Hoe organiseert groep 8 een spelletjesmiddag voor groep 3-7? Beschrijving van informatievoorziening, taakverdeling en activiteiten (benodigdheden, werkwijze en aandachtspunten).

Bestanden

Klik op de naam van het bestand om het te openen.

Artikel

Inleiding

Op de laatste woensdagmiddag van het schooljaar organiseren de kinderen van groep 8 een spelletjesmiddag voor alle leerlingen uit groep 3-7.
Het is een drukte van jewelste op het schoolterrein. Kinderen sjouwen met tafels en stoelen. Iedereen is op zoek naar een geschikte plek. ‘Misschien wel handig als wij hier gaan zitten, dan hoeven we niet zo ver te lopen om water te halen!’ De tafeltjes worden ingericht. ‘Zal ik de doek zo doen of toch maar zo?’ Alle benodigdheden worden neergezet. ‘Wacht even, ik ben de schmink vergeten!’ De zelfgemaakte posters worden met iets te veel plakband bevestigd. Verkleedkleren worden aangetrokken en geshowd. En tot slot wordt er nog even een snoepje geproefd. ‘Mmm…, best wel lekker, die spekkies!’ ‘Zo, klaar! Maar waar blijven ze nou?’
Maar dan vliegt de buitendeur open en driehonderd kinderen in de leeftijdsgroep van 6-11 jaar rennen het schoolterrein op!

Taakverdeling

Taak van de leerkracht

INFORMEER DE LEERLINGEN VAN GROEP 8
U geeft de volgende informatie aan de kinderen van groep 8:
– Vertel in de groep dat de leerlingen van groep 8 een spelletjesmiddag gaan organiseren voor de leerlingen van groep 3-7.

De bedoeling is, dat de leerlingen van groep 8 in tweetallen gaan samenwerken.

Ieder tweetal bedenkt een activiteit, die geschikt is voor leerlingen van groep 3-7.

– Bespreek waar een activiteit/spelletje aan moet voldoen. Bijvoorbeeld: een activiteit moet goed uit te voeren (realistisch) en veilig zijn. En bij een activiteit als snoephappen moet het water steeds worden ververst in verband met de hygiëne!
– Geef een paar suggesties, als een tweetal geen activiteit kan bedenken. Bijvoorbeeld: ‘Weet je nog van vorig jaar wat je zélf toen erg leuk vond?’
– U kunt natuurlijk ook een brainstormsessie houden en alle ideeën verzamelen, waaruit een tweetal dan kan kiezen, dat zelf niets kan bedenken.
– Als alle leerlingen van groep 8 een activiteit hebben bedacht, inventariseert u de verschillende activiteiten, zodat u als leerkracht weet welke activiteiten er aangeboden gaan worden.
– Laat de leerlingen van groep 8 de activiteiten daarna uitwerken.
– Geef de leerlingen voldoende tijd voor de uitwerking.
– Informeer regelmatig of alles goed gaat en of alles volgens planning verloopt.
– Controleer één dag van tevoren per tweetal of alles goed geregeld is.

INFORMEER UW COLLEGA’S
Zorg er in eerste instantie voor, dat de spelletjesmiddag op de jaarplanner van uw school komt te staan. Dan is het hele team op de hoogte van deze schoolactiviteit! Leg vervolgens aan uw collega’s de organisatie van de spelletjesmiddag uit:
– Hoe laat begint de spelletjesmiddag? En hoe laat is die afgelopen?
– Vertel, dat er aan het eind van de spelletjesmiddag (als afsluiting) in iedere groep ijsjes worden uitgedeeld.
– Het is handig, als uw collega’s hun groepen in tweetallen verdelen. Alleen jongere kinderen vinden het vaak prettiger om samen langs alle activiteiten te gaan.
– Aangezien de leerlingen van groep 8 niet alle kinderen kennen, is het belangrijk, dat alle kinderen van groep 3-7 een naamsticker krijgen, met hun eigen naam én de naam van de leerkracht erop.

INFORMEER DE LEERLINGEN VAN GROEP 3-7
– Mededelingen in de groepen
Dit hoeft u niet zelf te doen, maar kunt u gerust overlaten aan de kinderen van groep 8. Laat ze daarvoor in de week van de spelletjesmiddag langs de groepen 3-7 gaan. Dat kan het best in tweetallen gebeuren. De tweetallen hebben dan de volgende mededelingen voor de groepen:
‘Wij, de kinderen van groep 8, hebben voor alle kinderen van groep 3-7 een spelletjesmiddag georganiseerd. Op deze spelletjesmiddag kunnen jullie kiezen uit een heleboel spelletjes, zoals: waarzeggen, armbandje draaien, spijkertje prik, wandel je eigen verhaal en nog véél meer. Je vindt de spelletjes bij de zandbak, op het schoolplein en op het grasveld. Je mag zelf weten bij welk spelletje je gaat beginnen en je mag alle spelletjes gaan doen, die je leuk vindt. Als het een beetje druk is bij een spelletje, dan ga je eerst naar een ander spel en kom je later voor het andere spelletje terug, als het daar wat rustiger is! Bij sommige spelletjes kun je ook nat worden, dus het is handig en slim, als je extra droge kleren en schoenen of slippers meeneemt van thuis. En natuurlijk ook nog een plastic zak voor je natte kleren!’
– Brief en naamstickers
Maak met de leerlingen uit groep 8 een brief voor de leerlingen van groep 3-7 (en hun ouders), waarin deze mededelingen staan. De tweetallen kunnen deze brief dan uitdelen aan het eind van hun mededelingenverhaal. U kunt er natuurlijk ook voor kiezen om deze brief digitaal naar alle ouders te sturen.
Geef de tweetallen ook de naamstickers voor de kinderen mee, zodat zij die aan uw collega’s kunnen geven.

Taak van uw collega’s

Uw collega’s hebben de volgende taken:
– Elke collega moet zijn/haar groep in tweetallen verdelen.
– Hij/zij moet controleren of alle leerlingen de mededelingenbrief mee naar huis hebben genomen.
– Hij/zij moet de mededelingenbrief van de spelletjesmiddag op de deur van het klaslokaal hangen.
– Hij/zij moet alle namen van de kinderen op een naamsticker schrijven (met daaronder zijn/haar eigen naam).
– Hij/zij moet eventueel hulpouders regelen, die samen met een tweetal langs de spelletjes gaan.
– Hij/zij moet extra handdoeken (of keukendoeken) en reservekleding in de groep leggen.

Taak van elk tweetal in groep 8

Elk tweetal in groep 8 heeft de volgende taken:
– De kinderen bedenken samen een geschikte activiteit.
– Ze maken een poster, waarop voor iedereen duidelijk te zien is wat de activiteit inhoudt (wat er bij de activiteit gedaan moet worden).
– Ze verzamelen het materiaal, dat nodig is voor de activiteit. Afhankelijk van de activiteit moet er soms ook een en ander worden geknutseld.
– Ze bepalen een goede plek/ruimte op het schoolterrein.
– Ze maken een goede taakverdeling voor tijdens de spelletjesmiddag.
– Ze maken een overzicht van wat er allemaal gedaan moet worden, die ook weer afgevinkt kan worden.
– Ze kopen spullen voor de spelletjesmiddag. De ervaring leert, dat dit meestal snoep is (spekkies, dropjes).

taak van alle kinderen in groep 8

De kinderen van groep 8 hebben gezamenlijk (dus als groep) ook een aantal taken:
– De kinderen stemmen hun activiteiten op elkaar af, zodat er veel verschillende activiteiten zijn.
– Ze kijken of ze eventueel ook een ander tweetal kunnen helpen bij de voorbereiding.
– Ze kijken of ze misschien spullen voor een ander tweetal kunnen meenemen van thuis.
– Ze hangen twee lijsten in het lokaal: één lijst, met daarop vermeld de spullen, die nodig zijn voor hun eigen activiteit en één lijst, met daarop de spullen, waarvan ze denken dat die misschien wel eens gebruikt zouden kunnen worden door een ander tweetal.

Activiteiten

Hieronder volgt een uitwerking van een aantal favoriete activiteiten voor de spelletjesmiddag. Bij elke activiteit zijn beschreven: benodigdheden en werkwijze en/of aandachtspunten.

Zeepglijbaan

BENODIGDHEDEN
Voor deze activiteit heb je nodig:
– een groot (lang) plastic zeil;
– tentharingen;
– sisaltouw;
– een aantal flessen met afwasmiddel (of een ander middel, dat goed schuimt);
– verschillende zwembandjes;
– een tuinslang;
– een wateraansluiting.

AANDACHTSPUNTEN
Voor deze activiteit noem ik de volgende aandachtspunten:
– Bij deze activiteit is het belangrijk, dat de leerlingen voor een zachte ondergrond (bijvoorbeeld gras) zorgen.
– Koop een groot, plastic (dek)zeil. Misschien zijn er kinderen, die een zeil van thuis mee kunnen nemen. Maak het zeil vast met tentharingen en span het goed strak.
– Kies voor deze activiteit een plek, waar op korte afstand een wateraansluiting beschikbaar is, zodat het water makkelijk aan te sluiten is.
– Gebruik milieuvriendelijk afwasmiddel! Spuit afwasmiddel én water op het zeil.
– Het is handig, als u van tevoren aan de kinderen doorgeeft, dat ze zwemkleding en een handdoek moeten meenemen van thuis.

WERKWIJZE
De bedoeling van de zeepglijbaan is, dat je zo ver mogelijk probeert te glijden. Laat de kinderen van groep 8, die deze activiteit verzorgen, eerst duidelijk de regels uitleggen:
– Er mag één kind tegelijk op de zeepglijbaan.
– Je neemt eerst een aanloop en glijdt daarna op je buik over de zeepglijbaan.
– Je mag ook een zwemband gebruiken.
– Als je klaar bent, spoel je je schoon onder de kraan, je droogt je af en je trekt schone (droge) kleren aan in de (eigen) klas.

Schminken

BENODIGDHEDEN
Voor deze activiteit heb je nodig:
– schminkspullen;
– bekertjes, gevuld met water;
– flessen, gevuld met schoon water (om de penselen in schoon te maken, na iedere schminkbeurt);
– penselen (om te kunnen schminken);
– een boek met schminkvoorbeelden;
– keukenrol (of tissues).

AANDACHTSPUNTEN
Voor deze activiteit noem ik de volgende aandachtspunten:
– U kunt de leerlingen van groep 8 een aantal voorbeeldschetsen laten maken. Maar het is natuurlijk leuker, als het tweetal zélf geschminkt is (of als er foto’s hangen, waarop het tweetal geschminkt is).
– Alle voorbeelden zijn ter inspiratie. Maar vaak hebben (jongere) kinderen ook een eigen idee hoe ze geschminkt willen worden. Bijvoorbeeld: als een poes, een prinses of een zeerover. Daar moet uiteraard ruimte voor zijn.

Watersnoephappen

BENODIGDHEDEN
Voor deze activiteit heb je nodig:
– een teil (of emmer), gevuld met water;
– een zak snoep;
– een handdoek.

AANDACHTSPUNTEN
Voor deze activiteit noem ik de volgende aandachtspunten:
– Laat de leerlingen voor een aantal handdoeken zorgen, zodat de kinderen na deze “natte” activiteit hun gezicht lekker kunnen afdrogen. Tot slot krijgen de deelnemers nog een “droog” snoepje, om na te genieten!
– Na iedere snoephapbeurt moet uiteraard het water in de teil (of de emmer) worden verschoond!

Waarzeggen

BENODIGDHEDEN
Voor deze activiteit heb je nodig:
– een tent (of een hoge tafel), met een kleed;
– een glazen bol, met kleed;
– cd-speler, met mysterieuze muziek;
– (eventueel) wierook en wierookhouder;
– verkleedkleren;
– schmink.

AANDACHTSPUNTEN
Voor deze activiteit noem ik de volgende aandachtspunten:
– Laat de leerlingen, die deze activiteit gaan doen, al van tevoren verschillende dingen bedenken, die ze kunnen vertellen (waarzeggen).
– Het is voor deze activiteit wellicht nuttig, om vooraf proef te draaien met andere kinderen van groep 8.

Armbandje draaien

BENODIGDHEDEN
– bolletjes wol en katoen;
– kraaltjes (in verschillende kleuren en vormen);
– tafel;
– plakband.

WERKWIJZE
De werkwijze is als volgt:
– Hang bij deze activiteit wat voorbeelden op.
– Laat de kinderen, die deze activiteit gaan doen, eerst een aantal gekleurde draden kiezen.
– Leg een knoop in de draden en plak ze met een plakbandje op de tafel.
– Tussen het draaien en knopen kunnen er kraaltjes tussen worden geregen als versiering.

Spijkertje prik

BENODIGDHEDEN
– kleine blokjes hout (met in ieder blokje een aantal spijkertjes);
– scoreformulier en pen;
– theedoek (als blinddoek);
– snoepjes.

WERKWIJZE
De werkwijze is als volgt:
– Knoop de theedoek voor het gezicht van een kind. Als een kind dit eng vindt, mag het ook de ogen sluiten. Vergeet in dat geval niet zeggen, dat het kind dan wél de andere kant op moeten kijken!
– Druk héél zachtjes met het blokje hout op de hand. De bedoeling is, dat er geraden wordt hoeveel puntjes (spijkertjes) het kind voelt.
– Vul het aantal spijkertjes in op het scoreformulier.
– Maak de blinddoek los en vertel de score, als alle houten blokjes langs geweest zijn.
– Leg tot slot een snoepje op de hand van het kind (om de “pijn” een beetje te verzachten).

Kledingkoerierrace

BENODIGDHEDEN
– 2 steppen (of 2 kleuterfietsen);
– 2 grote hoepels;
– een fluitje (voor het startsein);
– een duidelijke startlijn (grote pylonen);
– makkelijke kleding (zoals een joggingbroek, een T-shirt, een jasje en een sjaal) en een aantal attributen (zoals een bril, een tas, een hoedje en een knuffeltje); verdeel dit alles in 2 gelijke stapels;
– 2 rugzakken.

WERKWIJZE
Het spel wordt gespeeld door 2 teams (van elk 2 kinderen). De teams spelen tegen elkaar. Het spel gaat als volgt:
– Elk team bestaat uit het thuiskind (in de hoepel) en een kledingkoerier (op de kleuterfiets).
– Het thuiskind staat in een hoepel. De hoepel is 3 meter verwijderd van de startlijn. De kledingkoerier zit op een kleuterfiets en heeft de rugzak (met daarin bijvoorbeeld de joggingbroek) op zijn/haar rug.
– Als het startsein wordt gegeven, fietst de kledingkoerier naar het thuiskind, haalt de joggingbroek uit de rugzak, fietst weer naar de startlijn en stopt een nieuw kledingstuk (of attribuut) in de rugzak.
– Het thuiskind trekt de kledingstukken (en attributen) zo snel mogelijk aan.
– Na het ontvangen van het laatste attribuut rent het thuiskind zo snel mogelijk terug naar de startlijn.
Nota bene. Bij oudere kinderen kunt u in plaats van een kleuterfiets een step gebruiken en kunt u ook de afstand van startlijn tot hoepel aanpassen.

Tot slot

U zult zien: de spelletjesmiddag wordt één groot festijn! En als nu ook de zon nog doorbreekt, dan is het feest compleet!
Veel plezier!