Lied van de maand: Ik ben ziek.

Bestanden

Klik op de naam van het bestand om het te openen.

Muziek
Artikel

Liednotering (rectificatie)

Let op: de liednotering in ons tijdschrift is helaas niet de juiste. Hieronder ziet u de correctie versie.

De liednotering

De liedtekst

1
Ik ben ziek.
Ik moet niesen, hoesten, snuiten.
Ik heb griep
en nu mag ik niet naar buiten.
Ik lig in mijn bed
en ik hoor de vogels fluiten.
Ik ben zielig…
2
Ik was ziek
en ik lag me te vervelen.
Ik had griep
en ik kon niet buiten spelen.
Mar nu is het over
en bouw ik zandkastelen.
Ik ben beter!

Lessuggesties

Kinderen leren het liedje Ik ben ziek en het opzegversje Beertje Brom is ziek. Ze spelen op muziekinstrumenten en bewegen erbij. Ze spelen een toneelstukje over het zieke beertje

Nodig
Verschillende muziekinstrumenten.

Introductie
Praat met de kinderen over ziek zijn. Hoe voelt dat? Kun je dan buiten spelen? Is ziek zijn leuk? Waarom wel of niet?

Opdracht 1

Vraag aan de kinderen of ze willen doen alsof ze ziek zijn (hang op je stoel, kijk een beetje suf) en zing het eerste couplet van het lied Ik ben ziek voor.
Vraag nu aan ze om weer beter te zijn en, te doen alsof ze in de zandbak spelen.
Zing nu het tweede gedeelte van het lied Ik ben ziek voor.
Herhaal beide delen twee keer.

Opdracht 2

Vorm twee groepen met muziekinstrumenten.
Groep 1 speelt ´ziek´: langzaam, saai.
Groep 2 speelt ´beter´: vrolijk en snel.
De groep die niet aan de beurt is met zingen beeldt telkens ´ziek´ of ´beter´ uit zoals in opdracht 1.

Opdracht 3

Verzamel muziekvoorbeelden met langzame saaie muziek en vrolijke muziek. Hang de letters Z en B (voor Ziek en Beter) of plaatjes die die dit goed illustreren op twee tegenovergestelde plekken in het lokaal. Vraag de kinderen om bij ieder muziekfragment bij het goede plaatje te gaan staan.

Opdracht 4

Beertje Brom is ziek
Hij ligt te hoesten in zijn bedje
zijn keeltje voelt als schuurpapier
en dat is heus geen pretje

Beertje Brom is ziek
Hij hoest zich helemaal blauw
Beertje Brom wat ben jij zielig
kan ik iets doen voor jou?

Maak er nu een toneelstukje bij:
• Een kind wordt beertje Brom en mag gaan liggen in bed (twee stoelen tegen elkaar).
• Vertel het volgende verhaal en laat de kinderen het na spelen:
Mama beer komt de kamer in. Beertje Brom vertelt hoe ziek hij is en wat hij allemaal voelt. Mama gaat de dokter bellen, De dokter komt langs en voelt zijn pols. Beertje Brom moet zijn tong uitsteken. De dokter geeft mama een recept en zegt dat Brom in bed moet blijven (laat het ze ook echt tegen elkaar zeggen). De dokter zegt ook dat alle zusjes en broertjes van Brom heel lief voor hem moeten zijn.
Broertje 1 komt bij Brom zijn bedje staan en vraagt: Kan ik wat voor je doen?

Zeg met de hele groep het versje op.

Beertje Brom zegt: Een beetje water?

Broertje 1 gaat het halen.

Zusje 1 komt bij het bed en vraagt: Kan ik iets voor je doen?

Zeg weer het versje op.

Laat zo verschillende kinderen bij het bedje komen. Brom wil telkens iets anders: een boekje, een dropje, een koud washandje, enzovoort (laat de kinderen mee verzinnen).
Als er genoeg kinderen aan bod zijn geweest laat u Brom weer beter zijn en vieren ze allemaal feest: zet een vrolijk muziekje op (een muziekje dat past bij ‘beter zijn’) en laat ze even dansen en rondspringen.

Techniek

De coupletten gaan razendsnel. Train de zangers vooral op hun articulatie. Dat gaat het gemakkelijkst als u kiest voor solisten die de coupletten doen, maar ook kan een couplet door een klein groepje gezongen worden. De verstaanbaarheid verbetert als u de kinderen leert wat ruimte tussen de woorden te laten: niet al te vloeiend zingen, meer staccato dus.
U kunt als ondersteuning natuurlijk altijd de tekst van het lied achter de kinderen projecteren.