Vierde aflevering van een maandelijkse bijdrage over de poppenkast als doel en middel in het onderwijs: trap in de grap. Een vrolijk poppenkaststukje over de meest eigenaardige dag van het jaar.

Trap in de grap

Poppen

– prinses
– lakei
– koning

Benodigdheden

– kleine suikerpot (bv. van een kinderserviesje)
– potje crème (bv. een blikje lippencrème)

Situatie samengevat

Het is 1 april en de prinses is van plan om iedereen er eens flink tussen te nemen. Ze verzint van alles, maar toch gaan haar 1 aprilgrappen mis. De lakei heeft niet in de gaten wat de bedoeling van de prinses is en hij verpest daardoor onbedoeld al haar grappen. De prinses snapt niet wat er misgaat en ze barst in tranen uit. De koning bemoeit zich ermee. Hij geeft de lakei een Koninklijk Bevel tot Trap in de Grap!

Scènes

Scène 1:

(Prinses komt op. Ze kijkt om zich heen en buigt zich dan voorover naar de kinderen.)
prinses: “Hallo, kinderen! Hoe gaat het met jullie? Hebben jullie ook zoveel pret vandaag? Het is zo’n leuke dag! Het is… 1 april!
Ik heb zoveel leuke plannetjes. O… wacht… daar komt iemand aan. Het is mijn lakei. Ik ga snel weg, want hij mag niet weten waar ik mee bezig ben. Niets zeggen, hoor!”
(Prinses vertrekt snel.)

Scène 2:

(Lakei komt op en buigt netjes voor de kinderen.)
lakei: “Goedemorgen, allemaal. Gezellig, dat jullie er zijn… maar ik heb nu geen tijd om te blijven kletsen. Ik moet achter de prinses aan. Ik mag haar geen moment uit het oog verliezen van de koning en de koningin. Dat lukt meestal wel, maar nu is er toch iets vreemds aan de hand. Ze is steeds weg. Als ik denk dat ik haar in de verte zie lopen… dan ga ik achter haar aan… en dan is ze ineens – floep! – verdwenen. Het lijkt wel alsof ze iets in haar schild voert.” (Zucht hoorbaar.)
“Nou ja, ik ga maar weer verder zoeken. Ik heb een grote verantwoordelijkheid, kinderen. Ik moet op de prinses passen en dat is niet niks. Zeker niet als ze steeds verdwijnt! Tot straks, kinderen.”
(Lakei verdwijnt.)

Scène 3:

(Zodra de lakei weer weg is, duikt de prinses weer op.)
prinses: “Goed zo. Die is weg. Ik moet namelijk even naar de keuken zonder dat hij op mijn vingers kijkt. Ik heb zó’n goede grap bedacht… luister… niet doorvertellen, hoor.. .ik ga de suikerpot vullen met zout! Dat is grappig! Mijn vader en moeder – de koning en koningin – drinken altijd hun thee met suiker. Kunnen jullie je voorstellen hoe ze zullen kijken, als ze ineens een slok zoute thee drinken?”
(Prinses lacht onbedaarlijk.) “Ik vind het nu al leuk. Wacht… kijk…”
(Prinses gaat even af en rommelt achter de schermen. Ze komt even later terug met een suikerpotje in haar handen.)
prinses: “Zien jullie iets raars aan deze suikerpot? Nee toch? Ziet er heel normaal uit, toch?
Maar hij zit barstensvol met zout! Ik ga hem snel terugzetten bij de theepot…
Daarna ga ik nog een andere grap verzinnen.
Tot straks, kinderen.”

Scène 4:

(Lakei komt weer op.)
lakei: “O jeetje, kinderen. Wat een toestand nou toch. Pfff! Ik ben bekaf. Ik heb al kilometers gelopen. De prinses is nergens te bekennen. Ik moet haar snel vinden, anders wordt ik nog ontslagen. De koning en de koningin zijn nogal zuinig op haar namelijk. Waar zou ze nou toch uithangen?
Nou… ik ga eerst maar even een kopje thee drinken en dan ga ik haar vlug weer zoeken.
Dag, kinderen.”
(Lakei gaat af maar, komt even later weer op.)
lakei: Gadverdarrie! Getsiederrie! Bah, bah, bah! Er zat zout in mijn thee. Net zeewater! Gatsiedarrie! Maar goed dat de koning en de koningin nog geen thee hebben gedronken vandaag. Ik denk dat de kokkin een leesbril nodig heeft. Ze ziet het verschil niet meer tussen suiker en zout! Er zat zout in de suikerpot. Ik heb het zout meteen weggedaan en er weer suiker in gedaan. Verschrikkelijk, wat was dat vies!” (Hij zucht.)
“Ik ga weer even de prinses zoeken, jongens!”
(Lakei gaat af.)

Scène 5:

(Prinses komt op. In haar handen heeft ze een potje crème.)
prinses: “Jongens… weten jullie wat ik heb gedaan? Ik heb de deurklink ingesmeerd met crème. En mijn vader heeft een gloeiende hekel aan vieze handen. Da’s een goeie, hè! Ik ga nu snel dit potje terugzetten, voordat hij iets merkt!”
(Prinses gaat af.)

Scène 6:

(Lakei komt op.)
lakei: “Bah! Wat er nu weer gebeurde! Ik doe de deur open om te kijken of de prinses in de huiskamer is… zitten mijn handen onder de derrie! Bah! Wat gebeuren er toch een rare dingen vandaag.
Gatsie! Ik heb de hele deur vlug schoongemaakt en nu moet ik snel mijn handen gaan wassen. Tot zo, kinderen.”
(Lakei gaat af.)

Scène 7:

(Koning komt op.)
koning: “Wat een fijne dag vandaag, jongens. Ik heb lekker uitgeslapen. En nu ga ik eens een lekker kopje thee drinken. Ja, een kopje thee! Daar heb ik nou eens echt zin in.”
(Koning gaat af.)

Scène 8:

(Prinses komt op.)
prinses: “Dat was mijn vader! Hij gaat een kopje thee drinken. Nu gaat de pret beginnen! Ik ga eens even om het hoekje turen, om te zien hoe die thee hem smaakt.”
(Prinses lacht en heeft duidelijk veel voorpret. Ze kijkt om het hoekje de poppenkast in.)
prinses: “Hij doet de deur open. Hij gaat in de kamer zitten. Wat raar. Hij kijkt helemaal niet naar zijn handen. Terwijl ik die deur toch had ingesmeerd.
Ja, nu pakt hij zijn theekopje. Hij pakt de suikerpot… ja… hij doet een lepeltje suiker in zijn thee… roert… ja ja ja, hij neemt een slokje… Hë, wat vreemd. Hij neemt nog een slokje! Hij drinkt het hele kopje leeg! Hoe kan dat nou toch? Wat raar! Het lijkt alsof hij het helemaal niet merkt! Alsof hij thee met zout lekker vindt.”
(Prinses draait zich om.)
prinses: “Stil! Daar komt hij aan.”
(Koning komt op. Prinses staart naar de koning.)
koning: “Hallo, meisje. Goedemorgen!”
prinses: “Goedemorgen, papa! Hoe is het?”
koning: “Hoe is het? Nou… goed natuurlijk.”
prinses: “Heb je niks vreemds meegemaakt vandaag?”
koning: “Iets vreemds? Nee. Wat een rare vraag. Nee, hoor.”
prinses: “Heb je een kopje thee gedronken?”
koning: “Ja. Heerlijk, hoor.”
prinses: “Met suiker?”
koning: “Ja, natuurlijk met suiker. Wil je ook een kopje?”
prinses: (Boos.) “NEE! Waar heb je dat kopje thee gedronken?”
koning: “In de huiskamer natuurlijk. Ik heb in de keuken thee gepakt en toen ben ik even lekker in de huiskamer de krant gaan lezen.”
prinses: “Heb je de deur opengedaan? De deur tussen de keuken en de kamer?”
koning: “Ja, natuurlijk. Anders kon ik er toch niet komen? Maar… wat een rare vragen stel je toch!”
prinses: (Begint heel hard te huilen.) Boe-hoe-hoe!
(Lakei komt op.)
lakei: “O! Gelukkig, daar is ze. Goedemorgen, majesteit. Wat is er met de prinses aan de hand?”
koning: “Geen idee. Ze stelde me eerst allerlei rare vragen over theedrinken en over de deur en daarna begon ze te huilen.”
prinses: (Overstuur.) “HET IS 1 APRIL! En al mijn grappen mislukken! Ik had zout in de suikerpot gedaan en crème op de deurknop gesmeerd! Maar op de een of andere manier heeft niemand het gemerkt!”
lakei: “O jee… oeps…. dat zou wel eens door mij kunnen komen, hoogheid.”
prinses: (Houdt even op met huilen.) “Hoezo?”
lakei: “Nou… ik merkte dat de deur heel erg vies was en die heb ik schoongemaakt. En ik merkte dat de thee erg zout smaakte, dus ik heb nieuwe suiker in de pot gedaan. Sorry, ik wist niet dat het grappen waren…”
prinses: (Begint weer onbedaarlijk te huilen.) Boe-hoe-hoe!
koning: “Stil maar. Stil maar… even nadenken… eh… ja!”
(Met zeer luide en officiële stem.) “Lakei en alle andere onderdanen van het land! Vanaf nu tot middernacht, zolang het dus 1 april is… heerst er een Koninklijk Bevel tot Trap in de Grap! Wie niet in de grappen van mijn dochter trapt, of haar grappen verpest, krijgt een boete. Is dat begrepen?”
lakei: “Ja, majesteit. Volkomen duidelijk. Een Bevel tot Trap in de Grap… helemaal duidelijk.”
prinses: (Is opgehouden met huilen.) “Wat een goed idee! Even denken… Zeg, lakei… uw veters zitten los!”
lakei: “Maar ik heb helemaal geen vete… ik bedoel… o jee! Mijn veters!” (Bukt zich om zijn veters te strikken.)
prinses en koning: (Zingen hard.) “1 april… kikker in je bil! Die er niet meer uit wil!”
prinses: “Lakei… uw gulp staat open!”
lakei: (Buigt zich voorover.) “O jee… mijn gulp… wat erg…”
prinses en koning: “1 april… kikker in je bil! Die er niet meer uit wil!”
(Koning en prinses lopen lachend af. Lakei blijft nog even dralen, voordat hij erachteraan gaat.)
lakei: (Tegen de kinderen.) “Dit wordt een lange en vermoeiende dag. Ik zal blij zijn als het morgen weer gewoon 2 april is, kinderen!”

Tip

Omgaan met het publiek

Het kan gebeuren dat de kinderen aan de lakei gaan vertellen wat de prinses aan het doen is. De lakei moet in dat geval net doen alsof hij de opmerkingen van de kinderen niet hoort. Eventueel kan hij een opmerking maken als: “Jongens, ik kan jullie niet verstaan. Jullie praten allemaal door elkaar. Ik heb ook helemaal geen tijd om hier gezellig naar jullie te luisteren. Ik moet weer verder zoeken.”

Als de kinderen om iets lachen, kan het even te rumoerig zijn om verstaanbaar te blijven. Probeer daarop te reageren door een paar nietszeggende opmerkingen te maken, waarvan het niet erg is als het publiek ze niet meekrijgt. Als de kinderen horen dat de pop weer praat, zal het meestal weer snel stil worden.

Variaties

Scène 8

Nu is het zo, dat we zien dat de prinses om het hoekje kijkt. De prinses staat in de poppenkast en de koning is buiten beeld (in de coulissen). We zien dus niet dat de koning thee drinkt. U kunt deze scène natuurlijk andersom laten zien. De koning drinkt zichtbaar in de poppenkast de thee, terwijl we aan de zijkant alleen de neus van de prinses zien. Als u de scene zo wilt spelen, moet u wel even oefenen met de rekwisieten. U moet immers de koning suiker in zijn kopje laten doen en laten drinken. Als er twee spelers achter de poppenkast staan, wordt het gemakkelijker. De ene kan de prinses doen, terwijl de ander de handen vrij heeft voor de suikerpot, het kopje en de koning.

Nog meer 1 aprilgrappen

Nog meer 1 aprilgrappen
U kunt het poppenkaststukje verlengen door de prinses van tevoren aan de kinderen te laten vragen, of ze nog goede 1 aprilgrappen kennen. Indien mogelijk, kunt u er nog een paar door de kinderen bedachte grappen aan toevoegen. Bv.:

– De prinses kan de telefoon met plakband vastplakken en vervolgens naar het paleis bellen met haar eigen mobiele telefoontje. De lakei ontdekt natuurlijk het plakband en kan de telefoon gewoon opnemen.
– De prinses legt een namaakdrol neer, in de hoop dat haar moeder die zal ontdekken, maar de lakei ruimt met een schepje de drol op voordat de koningin de kans had de drol te zien.
– De prinses knoopt twee schoenen van haar vader met de veters aan elkaar vast. De lakei poetst de schoenen en haalt daarbij de knoop uit de veters.