Praktisch maandblad voor primair onderwijs
Home Team Portfolioleren: iets voor u? (1)

Portfolioleren: iets voor u? (1)

team

922

Grote kans dat u bij portfolio aan een kunstenaar denkt, die met zijn/haar map onder de arm naar een mogelijk toekomstige werkgever gaat. En dat is niet zo gek, want het woord “portfolio” komt oorspronkelijk van het Italiaanse Portare Foglio, dat “dragen van papieren” betekent.
Maar ook in het (speciaal) basisonderwijs kennen we een portfolio. Het doel van het portfolio is dan om de ontwikkeling van leerlingen zichtbaar te maken. Dat heet: portfolioleren.
In een tweetal artikelen zal ik het portfolioleren bij u onder de aandacht brengen. In dit eerste artikel leest u wat portfolioleren is en wat deze manier van werken betekent voor u als leerkracht.

Portfolioleren in het (speciaal) basisonderwijs

Bij portfolioleren plannen leerlingen hun werk aan het portfolio. Ze werken aan hun portfolio, selecteren het werk wat ze aan hun portfolio willen toevoegen en beargumenteren hun keuze. De leerlingen krijgen inzicht in wat ze leren en hoe ze leren. De leerlingen presenteren hun werk aan anderen (leerlingen, ouders en leerkrachten).

De rol van de leerkracht

Rendement

De leerlingen zelf spelen vanzelfsprekend een grote rol in het werken met portfolio. Maar de rol van de leerkracht is zeker zo belangrijk. Deze rol is anders dan bij het geven van instructie.
Het werken met portfolio levert u enthousiaste en betrokken leerlingen op, waardoor het rendement van uw onderwijs toeneemt.

Zelfontdekkend leren

Het werken met portfolioleren vraagt om een houding van de leerkracht, waarbij het bieden van een duidelijke structuur en het stellen van de juiste vragen van essentieel belang zijn. De basis blijft een omgeving, waarbinnen de veiligheid van de leerling gewaarborgd is. Dan is er de ruimte om tot zelfontdekkend leren te komen. En dat is de basis voor portfolioleren. Bij portfolioleren bent u meer begeleider en coach dan instructiegever.

De leerkracht als begeleider

In de rol van begeleider staat het proces centraal, waarbij van leerkrachtsturing steeds meer wordt overgegaan naar leerlingsturing. Dit betekent voor u het volgende:
– U leert leerlingen om samen te werken, vanuit de principes van het coöperatief leren.
– U bespreekt leerprocessen van leerlingen en u maakt die processen inzichtelijk voor leerlingen.
– U begeleidt leerlingen bij het opstellen van eigen leervragen.
– U diagnosticeert zwakke plekken in de leeraanpakken van de leerlingen.
– U laat dingen bewust over aan de eigen verantwoordelijkheid van leerlingen.

De leerkracht als coach

In de rol van coach staat het inlevingsvermogen van de leerkracht in de situatie van het kind centraal. Dit betekent voor u het volgende:
– U motiveert de leerling om tot leren te komen.
– U kent en benoemt de kwaliteiten en de capaciteiten van de leerling.
– U bevordert dat de leerling successen aan zichzelf toeschrijft. Met andere woorden: u bevordert dat de leerling zijn/haar zelfvertrouwen vergroot.
– U leert de leerling te reflecteren op het proces én op het product.
– U hebt een open vertrouwensrelatie met de leerling.
– U bent op de hoogte van de thuissituatie van de leerling en u gaat discreet om met vertrouwelijke informatie hierover.

In welke situaties past u portfolioleren toe?

Portfolioleren daagt kinderen uit om zélf de regie te voeren bij het leren. Bij het leren in het basisonderwijs staan de kerndoelen centraal. De uitdaging is, om een dusdanige sturing aan het portfolioleren te geven, dat het invulling geeft aan de kerndoelen.
Welke kerndoelen dat zijn, bepaalt u. U bepaalt ook – in overleg met uw collega’s – de stappen die u zet, waarbinnen u zich veilig en uitgedaagd voelt.

Portfolioleren in de praktijk

Start

Veel scholen starten met een gezamenlijk onderwerp. Een voorbeeld hiervan is IK.
Dit onderwerp vindt u in Mijn portfolio. Werken met portfolio in de bovenbouw, van Verkleij en Pompert. (Zie de literatuuropgave.) In dit “werkboek” staan – op het niveau van groep 1 tot en met groep 8 – opdrachten om IK steeds meer inhoud te geven. Daarnaast vindt u ook voorbeelden van werkbladen, als houvast voor de leerlingen, waarmee ze een onderwerp kunnen voorbereiden of evalueren. Op basis van deze werkbladen kunt u uw eigen schoolspecifieke werkbladen vormgeven.
Ook bieden recente methodes soms werkbladen, die geschikt zijn om toe te passen bij portfolioleren. Bijvoorbeeld Taaljournaal (Malmberg) en Topondernemers (Heutink).
De meeste scholen starten met algemene onderwerpen, die aansluiten bij de kerndoelen van wereldoriëntatie, in combinatie met creatieve vakken.

Werkvormen en vaardigheden

U hebt uw keuze gemaakt. Bepaald is bij welke kerndoelen u portfolioleren wilt toepassen. Nu nog het hoe. De vraag is: op welke manier kunt u de leerlingen een structuur bieden, zodat ze vaardigheden aanleren, waarmee ze steeds beter een eigen plan met leervragen kunnen opstellen?
Op de genoemde werkbladen worden vaak werkvormen en vaardigheden genoemd, waarmee de kinderen hun doel kunnen bereiken. Die werkvormen en vaardigheden geeft u klassikaal aandacht. Denk bijvoorbeeld aan: brainstormen, gegevens verzamelen en ordenen, samenvatten, presenteren, samenwerken, initiatief nemen, enzovoort.

Aan de slag!

Standaardvragen

Het voorafgaande biedt u hopelijk al meer structuur om aan de slag te gaan. Maar wat betekent het nu concreet voor uw handelen? Welke stappen gaat u zetten? En welke vragen gaat u stellen? Maak hierover binnen uw team duidelijke afspraken. Leg bijvoorbeeld een aantal standaardvragen vast, die u aan de kinderen stelt. Ik heb voor u een lijst samengesteld met voorbeeldvragen bij de drie fasen van het portfolioleren:

oorbeeldvragen tijdens de drie fasen
Oriëntatiefase
– Wat heb je de vorige keer geleerd?
– Waar wilde je de vorige keer op letten?
– Zullen we eens in je map kijken wat je je had voorgenomen?
– Wat ging je toen leren?
– Is het je gelukt om je doel te halen?
– Heb je toen gewerkt volgens het plan, dat je van tevoren gemaakt had?
– Beheers je alle vaardigheden, die je toen wilde leren?
– Heb je je doel binnen de tijd gehaald?
– Hoe zijn het onderwerp en de keuze tot stand gekomen?
– Welke doelen wil je bereiken?
– Ga je individueel werken of samen met iemand anders?
– Welke werkvormen wil je gaan toepassen?
– Aan welke vaardigheden ga je werken?
– Wat kun je doen om te zorgen dat…?
– Wat neem je jezelf nu voor?
– Wat levert het je op als je…?
– Wat had je de vorige keer opgeschreven in je plan van aanpak?
– Hoe ga je het deze keer opschrijven?
– Wat doe je als je er zelf niet uitkomt?
Monitoringfase
– Zit je nog steeds op de goede weg?
– Wat heb je allemaal al gedaan?
Wat kun je nog anders doen?
– Waar loop je tegenaan?
– Hoe ga je verder?
Eindevaluatiefase
– Heb je je doel bereikt?
– Ben je tevreden over het eindproduct?
– Hoe is dat zichtbaar in je eindresultaat/eindproduct?
– Hoe verliep de presentatie?
– Welke verbeterpunten heb je gevonden?
– Hoe heb je aan je vaardigheden gewerkt?
– Ben je tevreden over de samenwerking?
Vragen, die de leerkracht aan zichzelf stelt
– Heb ik van tevoren met de leerlingen de doelstellingen besproken?
– Heb ik de doelstellingen vastgesteld? En zo ja: hoe?
– Heb ik de leerlingen voldoende materialen ter beschikking gesteld?
– Heb ik een uitdagende leeromgeving gerealiseerd?
– Heb ik de leerlingen – vooraf, tijdens en aan het eind van het portfolioleren – voldoende structuur en begeleiding geboden?
– Heb ik tijdens de reflectiegesprekken de leerlingen voldoende ruimte geboden om te reageren?
–  Heb ik mezelf de vraag gesteld wat ik de volgende keer anders moet doen?
– Heb ik met collega(’s) intervisiegesprekken, aan de hand van praktijkervaringen?
– Heb ik een eigen portfolio over mijn ontwikkeling op het gebied van portfolioleren?

Drie fasen

Er zijn meerdere mogelijkheden om het portfolioleren in stappen in te delen. Maar ik heb gekozen voor de volgende drie fasen:

1 Oriëntatiefase
Tijdens deze fase haalt u voorkennis op, zowel op het gebied van kennis als van vaardigheden. U geeft informatie over het onderwerp. U laat de leerlingen het onderwerp verkennen, door bijvoorbeeld het maken van woordwebben, het formuleren van leervragen en doelen. U laat de leerlingen een planning maken.

2 Monitoringfase
Dit is de fase van de tussenevaluatie, waarbij u de voortgang van het proces én van het product bespreekt. U complementeert, initieert, stuurt en corrigeert waar nodig.

3 Eindevaluatiefase
Is het doel bereikt? Zijn de leervragen beantwoord? Is het proces verlopen zoals gepland?
En indien van toepassing: hoe verliep de presentatie? Dit zijn de vragen, die u samen met de leerlingen nagaat. Op basis hiervan kunt u ook beoordelen hoe de ontwikkeling is ten opzichte van voorgaande opdrachten.
En… last but not least: wil de leerling het eindresultaat toevoegen aan zijn/haar presentatieportfolio?

Ik wens u veel succes met uw betrokken leerlingen!

Volgende keer

In het tweede en tevens laatste artikel van deze korte serie over portfolioleren zal ik u informeren over de verschillende soorten portfolio’s en de rol die het portfolio kan spelen bij het evalueren van het leerproces. Dit tweede artikel zal worden opgenomen in Praxisbulletin, nummer 9 (mei 2009).

Meer weten?

Bent u geïnteresseerd geraakt door dit artikel? Ga dan aan de slag en/of neem contact op met Walter Konings van Edux Onderwijsadviseurs in Breda. (Zie de website: www.edux.nl. Portfolioleren is een onderdeel van het model Vernieuwend Leren.)

Literatuur

• J. Bronkhorst, Digitale Portfolio’s, opgenomen in: Computers op School (COS), 13de jaargang, oktober (nummer 8).
• J. Castelijns & B. Kenter, Leren met portfolio’s. Gebruiksmogelijkheden in het primair onderwijs, CPS, Amersfoort, 2000.
• J. Castelijns, B. Kenter & Y. Leenders, Werken met portfolio’s in de praktijk, opgenomen in: De wereld van het jonge kind, 29ste jaargang, oktober 2002.
• D. van Kammen, Werken met portfolio in de onderbouw, HB Uitgevers, Baarn, 2002.
• H. Verkleij & B. Pompert, Mijn portfolio. Werken met portfolio in de bovenbouw, Academie voor Ontwikkelingsgericht Onderwijs, St. Maarten, 2002.
• Jeroen Tans, Zinvol verzamelen. Werken met portfolio’s, opgenomen in: Praxisbulletin, 21ste jaargang, nummer 6 (februari 2004). Met internetuitbreiding.