Een à twee keer per maand krijg ik te maken met een (hoog)begaafd kind of een kind met een ontwikkelingsvoorsprong. En dat al zo’n dertig jaar lang. Steeds meer ben ik er achter gekomen dat de benadering van deze kinderen over het algemeen niet juist is. Gesprekken met de kinderen én met hun ouders geven ook steeds meer duidelijkheid over de nadelen van de huidige benaderingen.
In dit artikel zal ik daarom een andere benadering voorstellen en introduceren: de BOL-werkwijze. Het Begeleid Ontdekkend Leren.

Begaafde kinderen

Uitgangspunt

Het uitgangspunt van dit artikel is dat (hoog)begaafde kinderen vragen om vormen van begeleid ontdekkend onderwijs. In het dagblad Trouw werden in 2006 vier hoogbegaafde kinderen op een middelbare school geïnterviewd. En toen het over de manier van leren ging, stelden alle vier de kinderen, los van elkaar, dat ze eigenlijk zo veel mogelijk via zelfontdekking wilden leren, maar dat ze daar in het huidige onderwijs te weinig gelegenheid voor kregen.
Begaafde kinderen – en vanaf hier worden daarmee bedoeld: begaafde kinderen, hoogbegaafde kinderen en kinderen met een ontwikkelingsvoorsprong – hebben duidelijke voorkeuren met betrekking tot hun eigen ontwikkeling:
– Ze willen het liefst leren via zelfontdekking.
– Ze willen het liefst de activiteiten zelfstandig uitvoeren.
– Ze willen het liefst zelf oplossingen voor problemen bedenken.
– Ze willen het liefst met andere begaafde kinderen werken, omdat die kinderen elkaar kunnen “prikkelen”.

Nadelen van het huidige aanbod

Ik zet even de nadelen van het huidige, veelvoorkomende aanbod op een rijtje:

• Versnellen
Hierbij wordt de gewone stof vlotter gemaakt. Of de gewone stof van bijvoorbeeld een jaar of meer wordt verder gemaakt.
Nadeel. Men laat een kind met mogelijkheden tot ontdekkend leren de stof van een paar stappen verder verwerven, op de manier zoals gemiddelde kinderen leren.

• Verrijken
Hierbij doet het kind met de gewone stof mee. En als het kind klaar is, wordt er extra stof aangeboden, die men “verrijking” noemt.
Nadeel. Kinderen met mogelijkheden tot ontdekkend leren moeten de leerstof op de gewone manier verwerven en worden geremd in hun ontwikkelingssnelheid.
Bovendien is veel verrijkingsstof helemaal geen verrijkingsstof, maar werkverschaffing. Zo kwam ik onlangs een begaafd kind in groep 4 tegen, dat een stamboom van zijn familie moest maken, terwijl dat een of twee jaar later in iedere geschiedenismethode ook aan de orde komt.

• Compacten
Sinds enkele jaren is er nog een nieuwe benadering bij gekomen. En dat is het compacten, uitgewerkt door de SLO. Bij het compacten heeft men bij de leerstofonderdelen (van bijvoorbeeld rekenen) bepaald wat een begaafd kind daar minimaal van zou moeten doornemen. Het kind hoeft dan niet alle oefenstof te maken, maar heeft vaak genoeg aan een minimale hoeveelheid leerstof.
Veel scholen zijn – zelfstandig of onder begeleiding van hun schoolbegeleidingsdienst – overgegaan tot het opzetten van het compacten. Dat compacten leek zo goed, omdat je de begaafde kinderen dan geen overbodige leerstof aanbiedt en tóch als leerkracht de zekerheid hebt dat ze wél kennismaken met de vereiste leerstof.
Nadeel. Bij het compacten maakt men een grote denkfout. Men houdt geen rekening met de basiskenmerken van begaafde kinderen, namelijk dat ze het best en het liefst leren in de vorm van ontdekkend leren.

• Plusklassen
Op sommige scholen zie je dat men op bepaalde tijden begaafde kinderen bij elkaar zet. De kinderen krijgen dan verkorte instructie of voeren plustaken uit.
Nadeel. De kinderen doen met veel activiteiten gewoon mee met de groep. En in de plusklas is er onvoldoende sprake van zelfontdekkende didactiek.

Een concreet voorbeeld

Wat we onder ontdekkend onderwijs verstaan, wordt het best geïllustreerd aan de hand van een concreet voorbeeld. In dit artikel geef ik u het inzichtelijke voorbeeld van ontdekkend onderwijs bij spelling.

Vooruitgeschoven onderwijs

Als kinderen nu goed zijn op het gebied van de spelling, dan laat men deze kinderen vaak woordpakketten of leerinhouden van de volgende groep oefenen. Men doet dat, om er verzekerd van te zijn dat de kinderen dan toch in elk geval die woordtypen behandeld hebben. Deze aanpak van vooruitgeschoven onderwijs wordt vaak gecombineerd met het versnellen. De kinderen oefenen dan soms meer dan één woordpakket per week en gaan sneller door de oefenstof heen.
Enkele jaren geleden zag ik een kind, in het begin van groep 3. En bij het dictee schreef het kind al netjes het woord hond met een “d”. Toen ik vroeg waarom dat zo moest, zei het kind: “Zo staat het altijd in een leesboekje.” Sommige begaafde kinderen hebben ook nog een zeer goed functionerend woordbeeldgeheugen!

Draaideuronderwijs

Het onjuiste van de versnellende aanpak is, dat de kinderen de spelling weliswaar vooruitgeschoven, maar tóch weer op de gewone manier oefenen. Namelijk: net zoals de niet begaafde, gemiddelde kinderen in die volgende groep.
Soms komt men ook wel draaideuronderwijs tegen, waarbij men begaafde kinderen op bepaalde tijden het onderwijs in de volgende groep laat volgen. Zo gaan sommige kleuters op bepaalde tijden het onderwijs in groep 3 volgen. En sommige kinderen in groep 3 gaan met het rekenen meedoen in groep 4. Het werken in niveaugroepen – zoals men dat in het jenaplanonderwijs tegenkomt – is voor hoogbegaafde kinderen ook ongunstig.
Maar… hoe ga je dan met ontdekkend onderwijs te werk?

De aanpak

Binnen het bestek van dit artikel kan ik u slechts één illustratie van deze aanpak laten zien. Ik neem het voorbeeld van het overzichtelijke vak van de spelling.

Werkwijze

• De aanpak voor de spelling is, dat begaafde kinderen niet met de gewone woordpakketten of spellingoefenstof bezig zijn, maar dat ze hun eigen woordpakketten maken. De kinderen kunnen gebruik maken van een speciaal werkblad, waarop bijvoorbeeld twintig (of meer of minder) vakken staan.

• De kinderen mogen dan zélf een tekst kiezen, in de vorm van een krant, een leesboek, een hobbyblad, enzovoort.

• Uit die tekst kiezen ze twintig woorden, die ze willen oefenen en die dan hun woordpakket vormen. De meeste begaafde kinderen zullen het zich niet gemakkelijk maken en écht geen woorden als put of kip opschrijven. Mijn ervaring is, dat ze over het algemeen vrij pittige woorden kiezen.

• Als een kind zijn/haar twintig woorden heeft, dan is er op het werkblad te zien wat het kind met die woorden moet doen:
– Het kind moet bekijken of het de betekenis van de woorden weet.
– Het kind moet bekijken of er moeilijkheden in de woorden zitten.
– Het kind moet de woorden oefenen. Enkele oefenvormen worden aangeboden. Maar het kind mag ook zélf oefenvormen bedenken.

Controledictee

• Als het kind tien woordpakketten geoefend heeft, krijgt het een controledictee. Dat controledictee wordt samengesteld door u. Met een dikke viltstift zet u een stip bij vijftig woorden uit de tien woordpakketten. (Of u kiest op een andere manier vijftig woorden.) Die woorden vormen het controledictee.

• Een klasgenoot kan het dictee geven.

• Het kind dat het dictee geeft en het kind dat het dictee maakt kunnen daarna samen het dictee nakijken.
Deze aanpak werkt voor het kind goed, als het kind in het controledictee 80 procent van de woorden goed schrijft. Haalt het kind dat niet? Dan moet u overwegen om het kind weer gewoon met de groep mee te laten doen.

Overwegingen

Kenmerken

In de uitwerking voor de spelling, zoals in het voorafgaande is weergegeven, zijn de volgende uitgangspunten en kenmerken van ontdekkend onderwijs verwerkt:
1 Het kind krijgt keuzevrijheden.
2 Het kind werkt zelfstandig.
3 Het kind krijgt eigen verantwoordelijkheden.
4 Het kind krijgt de mogelijkheden om zélf eigenaardigheden in de spelling te ontdekken.

Toelichting

De laatste twee kenmerken (kenmerk 3 en kenmerk 4) zal ik toelichten. Begaafde kinderen willen vaak alles zelf doen. En bij de beschreven aanpak mogen ze zélf de woorden kiezen en ook zélf de oefenvormen kiezen. Als kinderen hun oefenwoorden bijvoorbeeld in een computerprogramma willen invoeren, dan kan dat. Maar ze mogen ook een verhaal schrijven met de woorden. Dat betekent, dat u de kinderen ook steeds vraagt hoe ze de woorden willen oefenen en leren hanteren.

• Kenmerk 3
Bij de eigen verantwoordelijkheid gaat het erom, dat u de kinderen niet steeds achter de broek zit, maar dat u ze de ruimte geeft om zélf verantwoordelijk te zijn voor wat ze doen, hoeveel ze doen en hoe ze de woorden oefenen.

• Kenmerk 4
Bij het zelf ontdekken van eigenaardigheden in de spelling gaat het erom, dat het kind de mogelijkheid krijgt om ook zélf spellingregels te ontdekken en/of te ontwikkelen.

Twee technieken

Voor de didactische begeleiding betekent dit dat u twee technieken van het ontdekkend leren toepast:
– Vraag het kind regelmatig waarom iets met een “t” of een “d” moet. Of wanneer er wel of niet een tussen-n moet staan. Of wanneer een trema boven een letter moet staan. Enzovoort. Vraag dus steeds naar de achtergronden van de schrijfwijze.
– Geef het kind een onderzoeksopdracht. Als het kind zo’n opdracht niet weet aan te geven, dan geeft u het kind de opdracht om zélf een regel te zoeken/bedenken, door soortgelijke woorden op te zoeken en de gevonden regels bij te houden in een boekje of op een kaart.

Begeleid Ontdekkend Leren (BOL)

Kenmerken

Ontdekkend leren kan men op diverse manieren toepassen. Ik kies voor BOL: het Begeleid Ontdekkend Leren. Deze vorm van ontdekkend leren heeft de volgende kenmerken:
1 Kinderen bepalen voor een groot deel hun eigen ontwikkeling. Maar die ontwikkeling wordt wél gecontroleerd en geëvalueerd.
2 Binnen de leerrijke omgeving is er ruimte voor kinderen om leerinhouden zélf te ontdekken.
3 “Voor de zekerheid” worden kinderen wél geconfronteerd met de kerndoelen van het basisonderwijs, zodat er geen leerstof overgeslagen wordt.

Ontwikkelingskracht

Het laatstgenoemde kenmerk (kenmerk 3) heeft te maken met het feit, dat begaafde kinderen niet alles vanuit het niets kunnen ontdekken. Ze moeten tóch in aanraking worden gebracht met de cultuur.
Soms kan dat ook betekenen, dat u kinderen achteraf laat opzoeken waarom ze iets goed gedaan hebben of wat daar achter zit. Het kind dat bijvoorbeeld het woord hond met een “d” schrijft en aangeeft dat te doen omdat het zo altijd in een leesboekje staat, kan na verloop van tijd zélf ontdekken welke regelmaat daar achter zit. Maar u kunt het kind ook laten lezen wat er achter zit. Gemiddelde kinderen moet u dat uitleggen. Begaafde kinderen weten het soms gewoon, maar kunnen ook verder geholpen worden, als ze die regel krijgen.
Voor deze doelstelling kunt u gebruik maken van het boekje Als spelling een kwelling is (van Cooreman e.a., uitgeverij De Boeck, Antwerpen). Het boekje bevat de spellingverschijnselen en regels, zonder veel oefenstof. Het kan dus als naslagwerk gebruikt worden voor begaafde kinderen. (Hoewel het eigenlijk bedoeld is voor kinderen met spellingproblemen!)
Een soortgelijke hulp vormen de introductiestrips van alle spellingcategorieën in het spellingprogramma Voorspel (Pravoo, Lekkerkerk), dat aansluit bij de CITO-spellingtoetsen.
Het ontdekkende kan er ook in zitten, dat een kind bij moeilijke woorden zélf kan gaan opzoeken welke achtergronden de schrijfwijze heeft.
Belangrijk is, dat het bij ontdekkend onderwijs gaat om het laten ontwikkelen van de kinderen. Met de nadruk op laten!
De talenten zijn er. En de rijke omgeving van het onderwijs moet die ontwikkelingskracht een kans geven. Deze omgeving moet ervoor zorgen dat alle basisschoolstof aan de orde komt en moet het kind de ervaring en het gevoel geven, dat het onderweg veel inbreng heeft.

Over de juiste instelling van de leerkracht

Vertrouwen en ontwikkelingsruimte

Bij de ontdekkende aanpak bij de spelling moeten kinderen zélf hun woordpakketten samenstellen uit een door hen gekozen tekst.
Op een van de scholen die ik begeleid, vertelde een leerkracht tijdens een evaluatiegesprek dat hij voor de zekerheid de woorden uit de krant voor het kind maar had onderstreept. Dan wist het kind wat er in het woordpakket moest komen.
Omgaan met begaafde kinderen vraagt van leerkrachten met een sturende instelling een verandering van mentaliteit. Namelijk: een vertrouwen in de mogelijkheden van kinderen en een besef, dat deze kinderen ontwikkelingsruimte nodig hebben.

Loslaten onder begeleiding

Als een kind deze “vrijheid” niet aankan, dan merkt u dat vanzelf. Want het kind doet gewoon ieder halfjaar mee met de dictees, in het kader van het leerlingvolgsysteem.
Dat loslaten onder begeleiding is moeilijk voor leerkrachten. Zelfs in nieuwe leesmethoden kom ik tegen dat men de goede lezers weer bij het boekje wil houden. (Dat gebeurt onder andere in de methode voor technisch lezen Estafette, van Zwijsen, Tilburg.)

Stoppen met de spelling

Bij begaafde kinderen is het de vraag hoelang u door moet gaan met de begeleiding van de spellingontwikkeling.
Vaak kunt u in de loop van groep 6 wel stoppen met de spelling van de “gewone woorden” en versneld en ontdekkend de werkwoordspelling laten verwerven. In de beschikbare spellingtijd die over is, kunt u het kind dan andere dingen laten uitvoeren of eventueel kiezen voor het leren van een vreemde taal.

Tot slot

De kinderen die voor ontdekkend spellen in aanmerking komen, scoren een A of B op spellingtoetsen en moeten tevens een goede werkmotivatie hebben.
De kinderen die een A of B scoren, zijn niet altijd intellectueel begaafde kinderen, maar kunnen wél goed spellen. Dat laatste is dan – samen met de werkhouding – het hoofdcriterium. Kinderen blijven in de ontdekkende groep, zolang hun resultaten op A- of B-niveau blijven.

Veel succes!