Ook kinderen zijn rond Valentijnsdag vaak in de ban van de liefde. Dit lied sluit daar leuk op aan.

In de kring

Over de tekst
– Waar gaat dit lied volgens de kinderen over? Waarom denken ze dat?
– Nergens in het lied staat wat er met de ik-persoon aan de hand is. Hebben de kinderen een idee waarom dat niet genoemd wordt? (bijvoorbeeld: Juist door het niet te noemen is het des te meer aanwezig. Of: Het is best eng soms om voor jezelf toe te geven dat je verliefd bent.)
– Bij welke regel weten de kinderen zeker dat het over verliefdheid gaat? (geen rode rozen sturen)
– Zijn er nog meer kenmerken te bedenken waar de ik-persoon waarschijnlijk ook last van heeft? (bijvoorbeeld: klamme, trillende handen)
– Waarom zou niemand het mogen weten? (bijvoorbeeld: vanwege schaamte, je voor schut voelen staan, bang zijn dat de ander je stom vindt)
– Hoe gedragen de kinderen zich als ze verliefd zijn? Houden ze het dan ook voor zich?

Filosofische vragen
Ga in gesprek met de kinderen over de vraag ‘Wat is liefde?’ Bespreek in dat kader een aantal van de onderstaande vragen. Geef in houding en mimiek aan dat u het zelf ook niet precies weet.
– Is liefde hetzelfde als verliefdheid?
– Kan een aap verliefd zijn? En een regenworm?
– Zijn jongens anders verliefd dan meisjes?
– Moet iemand knap zijn om er verliefd op te kunnen worden?

Over de muziek
Dit kunt u bespreken als de kinderen de melodie al een aantal keer hebben gehoord.
– Welke regels behoren tot het refrein? (Nee, niemand mag het weten. Niemand mag het zien. Nee, niemand kan het raden. Of snap jij het misschien?)
– Wat valt je op aan de tekst van het refrein? (de herhaling van het woord niemand)
– Kun je een reden bedenken waarom de tekstschrijver dit zo gedaan heeft? (bijvoorbeeld: door deze herhaling wordt het bijna een soort bezwering, en dat helpt hopelijk bij het plan van de ik-persoon om het geheim te houden en niet ‘in the picture’ te komen)
– In het couplet wordt steeds een regel weggelaten. Waar is dat? Wat is daar voor in de plaats gekomen? (solo-melodietje)
– In het lied zit een maatwisseling als je van het couplet naar het refrein overgaat. Dat kun je op je vingers natellen. Doe maar! Tot hoever tel je in de coupletten? En tot hoever in het refrein? (antwoord: 4 en 3 )

Doen
Laat de kinderen zonder woorden uitbeelden dat ze verliefd zijn. Eerst zonder, later met tegenspeler. Verschillende variaties zijn mogelijk: de ander heeft het niet in de gaten, is zelf ook verliefd of de ander vindt de verliefde juist stom.

Stelopdracht
Apparaten hebben vaak een handleiding. Neem een aantal handleidingen mee of laat kinderen deze meenemen. Lees enkele fragmenten van wat handleidingen en instructies voor. Bespreek met de kinderen kenmerken ervan: kort, schematisch, praktisch, stap voor stap, tips.
Kinderen schrijven vervolgens de handleiding ‘Wat te doen bij verliefdheid?’ Kinderen mogen onderdelen uit het lied gebruiken.
Bij de nabespreking kunnen enkele vrijwilligers met behulp van hun handleiding om de beurt een kort rollenspel spelen. Hiervoor zijn twee spelers nodig: een verliefdheidsspecialist en een patiënt (die ‘lijdt’ aan verliefdheid). De patiënt komt op consult bij de specialist.