De kinderen in uw groep zijn goochelaars in opleiding die magische trucs bedenken, een toverboek samenstellen, toneelspelen en muziek maken.

Downloads

Artikel en bladmuziek
Muziek
Uitbreidingen
Boekentips en links

Boekentips

  • Het boek der tovermagie, Janice Eaton Kilby & Terry Taylor, Memphis Belle-Standaard Uitgeverij Nv, 2003.
  • Houdini voor kids, Frank van Ark, Forte, 2014.
  • Ik leer goochelen, Pasqual Romano, Deltas, 2010.

Links

Extra lesideeën

Hieronder volgen enkele lesideeën die aansluiten bij het tover-thema uit het artikel Hocus Pocus Pilatus Pas.

Instrumentale begeleiding

Nodig: lied Goochelaar, een of meer exemplaren van de volgende instrumenten: bekken, woodblock (of claves), triangel, maracas.
Duur: 30 minuten
Lesverloop: laat de instrumenten zien en vertel de kinderen dat u de instrumenten om de beurt gaat voorspelen, want ze spelen allemaal wat anders. Bespreek aan de hand van de bladmuziek met extra instrumenten van het lied Goochelaar het eerste instrument (woodblock). De groep zingt het lied, u speelt de woodblockpartij mee. Daarna zingt de hele groep het couplet nog eens, terwijl alle kinderen de woodblockpartij meeklappen. Herhaal dezelfde werkwijze voor de andere drie instrumenten. Deel de instrumenten uit en zing het hele lied met begeleiding van de instrumenten. Laat de instrumenten van eigenaar wisselen en voer het lied met begeleiding nogmaals uit. Maak een opname van een uitvoering en beluister die samen met de kinderen.

Goochelfilm maken

Nodig: voor elke leerling een kopie van het tekenblad (te vinden op deze website), het lied Goochelaar, computerprogramma iMovie of MovieMaker, scanapparaat
Duur: 30 minuten
Lesverloop: zing het lied met de kinderen. Vertel ze dat ze naar aanleiding van het lied een tekening gaan maken waarin een ‘wonderbaarlijke’ goochelact is te zien. Alle tekeningen samen zullen straks een film vormen. Ze moeten hun act binnen de cirkel op het tekenblad tekenen. Benoem hoeveel tijd de kinderen krijgen om de tekening te realiseren (bijvoorbeeld 15 minuten). Geef alle kinderen een tekenblad en laat ze aan de slag gaan.
Verzamel de tekeningen als de tijd om is en laat een leerling de tekeningen scannen en uploaden in iMovie of MovieMaker. Als muziek wordt door een leerling het lied Goochelaar in het computerprogramma geladen.
Beeld en geluid worden op gelijke lengte gemaakt en de film kan worden gemaakt (gepubliceerd). Samen met alle kinderen van de klas wordt de Goochelfilm bekeken.

Hoorspel ‘De goochelshow’

Nodig: instrumenten, voorwerpen die geluid kunnen maken, werkblad hoorspelverhaal en -schema (te vinden op deze website), vijf kleurpotloden of (markeer)stiften (optioneel: opname-apparatuur, een sound-editprogramma zoals Audacity)
Duur: 35 minuten
Lesverloop: zing het lied Goochelaar met de kinderen. Vertel een kort verhaaltje over een goochelaar en laat de kinderen daar passende geluiden bij maken. Bijvoorbeeld: (1) De goochelaar komt aangelopen en staat stil. (2) Op hoge hakken komt zijn assistente eraan gelopen en gaat naast de goochelaar staan. (3) De goochelaar zwaait zijn goochelstokje door de lucht. (4) Vier duiven komen tevoorschijn uit de goochelstok en fladderen rond. (5) De assistente pakt de duiven en doet ze in een prachtige kooi en sluit het deurtje af.
Vertel de kinderen dat ze in groepjes van vijf een hoorspel gaan maken. In 20 minuten moeten ze de hoorspeltekst hebben gelezen, de geluiden uit het verhaal op het schema hebben genoteerd, ingestudeerd en opgenomen.
Deel de werkbladen met het hoorspelverhaal en –schema uit. Vervolgens lezen de kinderen samen het verhaal. Elk kind krijgt een kleur, in het verhaal worden woorden die verklankt kunnen worden met een bepaalde kleur onderstreept/aangetekend en genummerd. Een van de groepsleden is de verteller. Hij of zij leest de stukken van het verhaal voor die niet in geluiden omgezet kunnen worden.
In het hoorspelschema noteren de kinderen bij ‘nummer’ de naam van degene die het geluid gaat maken (met de juiste kleur). In de kolom ‘welk geluid’ wordt aangegeven wat er wordt verklankt (bijvoorbeeld het fladderen van de duivenvleugels). In de laatste kolom wordt het instrument of het voorwerp waarmee het geluid wordt gemaakt genoteerd. Als alle taken zijn verdeeld, oefenen de kinderen het geheel en voeren ze het uit voor de rest van de groep.
Optioneel: Maak opnames van de hoorspellen. De opname kan in de computer met extra geluiden/stiltes worden aangevuld. Beluister en bespreek de opnames klassikaal. Geef vooraf luistervragen als: Welk geluid vind je het best gekozen? Welke opname vind je het best gelukt, hoe denk je dat dat komt?

Melodie spelen

Nodig: lied Goochelaar, bladmuziek Goochelaar met noten in kleur (te vinden op deze website), drie à vier sets boomwhackers
Duur: 15 minuten
Lesverloop: zing het lied Goochelaar met de groep. Als het lied gezongen is, pakt u twee boomwhackers (de G = groen, en de D = oranje) en speelt u de eerste maat (het woord ‘goochelaar’) van het lied. Vraag aan de kinderen welk stukje van de melodie u heeft gespeeld. Als de vraag juist is beantwoord, gaat u door met de instructie. Geef aan dat de kinderen in een groepje het lied gaan instuderen. Ze krijgen daarvoor per groep een set boomwhackers en het lied op kleur genoteerd.
Elke groep kiest een dirigent/leider. Ze verdelen de boomwhackers onder elkaar (er zijn zes verschillende tonen in het lied) en studeren als eerste het refrein in en daarna het couplet. Als ze dit in de vingers hebben, kunnen ze oefenen terwijl de melodie van het lied erbij afgespeeld wordt.
Zing tot slot het lied met de hele groep en verdeel de boomwhacker-partijen over de verschillende groepen. (Groep 1 doet het eerste refrein, groep 2 het eerste couplet, enzovoort.)
Maak een opname van een uitvoering en beluister en bepreek die met de kinderen. Richtvragen daarbij zijn: Welke woorden waren exact gelijk gespeeld met het zingen? Wat vind je opvallend aan de uitvoering?

Meer liedjes: