Met de activiteiten in dit artikel doorloopt u met de kinderen de fasen die bij Olympische Spelen horen: van aanloop tot slotceremonie. Ze werken in de kring of tijdens een werkles.

Bestanden

Klik op de naam van het bestand om het te openen.

Artikel
Uitbreidingen

Lessuggestie

De sporten in stadion kunt u uitbreiden met de volgende kringactiviteiten:

Roeien
Vertel de kinderen dat vandaag het eerste onderdeel van het roeien plaatsvindt. Dit is de wedstrijd met twee mensen in een boot. Laat de kinderen tellen hoeveel kinderen er in de groep zitten. Hierna vormen ze tweetallen. De kinderen gaan achter elkaar op de grond in hun ‘roeiboot’ zitten. Tel samen hoeveel boten van twee er gaan varen. Geef een startschot en laat de kinderen ‘roeien’.
De volgende dag vindt het tweede onderdeel plaats. Deze keer zitten er vier roeiers in een boot. Herhaal de activiteit en doe dit ook nog met acht roeiers in een boot.

Tafeltennis
Benodigdheden: tafeltennisnet of draad, pingpongbal, ronde vouwblaadjes, zwarte stift
Voorbereiding: span het net of een draad over een rechthoekige tafel. Schrijf op enkele blaadjes een letter die in de groep aangeboden is. Leg de vouwblaadjes aan één kant van het net.

Geef een van de kinderen een pingpongbal. Dit kind gooit het balletje over het net, naar de kant met de letters. Stuitert de bal op een letter? Het kind benoemt de letter en bedenkt hier een woord mee. Laat de andere kinderen ook woorden met deze letter bedenken en draai de letter dan om. Wijs een volgend kind aan dat de bal over het net gooit. Ga zo door tot alle letters omgedraaid zijn.
Nu volgt de finale. Verdeel de groep in tweeën. Draai de letters weer om. Gooi de bal over het net en bekijk op welke letter hij terechtkomt. De twee groepen noemen om en om een woord met deze letter. Tel de woorden van elke groep en ga door tot de laatste groep geen woord meer weet. Wat is de eindstand?

Wielrennen
Benodigdheden: vel papier, whiteboardmarker, lint, doekje
Voorbereiding: lamineer een vel papier. Bevestig hier een lint aan, zodat de kinderen het blad om hun nek kunnen hangen.

Wijs een kind aan dat als koploper in het peloton ‘rijdt’. Geef dit kind een rugnummer door op het vel papier een getal te schrijven en het bij dit kind op de rug te hangen.
Vraag de groep welk nummer de wielrenner heeft. Laat de groep bepalen hoeveel kinderen er achter de koploper rijden. Dit zijn altijd minder kinderen dan het rugnummer. Wijs de kinderen aan die ‘op hun fiets’ mogen stappen. Zij gaan achter de koploper staan. Controleer door de groep aanwijzend terug te laten tellen vanaf de koploper.
Wis het getal en schrijf een nieuw rugnummer op. Kies een andere koploper en herhaal de activiteit.

Tennis
Benodigdheden: sportattributen voor diverse sporten, grote sporttas, allerlei ballen, tenniskleding
Voorbereiding: stop alle voorwerpen in de sporttas. Kleed uzelf als tennisser.

Kom al joggend de klas binnen. U bent klaar voor de tenniswedstrijd! Zet de sporttas in de kring en haal hier een bal uit die niet geschikt is voor het tennissen. Vang de reacties van de kinderen op en vraag hen voor welke sport deze bal wel bedoeld is. Leg de bal in de kring. Haal een volgend attribuut uit de tas. Ga zo verder en groepeer spullen die bij dezelfde sport horen. Laat de kinderen over de sporten vertellen. Haal de tennisspullen uit de tas en vertel opgelucht dat u nu aan de wedstrijd kunt beginnen. Verlaat de kring en kom terug met een medaille. Deze heeft u verdiend. Geef hem aan de kinderen.

Volleybal
Benodigdheden: touw of net, partijlinten in twee kleuren
Voorbereiding: maak een afscheiding in de kring door middel van een net of touw.

De teams stellen zich op voor een volleybalwedstrijd. Geef een aantal kinderen een lint. De kinderen met dezelfde kleur lint gaan bij elkaar in een veld staan. Vraag de groep hoeveel spelers elk team telt. Laat hen daarna bepalen waar meer spelers staan en waar minder. Weten de kinderen ook hoeveel het verschil is? Maak de teams samen met de kinderen gelijk.
Herhaal de activiteit met andere teams en aantallen.

Mountainbiken
Benodigdheden: figuren van het wereldspelmateriaal of afbeeldingen van een boom, huis, toren, kat, hond, bloem

De mountainbikers rijden een route door de stad en de natuur. Onderweg komen ze van alles tegen. Omdat ze zo snel gaan, herinneren ze zich na afloop pas wat ze écht gezien hebben. Laat de kinderen drie dingen in willekeurige volgorde zien. Houd ze vervolgens achter uw rug en vraag de kinderen in de juiste volgorde te herhalen wat ze zagen. Herhaal dit enkele keren en breid de activiteit uit met vier of vijf voorwerpen. Vraag de kinderen ook wat ze het eerst zagen en wat ze het laatst zagen.

Voetbal
Benodigdheden: multomap, vellen wit papier, rode stift, kleurendobbelsteen
Voorbereiding: maak een scorebord door de vellen papier te perforeren, in de breedte door te knippen en in de multomap te stoppen. Schrijf de getallen nul tot en met vijftien voor elk team op. Op elk blad komt een getal.

Verdeel de groep in twee voetbalteams. Laat elk team een kleur van de kleurendobbelsteen kiezen. Om de beurt gooien de teams met de dobbelsteen. Als ze hun kleur gooien, scoren ze een punt. Vraag de kinderen welk getal nu op het scorebord moet verschijnen. Wanneer de kinderen het juiste getal noemen, draai je een vel van het scorebord om. Ga zo door tot het eerste team vijftien punten gehaald heeft. Vraag tijdens de wedstrijd welke groep de meeste punten heeft en hoeveel punten verschil er tussen de teams zit.

U kunt de werkles uitbreiden met de volgende activiteiten:

In de kleedkamer
Benodigdheden: T-shirts met rugnummers of effen shirts en een textielstift, kaarten met stippen- of turfnotatie (deze vindt u bij dit artikel op praxisbulletin.nl), sporttas
Voorbereiding: vraag bij een plaatselijke sportvereniging naar shirts of nummer zelf effen T-shirts. Stop de shirts in de sporttas.

Het Olympisch Comité helpt de technische commissie vandaag. Samen leggen ze de sporttenues klaar. Laat de kinderen de sportkleding in de volgorde van de getallenrij leggen. Er blijkt een speler geblesseerd te zijn. Zijn shirt mag terug de tas in. Wie dit is, ontdekken de kinderen door een kaartje te pakken. Hierna nemen de kinderen het shirt met het nummer gelijk aan dit kaartje weg.

Gewichten wegen
Benodigdheden: balans, gewichten

De gewichtheffers willen in het Olympisch dorp trainen. Hier zijn niet alle gewichten aanwezig, dus gaan de kinderen op zoek naar spullen die evenveel wegen als de gewichten. De kinderen leggen een gewicht in een bakje van de balans en gaan in het lokaal op zoek naar een voorwerp dat in het andere bakje past. Als de balans in evenwicht is, wordt het voorwerp bij dit gewicht gelegd.

De sportwinkel
Benodigdheden: pictogrammen van sporten (zie downloads), sporttassen, sportattributen, kassa, speelgeld
Voorbereiding: verzamel sportattributen van enkele sporten. Bevestig de bijbehorende pictogrammen aan de sporttassen en geef de attributen een plek in de sportwinkel.

De kinderen maken de winkel in orde voor de sporters die gaan komen. Ze stoppen de attributen in de juiste tassen door naar het pictogram op elke tas te kijken. Hierna komen de sporters hun benodigdheden kopen.