Lied van de maand: Plantjes water geven

Bestanden

Klik op de naam van het bestand om het te openen.

Muziek
Artikel

De liedjes beluisteren en downloaden

Hierboven staan de liedjesbestanden. Als u ze aanklikt, opent op uw computer een programma om ze af te spelen. Hebt u dit niet, dan kunt u de liedjes uiteraard wel gewoon opslaan.

Liednotering

c2477810-de2d-4a25-bd4c-aa21187ad097_liedmaart

De liedtekst

Elke, elke morgen
moet ik ze verzorgen.
Dat ze kunnen groeien en
prachtig zullen bloeien.
Ik moet water geven.
En zo blijven de plantjes in leven.

Lessuggesties

WISSELZANG EN ANDERE VARIATIES

Doel van de activiteit: De leerlingen kunnen het lied op verschillende manieren zingen.
Nodig voor deze activiteit: Het lied, de meezingversie van het lied op deze site, opname apparatuur.
Voorbereiding voor deze activiteit: Zorg ervoor dat u de opnameapparatuur kunt bedienen.
Ruimte voor deze activiteit: In het groepslokaal
Duur van de activiteit: 10 minuten
Verloop van de activiteit: Nadat u met de leerlingen het lied ‘gewoon’ heeft gezongen, vertelt u de leerlingen dat het lied ook op een heel andere manier gezongen kan worden. Vraag aan de leerlingen of zij misschien ook een variatie kunnen bedenken? Het moet wel passen bij de meezingversie. Voer de bedachte variaties uit. Als er geen variaties worden genoemd gaat u direct door naar deze variatie: verdeelde groep in twee helften. De ene helft zingt de voorzinnen, de ander helft de nazinnen. Dus, groep één zingt: ‘Elke, elke morgen’ groep twee zingt: ‘moet ik ze verzorgen’ enzovoort.
Als dat goed gaat kunt u ook de groep in kleinere groepjes verdelen (in drieën, elke groep zingt één zin, in zessen, elke groep krijgt een halve zin).
Differentiatiemogelijkheid Moeilijker maakt u het door de klas in twee helften te verdelen. De leerlingen van groep twee te laten neuriën als groep één de tekst zingt en omgekeerd, zingt groep twee de tekst dan neuriet groep één. Ook hier kunt u de groep in kleinere groepjes verdelen. Steeds zingt één groep het lied op tekst, de andere groepen neuriën.
Het is ook mogelijk dat de hele klas neuriet, als u een leerling aanwijst, zingt deze leerling de tekst terwijl de ander leerlingen blijven neuriën. Let erop dat het neuriën zacht gebeurd.

 

LUISTEREN NAAR HARD-ZACHT

Doel van de activiteit: De leerlingen kunnen de werkbladen ‘hard-zacht’ in de juiste volgorde neerleggen
Nodig voor deze activiteit: Vier hard-zacht werkbladen (heel hard, hard, zacht en heel zacht). Een bekken of een trom
Voorbereiding voor deze activiteit: Vier hard-zacht werkbladen op de centrale middentafel.
Ruimte voor deze activiteit: In het groepslokaal, de kring rondom de centrale tafel (mag ook op de vloer).
In een muziekhoek.
Duur van de activiteit: 5 à 10 minuten
Verloop van de activiteit: Zing ter introductie het lied. Bespreek de vier verschillende werkbladen. Speel bij elk werkblad op het instrument.
Vervolgens legt u de vier werkbladen in een willekeurige volgorde. Vraag één van de leerlingen of die op het instrument de bijpassende muziek wil spelen. Herhaal dit enkele malen, totdat u zeker weet dat alle leerlingen het hebben begrepen. Daarna speelt u op het instrument vier tonen die allemaal een eigen klanksterkte (heel hard, hard, zacht of heel zacht) hebben. Nodig één van de leerlingen uit om de vier afbeeldingen in de juiste volgerode te leggen. Herhaal deze activiteit een aantal malen.
In een muziekhoek kan deze activiteit ook prima door een klein groepje worden uitgevoerd.
Differentiatiemogelijkheid: Door meer werkbladen te gebruiken (bijvoorbeeld acht) maakt u de activiteit moeilijker.
In een muziekhoek kan deze activiteit ook prima door een klein groepje worden uitgevoerd, het is dan wel van belang dat de leerling die het muziekstukje op het instrument voorspeelt het vooraf zelf heeft vastgelegd (zie ook de activiteit ‘vastleggen’).

 

HARD-ZACHT VASTLEGGEN

Doel van de activiteit: De leerlingen kunnen de partituur ‘hard-zacht’ uitvoeren
Nodig voor deze activiteit: Voor alle leerlingen zijn er ritmestokjes (twee stokjes die tegen elkaar worden getikt, hiervoor kunnen ook potloden worden gebruikt), aanwijsstok. De ‘stilte-’ ‘ hard-zacht-‘werkbladen
Voor de muziekhoek: Werkblad met 6 stilte afbeeldingen. Kleurtjes.
Voorbereiding voor deze activiteit: Instrumenten klaarleggen, de afbeeldingen van de partituur groot uitprinten of op het digiboard tonen.
Ruimte voor deze activiteit: In het groepslokaal, in de muziekhoek
Duur van de activiteit: 10 à 15 minuten
Verloop van de activiteit: Nadat u het lied heeft gezongen toont u de ‘hard-zacht’-werkbladen aan de leerlingen. Bespreek de plaatjes..
Het plaatje met veel water staat voor ‘heel hard’ , het plaatje met weinig water staat voor ‘heel zacht’ , het plaatje zonder waterstaat voor ‘stilte’. Oefen de afzonderlijke werkbladen met de leerlingen. Vervolgens plaatst u de werkbladen in een reeks van zes naast elkaar. Onder de afbeeldingen trekt u een lijn. Met uw aanwijsstok volgt u de lijn, de leerlingen spelen op hun ritmestokjes de aangegeven klanksterkte.
Differentiatiemogelijkheid: In de muziekhoek vinden de leerlingen een werkblad met daarop 6 stilte afbeeldingen. De leerlingen maken daar zelf een hard-zacht partituur van door de hoeveelheid ‘water’ in te kleuren.
De verschillende hard-zacht partituren worden in de groep uitgevoerd. Dit kan door de leerling die het gecomponeerd heeft. Ook is het mogelijk dat een andere leerling het uitvoert en u kunt er ook voor kiezen om de hele groep tegelijk de hard-zacht partituur uit te laten voeren.

 

INSTRUMENTEN SPELEN BIJ HET LIED

Doel van de activiteit: De leerlingen kunnen op de juiste momenten hun instrument laten klinken.
Nodig voor deze activiteit: Voor alle leerlingen is er een instrument. Wanneer er niet genoeg instrumenten zijn, kunt u ook andere materialen als instrument gebruiken. Denk aan een potje waar met een stokje tegenaan wordt getikt, een plastic flesje met kralen erin, een blikje waar een stokje langs de ribbelrand wordt gewreven enzovoort.
Opname apparatuur
Voorbereiding voor deze activiteit: Instrumenten klaarleggen, het lied aanleren. Zorg ervoor dat u de bediening van het opnameapparaat beheerst.
Ruimte voor deze activiteit: In het groepslokaal
Duur van de activiteit: 15 à 20 minuten
Verloop van de activiteit: Zorg ervoor dat de leerlingen het lied goed kennen. Vertel de leerlingen dat u een muziekspelletje heeft bij dit lied. U zingt het lied voor en klapt steeds één keer als er een rust is. Dus na ‘morgen’, ‘verzorgen’, ‘ groeien’ , ‘ bloeien’, ‘geven’ en ‘ leven’. Oefen dit met de klas. Als dit goed gekend is, deelt u de instrumenten uit.
Voer het lied zingen en spelen uit met de leerlingen. Doe dit een aantal maal, laat ook regelmatig de instrumenten wisselen.
Als het goed gaat, belooft u de leerlingen het lied op te nemen. Maak dat een beetje spannend zodat alle aandacht erbij is. Neem het lied op en luister het vervolgens af met de leerlingen.
Differentiatiemogelijkheid: Wanneer de leerlingen de instrumentale partij goed kunnen spelen bij het lied kunt u de volgende differentiatie aanbrengen. Groepeer de instrumenten, laat de leerlingen met gelijkklinkende instrumenten bij elkaar zitten. Bijvoorbeeld een groep van instrumenten van metaal, een groep van instrumenten van hout, schudinstrumenten, instrumenten met een vel. Zing vervolgens het lied en wijs steeds een ander groepje aan dat op de ‘rust’ (zie beschrijving hierboven) mag spelen. Als dat goed gaat kunt u deze dirigententaak ook door één van de kinderen laten uitvoeren.

 

EEN KLANKSPEL UITVOEREN

Doel van de activiteit: De leerlingen kunnen de afbeelding ‘huis en tuin’ (partituur) op instrumenten uitvoeren.
Nodig voor deze activiteit: Voor alle leerlingen is er een instrument. Wanneer er niet genoeg instrumenten zijn kunt u ook andere materialen als instrument gebruiken. Denk aan een potje waar met een stokje tegenaan wordt getikt, een plastic flesje met kralen erin, een blikje waar een stokje langs de ribbelrand wordt gewreven enzovoort.
Opname apparatuur
Voorbereiding voor deze activiteit: Instrumenten klaarleggen, de afbeelding groot uitprinten of op het digibord tonen. Zorg ervoor dat u de bediening van het opnameapparaat beheerst.
Ruimte voor deze activiteit: In het groepslokaal, in de muziekhoek.
Duur van de activiteit: 15 à 20 minuten
Verloop van de activiteit: Nadat u het lied heeft gezongen, toont u de afbeelding ‘huis en tuin’ aan de leerlingen. Bespreek de afbeelding.

Richtvragen:
– Hoe vaak geef je plantjes water?
– Wanneer geef je plantjes die buiten staan water?
– Wanneer geef je plantjes die binnen staan water?
– Waarom moet je de plantjes water geven?
Bespreek met de leerlingen de geluiden die je hoort als je plantjes water gaat geven. Denk daarbij aan de kraan, het lopen op het pad, het open doen van de deur enzovoort. Laat de leerlingen alle geluiden maken die genoemd worden. Ze gebruiken daarbij een stem en lichaam om die geluiden te maken. Introduceer de instrumenten. Doe dat op de volgende manier: noem de naam van het instrument, laat zien hoe het kan worden bespeeld en laat een leerling het instrument bespelen. Eventueel kunt u dan nog de bespeelwijze corrigeren. Als alle instrumenten zijn geïntroduceerd gaat u terug naar de ‘huis en tuin’ -afbeelding en zoekt u gezamenlijk met de leerlingen naar instrumenten die de geluiden (kraan, deur, grintpad enzovoort.) kunnen verklanken. Zorg ervoor dat alle leerlingen een instrument hebben. Vervolgens wijst u op de ‘huis en tuin’ -afbeelding een bepaald punt aan (kraan, deur, grintpad enzovoort.) en de leerlingen met het passende geluid spelen dat op het instrument.
Nadat u enkele plaatsen heeft aangewezen vraagt u één van de leerlingen aan te wijzen. Maak een opname van het geheel, beluister het met de leerlingen en bespreek het.
Tip: kies ook een plaats op de afbeelding waar het helemaal stil is.
Differentiatiemogelijkheid: Laat de leerlingen zelfstandig in een groepje van hooguit vijf leerlingen deze opdracht in een muziekhoek nogmaals uitvoeren. De opname die zij maken, wordt in de grote groep nabesproken en van commentaar voorzien.

 

HOEPELDANS

Doel van de activiteit: De leerlingen kunnen het tempo van het huppelritme door middel van beweging volgen.
Nodig voor deze activiteit: Handtrom, voor elke leerling is er een hoepel.
Voorbereiding voor deze activiteit: U kunt een huppelritme op een instrument (de handtrom) spelen
Ruimte voor deze activiteit: In het speellokaal
Duur van de activiteit: 15 à 20 minuten
Verloop van de activiteit: In het speellokaal zit u met de groep in een kring op de grond. Nadat u met de leerlingen het lied heeft gezongen, vertelt u de leerlingen dat ze ‘dansende plantjes’ zijn. Elk plantje huppelt. Maar de plantjes hebben natuurlijk wel water nodig en dat water vinden ze in de hoepels.
Speel op een instrument (handtrom) een huppelritme. Als dit ritme stopt dat stoppen de plantjes met huppelen, want dan is het tijd voor water. Elk ‘plantje’ staat dan in een hoepel. Vervolgens speelt u weer het huppelritme en huppelen de plantjes weer verder.
Omdat u zelf de muziek maakt, kunt u het huppelritme vertragen en versnellen.
Variatiemogelijkheid: Door te variëren met het aantal hoepels kunt u variatie in deze dans aanbrengen. Het is mogelijk dat u slecht voor 50% van het aantal leerlingen een hoepel neerlegt, de leerlingen moeten dan steeds met z’n tweeën in een hoepel uitkomen. Daarbij kunt u aangeven dat er in elke hoepel een jongen en een meisje moet staan of juist twee meisjes of twee jongens.
Wanneer u gekleurde hoepels gebruikt kunt u aangeven dat alleen de plantjes in een bepaalde kleur hoepel ‘water’ krijgen. Alleen daar mogen de plantjes op de stille momenten heen gaan.
Afsluiting: Aan het eind van de les gaat u weer met de leerlingen in de kring zitten en zingt u het liedje nog eens

Stile-afbeeldingen (hard-zacht)