In dit artikel stellen wij u voor: de familie Muizepluis! Een gebreide muizenfamilie, bestaande uit moeder Muizepluis en haar avontuurlijke muizenkinderen. We beschrijven hoe de familie een plek heeft gekregen in groep 1/2 van basisschool Het Palet in Hapert.

Binnen het thema krijgt muis Maaike twaalf ondeugende kinderen, die van het ene in het andere rekenavontuur rollen. De muizen dagen de kinderen uit tot betekenisvol rekenspel, waarbij verschillende doelen aan bod komen.

Vooraf

We nemen u – aan de hand van enkele kernactiviteiten – mee door het thema van muis Maaike en haar muizenkinderen. In het thema komen naast de rekenontwikkeling ook andere ontwikkelingsgebieden aan de orde. Laat u inspireren…

Introductie: muis Maaike krijgt een huis

‘Piep, piep!’ horen de kinderen van groep 1 en 2. ‘Piep, piep!’ Vol verwachting kijken de kinderen de leerkracht aan. Die hoort het geluid nu ook. Het komt uit een mand. De mand wordt in het midden van de kring gezet en de leerkracht kijkt er even in. Met een gezicht vol verbazing kijkt ze de kinderen aan. Die zitten op het puntje van hun stoel.
Uit de mand komt een muis tevoorschijn. Een muis met een rok aan. Ze heeft een briefje bij zich. De leerkracht leest het voor: ‘Hallo kinderen. Ik ben muis Maaike. En ik krijg binnenkort babymuisjes. Maar ik heb geen huis. Ik zoek een plekje om te wonen. Mag ik bij jullie in de klas komen wonen?’
Dat vinden de kinderen een goed idee. Samen bedenken ze wat muis Maaike allemaal nodig heeft. De leerkracht schrijft het op een groot vel papier. Als eerste moet er natuurlijk een huis komen. Vol ijver gaan enkele kinderen aan de slag. Ze beplakken een doos met gekleurd papier. Dit wordt het huis voor muis Maaike.

En toen waren er twee baby’s

+ tellen en getalbegrip
+ meten van lengte en gewicht
+ auditief geheugen

De volgende ochtend liggen er twee muisjes bij muis Maaike in het huis. Ze heeft twee kleintjes gekregen! Samen wordt gekeken hoe de muisjes eruitzien. Een van de muisjes is groen met roze bloemen. De andere is paarsbruin gestreept.
‘Hoe heten de muisjes?’ vraagt een kind. Dat weet de leerkracht niet. Muis Maaike zegt dat de kinderen de namen mogen bedenken. Uiteindelijk komt de groep uit op Tommie en Saartje. De groene muis met roze bloemen heet Saartje en de paarsbruin gestreepte heet Tommie.
Als de muizen op de mat liggen, ziet een kind dat de staarten niet even lang zijn. Zijn de muizen wel even zwaar? Met de hand is het moeilijk te meten. Wie heeft er een idee? De balans wordt erbij gepakt. Tommie lijkt iets zwaarder te zijn dan Saartje. Hoe kun je dat precies meten? Een kind vraagt thuis of ze de keukenweegschaal mee naar school mag nemen.

Het groeiboek

+ tellen en getalbegrip (vergelijken)
+ meten van gewicht en lengte
+ meetkunde (lichaamsbesef)
+ namen en cijfers stempelen

Iedere dag worden er twee muisjes geboren. De kinderen maken een groeiboek. Eerst bedenken de kinderen samen steeds een naam. Vervolgens wordt ieder muisje nauwkeurig nagetekend en ingekleurd. Daarna wordt het gewogen op een digitale weegschaal. En de lengte van de staart wordt gemeten. Al deze gegevens worden in het groeiboek gestempeld of geschreven. Moeiteloos kunnen de kinderen de namen onthouden. Ze weten precies de volgorde, waarin de muisjes geboren zijn.
Als alle muisjes bij elkaar liggen, gaan de kinderen spontaan sorteren op jongens en meisjes. De muizen met de donkere kleuren zijn de jongens en de muizen met de lichte kleuren zijn de meisjes. Vooraf had de leerkracht ingeschat, dat de kinderen de muizen zouden gaan sorteren op patroon (strepen en bloemen). De kinderen zijn echter zó bezig met jongens- en meisjesmuizen, dat ze spontaan andere ordeningsprincipes hanteren!

Het gezin is compleet

+ tellen en getalbegrip
+ meten van inhoud

En dan zijn er ten slotte twaalf muizenkinderen: zes muizen met een bloempatroon en zes muizen met strepen. Iedere muis heeft een ander gewicht. En alle staarten zijn verschillend van lengte. Iedere dag worden er teloefeningen gedaan. Aantallen worden weergegeven met cijfersymbolen, stippenkaarten en vingers. De muizen worden geordend op staartlengte. Er worden groepjes gemaakt (op kleur en patroon). Er zijn ook muizen, die vriendjes van elkaar zijn: twee muizen hebben dezelfde kleuren, alleen de ene muis heeft een bloempatroon en de andere muis heeft strepen.
Maar met twaalf muizenkinderen is het huis wél krap geworden. Het moet groter worden. Enkele kinderen meten het eerste huis op en gaan op zoek naar een doos, die nóg groter is. Er wordt een extra huis bij gemaakt, zodat de muizenfamilie weer riant kan wonen!

De muizen krijgen honger

+ tellen en getalbegrip (cijfersymbolen, eerlijk verdelen)

Enkele kinderen hebben de muisjes meegenomen in de huishoek. Ze krijgen te eten. ‘Ze hebben honger, hoor!’ geven de kinderen aan. Dit brengt de leerkracht op een idee. Ze verzamelt plastic bordjes, knipt kleine kaasjes uit sponzen en maakt er een activiteit van tijdens het zelfstandig werken:
– Op de plastic bordjes staat een cijfer, dat het aantal kaasjes aangeeft. De opdracht is: ‘Pak een bordje en haal twee muisjes uit het muizenhuis. De muisjes moeten samen doen met de kaasjes. Verdeel de kaasjes…’
– Twee kinderen gaan geconcentreerd aan de slag. Elk kind haalt een muisje uit het huis. Op het bordje staat (bijvoorbeeld): 6. Samen tellen de kinderen zes kaasjes en leggen die op het bordje. En dan gaan de muisjes eten. Eén kaasje voor jou, één kaasje voor mij. Uiteindelijk heeft ieder muisje drie kaasjes.
– Dan pakken de kinderen (bijvoorbeeld) het bordje met het cijfer 3 erop. ‘Hé! Drie kun je niet eerlijk verdelen, drie is een oneerlijk getal…!’

Verstoppertje spelen

+ meetkunde (lokaliseren)

De muisjes verdwijnen steeds onder de kasten, achter de meubels in de huishoek en tussen de gordijnen in het klaslokaal. De leerkracht vertelt de kinderen, dat moeder muis een spelletje heeft bedacht, zodat de kleine muisjes in ieder geval weer op tijd tevoorschijn komen. Terwijl de kinderen samen met muis Maaike tot tien tellen, zoeken de muizenkinderen een verstopplaats ergens in het lokaal. ‘Eén, twee, drie, vier…’ tellen de kinderen. De muisjes rennen in het rond, op zoek naar een geschikte verstopplaats. En dan komt natuurlijk het allerleukste: muis Maaike en de kinderen mogen de muizenkinderen gaan zoeken! Waar zouden de eigenwijze muisjes verstopt zitten?
De volgende dag ligt er een brief in het huis van muis Maaike. Muis Maaike heeft hulp nodig. ‘De muizenkinderen hebben vannacht weer verstoppertje gespeeld. Maar nu kan ik één muisje niet meer terugvinden! Kunnen jullie mij helpen met zoeken?’ vraagt Maaike in haar brief.
Welk muisje is nu weg? De kinderen leggen hiervoor alle muizen op de mat. En dan zien ze al snel dat de groen met geel gestreepte muis – muis Poepie – er niet bij is. Het vriendje van Poepie (de groene muis met de gele bloemen) zegt dat ze samen in een lokaal zaten, waar hoepels en ballen lagen. Dat moet de speelzaal zijn!
De leerkracht vraagt de kinderen uit te leggen hoe ze van de klas naar de speelzaal moeten lopen. Maar dat is moeilijk uit te leggen. Daarom lopen de kinderen met alle muizen en de leerkracht eerst naar de speelzaal om muis Poepie op te halen. Op de terugweg letten de kinderen heel goed op hoe ze lopen, zodat ze direct de route van de speelzaal naar de klas (of andersom) kunnen tekenen. Zo zullen de muizen niet meer verdwalen!

Picknicken met de muizen

+ tellen en getalbegrip
+ meten van inhoud

Het is lente! De leerkracht besluit om er met de kinderen op uit te trekken. En de familie Muizepluis mag mee! Want muisjes houden ervan om lekker in de buitenlucht te ravotten.
De leerkracht wandelt met de kinderen en de muizen naar de speeltuin om te gaan picknicken. Vooraf hebben de kinderen van alles ingepakt voor de picknick: bordjes, bekers, ranja en een schaal met fruit. ‘Hoeveel hebben we van alles nodig voor de hele groep?’ Natuurlijk gaat ook het fototoestel mee, om de leuke momenten vast te leggen.
Bij de speeltuin is ook een grasveld. En daar is, onder een boom, een prachtig plekje om een deken neer te leggen. De kinderen gaan in een kring op de deken zitten. Ze krijgen een bordje. De schaal met fruit gaat rond en de kinderen en de muizen mogen kiezen wat ze lusten. Er ligt van alles op de schaal: stukjes appel, stukjes banaan, stukjes peer en stukjes kiwi. De schaal blijft rondgaan tot alles op is. ‘Hoeveel stukjes fruit heeft iedereen gekregen?’
Nadat het fruit is opgegeten, wordt er ranja gedronken. De muisjes krijgen ranja in kleine bekertjes. De kinderen vergelijken hun bekers met de bekertjes van de muizen. ‘Als alle bekertjes vol zitten, zit er dan ook evenveel ranja in?’
Nadat alle handen en monden schoon zijn gepoetst, spelen de kinderen nog een tijdje in de speeltuin. Lekker op de schommel. Of… roetsj, van de glijbaan. Wat hebben de kinderen een lol. Het is een gezellige middag.

Muizen kleien en verven

+ meten van gewicht en lengte
+ visuele waarneming
+ meetkunde (construeren)

De kinderen maken van klei beeldjes van hun lievelingsmuis. ‘Hoeveel klei heb je nodig om het buikje te vormen?’ De leerkracht weegt met de kinderen de hoeveelheid klei af. ‘Hoe lang is de staart van je lievelingsmuis?’ De kinderen zoeken het op in het groeiboek. Sommigen meten het voor de zekerheid nog even na.
De patronen en de kleuren worden nauwkeurig door de kinderen geschilderd. De bloemen zijn wat lastiger te maken dan de strepen. Maar het resultaat is prachtig. We hebben er een nieuwe muizenfamilie bij!

Afsluiting: feest!

De kinderen bedenken dat het tijd is voor een muizenfeestje. Het is niet duidelijk of het nu een kraamfeest wordt of dat de muizen jarig zijn, maar gefeest wordt er! De kinderen bedenken wat er allemaal nodig is voor een feest. Slingers worden gemaakt, uitnodigingen worden geschreven en volgens de kinderen horen er ook hapjes bij een feest. Thuis worden er dan ook door de kinderen en de moeders verschillende hapjes gemaakt.
De muizen wachten vol verwachting! Met het feest wordt het thema afgesloten. Wat hebben de kinderen veel geleerd van de muizen! En de muizen van de kinderen…!

Spelend rekenen

De familie Muizepluis is een van de rekenroutines uit Spelend rekenen met peuters en kleuters (2008). De rekenroutines maken deel uit van een krachtige speelleeromgeving, die uitnodigt tot betekenisvol handelen, denken en rekenen. De materialen lokken spontane ontdekkingen en gesprekken uit bij kinderen. Tevens geven de rekenroutines de leerkracht de gelegenheid om doelgerichte activiteiten te ontwerpen.
De activiteiten met de rekenroutines zijn gekoppeld aan de tussendoelen van drie inhoudelijke domeinen binnen het voorbereidend reken- en wiskundeonderwijs (Tussendoelen annex Leerlijnen, 1999), te weten: tellen en getalbegrip, meten en meetkunde. Door de rekenroutines binnen verschillende thema’s in een jaar terug te laten komen met vooraf bepaalde bedoelingen, wordt een beredeneerd aanbod gegarandeerd.

Noot
Met dank aan Dian Brock van OBS ’t Schrijverke in Goirle, voor het bedenken en breien van de muizen. En Janneke Verblackt en collega-leerkrachten van groep 1/2 van basisschool Het Palet in Hapert, voor de thema-uitwerking.

Literatuur
● R. Slenders, M. van Roosmalen-Noppen, E. Groot-Ketelaars, M. van der Heijden, M. van der Wielen & I. van Schijndel-Boel, Spelend rekenen met peuters en kleuters, Delubas, Drunen, 2008.
● A. Treffers, M. van den Heuvel-Panhuizen & K. Buys (red.), Jonge kinderen leren rekenen. Tussendoelen Annex Leerlijnen. Hele getallen onderbouw basisschool, Noordhoff Uitgevers, Groningen, 1999.