Getallen zijn overal. Door kleuters hiervan bewust te maken en ze ermee te laten spelen, stimuleert u beginnende gecijferdheid.

Bestanden

Klik op de naam van het bestand om het te openen.

Artikel
Uitbreidingen

Getalversjes

In het kader van de beginnende gecijferdheid bieden we de kleuters getallen aan. Het artikel Genieten met getallen bevat suggesties voor het aanbieden van de getallen in de kleutergroep. Deze online uitbreiding bevat materiaal om op een speelse manier met getallen aan de slag te gaan.

In het tijdschriftartikel staan getalversjes bij de getallen 1 tot en met 3, hier gaan de liedjes verder met 4 tot en met 12. De liedjes zijn geschreven in samenwerking met Liesbeth van den Berg.

Vier – Hoedje van papier (liedje)
Eén, twee, drie, vier,
hoedje van, hoedje van
één, twee, drie, vier,
hoedje van papier
en als het hoedje dan niet past
zetten we ’t in de glazen kast
één, twee, drie, vier,
hoedje van papier.

Vijf – Vijf kleine konijntjes (versje)
Eén klein konijntje zit heel tevree
ik tover er één bij,
nu zijn het er twee.
Twee kleine konijntjes op mijn knie
ik tover er één bij,
nu zijn het er drie.
Drie kleine konijntjes zie je hier
ik tover er één bij,
nu zijn het er vier.
Vier kleine konijntjes uit de hoed
ik tover er één bij,
nu zijn het er vijf en dat is precies goed!

Zes – Stippen op een dobbelsteen (versje)
Ik gooi met mijn dobbelsteen
waar rolt hij heen?
Wordt het de één, de twee of de drie?
is het vier of vijf wat ik zie?
Nee, ik weet het nu heel snel
drie en drie is wat ik tel.
Hoeveel stapjes mag ik nu vooruit?
Tel jij dat maar eens uit!

Zeven – Zeven (versje)
We gaan zeven,
wacht eens even,
liggen er zeven zeven op een rij?
tel maar mee met mij.
Eén, twee, drie, vier…
hoeveel zeven zie je hier?
Vijf en zes er ook nog naast
welke zeef komt nu het laatst?

Acht – Een dorpje, zo speciaal (versje)
Een deftige meneer vist naar gouden visjes bij het meer.
Op straat rent een kleine meid, ze is haar olifant kwijt.
Een dik varkentje staat in de wei, met zijn pootjes in de klei.
Een oude mevrouw eet een slagroomsoes, maar o jee, ze knoeit wat op haar blouse.
Daar rijdt een jongen op zijn skateboard over de stoep, door de hondenpoep.
De burgemeester knipt een lintje door, voor het dolle dameskoor.
Een baby met een grote speen, ontsnapt uit de tuin, helemaal alleen.
De bakker bakt taarten, o zo rond, daarvan krijgt zijn vrouw een dikke kont.
Dit zijn de bewoners van een dorpje met een naam, zo speciaal.
Wil je de naam van dit dorpje weten? Tel ze dan allemaal.

Negen – Bewegen maar! (versje)
Klap eens in je handen, negen maal,
stamp negen keer met je voeten, allemaal.
Draai negen rondjes en word niet dol,
leg je handen negen keer op je bol.
Klim negen keer op je stoel en val er niet af,
steek negen keer je tong uit. Doe niet zo maf!
Spring negen keer op en neer
en schud met je billen, hoeveel keer?
Wij kunnen alles met negen o zo goed,
we doen het nog een keer, we weten hoe het moet!

Tien – Wat heb je gezien? (liedje)
Kijk eens heel goed wat hier ligt.
Doe je ogen nu maar dicht.
1 2 3 4 5 6 7 8 9 10
wat had jij zojuist gezien.

Elf – Van één tot tien (liedje)
We tellen zacht van één tot tien.
Tel nu maar mee en laat je vingers zien.
Na tien, wat komt er dan?
Roep maar, zo hard je kan.

Twaalf – Hoe laat is het? (liedje)
Bim bam hoe laat is het.
heb jij wel goed opgelet.
Ik heb een heel goed idee:
Tel maar met me mee!