Suggesties voor de Kinderboekenweek 2012

Bestanden

Klik op de naam van het bestand om het te openen.

Artikel

Inleiding

Bløf zong jaren geleden: “Van de wereld weet ik niets, niets dan wat ik hoor en zie, niets dan wat ik lees.” * Als je er goed over nadenkt, klopt het als een bus. Want wat weten wij nu écht van de wereld? We zijn natuurlijk veel beter geïnformeerd over wereldzaken dan bijvoorbeeld de mensen in de middeleeuwen. Maar wat weet je nu van een land, als je er één keer op vakantie bent geweest? Hoeveel cultuur kun je “snuiven” in twee weken?
Het thema van de Kinderboekenweek is dit jaar: Hallo Wereld! We gaan een kijkje nemen bij andere culturen.

Suggesties rond het thema

Over het thema van de Kinderboekenweek is veel te vinden. Zowel op internet als via het CPNB kunnen leerkrachten genoeg materiaal vinden, om zich helemaal uit te leven in deze week. Het thema Hallo Wereld! leent zich voor verschillende invalshoeken.
In dit artikel staan géén uitgewerkte lessen, maar suggesties, waarmee u iedere dag even bezig kunt zijn met het thema. De landen die in dit artikel worden genoemd, zijn bedoeld als voorbeeld. Alle verwijzingen naar materialen – zoals een afbeelding van een kind uit een ander land – zijn eenvoudig te vinden op internet.

Liefs uit groep 1/2

Liefs uit Duitsland

In de klas hangt een (nieuwe) waslijn. Op de eerste dag van de Kinderboekenweek laat u een kaart zien, die u ontvangen hebt. De kaart komt helemaal uit Duitsland. Op de kaart staat (kort) beschreven van wie de kaart komt en (ook kort) wat er zo speciaal is aan Duitsland. De tekst eindigt met een vraag aan de kinderen. Bijvoorbeeld:

Lieve groep 1/2,

Ik stuur jullie een groet uit Duitsland. Mijn land ligt vlak bij jullie land. Het ligt ernaast. In Duitsland houden we erg van worst eten. Wat voor eten vinden Nederlandse mensen lekker?

Liefs uit Duitsland,
Carl

 

Kaarten overal vandaan

BESPREKEN

– Bespreek de kaart met de kinderen. Bekijk de voorkant en bespreek de vraag van Carl. Welk eten vinden de meeste kinderen lekker? Pannenkoeken, patat of misschien hutspot? Hang de kaart vervolgens aan de waslijn.
– Zorg ervoor, dat er iedere dag een andere kaart arriveert. Ze kunnen komen uit de hele wereld! Als het de kinderen interesseert, kunt u de landen steeds op een wereldbol (of een wereldkaart) aanwijzen.
→ Kaarten kunt u zelf maken, door van internet plaatjes te halen van de desbetreffende landen. Plak die plaatjes op een stukje karton (op prentbriefkaartformaat) en schrijf de tekst achterop.

VRAGEN

Zorg ervoor, dat er op iedere kaart een vraag aan de kinderen staat, die te maken heeft met Nederland. Enkele voorbeelden:
– Wonen er veel mensen in Nederland? Waar kun je dat aan merken?
– Wat is een heel mooi plekje in Nederland?
– Wat is een mooie plek in jullie stad/dorp?
– Wat doen Nederlandse kinderen voor spelletjes, als ze buiten spelen?
– Hoe zien de Nederlandse huizen eruit?

KAARTEN MAKEN

Naar aanleiding van de prentbriefkaarten in de klas kunt u de kinderen opdracht geven om bijvoorbeeld zélf een Nederlandse kaart te maken. Wat teken of schilder je op de voorkant? Wat zou je willen laten zien van jouw dorp of stad aan een kind in een ander land?
Geef de zelfgemaakte kaarten een plek in de klas. Of hang ze aan de waslijn bij de prentbriefkaarten uit de hele wereld.

Liefs uit groep 3/4

Kaart uit België

U hebt post ontvangen. Een prentbriefkaart uit België. Laat de kaart zien en bekijk de afbeelding, die erop staat. De kaart is van een kind uit België, die ook Kinderboekenweek viert. Maar bij hen heet het net even anders, namelijk: Jeugdboekenweek. Het kind vertelt op de kaart, dat mensen in Nederland vaak denken, dat mensen in België heel veel friet eten, maar dat is natuurlijk niet zo. Kinderen in België eten tussen de middag op school en dan eten ze gewoon gezonde boterhammen. De kaart eindigt met: Liefs uit België.

Suggesties voor activiteiten

BESPREKEN

Zorg voor een kaart van Europa (of van de Benelux). Bespreek met de kinderen waar Nederland ligt en waar België ligt. Hoe kun je er komen? Welk land is groter: Nederland of België? Welke taal spreken ze daar? Wie is er wel eens geweest?

VOOROORDELEN

Filosofeer met de kinderen hoe het komt, dat Nederlanders denken, dat er in België veel friet gegeten wordt. En: wat zouden de Belgen van de Nederlanders kunnen denken? Waar komt dat door?

TAALVERSCHILLEN

Leer iedere dag één Vlaams (of Frans) woord. (Want België is tweetalig.) Hoe noemen we dat woord in het Nederlands?

SCHOOLVERSCHILLEN

In België gaan kinderen al vanaf 2,5 jaar naar school. Hoe zou dat zijn? Zouden kinderen van 2,5 jaar in de klas zitten bij kinderen van 6 jaar? Wat kun je allemaal al leren, als je pas 2,5 bent? En wat is nog veel te moeilijk op deze leeftijd?

KAARTEN MAKEN

Schrijf een kaart naar het kind in België. Wat vinden de kinderen belangrijk om te vertellen over Nederland? Laat kinderen een tekening maken van zichzelf in een typisch Nederlandse situatie, zonder in vooroordelen te vervallen. Dus: géén tulpen, klompen of kaas. Maar bijvoorbeeld: kinderen op een step op straat, kinderen achter op de fiets bij papa of kinderen rennend achter een voetbal op het sportveld.

Liefs uit groep 5/6

Liefs uit Londen…

Laat de kinderen het lied Liefs uit Londen van Bløf horen. Geef indien gewenst de songtekst erbij.

Suggesties voor activiteiten

BESPREKEN

Op welke plekken is de geliefde van de zanger allemaal geweest? Hang een wereldkaart op in de klas. Prik vlaggetjes (of gekleurde kopspelden) bij de plekken, die in het lied bezongen worden. (Die plekken zijn: Londen, Madrid, Praag, Lissabon en Moskou.) Op welke plekken zijn de kinderen weleens geweest? Laat de kinderen vertellen over hun ervaringen. Wat vonden ze aantrekkelijk aan die plek? Wat was er anders als thuis?

CULTUUR

Filosofeer met de kinderen over het woord cultuur. Ze hebben er vast wel eens van gehoord. Wat zou het kunnen zijn: de cultuur van een land? Wat valt daar allemaal onder? We spreken ook van: de Nederlandse cultuur. Wat valt daar allemaal onder?
Wees niet bang om zo’n moeilijk begrip aan de orde te stellen. De antwoorden van de kinderen op uw vragen zijn nooit fout. Geef voorbeelden, om de kinderen aan het denken te zetten. Bijvoorbeeld:
– De kerk in ons dorp: hoort die bij onze cultuur?
– Boerenkool met worst is onderdeel van de Nederlandse eetgewoonten. Hoort boerenkool met worst dan bij onze cultuur?

KORTE CULTUURSTUDIE

Ieder kind beslist voor zichzelf welk land of welke stad hij/zij wel eens zou willen bekijken. En dan met name de cultuur van die stad of dat land. Laat ieder kind hiervan een korte studie maken. (Dat kan op één A4’tje.) Laat ze deze studie uitvoeren met behulp van het internet (bijvoorbeeld: Wikiwijs) en informatieboekjes. De kinderen zoeken dus vooral naar bijzonderheden in de cultuur van de stad of het land van hun keuze.
De kinderen kunnen dagelijks op vrije momenten werken aan deze studie. Laat tot slot de kinderen die dat willen hun studie aan de klas presenteren. Markeer op de wereldkaart alle steden en landen, die de kinderen hebben bestudeerd. Dat kan weer met kopspelden en/of vlaggetjes.

Liefs uit groep 7/8

Postcrossing

WAT IS HET?

Het thema van de Kinderboekenweek leent zich uitstekend voor een kleinschalig project, dat heet: postcrossing. Op postcrossing.com vindt u een website, waar mensen uit de hele wereld elkaar post sturen. Dit is geheel vrijblijvend en heeft in eerste instantie geen uitwisselfunctie. Mensen sturen elkaar kaarten, omdat ze het leuk vinden, om post te krijgen uit een ander land. Sommige mensen sparen de kaarten en andere mensen de postzegels. Uiteindelijk gaat het al die mensen erom, om iets mee te krijgen van een ander land. Er zijn veel leerkrachten actief op postcrossing. Samen met hun klas sturen en ontvangen zij kaarten uit de hele wereld!

WERKWIJZE

Het werkt als volgt:
– Meld u aan bij postcrossing.com. Kies een gebruikersnaam en een adres, waar de post naartoe gestuurd kan worden.
– Maak in de profielbeschrijving duidelijk, dat het gaat om een schoolklas van de basisschool. Geef de leeftijd van de kinderen aan.
– Vraag om kaarten, die afbeeldingen van de omgeving van de afzender bevatten. Maar u kunt ook vragen om specifieke zaken. Bijvoorbeeld: leer ons een woord (of een zin) in uw taal. Of: vertel ons over iets, waar u trots op bent in uw land. Of: wat zouden wij écht moeten weten over uw land?
– Samen met de kinderen stuurt u eerst vijf kaarten de wereld in. Natuurlijk in het Engels!
– Als de eerste vijf kaarten aangekomen zijn (en worden geregistreerd door de ontvangers), dan kunnen u en de kinderen de eerste kaarten terug gaan verwachten. Hoe meer kaarten jullie versturen, hoe meer jullie er terug ontvangen.
– Denk ook met de kinderen na over de kosten van dit project. Kaarten en postzegels kosten geld. Wie gaat dit betalen? Zijn er creatieve oplossingen voor te bedenken? Hallo Wereld! krijgt met postcrossing een bijna letterlijke invulling van het thema.

Tips voor de kinderboekenweek

– Kinderboekenschrijfster Rian Visser heeft speciaal voor de Kinderboekenweek een gratis (digibord)schrijfworkshop gemaakt voor kinderen van groep 4 en hoger. Zie: books2download.nl. Klik op: Hallo wereld! Schrijfopdracht voor het basisonderwijs.
– Op de Yurls-pagina van Jack Nowee is een grote hoeveelheid aan interessante links voor de Kinderboekenweek te vinden. Tik bij Google de volgende woorden in, om op de betreffende website te komen: Jack Nowee, yurls, kinderboekenweek.
– Ook bij jufsanne.com kunt u terecht, als u inspiratie wilt opdoen voor activiteiten met betrekking tot de Kinderboekweek.

Boekentips

Onderbouw
– Ann de Bode, Mijn straat, een wereld van verschil, De Eenhoorn. (Groot kijk- en zoekboek over een multiculturele straat.)
– Annemarie Bon, En de groeten van Haas, The House of Books.

Middenbouw
– Arend van Dam, Overal en ergens, Van Holkema & Warendorf. (Voor het ontdekken van de Nederlandse cultuur.)
– Butterfly Works, Hier woon ik: Marokko, The House of Books. (Een lees- en doeboek over het land Marokko. Dit boek is het tweede deel van een serie over het leven van kinderen in andere landen.)
– Annemarie van den Brink, Amigos!, Uitgeverij Holland.

Bovenbouw
– Natalie Righton, Help, mijn iglo smelt!, Lemniscaat.
– Harm de Jonge, Tjibbe Tjabbes wereldreis, Van Goor.
– Liesbet Ruben & Babette van Ogtrop, De Parel en de Draak, KIT Publishers.

Spel

– Madeleine Deny, De wereld op een spelbord, Davidsfonds/Infodok. (Een speelboek, om een reis rond de wereld te maken in acht spellen.) Vanaf 8 jaar. (ISBN 90-76830-53-3.)