Wat is uw eerste gedachte of uw eerste beeld, als u het woord licht hoort? In onze sterk verstedelijkte samenleving zijn we vooral gewend geraakt aan kunstmatig licht. Nederland is een van de meest verlichte landen van Europa. Dat betekent, dat er veel lichtvervuiling is. De kans is dus groot, dat u bij bovenstaande vraag eerst aan kunstmatig licht denkt. Stel de vraag ook eens aan de kinderen van uw groep!

Lees ook de uitbreiding

Bij dit artikel hoort een online uitbreiding.

Een ervaring, als start van het project

VOORAF
Wat licht voor ons betekent, kunnen we pas echt waarnemen of ervaren als we het afzetten tegen het donker. Daarom starten we dit project met een ervaring. We laten de kinderen in een heel donkere ruimte ervaren wat een klein lichtje kan betekenen. Deze ervaring geeft de kinderen de motivatie om met het thema Licht en donker aan de slag te gaan!
Iedere school beschikt wel over een ruimte zonder daglicht. Wellicht is er een kelder onder het gebouw. Maar een (groot) opberghok kan ook geschikt zijn. Vertel de kinderen van tevoren wat u gaat doen! Kinderen die bang zijn, zullen u dit tijdens de uitleg wel laten weten. Overleg met hen of ze aan uw zijde tóch meedoen of dat ze liever even bij een collega blijven. Voor kleuters kunt u het best het eigen lokaal verduisteren.

Werkwijze

– Leg de kinderen uit, dat u de ruimte betreedt, met het licht aan. Bedoeld wordt: kunstmatig (elektrisch) licht.
– Daarna wordt het licht uitgedaan. Zo ervaren de kinderen het donker. Vanaf dat moment mag er niemand meer praten of geluid maken.
– Laat deze ervaring één minuut duren. Kinderen zullen dan ervaren, dat de ogen zich gaan aanpassen aan het donker.
– Na die minuut steekt u een waxinelichtje aan, in het midden van de ruimte. Ook nu weer laat u de kinderen gedurende één minuut het licht in deze donkere ruimte ervaren.
– Dan laat u een van tevoren afgesproken signaal (bijvoorbeeld een belletje) horen, waarop u het (elektrische) licht weer aandoet. Nu wordt de stilte opgeheven en verlaat u de ruimte.

Creatieve werking

Deze eenvoudige oefening roept veel op bij kinderen. Licht en donker zijn immers oerervaringen van de mens. Laat de kinderen daarom deze ervaring creatief verwerken, als u terug in de klas bent. Geef hen een zwart vel papier en wit krijt (of witte kleurpotloden). Laat de kinderen met deze materialen uitdrukken wat ze zojuist beleefd hebben.

Organisatie

– Dit thema is opgezet rondom een aantal aspecten van licht en donker. Introduceer ieder aspect afzonderlijk aan uw groep.
– Gebruik de informatie van dit artikel in eerste instantie voor uzelf en biedt die informatie dan op een passende manier aan uw groep aan.
– Daarna kunnen de kinderen de verschillende aspecten van licht en donker gaan verkennen. Dat doen ze aan de hand van diverse activiteiten.
– Als het hele thema is afgerond, kan het door alle kinderen (van onder-, midden- en bovenbouw) worden afgesloten met een verslag of een presentatiekring. De kinderen vertellen aan elkaar wat ze ervaren en geleerd hebben en tonen de eindproducten aan elkaar. Dit alles uiteraard op het niveau van de betreffende kinderen.

Aspecten

In dit artikel zijn de informatie en de activiteiten gegroepeerd om de volgende drie aspecten:
1 Natuurlijk licht: de zon.
2 Natuurlijk licht: vuur, olie en kaarsen.
3 Kunstmatige verlichting.

Aspect 1 natuurlijk licht: de zon

Informatie

– Hoewel we erg aan kunstmatige verlichting gewend zijn geraakt, is de zon toch onze grootste leverancier van licht. Het is onze grootste en krachtigste lichtbron. Het zonlicht is zó fel, dat we onze ogen kunnen verbranden, als we rechtstreeks in de zon kijken.
– De zon is een enorme vuurbal, die aan de buitenkant 6000 graden Celsius meet en aan de binnenkant zelfs 15.000.000 graden Celsius.
– Door die enorme vuurbal krijgen we licht en wordt het dag op aarde. De zon stuurt haar licht de ruimte in. In acht minuten kunnen we een lichtstraal van de zon op aarde ontvangen.
– De aarde draait ieder jaar in een bijna ronde baan rond de zon. Bovendien draait de aarde iedere dag om haar eigen as. Zo ontstaan dag en nacht en de seizoenen op aarde.
– De sterren, die we ’s nachts zien, zijn – net als de zon – hete vuurballen. Ze staan echter zó ver verwijderd van de aarde, dat ze ons niet kunnen verlichten, zoals de zon dat kan.

Activiteiten per bouw

ONDERBOUW
Collages
Ga aan de slag met het thema Dag en nacht. Maak een collage van activiteiten, die overdag plaatsvinden (op een wit vel papier) en een collage van dingen, die bij de nacht horen (op een zwart vel papier).
Schilderen
Laat de kinderen de zon schilderen én de nacht met de sterren.
Donkere hoek
Geef de kinderen een ervaring met een donkere hoek. Maak die met donkere lappen stof of met zwart landbouwplastic. Leg er (zak)lampjes in!
Televisieprogramma
Op Huisje Boompje Beestje vindt u een uitzending, met als titel: Dag en nacht. (Adres: tvblik.nl. Klik: Kind & Jeugdblik. Klik: Huisje Boompje Beestje. Zoek: Dag en nacht, uitzenddatum: 09.03.2009.)
Boek
Gebruik het boek De zeemuizen en de sterren, van Kenneth Steven (Uitgeverij Veltman, Utrecht, 2005).

MIDDENBOUW
Bewegingen
Leer de kinderen, dat de begrippen dag en nacht gekoppeld zijn aan de bewegingen van de aarde rond haar as én ten opzichte van de zon.
Koppeling
Leer de kinderen om de baan van de aarde om de zon te maken en koppel dit aan hun leeftijd. Bijvoorbeeld: hoe vaak is de aarde om de zon getrokken als je negen jaar bent?
Tactiele ervaring
Gebruik 3D-modellen om deze ingewikkelde materie aan de kinderen uit te leggen. Met andere woorden: maak het vooral visueel! Laat een en ander daarna door de kinderen namaken. Bied de kinderen een tactiele ervaring, zodat de informatie beter in hun lichaam en brein kan worden opgeslagen:
– Gebruik ballen van tempex voor de zon. Plaats ze op een breinaald, die u in een blok klei duwt.
– Laat de aarde kneden van modelleerklei. Prik deze bolletjes op satéstokjes. Gebruik een punaise (of een kopspeld) om de woonplaats van de kinderen aan te duiden.
– Nu kunnen de kinderen de aarde laten draaien. Bij een goed begrip kunt u ook nog de maan toevoegen.
Creatieve verwerking
Laat de kinderen tot slot de zon als hete vuurbal schilderen en de maan als koude komeet.

BOVENBOUW
Koppelingv
Leer de kinderen, dat er een koppeling is tussen dag en nacht en de beweging van de aarde om haar as.
Jaar
Leer de kinderen ook, om het begrip jaar te verbinden aan de omwenteling van de aarde rond de zon. Visualiseer dit alles, zoals hiervoor is beschreven voor de middenbouw.
Filmpjes
Op de beeldbank van schooltv.nl vindt u filmpjes over dit onderwerp, met prachtige opnamen van de aarde. Gebruik die filmpjes als inspiratie.
Website
Een mooie website is ook: sterrenkids.nl. Daar vindt u veel informatie, knutselopdrachten en materiaal, dat u kunt gebruiken in de klas.
Spelen met 3D-ontwerp
Laat uw kinderen ook spelen met een 3D-ontwerp van zon, aarde en maan. Het is belangrijk, dat het zo veel mogelijk visueel wordt voor de kinderen.
Zonnestelsel
Als de basisstof beheerst wordt, maakt u met de oudere kinderen een uitstapje naar het zonnestelsel. Leer de kinderen welke plaats de aarde in het zonnestelsel inneemt én leer ze over de verhouding van de aarde ten opzichte van de andere planeten. Mooi beeldmateriaal vindt u in dit verband in het boek Sterren & Planeten, van Mike Goldsmith (Uitgeverij Bakermat, Mechelen, België).
Ervaringen opdoen
Laat de kinderen in groepjes het zonnestelsel namaken met ballen van tempex. Door dit creatieve werk moeten kinderen zich goed verdiepen in de leerstof. U daagt ze op deze manier uit, om de verhoudingen in beeld te brengen en daadwerkelijk te begrijpen hoe het zit met afmetingen en omloopbanen.
Sterrenwacht
Bezoek zeker een sterrenwacht, als die bij u in de buurt is.
Boek als uitgangspunt van creatieve verwerking
In het boek Het geheim van de keel van de nachtegaal, van Peter Verhelst (Uitgeverij De Eenhoorn, 2008) staan prachtige prenten van de donkerte bij maanlicht. Deze prenten kunnen de kinderen inspireren om creatief aan de slag te gaan.

Aspect 2 natuurlijk licht: vuur, olie en kaarsen

Informatie

Voor de kinderen lijkt elektrisch licht een heel normale zaak. Maar we weten als volwassenen, dat de eeuwen vóór ons verlicht werden met behulp van natuurlijke grondstoffen. Weten de kinderen welke middelen en brandstoffen de mensen toen ter beschikking hadden om de donkerte te verlichten? De oermens was maar wat blij, toen hij het vuur ontdekte, dat spontaan door bliksem in de bomen sloeg. In de oude culturen ontdekte men brandstoffen. Dierlijke en plantaardige vetten werden gebruikt om te branden. Olijfolie deed men in olielampen en van dierlijk vet smolt men kaarsen. Voor de rijken werden kaarsen van bijenwas gemaakt. En pas aan het eind van de negentiende eeuw ontdekte men paraffine om kaarsen van te maken. Paraffine werd uit ruwe aardolie gehaald.

Activiteiten per bouw

ONDER-, MIDDEN- EN BOVENBOUW
Tentoonstelling
Verzamel samen met de kinderen van de onder-, midden- en bovenbouw allerlei olielampjes, lampen en veel verschillende soorten kaarsen en kaarsenhouders. Maak er een mooie tentoonstelling van.
Lichtproefjes
In Praxisbulletin, 18de jaargang, nummer 4 (december 2000) verscheen het artikel Lichtproefjes in donkere tijden. Een doe- en ontdekles met brandende kaarsjes, van Bert Munsterman, bestemd voor kinderen van groep 5-8. Voor de jongere kinderen zijn deze proefjes zeker ook geschikt om naar te kijken, als u ze uitvoert.

MIDDEN- EN BOVENBOUW
Vuur maken
Laat de kinderen van de middenbouw en de bovenbouw ontdekken hoe mensen vroeger vuur maakten. Enkele voorbeelden:
Olijfolie
Laat de kinderen in een kring zien, dat olijfolie kan branden (in een olielampje).
Vuursteen
Laat de kinderen een vuursteen zien en laat ze een poging wagen om hiermee vuur te maken.
Magnesiumstick
Maak gebruik van een magnesiumstick. Hiermee kunt u duidelijk maken, dat je niet per se lucifers of een aansteker nodig hebt om vuur te maken. Als je met een stuk staal hard tegen een vuursteen aan slaat of met een mes over een speciale magnesiumstick schraapt (hetzelfde principe), zullen er hete vonken vanaf springen. En met deze hete vonken kun je dan een droge tondel aansteken. (Zie hierna.)
Nota bene. Vuursteen en magnesiumstick kunt u kopen bij een buitensportwinkel.
Tondel
Een tondel is gemaakt van licht ontvlambaar materiaal. Het brandt dus snel! De witte watten, die in iedere EHBO-trommel zitten, kunnen ook heel goed als tondel gebruikt worden. Maar ook in de natuur kun je stoffen vinden, die goed als tondel te gebruiken zijn. Ik noem: verpulverde dennenappels, droge houtkrullen, donsveertjes uit een vogelnest, enzovoort. In plaats van een tondel kan ook gebruik worden gemaakt van (zelfgemaakte) aanmaakblokjes of van proppen papier. 
Op deze manier kunt u de link leggen naar vroeger. Want eigenlijk is een tondel een soort “ouderwetse” aansteker of de voorloper van de lucifer.

Kaarsen maken
Veiligheid
We gaan zelf kaarsen maken. Kinderen in de bovenbouw kunnen dit – onder uw toeziend oog – wel zelfstandig uitvoeren. Bij kinderen van de middenbouw kan het kaarsen maken gebeuren door (bijvoorbeeld) een ouder. Werk dan steeds met kleine groepjes, zodat iedereen het proces goed kan volgen.
Let op! Het is natuurlijk van het allergrootste belang, dat de veiligheid bij het kaarsen maken wordt gewaarborgd. Zorg dus altijd voor voldoende begeleiding, die alert is en die in kan grijpen, als er iets fout dreigt te gaan. Het is raadzaam, om dit aspect ook vooraf met de kinderen te bespreken en afspraken met hen te maken over taakverdeling, werkvolgorde en het bewaren van afstand.
Benodigdheden
Bewaar de restjes van oude kaarsen. En zorg verder voor:
– een grote, oude pan;
- een oude, vuurvaste kan, pot of schaal (die in bovengenoemde pan past);
- een metalen lepel;
- mallen of vormen;
- een lont of kaarsenpit;
- een schaar, waterdichte tape, sterke plakband, een potlood, water en oude kranten.
 • Vormen of mallen
– Maak mallen van bijvoorbeeld lege melkpakken, toiletrollen, waspoederdozen en blikjes.
– Maak de mallen goed dicht aan de onderkant, zodat ze niet kunnen lekken! Gebruik hiervoor goede (waterdichte) tape.
– Op de bodem van elke mal moet in het midden een lont worden bevestigd. Gebruik hiervoor (sterke) plakband.
– Een deel van de lont komt boven de mal uit. Bevestig daar een potlood aan. Dat potlood rust dan boven op de mal.
Lont of kaarsenpit
Je kunt speciaal lont kopen bij de hobbyspeciaalzaak. Maar je kunt ook zélf een lont maken van stevige katoen. Gebruik bijvoorbeeld het katoen, waar rollades mee worden opgebonden.
Nota bene. Gebruik dunne katoen voor dunne kaarsen en dikkere katoen voor bredere kaarsen.
 • Werkwijze bij het kaarsen maken
– Vul de bodem van de pan met een laagje water.
– Plaats de kan (of de pot of de schaal), met daarin stukken was (restjes oude kaarsen), in de pan.
– Nu moet de was worden verhit. Dat moet langzaam gebeuren!
– Leg ondertussen wat kranten klaar, met daarop de vormen of mallen.
– Als de was gesmolten is, kun je die in de mallen gieten. Probeer daarbij de kaarsenpit zo recht mogelijk te houden!
– Laat de was en de mallen daarna afkoelen.
– Als ze zodanig afgekoeld zijn, dat je ze met de hand kunt oppakken, kun je de kaarsen uit de mallen halen.
– Knip tot slot elke kaarsenpit op maat.

Aspect 3 kunstmatige verlichting

Informatie

– De dove, Amerikaanse geleerde Thomas Edison vond meer dan 100 jaar geleden de gloeilamp uit. In Nederland was men eerst niet zo enthousiast over deze uitvinding. De straten in Nederland werden in die tijd al verlicht door booglampen. En men gebruikte ook gas als verlichting. Elektriciteit was in die tijd 90 procent duurder dan de bestaande gasverlichting. Het duurde nog tot na de Tweede Wereldoorlog, voordat de gloeilamp écht in opmars kwam.
– Bij Philips in Eindhoven zijn inmiddels nieuwe lampen ontwikkeld, die zuiniger en veiliger zijn dan de gloeilamp: de plasmalamp, de LED (Light Emitting Diode) en de vloeibare kristallen (liquid crystals).

Activiteiten per bouw

ONDER-, MIDDEN- EN BOVENBOUW
Tentoonstelling
Verzamel samen met de kinderen van de onder-, midden- en bovenbouw een veelheid aan lampen. Denk aan: gloeilampen, fietsenlampjes, ledverlichting, tl-buizen, enzovoort. Maak een tentoonstelling!
Gebruiksmogelijkheden
Met de kinderen van de midden- en bovenbouw kan daarna besproken worden waar al die lampen voor gebruikt werden (en/of worden).

BOVENBOUW
Filmpjes
Voor de bovenbouw vindt u veel informatieve filmpjes op internet over het derde aspect van licht.. Google bijvoorbeeld: lampen en leds. En u kunt kiezen uit een scala van beeldmateriaal over dit onderwerp.
Proefjes
Op proefjes.nl vindt u proefjes over spaarlampen.
Experimenten met licht
In Praxisbulletin, 17de jaargang, nummer 8 (april 2000) en nummer 9 (mei 2000) verschenen de artikelen Lichtcircuit (1) en Lichtcircuit (2), van Bert Munsterman. De experimenten, die in deze artikelen worden genoemd, staan beschreven op in totaal 14 opdrachtkaarten en zijn bedoeld voor kinderen vanaf groep 5. De opdrachten en experimenten zijn dan wel gepubliceerd in 2000, maar niet gedateerd en nu ook nog te gebruiken door de kinderen. Laat ze er dus van genieten én van leren! Bij dit artikel is dan ook op praxisbulletin.nl een directe link opgenomen naar alle opdrachtkaarten van dit natuurkunde- en techniekcircuit.

Ik wens u en de kinderen veel plezier en veel leermomenten bij dit schoolbrede thema rond licht en donker!

Boeken
– Steve Way & Gerry Bailey, Licht en kleur. Eenvoudige beschrijvingen van wat licht is, van de zon, natuurlijk en elektrisch licht. ISBN 978-90-5483-894-4.
– Jen Green, Dag en nacht. Hoe de cyclus van dag en nacht ons leven en de wereld beïnvloedt. ISBN 978-90-5483-762-6.
– Kenneth Steven, De zeemuizen en de sterren. Een familie zeemuizen maakt een grote reis om vallende sterren te verzamelen. ISBN 90-5920-407-7.
– Licht: Averbode educatief. Spannende proefjes en experimenten met licht en kleur. ISBN 90-317-2133-6.
– Peter Verhelst, Het geheim van de keel van de nachtegaal. Een parel van een prentenboek. ISBN 978-90-5838-507-9.

Iedereen een geheime vriend!
We kennen het allemaal wel: van die drukke tijden, waarin er veel lijkt te “moeten” en er weinig tijd is voor elkaar. Druk, druk, druk! Wat is het dan fijn, om van iemand complimentjes te krijgen. Hoe heerlijk is het dan, als iemand jou een hart onder de riem steekt of een alleraardigst presentje toespeelt…

Critical friend
Het begrip critical friend is bij u wellicht bekend. In trainingen wordt ook wel het begrip secret friend gehanteerd, als middel om de deelnemers met elkaar te verbinden. Dat inspireerde basisschool Caleidoscoop in Almere om de geheime vriend in het team te introduceren. Oftewel: de stille vriend, het maatje. De knuffelcollega, zo u wilt.

Lootjes trekken
In het team worden lootjes getrokken, waar de namen van de teamleden op staan. Iedereen doet mee. Van degene, wiens naam op het lootje staat, dat je getrokken hebt, word jij de geheime vriend. Bijvoorbeeld: meester Joep trekt een lootje en daar staat op: Babet. Meester Joep wordt dan de geheime vriend van juf Babet. Maar iemand van het team heeft natuurlijk ook een lootje getrokken, waar Joep op staat. Dus Joep heeft zélf ook een geheime vriend!

Geheime acties
In het team is afgesproken, dat een geheime vriend het volgende doet:
– Hij/zij stuurt vier keer een lief, leuk of bemoedigend berichtje: een sms’je, een e-mail of een kaartje/briefje (per post).
– Hij/zij zorgt één keer voor een lief, leuk of grappig presentje. Het presentje mag niet meer kosten dan een paar euro. Dan is het voor iedereen haalbaar. De afzender moet natuurlijk geheim blijven!

Ontmaskering
Na een aantal weken maken de geheime vrienden zich aan elkaar bekend. Dat kan gebeuren tijdens een (feestelijke) bijeenkomst en/of op ludieke wijze.
In ons team functioneert dit al een tijdje. En het enthousiasme is groot. Dus wellicht is het een inspirerend idee voor andere scholen. Veel succes en veel plezier!