Hoe zit Nederland staatkundig in elkaar? En wat is typisch Nederlands? Twee uitgewerkte lessuggesties rond Koninginnedag.

Bestanden

Klik op de naam van het bestand om het te openen.

Artikel

Intro

De koningin is een belangrijke vrouw in Nederland. De meeste kinderen zullen haar wel kennen. Misschien vooral van Koninginnedag en Prinsjesdag. Ze zullen haar dan vooral associëren met de gouden koets, mooie jurken en hoeden. Maar weten ze ook wat de koningin allemaal doet? Wat is haar rol in Nederland?
Om dit helder te krijgen, is het nuttig om eens te bekijken hoe Nederland staatkundig gezien in elkaar zit. Wellicht is Koninginnedag een leuke aanleiding, om hier met de oudste kinderen eens bij stil te staan.
Koninginnedag wordt wel een typisch Nederlands feest genoemd. Maar wat is dan typisch Nederlands? Wat maakt een land speciaal? En wat maakt andere landen dan speciaal? Ook dit is een leuk onderwerp, om eens met de kinderen te gaan uitzoeken.
In dit artikel worden daarom twee lessuggesties uitgewerkt: een over de staatsinrichting van Nederland en een over specifieke kenmerken van landen, waarbij Nederland het vertrekpunt is.

Lessuggestie 1 Nederland als monarchie

Staatsinrichting
Koninginnedag kan een goede aanleiding zijn, om eens een les te besteden aan de vraag hoe Nederland nu in elkaar zit. De meeste kinderen hebben vast wel eens gehoord over de koningin, ministers, de premier of minister-president. Ook zullen ze een beeld hebben van wat wetten zijn. Maar wie bepaalt de wetten? Hoe? En waarom?

INTRODUCTIE: KONINGIN, REGERING EN PARLEMENT
Twee filmpjes
– Als start van de les bekijkt u klassikaal het filmpje Koningin Beatrix. Wat kan en mag zij allemaal? Geef de kinderen bij het kijken de opdracht mee op te schrijven (of te onthouden) wat de koningin in het filmpje allemaal doet. Besteed bij het nabespreken vooral aandacht aan het feit, dat de koningin onderdeel is van de Nederlandse regering.
– Dit is aanleiding, om uit te leggen wat een regering is en hoe Nederland bestuurd wordt. U kunt daarbij eerst het filmpje Ons staatshoofd: Beatrix. Heeft de koningin politieke macht? bekijken.
Beide genoemde filmpjes kunt u vinden op schooltv.nl/beeldbank.

PowerPoint
Vervolgens kunt u de Powerpoint slides gebruiken, die te vinden zijn op praxisbulletin.nl. Aan de hand van deze slides kunt u de kinderen uitleggen waar de Nederlandse regering uit bestaat (ministers en koningin), wat de rol van het parlement (Tweede Kamer en Eerste Kamer) is binnen de Nederlandse politiek en hoe wetten ontstaan.

Regels en wetten op school
Vervolgens kunt u de kinderen eens vragen hoe dat, in het klein, op school en in de klas gebeurt. Wie maakt hier de regels? Waarom is het nodig, om regels te hebben? Zou je regels kunnen zien als wetten?
Laat de kinderen ook nadenken over welke regels ze belangrijk en goed vinden en welke ze misschien liever anders zouden zien. U kunt hierbij denken aan de schooltijden, de regels bij het buiten spelen en de regels in de klas (zoals: je vinger opsteken als je iets wilt vragen, afspraken over aan het werk gaan, over samen overleggen en de afspraak, dat we niet allemaal tegelijk naar het toilet gaan).

EIGEN WETTEN MAKEN
Deelnemende groepen
Dan is het nu tijd geworden, om eigen wetten te gaan maken! Maar dan uiteraard wél op de juiste manier. Namelijk: net zoals dat in Nederland gaat. Dus: via de Tweede Kamer en de Eerste Kamer. Verdeel daartoe de klas in de volgende groepen:
De regering
De regering bestaat uit een aantal ministers, een minister-president en de koningin. Bedenk van tevoren (of samen met de klas) welke ministers er hier in de klas nodig kunnen zijn. Bijvoorbeeld: een minister van orde en netheid, een minister van buiten spelen, een minister van taal, enzovoort.
Het parlement
Het parlement bestaat uit een Tweede Kamer en een Eerste Kamer. Belangrijk is, dat u hier ook voorzitters benoemt. De leden van Tweede Kamer (en ook van de Eerste Kamer) zullen namelijk met elkaar moeten overleggen. En dit moet natuurlijk wel ordelijk gebeuren! U kunt dit voorzitterschap ook zelf op u nemen. Maar ook kunt u samen met een kind de voorzitterstaken uitvoeren.
Adviseurs/controleurs
Maak ook een groepje van leerlingen, die samen met u gaan bepalen hoe het allemaal verloopt: wie moet wanneer wat gaan doen? Eerst moeten namelijk de ministers samen tot een besluit komen, dan moeten ze dit besluit voorleggen aan de Tweede Kamer, daarna moeten ze het voorleggen aan de Eerste Kamer en tot slot aan de koningin.

Deze kinderen – die dus de taak hebben toe te zien op een juiste uitvoering en volgorde van de procedures – kunnen tevens functioneren als voorzitter van de Eerste Kamer en de Tweede Kamer. Zij moeten dan ook ervoor zorgen, dat de vergaderingen goed en volgens de regels verlopen.

WERKWIJZE IN STAPPEN
1 Laat de ministers een wet (of een regel) bedenken, die ze in de klas (of op schoolniveau) zouden willen invoeren (of veranderen). Bijvoorbeeld: langer buiten spelen. Belangrijk is, dat de ministers argumenten bedenken waarom deze wet (of regel) belangrijk is voor de klas (of school).
2 Laat dan de adviseurs/controleurs de Tweede Kamer bijeenroepen, zodat de minister(s) kunnen uitleggen waarom hun wet belangrijk is. Discussie volgt. Laat de leden van de Tweede Kamer daarna stemmen: vóór of tegen de wet. De voorzitter leidt de vergadering.
3 Laat daarna de adviseurs/controleurs de Eerste Kamer bijeenroepen, die zich gaat buigen over het besluit van de Tweede Kamer. Vraag is dan: zijn de leden van de Eerste Kamer het eens of oneens met het besluit van de Tweede Kamer? Ook nu weer wordt er gediscussieerd, waarna er een stemming volgt. En de vergadering wordt ook hier weer in goede banen geleid door de voorzitter.
4 Als de wet zowel door de Tweede Kamer als door de Eerste Kamer wordt aangenomen, dan wordt de wet op een mooi, groot vel papier gezet.
5 De nieuwe wet moet dan nog officieel aan de koningin aangeboden worden. De koningin ondertekent de wet tot slot.

NABESPREKING
Bij de nabespreking kunt u de kinderen vragen wat ze ervan vonden. Dit kunt u doen aan de hand van vragen.

Ik geef u enkele voorbeelden van vragen:
– Is het moeilijk om argumenten (vóór of tegen) te bedenken?
– Hadden de ministers verwacht hoe de Eerste Kamer en de Tweede Kamer reageerden?
– Hoe vind je het, dat de koningin de wet moet ondertekenen?
– Weten de kinderen nu hoe de wetten in Nederland gemaakt worden?
– Hebben ze begrepen wat de rol van de regering én van de koningin is?
– Wat doet de Eerste Kamer? En wat doet de Tweede Kamer?

Lessuggestie 2 Typisch Nederlands!?

INTRODUCTIE
‘Koninginnedag is typisch Nederlands!’ Althans, dat wordt vaak gezegd. Maar wat is er dan zo Nederlands aan? Wat maakt een land als Nederland bijzonder en uniek?
Tijdens deze les kunnen de kinderen samen eens stilstaan bij wat nu zo Nederlands is aan Nederland. Vervolgens kan de stap gezet worden naar andere landen. Misschien zitten er kinderen in de klas, die een deel van hun leven in een ander land hebben gewoond. Of kinderen, met een niet-Nederlandse cultuur of achtergrond. Misschien is iemand in een bijzonder land op vakantie geweest, waar hij/zij graag iets over vertelt.
In deze les is daar expliciet aandacht voor en kunnen kinderen er in groepjes op een concrete manier mee aan de slag gaan.

Laat het filmpje Het is Koninginnedag zien, dat u kunt vinden op jeugdjournaal.nl.
Google: Het is Koninginnedag 2011. Een van de resultaten is dan de website van het Jeugdjournaal, met als datum: 30 april 2011. Klik daarop en u bent op de pagina met het betreffende filmpje.

Bespreken
Na het filmpje is het belangrijk om eerst eens met elkaar te bespreken waarom we Koninginnedag vieren. Veel kinderen zullen wel weten, dat 30 april een nationale feestdag is. We vieren de verjaardag van de koningin. Maar… weten de kinderen eigenlijk wel, dat de koningin niet jarig is op 30 april, maar op 31 januari? Waarom vieren we haar verjaardag dan tóch op 30 april? We vieren het op 30 april, omdat koningin Juliana, de moeder van koningin Beatrix, op die datum jarig was. Koningin Beatrix wilde dit in stand houden. Niet alleen ter ere van haar moeder, maar ook omdat zij (Beatrix) op 30 april 1980 de troon besteeg, dus troonopvolger werd. Reden genoeg voor een feestdag dus!

WAT IS TYPISCH NEDERLANDS?
Laat de kinderen vervolgens nadenken over wat ze nu hebben gezien dat écht Nederlands is. Iets dus, dat je in andere landen niet zult zien met zo’n feest. In ieder geval de kleur oranje. En ook de rood-wit-blauwe vlag is uniek. Natuurlijk kunt u het nu ook hebben over wat er op Koninginnedag allemaal gebeurt. De vrijmarkt, de oud-Hollandse spelletjes en lekker eten en drinken op straat zijn hierbij het meest bekend.

Top vijf
Laat vervolgens de kinderen eens nadenken wat ze nu – afgezien van Koninginnedag- nog meer écht Nederlands vinden aan Nederland. U kunt groepjes maken en elk groepje een thema meegeven. Bijvoorbeeld: feesten, eten, belangrijke of opvallende mensen, gebouwen, enzovoort. Binnen het eigen thema moet elk groepje vervolgens een top vijf maken en die op een grote poster zetten. De kinderen mogen dit met woorden doen, maar natuurlijk ook met plaatjes of tekeningen (of een combinatie van die twee).

Presenteren
Als de groepjes hun posters af hebben, presenteren ze die aan de klas. Dit is ook het moment om kinderen, die een niet-Nederlandse achtergrond hebben, te vragen naar verschillen. Zorg ook dat er kritisch gekeken wordt naar de posters. Wie is het eens met de top vijf? Of oneens? En waarom? Bij het thema Eten is bijvoorbeeld de kans groot, dat er spaghetti genoemd wordt, terwijl die uit Italië komt!

TYPISCH…?!
Dezelfde thema’s
Verdeel de klas daarna weer in groepjes. Nu gaan de groepjes aan de slag met andere landen. Het is de bedoeling, dat elk groepje zich «in het geheim» in een bepaald land verdiept. De groepjes gaan zich buigen over dezelfde thema’s, die we eerder hebben besproken, toen het over Nederland ging. De kinderen mogen hier van alles voor gebruiken: boeken, internet, medeleerlingen enzovoort.

Geheim
Alle groepjes krijgen een tafel ter beschikking, waarop ze hun land kunnen presenteren. Dit kan aan de hand van de vlag, plaatjes (met de namen) van bekende personen, gebouwen, “nagemaakt” eten, enzovoort. Maar… de naam van het land blijft geheim! De rest van de klas moet dan telkens raden om welk land het gaat. Vergeet ook niet om samen met de kinderen op de wereldkaart te kijken waar elk land ligt. Zo maken de kinderen met de hele groep een reis om de wereld.
Het kan leuk zijn, om hier een paar dagen voor uit te trekken. De kinderen hebben dan voldoende tijd om (bijvoorbeeld) een foto van thuis mee te nemen, verpakkingen van eten te verzamelen of iets moois te maken voor de presentatie van hun geheime land!

NABESPREKEN
Bij het nabespreken van de les kunt u de kinderen vragen wat ze ervan vonden. Dit kan weer gebeuren aan de hand van vragen.

Ik geef u enkele voorbeelden van vragen:
– Weten de kinderen nu wat typisch Nederlands is?
– Welke andere landen hebben indruk op ze gemaakt?
– Zijn de kinderen nieuwsgierig geworden?
– Vonden ze het leuk om in groepjes te werken?
– En zijn ze trots op hun presentatie?

Veel succes en plezier!