In dit artikel worden enkele basisprincipes van het poppenkast spelen behandeld. Voor sommigen van u betekent dit: nieuwe inzichten en mogelijkheden. En voor anderen: een nostalgische opfriscursus.
Poppenkast kan als doel worden ingezet. Het doel is dan: het spelen van een leuke voorstelling. Maar het is ook een prachtig middel. Zo kan poppenkast worden ingezet bij de introductie van nieuwe leerstof of bij het behandelen van thema’s.
Waar moet de poppenkastspeler aan denken bij de voorbereidingen en tijdens het spelen? En wanneer kunnen we de poppenkast inzetten in de klas? Over deze (en vele andere) vragen gaat dit artikel.

Lees ook de uitbreiding

Bij dit artikel hoort een online uitbreiding. Klik hier om het artikel te lezen.

De kracht van de poppenkast

Ome Willem kende duidelijk het effect van poppenkast. In zijn programma’s liet hij Jan Klaassen en Katrijn op een andere manier iets duidelijk maken over het onderwerp, dat hij behandelde. De kinderen smulden ervan. En ze leerden er ook nog wat van.
Poppenkast heeft een enorme aantrekkingskracht op kinderen. In de jaren zeventig was de poppenkast niet weg te denken uit basisscholen en crèches. En sindsdien is de poppenkast nooit helemaal weggeweest. Wel was de poppenkast een tijd lang minder prominent aanwezig in de klas. De laatste tijd lijkt de poppenkast echter weer aan populariteit te winnen. In speelgoedwinkels (maar ook bij de grote drogisterijketens) zijn poppenkasten en poppen volop te koop. En in de luxere speelgoedwinkels duiken prachtige poppen op, die bijna te mooi zijn om mee te spelen.
Dat de poppenkast aan een comeback bezig is, is volkomen terecht. Poppenkast spelen is enig om te doen. Speler(s) en publiek genieten ervan!

Het materiaal

De kast

• Kant-en-klaar of zelfgemaakt
In de speelgoedwinkel kunt u een houten poppenkast kopen, met een gordijntje voor de uitsparing in het midden. Maar het is niet zo moeilijk om zélf een poppenkast te maken, die wat gebruiksvriendelijker is dan de kant-en-klare.
In feite bestaat een poppenkast uit drie stukken triplex, die met scharnieren aan elkaar zitten. Het breedste stuk, in het midden, heeft een uitsparing om “in te spelen”. Bij een zelfgemaakte poppenkast kunt u aan deze simpele uitvoering enkele dingen toevoegen, die de poppenkast in de speelgoedwinkel meestal niet heeft.

• Toevoegingen
– Zo is het buitengewoon handig om een plank te installeren, waarop u de poppen (en eventuele rekwisieten), die u in uw stuk nodig hebt, kunt klaarleggen.
– Poppenkast spelen kan vermoeiend zijn voor uw armen. U moet het een beetje uitkienen, maar de poppenplank kunt u ook gebruiken om met uw armen op te leunen tijdens het spelen.
– Vlak onder de uitsparing, boven de poppenplank, kunt u enkele haakjes bevestigen, waaraan u uw spelschema kunt hangen. (Zie verderop in dit artikel. Een spelschema is uw poppenkastverhaal in steekwoorden, bij wijze van geheugensteuntje.)
– Natuurlijk moet er links en rechts een gordijntje hangen bij de uitsparing waarin u speelt. Die gordijntjes hebben dezelfde functie als het doek bij het toneel. Ze geven het begin en het einde van de voorstelling aan.
Maar in de speelruimte zelf kunt u natuurlijk ook nog een effen gordijntje of een decor hangen. Hiervoor bevestigt u stokhouders in beide zijkanten van de poppenkast. In die houders kunt u dan een stok hangen, waaraan een doek hangt, met daarop een geschilderd tafereeltje. Als de voorste gordijntjes (bij de uitsparing) tussen twee scènes door dicht zijn, kunt u van decor wisselen, zonder dat het publiek het ziet. Het decordoek kan simpelweg om de stok worden opgerold.
– Afhankelijk van uw eigen lengte en de plaats van het publiek (op de grond, op stoelen of op een tribune) moet u de hoogte van de poppenkast bepalen. De kinderen moeten natuurlijk gemakkelijk naar de poppen kunnen kijken. Dus de uitsparing mag – vanuit het publiek gezien – niet te hoog zitten. Maar ook spelen sommige spelers het liefst staand, terwijl andere spelers juist liever op een krukje of op een lage stoel zitten. Al deze aspecten bepalen de hoogte van de poppenkast.

• Tafelpoppenkast
Een andere oplossing is de tafelpoppenkast. Die kunt u kopen in de betere speelgoedwinkel. Maar natuurlijk kunt u die ook zelf maken. Het principe is hetzelfde als bij de hiervoor beschreven, reguliere poppenkast, alleen de tafelpoppenkast is veel korter. Het is eigenlijk een halve poppenkast.
Om te spelen, zet u de poppenkast op een tafel. Over de tafel gooit u eerst een doek, zodat het publiek uw benen niet kan zien. Op de tafel kunt u uw poppen en andere benodigdheden klaarleggen. Het voordeel is natuurlijk, dat de tafelpoppenkast (ingeklapt) minder ruimte inneemt dan een gewone en dat u hem daardoor gemakkelijker kunt vervoeren.

• Alternatieve poppenkast
Een alternatieve poppenkast, die u ook gemakkelijk mee kunt nemen, is een stoffen poppenkast, die u in een deuropening kunt hangen. Om ervoor te zorgen dat het publiek u niet kan zien, maakt u van dikke stof een “voorgevel”, die net zo breed is als de deuropening. Aan voorgemonteerde haakjes, boven in de deuropening, hangt u de “voorgevel” op.
Halverwege de deur is een uitsparing, waarin u speelt. Aan de achterkant, vlak boven de uitsparing, kunt u een elastiek (of een dun stokje) vastnaaien, waaraan gordijntjes kunnen hangen. Zo kunt u tóch tussen twee scènes door de gordijntjes dichtdoen.

• Zonder poppenkast
Zónder poppenkast spelen kan trouwens ook. Een hoge tafel, met een doek eroverheen, is genoeg. Of een hoge bank, waar u zich achter verschuilt. U speelt dan op de rugleuning van de bank of op de rand van de tafel.
Ook een goede manier om snel een poppenkast te maken, is een touw te spannen tussen twee punten en daar dan een laken overheen te gooien. U speelt dan boven het laken.
Nota bene. U kunt het best een klein krukje achter uw geïmproviseerde poppenkast zetten, waarop u uw benodigdheden klaarlegt.

De poppen

• Basisset
In de grotere speelgoedwinkels kunt u een basisset poppenkastpoppen vinden. Dit zijn veelal plastic poppen, die een wat goedkope uitstraling hebben. Ze zijn dan ook niet duur. U moet even kritisch kijken naar welke poppen er in die set zitten. Om veel verschillende verhalen te kunnen spelen, hebt u nodig: Jan Klaassen, Katrijn, een heks, een prinses, een agent en een boef. In sommige sets zitten ook Roodkapje en de wolf. Maar het is natuurlijk maar de vraag hoe vaak u dat sprookje zult spelen. Roodkapje zult u daarom niet veel nodig hebben. Maar de wolf is wel in nogal wat verhalen te gebruiken.

• Aanvulling
In de kleinere, luxe speelgoedwinkels – waar u onder andere veel houten speelgoed kunt vinden – verkoopt men heel mooie poppen, die gemaakt zijn van hout. Deze poppen dragen kleding, die gemaakt is van mooie stoffen. Een koning en een zwarte kat zult u daar bijvoorbeeld kunnen vinden, als mooie aanvulling op uw basisset.

• Zelf poppen maken
Het is niet lastig om zelf poppen te maken. Bovendien is het een fantastische activiteit om in de klas met de kinderen te doen. Ik zet enkele mogelijkheden en werkwijzen even op een rijtje:
– Voor sokpoppen hebt u oude sokken en stukjes vilt nodig. Knip de voet van de sokken open en naai daarin een rond stukje vilt vast. Plak eventueel in het midden van de voet (van een andere kleur vilt) een tong. De bek is af. In knutselwinkels kunt u bewegende ogen kopen, die u eenvoudig op de sok kunt plakken. Maar met verschillende kleurtjes vilt zijn de ogen natuurlijk ook zelf gemakkelijk te maken. Van draden wol kunnen tot slot nog gekke kapsels worden gemaakt.
– Als u poppen wilt maken, die er realistischer uitzien en die ook kleding aan hebben, dan kunt u het best beginnen met een bezoekje aan de betere knutselwinkel. Daar hebben ze balletjes van piepschuim in verschillende formaten. Maak onder in het balletje een gat. Van karton maakt u een rolletje, dat u in dat gat steekt. Het rolletje moet ruim genoeg zijn om uw vinger in te steken. Hiermee kunt u straks de kop van de pop bewegen.
Om het balletje van piepschuim spant u een stukje huidkleurige panty, dat u onderaan met een touwtje vastzet. Met stukjes vilt (of kant-en-klare onderdelen uit de knutselwinkel) maakt u het gezicht. Denk daarbij aan de gezichtsuitdrukking, die u aan de pop wilt geven. De vorm van de mond en de afmeting van de ogen kunnen een personage een boze of juist een vriendelijke uitstraling geven.
– Met papier-maché of klei kunt u ook koppen maken op een hol rolletje karton. Met deze materialen is het gemakkelijker om een pop bijvoorbeeld een uitgesproken neus, grote oren of vragende wenkbrauwen te geven.
– Kleding kunt u zo eenvoudig laten of zo mooi maken als u zelf wilt. Het kan soms al genoeg zijn om een stuk stof rond het kartonnen rolletje onder de kop te bevestigen. Als u twee lijfjes met armen in één keer uit een dubbelgevouwen stuk vilt knipt en die lijfjes daarna aan elkaar stikt (rijgt of naait), dan kunt u straks met twee vingers de armen van de pop bespelen.
En natuurlijk is het ook niet moeilijk om handjes te knippen uit een stukje vilt en die handjes daarna aan de mouwen te naaien.
– En tot slot: door een klein stukje klittenband aan de handjes te naaien, kunt u later gemakkelijk rekwisieten, die óók voorzien zijn van klittenband, door de pop laten “vasthouden”.

Speltechniek

Veilige manier van spelen

Poppenkast spelen is niet moeilijk. Het is voor veel mensen gemakkelijker dan toneelspelen, omdat je immers zelf niet zichtbaar bent. Je kunt in feite spelen, terwijl je verscholen zit achter de kast. En dat is een betrekkelijk veilige manier van spelen. Maar… het vereist wél wat aan techniek.

Aandachtspunten

• Moeheid
U speelt vaak boven uw hoofd. En dus boven uw macht. (Behalve bij zelfgemaakte poppenkasten, waarbij u voor uw hoofd een decor kunt hangen om onzichtbaar te blijven.) Veel poppenspelers merken niet dat ze halverwege het spel, als ze moe worden, de poppen te veel laten zakken. Oefen af en toe met iemand in het publiek, die u daarop attendeert. Of gebruik het eerder besproken poppenplankje als steuntje.

• Bewegingen
Denk eraan, dat u uw bewegingen een beetje overdrijft. Met één vinger bespeelt u de kop en met twee andere vingers de armen en de handen van de pop. Oefen een paar keer voor de spiegel hoe groot uw bewegingen moeten zijn, om duidelijk te zijn voor het publiek.

• Verstaanbaarheid
Als u achter de poppenkast zit, dan betekent dat ook, dat er hout (of stof) tussen uw mond en de oren van het publiek zit. U moet dus heel duidelijk praten, om verstaanbaar te blijven. Praat langzamer/rustiger dan u wellicht gewend bent en praat luid. Goed articuleren is belangrijk.

• Stemmetjes
De poppen hebben natuurlijk niet allemaal dezelfde stem. Het is niet gemakkelijk om een overdreven accent of een heel andere stem dan uw eigen stem vol te houden. Zoek het daarom in kleine verschillen. De een praat iets langzamer en lager dan de ander, die wat sneller en hoger praat. Laat een van de poppen steeds giechelen of een raar snurkgeluid maken na een zin. Het publiek denkt hierdoor dat deze pop heel anders klinkt dan alle andere poppen! Het “schakelen” tussen de verschillende stemmetjes kost wat oefening.

• Assistent
U speelt met twee handen (twee poppen), u pakt af en toe ook nog rekwisieten én u wisselt van pop. Dit alles vereist wel enige handigheid. Als u genoeg ruimte achter de kast hebt, is het wellicht een idee om een assistent naast u te hebben, die poppen van uw hand trekt, andere poppen op uw hand zet, rekwisieten aangeeft en op het juiste moment de gordijntjes dichttrekt. Geef de assistent eventueel zwarte handschoenen aan.

• Interactie
Kinderen reageren op de poppen. Probeer goed te luisteren naar wat er in het publiek gebeurt. U zult soms even moeten wachten, voordat u opnieuw tekst kunt zeggen. Naarmate u vaker speelt, zal het gemakkelijker zijn om in te spelen op het commentaar van de kinderen. Interactie met het publiek is ontzettend belangrijk!

Verhaal

Personages

Er zijn een paar poppenkastboeken op de markt, waarin u goede ideeën vindt voor verhalen. Eigenlijk kunt u elk verhaal of sprookje spelen, als u maar goed in de gaten houdt hoeveel personages er tegelijk in een scène voorkomen.
U hebt met twee handen de mogelijkheid om twee, hooguit drie personages tegelijk te bespelen. Voor de duidelijkheid van de scène zijn meer personages ook niet wenselijk. Maar als er in een bepaald verhaal tóch meer dan twee (of drie) personages nodig zijn, dan hebt u dus een tweede speler nodig.

Spelschema

Poppenkast leent zich uitstekend voor improviseren tijdens het spel. Vooral omdat poppenkast reacties van kinderen uitlokt, is het goed om met die reacties wat te doen in het spel. Zo betrekt u de kinderen er nog beter bij. Om de draad niet kwijt te raken, kunt u het verloop van het verhaal in het kort opschrijven. Zo’n spelschema hangt u aan een haakje in de kast, zodat u het altijd bij de hand hebt. Ik geef u twee voorbeelden:

scène 1
Poppen Jan Klaassen.
Nodig Goudstuk en zak lolly’s.
Verhaal Jan Klaassen vindt goudstukken op straat.
Hij gaat snel naar de winkel om snoep te kopen.
Hij koopt een zak vol lolly’s.
scène 2
Poppen Koning en agent.
Nodig Niet van toepassing.
Verhaal De koning en de agent zoeken de hele stad af.
De koning had een gat in zijn mantel.
Al zijn goudstukken zijn daar doorheen gevallen.
De agent belooft de koning, dat degene die de goudstukken heeft opgeraapt en niet eerlijk heeft teruggebracht, in de gevangenis terechtkomt.

Organisatie

Ik geef u nog een paar organisatorische tips, waarvan u veel gemak kunt hebben tijdens het poppenkastspel.

• Benodigdheden
Van tevoren legt u uw benodigdheden klaar. Het liefst in volgorde van gebruik. Zeker als u het verhaal vaker gaat spelen, is het belangrijk (en natuurlijk ook heel handig!) om alles steeds op dezelfde plek te leggen.

• Muziek
Achter de kast kunt u een cd-speler klaarzetten, die u snel aan- en uit kunt zetten. Want het laten horen van muziek tussen de scènes door geeft een theatraal effect.

• Schijn en werkelijkheid
Jonge kinderen vinden het moeilijk om schijn en werkelijkheid van elkaar te onderscheiden. Ze zien u de poppenkast in gaan. Maar als ze even later Jan Klaassen tevoorschijn zien komen, kan het zomaar gebeuren, dat ze zich niet meer realiseren dat u Jan Klaassen speelt. Het overkomt veel poppenkastspelers dan ook, dat ineens de halve klas met de neuzen in de poppenkast hangt, om te kijken wie er allemaal in de kast wonen!
Zorg daarom dat er altijd iemand (een volwassene) aanwezig is, die de kinderen tegenhoudt, die naar voren willen stormen. Of leg van tevoren aan de kinderen goed uit, dat ze allemaal op hun stoel moeten blijven zitten en niet in de poppenkast mogen kijken, totdat u klaar bent met het spelen van uw verhaal.

De aantrekkingskracht van Jan Klaassen

Het is duidelijk waarom kinderen zo dol zijn op Jan Klaassen. Hij heeft goede bedoelingen, maar bijna altijd loopt alles mis. Hij maakt fouten, doet domme dingen en krijgt regelmatig op zijn kop van Katrijn of van de agent. Kortom: Jan Klaassen lijkt op een kind!
Kinderen – maar ook veel volwassenen – kunnen zich gemakkelijk met hem identificeren. Zodra Jan Klaassen verschijnt, kiest het publiek zijn kant. Ze zullen hem toeroepen om hem te waarschuwen of te helpen. En ze roepen “boe” als de heks of Katrijn achter hem aan zit. Met Jan Klaassen krijgt u dus meteen interactief spel in de klas!

Het inzetten van de poppenkast

Poppenkast kan – net als dramatische vorming – worden ingezet al doel, maar ook als middel in allerlei lessen en projecten.

• Doel
Jan Klaassen is dus erg populair bij kinderen. Poppenkast wordt daarom vaak gebruikt als een soort traktatie in de klas. Even iets anders dan voorlezen. Even genieten aan het eind van een drukke dag of lange week. Poppenkast als doel.

• Middel
Poppenkast leent zich echter ook uitstekend om te gebruiken als middel in de klas, tijdens uw lessen. Ik noem enkele voorbeelden:
– Juist omdat de kinderen zo veel van zichzelf in Jan Klaassen herkennen, kunt u hem goed gebruiken om iets duidelijk te maken.
– U kunt Jan Klaassen laten verdwalen, tijdens een les over kaartlezen.
– Jan Klaassen is een gemakkelijk doelwit voor oplichters, als hij zijn sommetjes tot 10 niet goed heeft geoefend.
– In de onderbouw wordt vaak gebruik gemaakt van taalpoppen, zoals Lotte Langzaam* en Tijm Rijm*. Maar ook Jan Klaassen kan natuurlijk – net als deze taalpoppen – bij interactieve taallessen een belangrijke rol spelen in de klas!

Onderbouw en bovenbouw

Natuurlijk lijkt poppenkast vooral iets voor de onderbouw en de middenbouw. Maar kinderen in de bovenbouw zijn ook nog enthousiast over poppenkast en kunnen er op een andere manier mee aan de slag dan de jongere kinderen. Ik noem enkele activiteiten:
– Bij beeldende lessen kunnen de kinderen van de bovenbouw zelf poppen maken.
– Tijdens taallessen kunnen de kinderen avonturen schrijven voor Jan Klaassen en Katrijn.
– En tijdens de dramalessen kunt u de kinderen deze verhalen laten spelen (eventueel voor de kinderen in de onderbouw). Poppenkast blijft lang leuk!
Veel succes en vooral veel plezier bij de poppenkast in uw klas!

Noot

* Eerder beschreven door Van Kleef & Tomesen, 2002 en in De Taallijn, Expertisecentrum Nederlands, 2006.