Beschrijving van een actueel verschijnsel, als aanvulling op de leergang voor sociaal-emotionele ontwikkeling. Lastbewustzijn: het besef, dat je iemand anders iets aan kunt doen en tot last kunt zijn. Over mentaliteit, individualisering en egocentrisme. Met een aanpak per bouw.

Bestanden

Klik op de naam van het bestand om het te openen.

Artikel

Introductie

In dit artikel ga ik ervan uit, dat u op het gebied van de sociaal-emotionele ontwikkeling met een standaardprogramma of een standaardaanpak werkt, maar dat u die programma’s aan durft te vullen met actuele inhouden. Een van die actuele inhouden heb ik al behandeld in het Praxisbulletin van maart 2011 en april 2011.* In die tweedelige artikelenserie ging het over het actuele thema van het alibiseren. Dat is het verschijnsel, dat steeds meer kinderen geen verantwoordelijkheid willen dragen voor hun daden en er zich met een smoesje van af willen maken.
In dit artikel stel ik een volgend verschijnsel aan de orde, namelijk lastbewustzijn: het besef van een mens, dat hij/zij de ander wat aan kan doen of de ander tot last kan zijn.

LEERGANGEN
Veel scholen werken tegenwoordig met een leergang op het gebied van de sociaal-emotionele ontwikkeling, zoals de Kanjertraining, Leefstijl of de bakjesaanpak. Die programma’s bevatten voor de hand liggende leerinhouden. In de praktijk kom ik dan ook nogal wat leerkrachten tegen, die in die programma’s actuele inhouden missen. En daarnaast is het maar de vraag, in hoeverre die programma’s voldoen aan de kerndoelen. Want die kerndoelen zijn nieuw en alle programma’s zijn daarop nog niet aangepast. Bij de kerndoelen gaat het om het realiseren van:
– een positief zelfbeeld;
– zelfstandigheid;
– sociaal gedrag en sociale vaardigheden;
– een juiste werkhouding en concentratie.

Lastbewustzijn nader ingevuld

MENTALITEITSCOMPONENT
Er zijn steeds meer kinderen, die niet beseffen wat ze anderen aandoen of welke last ze anderen bezorgen. Dat is bij jonge kinderen vanzelfsprekend, maar het komt ook steeds meer voor bij oudere kinderen. Dit gebrek aan sociaal inlevingsvermogen – en soms zelfs onverschilligheid en verhard egocentrisme – kan veel leed veroorzaken.
Dit type problemen heeft een sterke mentaliteitscomponent. Er is sprake van een tekort aan begrip hebben voor anderen. En er is niet voldoende besef, dat anderen zo weinig mogelijk last van jou mogen hebben. Immers: als anderen bepaald ongewenst gedrag ten opzichte van jou vertonen, dan heb je daar ook last van en dan vind je dat ook niet leuk!
Inleven in gevoelens van anderen en rekening houden met anderen… Het zijn dingen, die veel kinderen, die de basisschool binnenkomen, nog moeten leren. Dat heeft vaak te maken met het feit, dat hun ouders ze dat onvoldoende hebben bijgebracht. De onverschilligheid, het egocentrische is te weinig gecorrigeerd. En natuurlijk leven we ook in een samenleving, die in toenemende mate aan het individualiseren is.

OUDERS EN SCHOOL
Nogal wat kinderen ontdekken en leren dat allemaal, als ze in een omgeving opgroeien, die dat wél benoemt en met hen bespreekt. Leren om je in te leven in anderen en rekening te houden met anderen, is niet alleen de taak van de ouders, maar ook een taak voor de school. Bij de kerndoelen komen we bijvoorbeeld tegen:
– Het kind houdt rekening met gevoelens en wensen van anderen.
– Het kind kent de emoties en gevoelens van andere kinderen en kan die interpreteren.

BEGELEIDING
Bij de ontwikkeling van het lastbewustzijn ordenen we de aanpak in de drie bouwen van de school: onderbouw, middenbouw en bovenbouw. Het is uiteraard belangrijk om steeds aan het lastbewustzijn te werken, maar ook aan de positieve component. En dat is zorg en hulpvaardigheid. Dus het tegenovergestelde van last!

Aanpak in de onderbouw

VAN EGOCENTRISCH NAAR SOCIOCENTRISCH
Veel binnenkomende kinderen in groep 1 zijn egocentrisch. Dat betekent, dat ze de wereld overwegend vanuit hun eigen gezichtspunt bekijken en moeite hebben zich in te leven in anderen. Ze hebben er soms niet alleen moeite mee, maar ze hebben de instelling, de geneigdheid vaak ook niet om dit te doen.
Het vervangen van het egocentrische standpunt naar een meer sociocentrische instelling moet begeleid worden. Sommige kinderen zijn verhard egocentrisch, omdat ze verwend zijn en van hun ouders zich nooit hebben hoeven in te leven. Als we ervan uitgaan, dat er géén sprake is van een ernstige gedragsstoornis, dan zijn de volgende drie actiepunten aan te bevelen.

DRIE ACTIEPUNTEN
1 Concrete leefsituaties
Maak kinderen bewust van hoe andere kinderen zich voelen, door dat aan de orde te stellen tijdens concrete leefsituaties. Doe dat niet aan de hand van een verdrietig musje of en zielig olifantje, maar ga uit van de dagelijkse leefsituatie van de kinderen. Bijvoorbeeld: een kind valt. En u vraag (of vertelt) hoe dat kind zich voelt. U kunt het gevallen kind dat ook zelf laten vertellen. Het is dus aan te bevelen om kinderen dit zo veel mogelijk te leren, zónder dat er sprake is van ongewenst gedrag. Stel het dus regelmatig aan de orde, als de situatie zich voordoet, dat u kinderen kunt leren zich in het standpunt van een ander te verplaatsen. Dan is het ook levensecht. Het gaat om het inleven in anderen.
Spreek steeds over het volgende: hoe zou het kind zich voelen? En: hoe zou jij je voelen, als jou dat zou overkomen? Soms missen jonge kinderen de woordenschat, om dat onder woorden te brengen. Dan is het aan te bevelen, dat u gewoon zelf antwoord geeft op de vraag. Op die manier leert u de kinderen dan de bijbehorende taal aan.
2 Concrete lastsituaties
Een belangrijke activiteit is ook om concrete lastsituaties te bespreken. Hierbij gaat het om situaties, waarbij kinderen elkaar last bezorgen en last van elkaar hebben. Bijvoorbeeld: een kind pakt iets van iemand af. De vraag is: hoe zou het kind zich voelen, waarvan iets wordt afgepakt? En: hoe zou jij je voelen, als iemand iets van jou zou afpakken? Dit heeft alles te maken met de oude, morele wet: wat gij niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet. Kijk in uw groep naar concrete voorvallen, waarbij u het verschijnsel last kunt bepreken. Daarbij kan het gaan om duidelijke zaken, zoals: iets kapot maken van een ander, iets afpakken, schreeuwen tegen anderen, enzovoort.
3 Positieve component
Bij de positieve component van dit thema gaat het er juist om, dat kinderen ervaren, dat het prettig is om leuke dingen met anderen te doen en rekening met elkaar te houden. Kinderen moeten ook ervaren dat het leuk is, om iets voor iemand te doen. Het is immers toch ook zo, dat kinderen het prettig vinden, als anderen leuk met hen omgaan. Tegenover de last moet dan het rekening houden met elkaar of het helpen van elkaar staan. Maak kinderen bewust van prettige, sociale ervaringen, zoals: iemand een pluimpje (compliment) geven, iemand helpen, iemand troosten, iets geven aan iemand, iets voor iemand doen, leuk met iemand spelen, enzovoort.

Aanpak in de middenbouw

PEDAGOGISCHE BOODSCHAPPEN
Het aangeven hoe een ander zich voelt en hoe jij je voelt in een bepaalde situatie is een vormingsactiviteit. Het heeft te maken met persoonlijke groei, maar ook met de mentaliteit en de persoonlijkheidsvorming van een kind. Dat betekent, dat het een pedagogische opdracht is, met een permanent karakter. Daarmee wil ik aangegeven, dat u de situaties die zich voordoen moet aangrijpen om pedagogische boodschappen uit te zenden.
In de middenbouw moet u de aanpak van de onderbouw voortzetten. Datzelfde verschijnsel kent u ook met betrekking tot het zelfstandig werken. Als kinderen zelfstandig kunnen spelen en werken, dan kan dat ook zo weer in elkaar zakken, als ze dat niet bijhouden. Kinderen vervallen dan snel tot hulpeloosheid. Met betrekking tot lastbewustzijn is het zo, dat kinderen dan weer snel tot egocentrisme vervallen. U moet het dus blijvend aan de orde stellen. Voor de middenbouw noem ik de volgende drie actiepunten.

DRIE ACTIEPUNTEN
1 Aanpak onderbouw
De aanpak van de onderbouw moet worden voortgezet. Iedereen die dagelijks met kinderen omgaat, kan een lijst maken van last veroorzakende situaties in de middenbouw. Ik noem: pestgedrag, uitlachen, iets afpakken, iets vernielen, iemand beledigen, roddelen, voordringen, (uit)schelden, niet naast iemand willen zitten, ergens doorheen praten, lawaai maken, de wc niet netjes achterlaten, in de weg staan, iets kwijt maken, enzovoort. Daarbij is het ook aan te bevelen, om aan te geven waar u als leerkracht last van hebt!
2 Strip
U kunt werken met strips. (Eén voorbeeld van deze zogenoemde lastbewustzijnstrip is opgenomen in dit artikel.) Kopieer de strip voor de kinderen en bespreek aan de hand van de strip het beleven van de verschillende standpunten. Van elke situatie, elk voorval is een verduidelijkende strip te maken. Het is effectief om gedragsdoelstellingen te visualiseren.
3 Positieve component
De positieve component is: je bewust worden, dat het prettig is om leuk en aardig te doen/te zijn tegen anderen. Bij deze component kunt u thema’s behandelen als: wanneer is iemand aardig, een geheim kunnen bewaren, iemand in vertrouwen nemen, niet klikken, voor iemand opkomen, iemand verdedigen, iemand troosten, iemand moed inspreken, iemand helpen, belangstelling voor iemand tonen (hoe gaat het met je?), enzovoort.

Aanpak in de bovenbouw

BLIJVENDE AANDACHT
Omdat kinderen in deze leeftijd vooral gericht zijn op leeftijdgenoten en daardoor anderen minder belangrijk vinden, kunnen ze veel last veroorzaken. Er is sprake van toenemend pubergedrag. Kinderen kunnen erg luidruchtig zijn, gauw iemand beledigen en soms ook gewelddadig zijn. Het is daarom zeker in deze periode belangrijk, om blijvend aandacht aan het lastbewustzijn te besteden. Ik noem de volgende mogelijkheden (actiepunten).

VIJF ACTIEPUNTEN
1 Aanpak onderbouw/middenbouw
Zet de aanpak van de onderbouw en de middenbouw voort. Bespreek dus niet alleen alledaagse situaties van last, maar ook het tegenovergestelde, namelijk: profijt hebben van de ander.
2 Gulden leefregel
Leer de kinderen ook de zogenoemde gulden leefregel aan: wat gij niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet. (Of gebruik een hedendaagse variant daarvan.)
3 Project
Besteed aandacht aan het verschijnsel vandalisme. Doe dat in projectvorm. Dat kan uiteraard een eigen project zijn. Maar u kunt ook gebruik maken van het project Doe effe normaal (via de politie).
4 Krant
Bespreek nu ook situaties uit de samenleving, die last veroorzaken. Dat kan heel goed aan de hand van krantenknipsels. In de bovenbouw kunt u het dan bijvoorbeeld hebben over: ongelukken die veroorzaakt zijn door alcoholgebruik, diefstal, op een onjuiste manier kritiek leveren op anderen, op een onjuiste manier reageren als anderen een fout maken, rommel op straat gooien, enzovoort. Besteed ook aandacht aan de inhoud van begrippen als: solidariteit, opkomen voor armen, Amnesty International, Warchild, eenzaamheid, duurzaamheid, eerlijkheid, enzovoort.
5 Positieve component
Stel ook nu weer de positieve component aan de orde, in de vorm van thema’s als: hulpvaardig zijn, respect tonen voor anderen, geven en nemen, niet discrimineren, leuke dingen over anderen kunnen vertellen, iets kunnen (uit)lenen, iets voor niets voor iemand doen, iets doen wat iemand graag wil, naar anderen luisteren, geduld hebben bij het omgaan met anderen, anderen accepteren zoals ze zijn, enzovoort.

Volhouden

LANGE ADEM
Het werken aan lastbewustzijn is iets van de lange adem en van het herhalen en vol blijven houden. Het is noodzakelijk, dat u er blijvend aandacht aan besteed. Want u kunt nog zo veel sociale vaardigheden aanleren, als de mentaliteit niet verandert, dan worden die sociale vaardigheden niet toegepast! Pas de actiepunten van dit artikel dan ook in uw eigen leerlijn in.

AANVULLEND LEERDOEL
Als aanvullend leerdoel kunt u kinderen ook leren om hun excuses aan te bieden, als ze last veroorzaakt hebben. Daarbij gaat het niet om een automatisch en niet gemeend sorry, maar om drie dingen:
– Geef aan dat het je spijt.
– Geef aan waarom het je spijt.
– En geef aan wat je zult doen om het last veroorzakende gedrag voortaan te voorkomen.
Probeer die drie dingen aan te leren als reactie op het veroorzaken van last. Daarmee krijgt het excuus aanbieden iets meer diepgang dan een automatisch sorry zeggen.

Veel succes!

Meer lezen

– C.J.M. Schuyt & E. Petersma, Wat gij niet wilt dat u geschiedt …, verkorte weergave van het WRR-rapport Waarden, normen en de last van het gedrag, Amsterdam University Press/Salomé, 2004. (WRR: Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid.)
– L.J. Koning, De Nieuwe Gedragsorthotheek, Pravoo-instituut, Daarle, 2009.

Noot
* Zie respectievelijk de artikelen ‘Maar hij deed het ook…!’(1) en ‘Maar hij deed het ook…!’ (2), van Luc Koning, die zijn verschenen in Praxisbulletin, 28ste jaargang, nummer 7 (maart 2011) en nummer 8 (april 2011).