Het is winter dus tijd voor een winters lied over sneeuw en de kou. Met ingezongen mp3 en extra lessuggesties voor de onderbouw, middenbouw en bovenbouw.

Bestanden

Klik op de naam van het bestand om het te openen.

Muziek
Artikel

Liedtekst

Refrein
Het is zo vrrrrreselijk koud
om een sneeuwman in de winter te zijn.
Het is zo vrrrrreselijk koud,
terwijl ik zo van warmte houd.

1
Ik ben een sneeuwman met een hoed, een wortel in mijn neus.
Zelfs met mijn sjaal om ril ik nog ik meen het serieus.
Ik wil graag op vakantie naar een warm en zonnig land,
maar ik ben weggesmolten nog voordat ik ben verbrand.

Refrein

2
Laatst stond er aan de overkant een mooie sneeuwpoppin.
Ze was zo wit en glad, ik dacht ik wil wel verkering.
Maar al die warmte in mijn hart dat is toch niets voor mij,
want ik ben zo een waterplas en dan is het voorbij.

Refrein

3
Laatst stond ik boven aan een berg en wilde naar benee.
Ik dacht: Ik doe het op mijn billen maar dat viel niet mee.
Mijn achterste werd warm, de schade was al aangericht:
een sneeuwman zonder billen o, dat is toch geen gezicht.

Refrein

4
Wat warme hapjes, soepjes, of een lekker geurig bad,
een knetterende open haard, of een bord patat,
een warme wollen trui, rode sambal, lekker heet:
die zijn aan mij als sneeuwman niet besteed.

Refrein

Groep 1,2,3

Het lied is voor de kinderen van groep 1 tot en met 3 te moeilijk om mee te zingen, maar ze kunnen er natuurlijk wel op een andere manier plezier aan beleven. Zo kunnen ze meedoen aan bijvoorbeeld een schooluitvoering van het lied. De volgende opdrachten zijn daartoe een mooie aanzet.

 

OPDRACHT 1

Nodig: triangel, schellenraam (een schud-ei of tamboerijn kan ook) trommels, boomwhacker of posterkoker

In de winter is het koud. Als je het koud hebt ga je bibberen.
Maak samen met de kinderen bibbergeluiden.

Wat kun je eraan doen als je het koud hebt?
• In je handen wrijven! Begeleid dit door over het vel van een trommel te wrijven. U kunt ook van twee schuurblokjes en schuurpapier een wrijfinstrument maken.
• Jezelf warm slaan op je armen en benen! Begeleid dit door met de hand op een trommel te slaan.
• In je handen blazen! Begeleid dit door in een boomwhacker of koker te blazen.
Laat de kinderen reageren op de instrumenten met de juiste bewegingen.

Maar wat moet een sneeuwpop doen als hij het koud heeft? Als hij bij de kachel gaat zitten, dan smelt hij.
Pak een triangel en zeg: “Jullie gaan nu heel rustig rondlopen als een dikke ronde zware sneeuwpop. Als ik op de triangel speel, precies boven je hoofd, dan smelt je. Als ik schud met het schellenraam (of schud-ei of tamboerijn) dan ben je stijf bevroren.”
Speel dit spel een paar keer. Leg dan de triangel en het schellenraam op een tafeltje neer.
Vertel: “Als ik iets noem waarvan een sneeuwpop kan smelten pakt het kind dat de beurt heeft de triangel en speelt. Wij smelten dan ook allemaal. Maar noem ik iets op waarvan de sneeuwpop juist stijf bevroren raakt dan speelt het kind op het schellenraam.”
Noem de dingen uit het liedje op: op vakantie naar een warm land, open haard, van de glijbaan glijden, warm eten, enzovoort. Noem ook: de ijskast, schaatsen, winterstorm, sleetje rijden, sneeuwballen gevecht. Verzin er (samen met de kinderen) van alles bij.

 

OPDRACHT 2

Nodig: bak met verschillende schud- en slaginstrumenten

Maak met de kinderen een indeling: een groep schudinstrumenten en een groep slaginstrumenten. Laat het lied een paar keer horen. Als u het goed wilt laten inslijpen, kunt u het lied op repeat zetten terwijl de kinderen tekenen of een kleurplaat maken over een sneeuwman. Vraag wat de sneeuwman zo graag wilde. Laat de kinderen in groepjes het lied uitbeelden. Laat ze meespelen: het refrein met de schudinstrumenten en de coupletten met de slaginstrumenten( het gaat nu even niet om ‘mooi’ maar om de ervaring van de indeling van het lied en de verschillende instrumenten).

 

OPDRACHT 3

Nodig: wc-rolletjes, macaroni, wit karton, stiften of verf of prikpennen of scharen

Laat de kinderen van een wc-rolletje, wat macaroni en een uit wit karton geknipte sneeuwman een eigen sneeuwshaker maken. Ze kunnen hem ook wit schilderen en er een gezichtje op maken. Mogelijkheden genoeg!

Groep 4,5,6

Werk vanuit het notenbeeld naar de muziek toe. De kinderen horen tijdens het oefenen het lied zo vaak, dat ze het bijna niet meer hoeven in te studeren. Het gaat al bijna vanzelf! Het couplet moet vrij stevig gezongen worden. Zorg dat de kinderen een actieve houding hebben omdat het couplet redelijk belastend is voor de stem, zeker voor ongeoefende zangers.

Schrijf op het bord:

C C C C / A A A A / F F F F / G G G G
C C C C / AA A A / F F F F / G G C

Laat de kinderen deze letters hardop, ritmisch opnoemen.
Vertel dat noten ook een naam hebben en dat ze heten naar de eerste 7 letters van het alfabet. Noem samen de 7 letters op A, B, C, D, E, F, G.
Geef de kinderen een afbeelding van een toetsenbord met daaronder de C aangegeven. Laat deze afbeelding ook zien op het digibord.

Vertel dat veel instrumenten en klokkenspellen met de C beginnen. Schrijf met de kinderen de namen van de noten onder de toetsen.

Speel samen:
C C C C / A A A A/ F F F F/ G G G G
C C C C / AA A A /F F F F/ G G C

Laat de kinderen wijzen naar het bord tijdens het spelen. Daarna kunnen ze voor zichzelf of in groepjes oefenen met hun eigen toetsenbord. Deel dan de klokkenspellen uit. Oefen het stukje tot iedereen het geprobeerd heeft. Laat nu het lied horen. Vraag waar het over gaat.

Laat de kinderen nu met het lied meespelen. Het refrein spelen ze mee spelen ze mee op de schudeieren, maracas, shakers. Gebruik eventueel voor het ritme steunwoorden: bibber, bibber, bibber. De coupletten spelen ze mee op de kokkenspellen.
Doe het eventueel voor of luister met de kinderen naar de ingespeelde versie van het lied.

Groep 7-8

Maak samen een levend drumstel. Een drumstel bestaat uit:
• Basedrum: de bas.
• Snaredrum: met snaren eronder die zo scherp klinken.
• Toms: kleinere trommels met verschillende toonhoogte.
• Pauk: grote staande trom die diep klinkt.
• Bekkens: grote stalen schotels die lang uitklinken.
• Hi-hat: twee kleinere bekkens die op elkaar kletsten.

Maak 4 groepjes en zet ze in de hoeken van het lokaal. Ieder groepje krijgt zijn eigen steunwoorden.
• Het basgroepje zegt: Koud K Koud K Koud K Koud (let erop dat de K echt kort voor de koud zit).
• Het hi-hat-groepje zegt: Zooooo koud koud zoooo koud koud (laat ze mooie lange klanken maken)
• Het tomgroepje zegt: Bib-ber bib-ber bi-ber-bib-ber (zorg dat er een toonhoogteverschil zit tussen bib en ber).
• Het snaregroepje zegt: Vrrrrreselijk koud koud koud.

Oefen alles apart en luister samen naar het ingespeelde lied. Probeer dan alles samen te voegen. Eerst telkens twee verschillende groepjes tegelijk, dan drie en als het goed gaat vier.
Als het niet lukt, probeer het dan eerst met het ingespeelde stuk op de achtergrond.
Als het lukt, vervang dan de steunwoorden door de geluiden van het drumstel. Het lijkt dan een beetje op beatboxen.

• Het basgroepje zegt: Boem ba boem ba boem
• Het hi-hat-groepje zegt: Tsss tasja
• Het tomgroepje zegt: Ding doeng ding doeng.
• Het snaregroepje zegt: Prrrrr ta ta ta ti ti ti

Luister ook eens naar de wereldband: Samba Salad (Bloemkoolsamba).