Kinderen hebben voldoende beweging en buitenlucht nodig op een schooldag. Dat geldt zeker voor kleuters, die nog niet zo lang stil kunnen zitten. Combineer buitenspelen met samenwerkend leren en gebruik hiervoor materialen die in elke school te vinden zijn. Een springtouw, stoepkrijt, hoepels en pionnen staan garant voor uren speel- en leerplezier.

Downloads

Klik op de naam van het bestand om het te openen.

Artikel

Zeven extra lessuggesties om te spelen op het plein:

Bewegen (hinkelbaan)
Ga met de kinderen rondom de hinkelbaan staan. Het eerste kind gaat op het cijfer 1 staan en bedenkt een beweging. Het tweede kind doet de beweging na en gaat op de 2 staan. Daarna bedenkt hij een nieuwe beweging. Het derde kind doet dit na en gaat naar de 3. Hij bedenkt weer een beweging die het vierde kind nadoet. Zo gaat het verder tot op elk vak van de baan een kind staat.

Vormenrace (stoepkrijt)
Teken op het plein een vierkant van acht bij acht vakken (groter of kleiner kan natuurlijk ook) en teken in elk vak een vorm (bijvoorbeeld een vierkant, een driehoek of een cirkel). De kinderen staan naast het vierkant. Noem een vorm. De kinderen springen van de ene naar de andere kant door alleen deze vorm te raken. Wanneer je verschillende kleuren gebruikt, kun je er ook een kleurenrace van maken.

Tikkertje (pionnen)
Leg een bal op een pion. Eén kind gaat voor de pion staan, het andere kind erachter. Het kind dat voor de pion staat, heeft de opdracht de bal naar de andere kant van de speelplaats te brengen. Zodra hij de bal aanraakt, mag het andere kind in actie komen en proberen het kind met de bal te tikken.

Klik, klik! (hoepels)
Bevestig tape in verschillende kleuren om de hoepels. De ene hoepel krijgt een stukje rode tape, de andere hoepel een stuk blauwe tape, enzovoort. Hoepels mogen ook meerdere kleuren tape krijgen. Elk kind staat in een hoepel. Geef opdrachten. De kinderen ‘klikken’ de juiste kleuren tape tegen elkaar. Suggesties:

  • Klik dezelfde kleuren tape tegen elkaar.
  • Klik de rode stukken tape tegen elkaar.
  • Maak een rij met drie verschillende kleuren.
  • Maak een rij: rood, blauw, rood, blauw.
  • Maak een rij: rood, rood, blauw, rood, rood, blauw.

In de spiegel (springtouw)
Leg het springtouw als een lijn op het plein. De kinderen gaan op de speelplaats op zoek naar (natuurlijk) materiaal. Wat aan de ene kant van het touw gelegd wordt, wordt aan de andere kant gespiegeld neergelegd.

Kunstwerk (springtouw)
Leg het touw als een rechte lijn neer (natuurlijk kan het ook in een willekeurige andere vorm). De kinderen maken er met stoepkrijt een tekening omheen. Het touw wordt in de tekening verwerkt. Het kan bijvoorbeeld de stam van een boom zijn, een weg waar auto’s overheen rijden, een stuk van de eerste pijl van een speurtocht, een dak waar een zwarte kat over loopt of een raket die de ruimte in schiet.

Rijden maar (springtouw)
Knoop twee lange (spring)touwen aan een paal of klimrek. Zet twee skateboards klaar. Twee kinderen gaan elk op hun buik op een skateboard liggen en pakken het touw. Ze trekken zichzelf aan het touw voort, tot ze aan de overkant zijn.