Dit artikel gaat over de persoon van de leerkracht. De man of de vrouw, die elke dag weer de opgave heeft er iets moois van te maken. De man of de vrouw, die “worstelt” met de leerlingen. De professional, die afstand kan nemen en zichzelf in de rol van leerkracht kan bekijken.Doelgericht inspelen op de onderwijsbehoeften van de individuele leerling én de groep zodanig aansturen, dat het rendement groot is… Dat willen we allemaal! Maar het lukt gewoon niet altijd.Dit artikel gaat over het zoeken naar evenwicht. Evenwicht tussen leerkracht en leerling. En evenwicht in de persoon van de leerkracht zelf…

Bestanden

Klik op de naam van het bestand om het te openen.

Uitbreidingen

Mijn klas

De kring als strafexercitie

Mijn kleuters zitten in de kring. Vijfentwintig leerlingen, alle nationaliteiten. Kleuters, die vloeiend babbelen. En kleuters, die zwijgend de kat uit de boom kijken. Vijftig ogen, die de wereld in kijken. De klas als kleine wereld.
Elke dag begin ik met een gevecht: de kring. Ik werk nu vanaf vorig jaar augustus op deze school, in deze groep. En de constatering is hard: het is me niet gelukt om een kring op een acceptabele manier te leiden. De leerlingen blijven niet zitten, er gaat een kind huilen, er vallen drie kinderen van hun stoeltje (nooit één!) of er plast een kind in zijn/haar broek… De kring staat als strafexercitie op het rooster!
Alles heb ik al uit de kast gehaald: prentenboeken, poppen, knuffels, regels stellen, een praatstokje, liedjes, dansjes, boos worden… Ik doe mijn best, ik doe mijn uiterste best. Maar de kring achtervolgt me in mijn dromen. Dromen, die nachtmerries zijn én blijven.

Duidelijker zijn

De interne begeleider (IB’er) zegt, dat ik duidelijker moet zijn. Duidelijker in mijn afspraken. Maar hoe kan ik duidelijker zijn? Moet ik wel duidelijker zijn? Vraag ik niet te veel van die kleuters, die het wiebelen en van hun plaats lopen gewoon in hun bloed of hun genen lijken te hebben? “Op je stoel blijven zitten!” en “Houd je mond, als je niet aan de beurt bent!” kan ik niet zo goed uit mijn mond krijgen. Juf Magda, mijn collega, wél. Die geeft gewoon een brul. Ik kan dat niet.

Geen kring meer?

Mijn partner thuis kent al mijn pogingen. Ze kent mijn voorbereidingen, mijn zoeken naar houvast in de literatuur en mijn verhalen van honderd dagen mislukken. Ik verzucht dat ik van kleuters houd, maar die kring…, die kring haat ik!
Mijn partner is betrokken, maar tegelijkertijd een relatieve buitenstaander. Zij kent de school en de klas waar ik werk niet anders dan uit mijn verhalen aan de eettafel. Ze glimlacht en zegt, dat ik naar mezelf moet luisteren.
Ze brengt me in verwarring. Ik flap mijn frustratie eruit: “Die stomme kleuters kunnen gewoon niet op hun stoel blijven zitten. En arme ik. Ik verzin me te pletter, om iets leuks neer te zetten. En zij verknallen het steeds maar weer opnieuw!” Ik draaf door: “Het is zonde van mijn tijd. Ik kan beter iets anders doen.”
Mijn partner herhaalt: “Iets anders doen…?!
Ik reageer fel. Ik heb écht alles geprobeerd. Ik kan alles opnoemen. En nu vraagt zij mij iets anders… Hoe kun je nu nog meer dingen bedenken, als je alles al geprobeerd hebt? Ik weet gewoon niets meer! En dat zeg ik haar.
Dat vindt zij een briljant idee: niets. Dus: geen kring! Ik sta perplex.

De volgende dag

Meteen aan het werk!

De leerlingen komen binnen. Ik geef ze de gebruikelijke hand, maak een kort praatje met ze en zeg, dat ze alvast een kaartje kunnen hangen op het planbord. Een kaartje voor de hoek waar ze gaan werken. Dat is het. Ik start géén kring meer!
Ouders schud ik van me af. Leerlingen jengelen niet. Die vliegen naar de hoeken, om te gaan werken. Binnen vijf minuten is iedereen bezig. Energie komt los. Er wordt geschilderd, er wordt gespeeld in de poppenhoek, er wordt gepuzzeld en gelezen. Alle speelwerkhoeken zijn in bedrijf!

Gooien met blokken

Er vliegen blokken door de lucht. En ik ben verbaasd over mijn eigen reactie. In plaats van boos te worden en de brul van juf Magda te imiteren, vraag ik de twee gooiende jongetjes “wie het verst komt met de blokken”.
De reactie van de jongetjes doet mijn hart smelten. “Ik ben kampioen! Want ik ben voor Ajax! Ik kan honderd kilo ver gooien!” Nu weet ik weer waarom ik voor de kleutergroep koos!
“Jongens, pak de pittenzak, als je met iets wilt gooien, want blokken zijn hard en doen au,” zeg ik. Pittenzakken blijken echter niet spannend genoeg te zijn. Maar met blokken gooien in een klaslokaal vol met kinderen, dat kan ook niet. In overleg besluiten we daarom om dan maar met blokken te gaan gooien in de zandbak buiten… Daar gaan blokken niet kapot. En er staat daar niemand in de weg op dit uur van de dag. Hoe verzinnen we het?
Ik overzie de klas, pak mijn kopje koffie en ga zitten. Gedachteloos pak ik een prentenboek en sla het open. Sanne hangt tegen me aan. En zonder een woord te zeggen, is ze dwingend: voorlezen! Uiteraard doe ik dat. Mohammed zit al na de eerste pagina op mijn andere knie.
Ik laat het gebeuren!

Een volmaakte halve kring

Mohammed en Sanne zijn duidelijk kinderen, die van verhalen houden. Ze brengen boeken naar me toe of dwingen de verhalen af. Ze brengen ook hun (zwijgende) vrienden mee.
Een week geleden besloot ik géén kring te doen. En nu zit ik met een halve groep op de grond. Ik vertel en ik laat vertellen. We praten samen over het boek, het verhaal, de illustraties en alles wat langskomt. En bij kleuters komt – door hun associërend vermogen – heel veel langs!
Het is een volmaakte halve kring. Zo ontspannen, zo rijk, zo actief, terwijl er rust heerst. De kring wordt verslonden. De halve kring dan, want de andere helft van de klas bouwt, gooit, speelt, puzzelt en schildert. Het blijft een ogenschijnlijke chaos.
Ik bereik met mijn verhalen niet de hele groep. Dat knaagt. Veel leren is niet zichtbaar. Ik weet het, maar toch…

Opnieuw de jongens met de blokken

Schaamte

De twee jongens spelen nog steeds met blokken. Ik mis die donderstenen niet in mijn kring. Maar ja, ik zal toch ook “iets kringerigs” met hen moeten doen.
Ik ga bij ze zitten en laat zien dat ik ze zie. De jongens beginnen te vertellen: “Ver gooien is leuk…” “Maar hoog gooien nog veel leuker!” Ze kijken elkaar aan. Een van hen zegt: “Hoog gooien met pittenzakken, hoor! Hoog gooien met blokken doet pijn!” Ik kijk vragend. Een van de jongens heeft een blok op zijn hoofd gehad.
Ik voel schaamte, omdat ik dit niet heb meegekregen, terwijl ik bezig was in de halve kring. Maar de jongens redden me: “Jij was aan het lezen. En toen hebben we een natte doek gepakt, want dat doet mama ook altijd…”

Ook een kring, maar dan anders!

Ik vraag wat ze allemaal kunnen met blokken en pittenzakken. De twee branieschoppertjes hebben nu de volle aandacht. Alles wat met pittenzakken en blokken mogelijk is, komt langs. De meest waanzinnige dingen worden genoemd. Minstens de helft is fantasie, ter plekke uit de duim gezogen. Maar de nieuwsgierigheid van hun vrienden is wél gewekt. Half hangend over elkaar, elkaar helpend, pestend, soms aandachtig, genietend doen ze verslag van hun kunnen. Ik denk: dit is een veel minder geordende “kring” dan de reguliere kring, maar het is óók een kring!

Terugblik

Doorbraak

Waarom deed ik honderd dagen iets, waar ik ongelukkig van werd? Waarom zo lang? Waarom kwelde ik mezelf én de leerlingen?
Ik had heus wel door, dat het me niet goed afging. Ik verdiepte me in de literatuur en volgde braaf alles op, dat als raad gegeven werd. Het zoeken naar oplossingen verrijkte mijn handelingsmogelijkheden. Het bood me handvatten. Maar het hielp me niet uit de chaos, die kring heette.
Al die mooie, wijze dingen waren in mijn handen parelen voor de zwijnen. Het lukte me niet!
Dit bekennen was het begin van de doorbraak.

Onecht

Alle alternatieven heb ik uitgeprobeerd. Ik voerde uit wat ik dacht dat goed was. Ik voerde datgene uit, waarvan ik dacht dat het goed gevonden zou worden. Kortom, ik deed mijn best.
Kunstjes werkten echter niet. Kinderen proefden, roken, voelden dat het onecht was wat ik deed, dat het niet echt bij mij hoorde. Ze signaleerden mijn getob en reageerden daar onmiddellijk en moeilijk op. Onbedoeld frustreerden ze mij, frustreerde ik mezelf. Ik schaamde me. Want ik moest toch een kring kunnen leiden!
Wilde ik dan geen kring? Natuurlijk wel. Doelen, die met de kring behaald kunnen worden, zijn duidelijk en helder. En die doelen wilde ik uiteraard ook behalen met mijn leerlingen.
Een slechte kring levert echter niets op. Het is meer dan het alleen maar formeel afwerken van een kunstje. Een kring moet kinderen uitnodigen!

Ruimte

Toen ik die bewuste ochtend met de moed der wanhoop géén kring meer deed, voelde het goed. Geen leerling zei er iets over, dat het die ochtend anders was dan anders. Het leek alsof er een nieuwe wind door de klas blies. Een aangename wind. Het leek voor iedereen logisch zo. Iets dat niet werkt, moet je niet in stand houden. Nu was er ruimte om niet meteen in de steigers te hoeven staan en de met blokken gooiende jongetjes de mantel uit te vegen. Nu was er ruimte om een boekje te pakken. Nu was er ruimte om op een ongedwongen manier mooi onderwijs te laten ontstaan.
En dit alles was bij mezelf begonnen. Ik heb stukje bij beetje geleerd om mezelf de ruimte te gunnen. Ruimte, om te doen wat ik denk en voel dat ik moet doen. Een kring door géén kring! Om zo ook leerlingen de ruimte te geven. Mooi onderwijs, maar dan zónder kring!

Aardrijkskunde in groep 7

Situatie

Je begint een les. Je honderdste aardrijkskundeles. Leerlingen zitten op hun plaats en hebben hun boek voor zich. Je ziet aan de lay-out dat iedereen de juiste bladzijde voor zich heeft.
De eerste zinnen zijn voorbij en je wilt de beurt geven aan een kind. Maar ineens is alle aandacht weg. Er wordt gepraat. Er wordt geschoven met stoelen. Er staat een leerling op. Er valt een pen. Er wordt gelachen. En je ziet: het is wéér dezelfde leerling, die de boel op scherp zet!
Tien minuten later liggen de boeken nog steeds op tafel. De fut is eruit. Je stort je daarom met alle energie die je in je hebt op de les, in een poging die vlot te trekken. En wéér glipt de situatie uit je handen. Je schiet uit je slof. “Dit was niet wat we hadden afgesproken! De afspraken staan helder op het bord. Nee, nu geen discussie!”

Je weet het niet meer!

Zo wil je het niet. Zo kan het niet. Je baalt. Je zou dit toch gewoon moeten kunnen. De interne begeleider (IB’er) zegt, dat je consequent en duidelijk moet zijn. Maar… zijn drie positief gestelde regels, die je samen met de leerlingen hebt opgesteld en die uitgebreid zijn besproken niet duidelijk genoeg? Het kán niet duidelijker, denk je. De leerlingen verpesten het gewoon voor zichzelf.
Je hebt alles geprobeerd. Je vroeg hulp en je bedacht allerlei alternatieven. Je experimenteerde met allerlei werkvormen. Je liet de kinderen de tekst zelf zachtjes lezen. Je liet ze werken in duo’s. Je maakte opdrachten bij de les, die zelfstandig gemaakt konden worden. Je verdeelde de lesitems over groepjes. Je deed de les klassikaal. Je stuurde de leerlingen naar de mediatheek. Je… Je weet het gewoon niet meer! Jouw conclusie is duidelijk: je doet het niet meer!

Het kwartje valt

Thuis zit je met je partner aan de eettafel. Je partner is een relatieve buitenstaander, die jouw klas alleen via jouw verhalen kent. Ze glimlacht, als je het bijna uitschreeuwt dat je het zó niet meer doet! Ze vraagt: “Waarom zo streng?” Het huilen staat je nader dan het lachen. En je baalt. Je moet duidelijk zijn voor de kinderen. En dat komt streng over, ja.
Dat bedoelt je partner niet. Ze bedoelt: waarom ben je zo streng naar jezelf toe? Kun jij pennen tegenhouden die van tafels vallen? Kun jij kinderen verbieden te lachen? “Waarom, mijn lief, ben je zo streng voor jezelf?”
Het kwartje valt. En je staat perplex.

Advies

Mild zijn

Ons advies omvat een aantal begrippen. Begrippen, die om een eigen invulling vragen. Natuurlijk moet je duidelijke afspraken gemaakt hebben en daarmee de grenzen hebben aangegeven. En natuurlijk moet je dit en natuurlijk moet je dat. Maar de zorg voor jezelf ligt in wat wij noemen: mild zijn.
Mild zijn voor jezelf. En daarmee: mild zijn voor de ander. Niet jij bepaalt hoe het leerproces van een ander gaat. Jij kunt niet leren voor een ander. Leren kun je niet afdwingen. Verleiden kan wél. Een situatie scheppen kan wél. We moeten luisteren naar de leerbehoefte van kinderen. Maar luisteren is moeilijk. We vullen in: dit moet en dat moet en zus moet en zo moet. We moeten zo ontzettend veel!
Nota bene. In de internetuitbreiding bij dit artikel is een stappenplan opgenomen, met betrekking tot zelfzorg en mild zijn (zelfanalyse).

Ruimte geven

Wees niet zo streng voor jezelf. Het rooster mag bijvoorbeeld als dwingend overkomen, maar gooi die dwang van je af. Een aardrijkskundeles mag dan goed voorbereid zijn, maar belangrijke zaken gaan altijd voor. De emotie richt het leren en het leren richt de emotie. Geef daar ruimte voor! De kleine, sociale wereld van jouw klas fungeert als model van de wereld, waarin we leren hoe we met elkaar moeten omgaan, hoe je iets aanpakt, hoe de wereld in elkaar zit. Die kleine, sociale wereld werkt als een spiegel. Die kleine, sociale wereld is jouw klas! Daar gebeurt het.
Ruimte geven is moeilijk. Wat is dat trouwens: ruimte geven? Het betekent, dat je de ander verantwoordelijkheid geeft. Binnen de lijnen is de speelruimte. Jij als leerkracht bepaalt die speelruimte. En die ruimte is verbonden met jouw persoonlijke ruimte.
Leren is voor leerlingen een werkwoord. Geef ze de ruimte om te werken! Op hun eigen manier. Fluit de wedstrijd niet dood.
Stel jezelf vragen! Waarom moeten alle leerlingen in de kring zitten? En wat dwingt jou om die kring eindeloos te herhalen? Vraag je af: wat en hoe en waarom. Het bestrijden van chaos begint altijd bij jezelf. Uitgangspunt is: ben er! Laat het gebeuren!

Uitbreiding

Het artikel in het Praxisbulletin gaat over de persoon van de leerkracht, over het zoeken naar evenwicht tussen leerkracht en leerling en tussen de leerkracht en zichzelf.
Centraal staat ruimte geven. Dit betekent dat je de ander de verantwoordelijkheid geeft. Binnen de lijnen is de speelruimte. U als leerkracht bepaalt die speelruimte. Die ruimte is verbonden aan uw persoonlijke ruimte. Leren is voor leerlingen een werkwoord; geef hun de ruimte om te werken! Op eigen wijze, op hun eigen manier: fluit de wedstrijd niet dood. Wanneer ben je eigenlijk nodig? Laat hen het uitzoeken!
In deze internetuitbreiding vindt u “Mild zijn in drie stappen”, een zelfanalyse om meer inzicht te krijgen in gebeurtenissen in de klas en uw eigen rol daarbij.

Mild zijn in drie stappen

Vindt u dat u al vaak genoeg tegen hetzelfde bent aangelopen in uw klas? Waarbij u zich benauwd gaat voelen als u er alleen al aan denkt? Zet dan de stappen in het onderstaande document.

Belangrijke handreiking bij het invullen: “traag denken”. Neem de tijd om de verschillende stappen in te vullen. Neem voor stap 1 en voor de eerste twee vragen van stap 2 een paar dagen de tijd. Schrijf wat op, leg het een tijdje weg, lees het weer eens door, enz. Het zal het succes van de drie stappen zeker ten goede kunnen komen.

Open het kopieerblad door op de bestandsnaam in de lijst hierboven te klikken. U kunt het pdf-bestand (2 pagina’s) vervolgens afdrukken en/of opslaan op uw computer.