de hand van de foto’s wat ze hebben gezien. Shivanie had een echte poststempel gevraagd en Emily had haar nummertje mee naar school genomen. Er ontstaat een hele discussie over de nummertjesautomaat. Emily had nummer 100 getrokken. “Nee hoor, dat was 001,” zegt Edwin. “Je moet wel aan de goede kant beginnen met lezen!”
De volgende dag komt Edwin op school en zegt tegen me: “Juf, weet je wel dat mijn zelfgemaakte brief door een echte postbode is bezorgd? Ja, bij ons thuis! En er zat ook een echte stempel op.”

Brieven schrijven

Elke ochtend duiken de eerste kinderen direct achter de computer om een brief te typen. Sinds dit verhalend ontwerp wordt er veel spontaan geschreven en gelezen. Want wanneer de postbodes de brieven hebben rondgebracht, gaan we de brieven aan elkaar voorlezen.
Als kinderen hun eigen brief nog niet kunnen lezen, mogen ze iemand aanwijzen, die hun brief voorleest. Steeds meer kinderen vinden het leuk om brieven van andere kinderen te lezen. En het leuke is, dat niet altijd dezelfde kinderen de beurt krijgen. Soms gaat de brief van hand tot hand. En samen komen we er dan achter wat er nu precies in de brief staat.
Iedereen heeft geduld met elkaar en begrip voor elkaar. Zelfs met Valentijnsdag, toen er heel veel post was. Het was heel spannend om te raden van wie elk kaartje kwam. Sommige kinderen lazen met blozende wangen hun post voor.

Tot slot

Na vier weken wilden de kinderen de ouders uitnodigen voor een feestje op het postkantoor. De kinderen vertelden aan de ouders wat ze hadden gemaakt en hoe ze daarmee hadden gespeeld.
Alle ouders konden na afloop nog een postzegel in het postkantoor kopen. Maar ze moesten daarvoor natuurlijk wél eerst even pinnen!

Veel plezier!

Noten

1 Max Velthuijs, Een belangrijk bericht, uitgave: KPN, 1996.
2 Karin van Munster, Het postkantoor (met illustraties van Hiky Helmantel), serie: Mini informatie, Wolters-Noordhoff, Groningen/Houten.