Tegenwoordig heeft ieder kind wel ooit een foto gemaakt. Sterker nog, veel kinderen schieten plaatjes bij de vleet. Even richten, scherpstellen, de ontspanknop helemaal indrukken en het kiekje is gemaakt. Leuk om te doen, maar slechts een allereerste stap op het pad van de fotografie. Fotografie draait om het vertellen van een verhaal in beeldtaal, het vangen van emoties en het weergeven van een unieke kijk op de wereld. In de fractie van de seconde dat de sluiter openstaat, moet alles kloppen: het licht, de compositie, de sfeer, de camera-instellingen en het idee voor de foto. Poeh, dat is toch een ander verhaal dan een snel geschoten fotootje! Een foto maken blijkt ineens een hele kluif. En in die kluif zetten de kinderen hun tanden. En wel door middel van een kunstworkshop fotografie!

Edward Burtynsky

DILEMMA
Uitgangspunt voor de workshop is het werk van de beroemde, Canadese fotograaf Edward Burtynsky (1955). Het werk van Burtynsky gaat in op een van de dilemma’s van onze moderne tijd, namelijk: de invloed van ons consumptiegedrag op de aarde. Wat doen wij mensen met wat we natuur noemen? Burtynsky legt onze betrokkenheid vast bij een industrie, die diep ingrijpt in natuurlijke landschappen. Dat doet hij op een manier, die vragen oproept over ethiek en esthetiek.
Aan de ene kant toont Burtynsky namelijk ecologische rampen, terwijl het hem aan de andere kant lukt daarin schoonheid en verbluffende kleuren te zien. Bovendien worden die rampen vanuit intrigerende hoeken door Burtynsky vastgelegd. Een voorbeeld is zijn bekende foto van giftige nikkelstromen, in een vrijwel verlaten landschap, in het Canadese Ontario. Een onbeschrijflijke aantasting van het milieu. Een natuurramp. Maar wat een verbluffende kleuren!

PARADOX
De paradox in het werk van Burtynsky is, dat iets wat zó bedreigend en beschadigend, zó giftig en verwoestend voor de aarde is, tóch zo mooi kan zijn. Die combinatie wringt en roept vragen op. Burtynsky’s ooggetuigenverslag in beelden doet geen poging die vragen van een eenvoudig antwoord te voorzien. Dat is er niet. Zijn werk heeft een open einde. (Zie: Tips over Burtynsky, aan het eind van dit artikel.)

Leren fotograferen

ANALYSEREN
Fotograferen kun je leren. Hoe? Allereerst door het veel te doen en je resultaten kritisch te analyseren. (Zie: foto 1.) Wat ging goed en wat kan nog beter? Daarnaast is het bekijken van het werk van vermaarde fotografen een goede manier om je blik op fotografie aan te scherpen. Het gaat er uiteraard niet om het werk van anderen te kopiëren. Dat is verre van origineel en vaak simpelweg te hoog gegrepen. Nee, het gaat erom je te laten inspireren.

f7673294-b6d8-4015-8368-fbd9deb78897_fotograferen0

INSPIREREN
Laat je oog eens een tijdje rusten op een beeld, dat je aanspreekt. Wat maakt die foto tot een krachtig beeld? Welk verhaal ligt in de foto besloten? Hoe komt het, dat dit verhaal zonder woorden tóch tot je verbeelding spreekt? Welke sfeer roept de foto op? Hoe heeft de fotograaf dat bewerkstelligd? Zou jij dezelfde keuzes hebben gemaakt als de fotograaf? Wat zou jij anders hebben gedaan? En waarom? Doen en kijken, kijken en doen. Ze gaan hand in hand. Ook in de workshop!

Workshop fotografie

DRIE FASEN
De workshop bestaat uit drie fasen:
– De kinderen beschouwen foto’s van Burtynsky (fase 1).
– De kinderen voeren zelf een fotografieopdracht uit (fase 2).
– De kinderen kijken met een kritische blik naar hun eigen én andermans werk (fase 3).
In totaal neemt de workshop ongeveer twee uur in beslag. Vraag vooraf aan de kinderen om een compactcamera mee te brengen.

FASE 1 DE KINDEREN BESCHOUWEN FOTO’S VAN BURTYNSKY
Duur: 30 minuten.

Presentatie
● Kennismaking
De workshop begint met een presentatie van Burtynsky’s werk. Wie is die man? Wat voor foto’s maakt hij? Wat is daar zo speciaal aan?
● Website
Op de website van Burtynsky (edwardburtynsky.com) staan veel foto’s uit zijn oeuvre. Foto’s van spoorwegen in maagdelijke landschappen. Van kleurrijke, maar vernietigende afvalstromen. Van enorme bergen recyclingmateriaal. Van diepe kraters in steengroeven en zandstranden in Bangladesh, waar scheepsontmanteling plaatsvindt… Het zijn industriële landschappen.
● Selectie
Het is raadzaam in de voorbereiding van de workshop een selectie te maken, die de breedte van Burtynsky’s werk weergeeft. Op een digitaal schoolbord kunnen de foto’s daarna in groot formaat worden getoond.

904c8287-316d-4f1a-8697-21df9c804306_fotograferen1
Beschouwing
Bij kunstbeschouwing bestaat zelden één juist antwoord. Dat is ook bij het werk van Burtynsky het geval. Dat is niet erg. Juist de uitwisseling van ideeën en gedachten opent de poort naar het rijke domein van de fotografische kunst.
● Vragen
Bij iedere foto kunnen dezelfde vragen de revue passeren:
– Wat zie je op de foto?
– Vind je de foto mooi?
– Waarom wel? Of waarom niet?
– Welk deel van de foto wel? En welk deel niet?
– Wat denk je bij de foto?
– Welke sfeer ademt de foto?
– Wil de fotograaf je iets zeggen met het beeld?
– Wat wil hij communiceren?
– Word je door het beeld geraakt?
Iedere vraag helpt de kinderen meer en meer te ontdekken, dat een goed overdachte foto niet louter een registratie van de werkelijkheid is, maar een wereld in zich draagt van herkenning, emotie en interpretatie, opgetekend met licht.

FASE 2 DE KINDEREN VOEREN ZELF EEN FOTOGRAFIEOPDRACHT UIT
Duur: 60 minuten.

Opdracht
Wat kun je met industriële landschappen op school? Nou, veel! In de aula staan emmertjes (gevuld met zand), knijpflessen plakkaatverf, lege frisdrank- en conservenblikjes en flesjes (gevuld met olijf- of zonnebloemolie). De kinderen krijgen de opdracht om met dat materiaal op een tafel een industrieel landschap te maken, dat ze daarna moeten fotograferen.
● Ontwerpvragen
Dat maken en fotograferen gebeurt niet in het wilde weg. Voordat de kinderen namelijk mogen beginnen, schetsen ze in hun groepje het ontwerp van het landschap. Ze stellen zichzelf een groot aantal vragen:
– Wat voor landschap wil ik maken?
– Welke materialen gebruik ik daarvoor?
– Hoe gebruik ik die materialen?
– Stapel ik de blikjes of zet ik ze naast elkaar?
– Zet ik de blikjes rechtop of leg ik ze neer?
– Laat ik ze heel of deuk ik ze in?
– Hoeveel blikjes gebruik ik?
– Wat doe ik met het zand?
– Maak ik een bergje of een rivierbedding?
– Welke kleuren verf ga ik inzetten?
– Waarom juist die kleuren?
– Wat doe ik met de olie: geef ik er het zand een vervuild uiterlijk mee of meng ik de olie met verf, zodat die fraai gaat glimmen?
– Vanuit welke hoek ga ik fotograferen? Enzovoort.
Al snel wordt duidelijk, dat het maken van een landschap niets van doen heeft met lekker kliederen!
Benodigdheden
Voor deze opdracht hebben de kinderen de volgende dingen nodig:
– compactcamera’s (door de kinderen zelf mee te brengen van thuis);
– kaartlezer;
– zand;
– emmertjes;
– lege frisdrank- en conservenblikjes;
– plakkaatverf;
– olijf- en/of zonnebloemolie;
– opengeknipte vuilniszakken;
– Engels karton.

cbd649eb-60c4-4671-aad6-70cdefa66a55_fotograferen2

Organisatorische tips
● Gemak
Leg opengeknipte vuilniszakken op de tafels, waarop de landschappen gemaakt worden. Bij het opruimen kunnen de vuilniszakken dan – samen met al het werkmateriaal – in één beweging opgepakt en weggegooid worden.
● Begeleiding
Het is raadzaam de workshop te laten begeleiden door iemand, die affiniteit met fotografie heeft.
● Ruimte
Werken in een aula heeft in de meeste situaties de voorkeur boven werken in de klas, omdat een aula dikwijls meer ruimte biedt.

Aan de slag!
– Nadat het ontwerp van de kinderen door u is goedgekeurd, kunnen ze aan de slag. Met een goed plan in de hand is het landschap vrij snel gebouwd.
– En dan is het fotografietijd! Laat de kinderen hun camera in de macrostand zetten (bloemicoontje) en laat ze de flitsfunctie uitschakelen (streep door de bliksemschicht).
– Geef in dit stadium verder niet te snel instructies. Het is juist erg leerzaam, als de kinderen achteraf het verschil zien tussen foto’s die vóór en na instructie genomen zijn! (Zie hierna.)

Vijf aanwijzingen
Veel kinderen maken foto’s vanuit een positie schuin boven het gecreëerde landschap, waarbij ze ervoor zorgen, dat het hele landschap vastgelegd wordt. Met vijf (kleine) aanwijzingen kunnen de foto’s fraaier worden:
● Ooghoogte
Op ooghoogte ziet een ontworpen landschap er vaak imposanter uit dan van bovenaf. Ga daarom eens op je hurken zitten. Hoogteverschillen zijn dan beter zichtbaar. En het gevoel in het landschap te staan wordt sterker. De beleving van de foto wordt groter. (Zie: foto 2.)
● Rust
Fotograferen vanuit een lage positie heeft als nadeel, dat de achtergrond verstoord kan worden door voorwerpen uit de aula, die je liever niet in beeld hebt. Pak eens een vel Engels karton en houd dat achter het landschap. De egale achtergrond maakt de foto een stuk rustiger.
● Uitsnede
Niet het hele landschap hoeft gefotografeerd te worden. Een klein deel geeft vaak al een goede indruk. De afsnijding van het beeld aan de randen zorgt ervoor, dat het landschap ook buiten de foto «doorloopt».
● Diepte
Door je landschap van heel dichtbij te fotograferen, ontstaat al snel selectieve scherpte. Dat betekent, dat slechts een klein deel van je foto scherp is. De overige delen zijn onscherp. Dat verschil in scherpte geeft de foto diepte. (Zie: foto 3.)
● Scherpte
Gebruik een tafel, een stoel, een blikje of elkaars schouders als statief. Op die manier kun je de camera prima stilhouden en onscherpe foto’s als gevolg van beweging voorkomen.

FASE 3 DE KINDEREN KIJKEN MET EEN KRITISCHE BLIK NAAR HUN EIGEN ÉN ANDERMANS WERK
Duur: 30 minuten.

Selectie
Terug in de klas krijgt ieder groepje kinderen de opdracht de gemaakte foto’s op de camera terug te kijken en de mooiste foto te selecteren. Dat is geen eenvoudige opgave! Waar moet je op letten? Op de techniek? Op het standpunt? Op de sfeer? Wat moet het zwaarst wegen? Spontaan zullen leerzame discussies gevoerd worden. Een fraai staaltje kunstbeschouwing!

Toelichting
Uiteindelijk wordt van ieder groepje het geheugenkaartje, met daarop de geselecteerde foto, in een kaartlezer gestoken. De uitverkoren foto verschijnt op het digitale schoolbord. Het kind dat de foto gemaakt heeft, is aanwezig voor een toelichting.
● Vragen
De maker van de foto kan zich de volgende vragen stellen:
– Wat is er te zien?
– Welk verhaal wil ik vertellen?
– Waarmee heb ik rekening gehouden?
– Wat zou ik een volgende keer anders doen?
Ook de kijkers kunnen geprikkeld worden te reageren op de foto. (Wat vind je van de foto? Welke gedachte komt bij je op? Wat kun je leren van deze foto?)

TOT SLOT
Fotografie is een kunstvorm. Veel kinderen realiseren zich dat niet. In deze workshop hebben ze kennisgemaakt met het beschouwen van foto’s van een gevierde fotograaf en van hun klasgenoten. Zo groot en veraf en zo klein en dichtbij kan kunst zijn. De fotografievaardigheden die de kinderen hebben opgedaan, zijn breed toepasbaar. Ze dragen de belofte in zich van veel fraaie beelden, voor wie doet en kijkt, kijkt en doet…
Veel succes!
● Veel informatie over Edward Burtynsky is te vinden op zijn eigen website: edwardburtynsky.com

● Bekijk voorafgaand aan de workshop eens een stukje van de film Manufactured landscapes. In deze film wordt Edward Burtynsky gevolgd tijdens zijn fotowerk in China. De film is bij een aantal bibliotheken te leen.