Verbeter de wereld, begin bij jezelf. Deze uitspraak is ongetwijfeld waar. Het is alleen zo lastig, als we naar buiten kijken en zien wat anderen doen. We weten bijvoorbeeld dat autorijden geen positieve bijdrage aan het milieu levert. Maar toch is het op de fiets vaak net te ver of niet handig, dus pakken we de auto maar weer. We weten ook dat we de verwarming best wat lager kunnen zetten. Maar dan vinden we het zo onbehaaglijk worden in huis!
U hebt als leerkracht de mogelijkheid om kinderen te laten ontdekken welke bijdrage ze kunnen leveren aan een duurzame samenleving.
In dit project maken kinderen kennis met de grondstoffen van de aarde, die wij nodig hebben om ons dagelijkse bestaan prettig te maken. Ze ontdekken welke grondstoffen er nodig zijn om bepaalde energie op te wekken. Ze ontdekken waarom water nooit opraakt, maar gas of olie wel. Ze ontdekken waarom het belangrijk is dat we zuinig zijn met energie, ook al maken we gebruik van alternatieve vormen van energie.
En als u dan tóch met de kinderen bezig bent…, durft u dan ook eens kritisch te kijken naar uw eigen bijdrage op het gebied van bijvoorbeeld energieverbruik, thuis en op school?

Bestanden

Klik op de naam van het bestand om het te openen.

Artikel

Lees ook de uitbreiding

Bij dit artikel hoort een online uitbreiding. Klik hier om het artikel te lezen.

Introductie

Te veel verbruikt?

• Benodigdheden
Voor dit onderdeel hebt u nodig: een energierekening (gas en elektra) en een waterrekening.

• Energierekening
U staat voor de groep, met beide rekeningen in uw handen. U bekijkt de papieren uitgebreid en laat duidelijk zien dat u hier niet blij van wordt. U moppert een beetje, met uitspraken als: “Tjonge jonge, waarom zo veel?” en “Is dat nou nodig?” U bekijkt de waterrekening en zegt: “En ook al zo veel water verbruikt? Ik zeg het zó vaak: niet zo lang douchen!” En zo moppert u nog een beetje door. U geeft de rekening aan een van de kinderen, die dicht bij u zit en vraagt: “Vind jij dit nou normaal?”
Dan legt u uit aan de groep wat uw probleem is. De energierekening van uw eigen huis is dit jaar wel erg hoog! Laat de kinderen zelf bedenken wat een energierekening is en wat daar allemaal op zou kunnen staan. Als u daar de mogelijkheden voor hebt, kunt u de rekening op het digitale schoolbord projecteren. Vertel de kinderen dat het gebruik van gas en elektriciteit ook wel samen het gebruik van energie wordt genoemd.

• Vragen
U stelt de kinderen de volgende vragen om een gesprek op gang te helpen:

– Waarvoor gebruiken wij water, gas en elektriciteit?
– Is het gebruik van deze energie thuis anders dan op school?
– Hoe wordt gemeten hoeveel energie mensen gebruiken? (Bekijk samen de meter op school.)
– Hoe komt het dat een rekening heel erg hoog kan zijn? (Bij deze vraag legt u ook uit dat de brandstofprijzen kunnen stijgen en dalen.)
– Heb jij je ouders wel eens horen mopperen over een te hoge energierekening?
– Denk je er wel eens over na dat het geld kost als je het licht aandoet, je handen wast of een computerspel speelt?

Hoeveel gebruik jij eigenlijk?

• Benodigdheden
Voor dit onderdeel hebt u nodig: een poppenhuis met inhoud, tijdschriften/folders, papier (op A0-formaat), lijm en scharen.
Verder hangen op het bord: plaatjes van een gastoren, een waterreservoir en een energiecentrale.

• Vragen
U verzamelt een aantal spullen uit een poppenhuis (of gemaakt van Lego® of Playmobil®), die energie of water verbruiken. Bijvoorbeeld: een wasmachine, een kooktoestel, een bad, een televisietoestel, een radio, een kraan, een grasmaaimachine, enzovoort. U plaatst de spullen (met of zonder poppenhuis) in de groep, zodat alle kinderen er goed zicht op hebben.
U bekijkt met de kinderen de spullen uit het poppenhuis. U legt uit, dat u met het woord energie eigenlijk gas, water en elektriciteit bedoelt. Stel vragen als:

– Welke spullen hebben jullie thuis ook?
– Welke spullen hebben jullie nog meer, die ook energie gebruiken?
– Waar komt de energie vandaan, die je nodig hebt om deze spullen te laten werken?
– Wat gebeurt er bij jullie thuis als de stroom uitvalt, als er geen water uit de kraan komt of als het gas afgesloten zou zijn? Wat kun je dan allemaal niet?

• Visualiseren
U bekijkt met de kinderen welke energie bij welke spullen hoort (of welke grondstoffen bij welke spullen horen). Bijvoorbeeld:

– Een wasmachine gebruikt water en elektriciteit.
– Een warme douche gebruikt water, elektriciteit en gas!
– Een koude douche gebruikt alleen water.
– Het kooktoestel gebruikt gas.
– En wat gebruikt de verwarming voor energie?
Gebruik de plaatjes op het bord om de grondstoffen te visualiseren. Plaats de spullen in het poppenhuis eventueel bij de plaatjes. Dan wordt het nóg duidelijker!
Tot slot bespreekt u met de kinderen ook nog welke energie er nodig is (of welke grondstoffen er nodig zijn) op school. Welke energie wordt er op dit moment eigenlijk verbruikt? Kijk eens om je heen!

Categoriseren

• Werkwijze
– U laat groepjes van twee tot vier kinderen machines categoriseren. Dat doen ze op een groot vel papier, met behulp van plaatjes uit tijdschriften en folders.
– De kinderen maken drie kolommen. En boven elke kolom schrijven ze een woord. Boven kolom 1 komt: Elektriciteit, boven kolom 2: Gas en boven kolom 3: Water.
– Onder deze woorden plakken de kinderen plaatjes van spullen, die elektriciteit, gas of water verbruiken. Dat kan betekenen, dat sommige machines in alle drie de kolommen geplakt moeten worden! (Bijvoorbeeld: de verwarming.)

• Extra opdracht
Een extra opdracht is, om alleen maar spullen te zoeken, die de kinderen ook thuis hebben. Op die manier worden de kinderen zich ervan bewust hoeveel van “hun eigen spullen” er eigenlijk energie verbruiken. Dan komen ze ook spullen tegen als een iPod, een spelcomputer en een batterijlader.

Verdieping

Term

De term energie blijft in de meeste gevallen een abstracte term voor kinderen. We gaan er nu dieper op in. Relevante vragen zijn in dit verband:

– Waar komen de grondstoffen voor het opwekken van energie nu eigenlijk vandaan?
– Welke weg leggen die grondstoffen af?
– En waarom moeten we er heel zuinig op zijn?

Transport

• Benodigdheden
Voor dit onderdeel hebt u nodig: een ballon, een batterij (of een dynamo) en een glas water.
Plaats de drie voorwerpen voor in de klas, op een zichtbare plaats. En maak het bord leeg, zodat u het transport kunt visualiseren.

• Transport van gas
– U blaast de ballon op en u zegt tegen de kinderen: “Stel je voor, dat deze ballon vol met gas zou zitten. Hoe krijg je dat gas er dan uit, zonder dat het in de lucht verdwijnt?” Laat zien dat de lucht uit de ballon verdwijnt door de ballon leeg te laten lopen.
– U laat de kinderen vrij reageren en oplossingen bedenken.
– Dan maakt u een eenvoudige schets op het bord van hoe het transport van gas verloopt: gasbel onder de grond → boorplatform (gas uit de grond) → pijpleiding naar een fabriek → vanuit de fabriek via leidingen naar de huizen. (Zie: figuur 1.)
27-05-13-01
Figuur 1. Transport van gas.

• Transport van elektriciteit
– U laat de batterij (of de dynamo) zien en vraagt aan de kinderen hoe ze denken dat er elektriciteit in hun huizen terecht kan komen via bijvoorbeeld het stopcontact.
– U laat de kinderen vrij reageren en oplossingen bedenken.
– Dan maakt u een eenvoudige schets op het bord van hoe het transport van elektriciteit verloopt: kolen worden in een schip vervoerd → in de elektriciteitscentrale maken ze met behulp van kolen stroom → via leidingen en kabels (elektriciteitsmasten) → naar de huizen. (Zie: figuur 2.)v
27-05-13-02
Figuur 2. Transport van elektriciteit.

• Transport van water
– U laat het glas water zien. Of u draait de kraan open in de klas. Vraag de kinderen hoe zij denken dat het water uiteindelijk bij de huizen uit de kraan komt.
– U laat de kinderen vrij reageren en oplossingen bedenken.
– Dan maakt u een eenvoudige schets op het bord van hoe het transport van water verloopt: regen uit een wolk → water uit de grond/water uit een rivier → waterzuiveringsfabriek → pijpleidingen naar de huizen → kraan. (Zie: figuur 3.)
27-05-13-03
Figuur 3. Transport van water.

Woordenschat uitbreiden

• Informatiebronnen
– U hangt in de klas drie grote vellen papier op. Op het eerste vel papier staat: Gas, op het tweede staat: Water en op het derde: Elektriciteit.
– U verdeelt de groep in drie groepjes. (Of meer, als u een grote groep hebt.)
– U geeft de kinderen toegang tot verschillende informatiebronnen, zoals woordenboeken, documentatiecentrum en het internet.
– De kinderen van ieder groepje gaan zo veel mogelijk woorden opschrijven op het papier, waar ze bij zijn ingedeeld. (Dus bij: Gas, Water of Elektriciteit.) De kinderen die het woord Elektriciteit hebben, gaan op zoek naar woorden als: elektriciteitscentrale, olie, kolen, stoom, windmolen, enzovoort.

• Evaluatie
– Laat de kinderen na afloop aan elkaar vertellen wat ze hebben gevonden.
– U kunt zelf aan de kinderen – ter bevestiging van hun werk – filmpjes laten zien over het gebruik van energie. Die zijn eenvoudig te vinden op internet, via de beeldbank van www.schooltv.nl. (Zoek op: water, gas, elektriciteit.) Bekijk de filmpjes van tevoren. Want sommige lijken heel moeilijk, maar kunnen prima voor groep 5/6 ter illustratie worden gebruikt!

Filosoferen

• Bewustwording
Het is interessant om met de kinderen de volgende vragen te bespreken, om de bewustwording betreffende het gebruik van grondstoffen te vergroten:

– Waar halen de mensen alle grondstoffen vandaan? (De aarde.)
– We weten al dat grondstoffen worden gebruikt in huizen en scholen. Waar worden ze nog meer gebruikt? (In fabrieken, auto’s, straatverlichting, vliegtuigen, enzovoort.)
– Wie is de baas over de grondstoffen? (Vertel bijvoorbeeld over de gasbel in de Waddenzee, de oliebronnen in Koeweit en de elektriciteitscentrales in ieder land.)
– Als we alleen nog maar zonne-energie en windenergie gaan gebruiken, kunnen we dan zo veel elektriciteit gebruiken als we maar willen? (Bijvoorbeeld: we laten de hele dag de computer aanstaan!)
Let op! Bij de laatste vraag is het belangrijk, dat u de kinderen helpt om het volgende te denken: meer gebruik leidt tot meer productie! Dus: we moeten blijven besparen, ook al hebben we alternatieven!

• Vraagstukken
Kinderen kunnen heel goed filosoferen over bepaalde vraagstukken, omdat ze hun fantasie zo goed kunnen gebruiken. Leg de kinderen de volgende vraagstukken voor:

– Wanneer zijn de grondstoffen op? ( Is dat uit te drukken in jaren? Of misschien zijn bepaalde grondstoffen wel nooit op?)
– Wat moeten we doen als de grondstoffen op zijn? (Wie heeft er een goed idee?)
– Hoe kunnen we voorkomen dat de grondstoffen opraken?
– Kan water ook opraken?

• Bespreektips
Er zijn verschillende manieren om deze vragen met kinderen te bespreken. We geven u in dit verband een aantal tips:

– Verdeel de groep in kleine groepjes en geef ieder groepje een vraag.
– Verdeel de rollen in een groep: voorzitter, schrijver, tijdbewaker.
– Laat kinderen praten over een onderwerp én tegelijkertijd tekenen wat er gezegd wordt.
– Maak afspraken. Bijvoorbeeld: laat elkaar uitspreken, praat om de beurt en heb respect voor elkaars mening.
– Maak een binnen- en buitenkring. Laat kinderen steeds twee aan twee over een onderwerp praten. Schuif dan de binnenkring óf de buitenkring op, zodat er weer een nieuw gesprek ontstaat met twee andere kinderen. (Dit is een coöperatieve werkvorm.)
– Geef duidelijk aan hoeveel tijd er is om een onderwerp te bespreken.
– Laat kinderen verslag doen van hun gesprek. (Dit kan zowel mondeling als schriftelijk.)

Ik bespaar, jij bespaart, wij besparen…

• Spaarlamp
– U laat de kinderen een spaarlamp (of een afbeelding van een spaarlamp) zien.
– U laat de kinderen vrij reageren en vertellen wat dit voor lamp is en wat hij doet.
– Vraag de kinderen of ze nog meer spullen kennen, die energiebesparend zijn. (Denk bijvoorbeeld aan de waterbesparende douchekop en de dubbele wc-knop.)
– Vraag ook eens aan de kinderen wat ze eigenlijk thuis doen om energie te besparen. Laat een paar kinderen een korte reactie geven.

• Vragenlijst voor de kinderen
Daarna deelt u de vragenlijst Hoe bespaar jij? uit aan de kinderen. U vertelt de kinderen dat het heel belangrijk is, dat ze de vragen zo eerlijk mogelijk beantwoorden.

• Vragenlijst voor de ouders
Dan deelt u de vragenlijst Hoe bespaart u? voor de ouders uit. En u vertelt de kinderen dat het ook bij deze vragenlijst heel belangrijk is, dat alle ouders de vragen zo eerlijk mogelijk beantwoorden. De kinderen mogen hun eigen vragenlijst ook thuis invullen of aan hun ouders laten zien.
U spreekt met de kinderen af, dat iedereen de vragenlijsten (zo snel mogelijk) weer mee naar school neemt, om de resultaten te bekijken.

Open de kopieerbladen door op de links in de lijst hierboven te klikken. U kunt de pdf-bestanden vervolgens afdrukken en/of opslaan op uw computer.

• Staafdiagram
Maak met de kinderen een staafdiagram van de antwoorden van de beide vragenlijsten. Werkwijze:

– Hang de beide lijsten (uitvergroot gekopieerd) op in de klas. Bedoeld wordt: de nog niet ingevulde lijsten!
– Als een leerling de twee lijsten compleet heeft (dus de lijst van zichzelf en die van zijn/haar ouders), dan kan hij/zij op beide grote lijsten in de klas turven welke antwoorden er op zijn/haar lijsten aangekruist zijn.
– Als ieder kind geturfd heeft, dan hebt u een totaaloverzicht van de hoeveelheid antwoorden per vraag.
– U zet de antwoorden daarna om in een staafdiagram. Dit staafdiagram moet voor de kinderen duidelijk te lezen zijn. Bijvoorbeeld:
27-05-13-04
Figuur 4. Staafdiagram van de vragenlijsten.

– U kunt ook de kinderen zélf het staafdiagram laten maken. Dat kan dan het best gebeuren per onderdeel. Deze staafdiagrammen kunt u daarna goed zichtbaar in de klas ophangen, om er weer één geheel van te maken.
– De antwoorden op de open vragen laat u door een paar kinderen op de computer typen en daarna printen voor de groep.
– Bespreek het resultaat van de vragenlijsten met de groep. U kunt dit ook in kleine groepjes laten plaatsvinden. Gebruik sleutelvragen als:
– Wat valt je op, als je de uitslag bekijkt?
– Wat heeft het kopen van spullen bij de Wereldwinkel te maken met zuinig zijn met energie?
– Welke uitspraken van anderen vind jij bijzonder?
– Wat ga jij anders doen voortaan?
– Wat zou jij aan je ouders willen voorstellen om thuis te veranderen?

• Lijst met voornemens
– Maak tot slot een lijst met voornemens, samen met de kinderen. Deze lijst met voornemens wordt gevuld door de kinderen zelf. Hang een groot vel papier op de deur, waar de kinderen zelf hun nieuwe voornemens (of die van hun ouders) op kunnen schrijven.
– U kunt er dagelijks één (opvallend) voornemen uithalen en kort bespreken. Lukt het nieuwe voornemen? Waarom wel of waarom niet? En wat heb je nodig om je voornemen vol te houden?

Op een andere manier

• Alternatieve energie en grondstoffen
– Er zijn al vele manieren bedacht om op alternatieve wijze energie op te wekken. Er zijn zonnepanelen, er zijn windmolens en er is zelfs een vlieger, die stroom kan opwekken. Het bedenken van alternatieven voor het gebruik van onze grondstoffen is ook van belang voor het behoud van onze aarde. Denk bijvoorbeeld aan auto’s, die rijden op bio-ethanol, biogas of waterstof, in plaats van op benzine of diesel. U kunt de kinderen kennis laten maken met deze alternatieven.
– Het onderwerp Water is hier niet uitgewerkt, maar past wél in de bespreking van de alternatieven. De alternatieven op het gebied van water spreken misschien niet zo tot de verbeelding. U kunt de kinderen wel vertellen, dat er ook gebruik gemaakt wordt van “grijs” water (dat is water, dat niet zo gezuiverd is als drinkwater), om het toilet mee door te spoelen en de tuin mee te besproeien.

• Alternatieven bedenken
Zet de volgende drie termen onder elkaar op het bord:

– Gas.
– Benzine.
– Elektriciteitscentrale met kolen.

Geef alle kinderen drie gele memostickers. Voor ieder woord op het bord mogen ze een alternatief bedenken. U vertelt: “Stel je voor: voor alles wat er nu op het bord staat, moet iets anders worden bedacht. Wat zou jij dan bedenken? Of ken je er al een oplossing voor?”
Stimuleer de kinderen om ook hun fantasie te gebruiken. De kinderen schrijven hun oplossing op een geel briefje en plakken het op het bord, bij het bijbehorende woord.
U bekijkt de briefjes en leest er een paar voor. Ongetwijfeld zullen er bekende oplossingen tussen staan, zoals een windmolen of een zonnepaneel. Zoek van tevoren plaatjes op, om een en ander voor de groep te kunnen visualiseren. Bekijk ook de creatieve, niet-bestaande oplossingen en bespreek die ook. Zijn die oplossingen onmogelijk? Of zit er misschien toch écht een goed idee tussen?

• Alternatieven uitwerken
U kunt de kinderen de volgende opdrachten geven om hun ideeën uit te werken:

– Maak een tekening van jouw idee.
– Ontwerp een andere manier van energie opwekken voor bij jou thuis.
– Ontwerp een auto, die op iets anders rijdt dan benzine of diesel. Het wordt de auto van jullie gezin.
– Ontwerp een apparaat, waar je op kunt koken, zonder dat je gas, elektriciteit of kolen/hout gebruikt.
– Ontwerp de zuinigste energiecentrale van de wereld.
– Schrijf een brief aan de regering, waarin je je plannen uiteenzet om op een andere manier auto’s te laten rijden.
– Schrijf een verhaal over het opraken van de grondstoffen én over een superheld, die een oplossing bedenkt.

Nota bene. Ook over deze onderwerpen kunt u een veelheid aan filmpjes vinden op de beeldbank van www.schooltv.nl.

Windmolens

• Informatie verzamelen
Windmolens zijn een van de meest duidelijke alternatieven om energie op te wekken. Kinderen kunnen begrijpen dat tijdens het fietsen een dynamo ervoor zorgt dat het licht van de fiets werkt. Een windturbine – zoals een moderne windmolen eigenlijk heet – kan dan vergeleken worden met een enorme dynamo.
Op www.wikipedia.nl (zoek op: windturbine) kunt u een uitgebreide beschrijving vinden van de windturbine, maar ook illustraties om aan de kinderen te laten zien. Uiteraard is er op internet nog veel meer materiaal te vinden over windmolens.

• Windmolens bouwen
U kunt met de kinderen aan de slag om windmolens te bouwen. Dat kan op verschillende manieren:

– Laat de kinderen zelf een moderne windmolen ontwerpen en bouwen. Bouwen kan op veel manieren. We noemen: knutselen, timmeren, werken met Lego®, werken met K’nex®, enzovoort.
– Laat de kinderen zelf een windmolentje vouwen. Hiervoor kunnen zij het werkblad gebruiken.

Open het werkblad (2 pagina’s) door op de link in de lijst hierboven te klikken. U kunt het pdf-bestand vervolgens afdrukken en/of opslaan op uw computer.

– Laat een aantal kinderen de buitenkant van een windmolen versieren. Wat past leuk bij het landschap? Wat vinden mensen leuk om naar te kijken? Geef de kinderen hiervoor een “kleurplaat” van een windmolen. (Kijk hiervoor op www.schoolplaten.com en zoek op: windmolen(s).)
– Laat de kinderen grote windturbines tekenen op de buitenmuren van de school met stoepkrijt. Wie ontwerpt de mooiste windturbine?
– Laat de kinderen windmolens ontwerpen op behangselpapier. Bijvoorbeeld windmolens voor in de tuin of voor op het dak. Het motto is: ieder zijn/haar eigen energiebron!

Afsluiting

U hebt in dit project met de kinderen gewerkt over:

– de grondstoffen van de aarde;
– het gebruik van energie op verschillende manieren;
– de manier waarop kinderen zelf een bijdrage kunnen leveren aan het behoud van onze aarde.

Suggesties ter afsluiting

Wellicht wilt u dit groepsproject op een passende manier afsluiten en bevestigen dat er bij de kinderen een bewustwordingsproces is gestart. We geven u een aantal suggesties om het project af te sluiten:

• Groepskrant
Maak een groepskrant met verslagen, foto’s en interviews over het project. Verdeel deze krant over de klassen en geef alle ouders van de kinderen uit de groep ook een exemplaar mee naar huis. Laat de verschillende onderwerpen van het project ter sprake komen. Bijvoorbeeld:

– Inventarisatie van zaken, die energie verbruiken/gebruiken.
– Inventarisatie van de kennis, die de kinderen hebben vergaard over gas, water en elektriciteit.
– Een beknopt overzicht van de uitslag van de vragenlijsten (voor de ouders en voor de kinderen).
– De lijst met voornemens: de geslaagde voornemens en de mislukte voornemens.
– Uitleg over alternatieve energie en alternatieve brandstoffen.
– Ontwerpen (plaatjes/foto’s) van windmolens.
– Tips voor de kinderen op school.
– Tips voor de juffen en de meesters op school.
– Tips voor thuis.

• Weblog
U kunt samen met de kinderen een weblog bijhouden, waarop u de vorderingen van het project laat zien. Op dit weblog kunnen kinderen samen met u verhalen kwijt, polls maken en foto’s plaatsen. Zelfs filmpjes kunnen er een mooie plek krijgen. Ook kunt u op de website van uw school een link naar de projectweblog laten plaatsen. Dan kan de hele school meekijken.
Het maken van een weblog is vrij eenvoudig. Een gratis weblog is zo gestart. Zoek op internet naar: gratis weblog (zonder reclame). U krijgt dan voldoende suggesties om aan de slag te gaan.

• Duurzaamheidsmarkt
U kunt samen met de kinderen een duurzaamheidsmarkt opzetten en de ouders uitnodigen om te komen kijken naar het werk van de kinderen. Laat kinderen in kleine groepjes hun eigen marktkraam opzetten en folders maken. Hun werk kan tegelijkertijd tentoongesteld worden. Ook kunt u de voornemenslijst uitbreiden met goede voornemens van ouders.

• Advies
U kunt samen met de kinderen een advies schrijven aan de directie van de school of aan de ouders en kinderen van de school. Wat moet er in die brief komen te staan? Wat is het doel van de brief? Wie brengt de brief rond?

Tot slot

Na het afronden van dit project kunt u er zeker van zijn, dat deze bijdrage aan een duurzame ontwikkeling een uitstekende poging is geweest. U hebt de kinderen kennis laten maken met een van de belangrijkste vraagstukken van deze eeuw: het opraken van de grondstoffen van de aarde.
Onze kinderen zijn onze toekomst, klinkt het maar al te ware cliché. En… de toekomst van de aarde ligt in de handen van deze kinderen!

Veel succes!