In deze negendelige reeks vindt u hier spelsuggesties rondom emoties. Aan de orde komen de volgende negen onderwerpen: jaloezie, vriendschap, medelijden, eenzaamheid, schaamte, angst, opluchting, verliefdheid en spijt. De spelsuggesties verschijnen bij elk nummer van de jaargang, met uitzondering van het themanummer (nummer 6, februari 2011).

Veel kinderen vinden het vooral leuk om naar school te gaan, omdat daar hun vriendjes en vriendinnetjes zijn. Maar wat is echte vriendschap eigenlijk? Wat betekent het als je iemand je vriend noemt? Een vrolijke dramasuggestie die in de klas aanleiding kan zijn tot een gesprek.

Vriend: persoon waarmee men door gevoelens van genegenheid is verbonden.
(Van Dale)

Jonge kinderen maken snel vriendjes. Dat zien we in de klas vaak, maar ook bijvoorbeeld tijdens vakanties. Soms hebben kinderen het idee dat ze moeten kiezen tussen hun vrienden. Bevriend zijn met de een, en tegelijkertijd met de ander, is niet altijd vanzelfsprekend. In dit toneelstuk laten we zien dat echte vrienden veel voor elkaar over hebben en dat die keuze tussen vrienden niet nodig is.

Toneelstuk

Personages
Job (vriend van Raoul en Dana)
Raoul (vriend van Job en Dana)
Dana (vriendin van Job en Raoul)
Klasgenootjes
Meester
Moeder van Raoul

Rekwisieten
Enkele jeugdtijdschriften
Kladpapier en pennen
Een briefkaart
Kleine briefjes
Computer of laptop
Enveloppe met twee tickets erin
Een andere envelop met geld erin.

Toneelbeeld
Aan een kant van het toneel staat een kleine zitbank. Op een tafeltje staat een computer of laptop. Aan de andere kant van het toneel staan enkele tafeltjes en stoeltjes. Dit is de klas. Zet de tafeltjes zo neer dat het publiek iedereen in de klas goed kan zien. (Dit in verband met het doorgeven van briefjes in scène 2, en de gezichtsuitdrukking van de kinderen in scène 4.)

SCÈNE 1: TIJDSCHRIFTEN LEZEN
Job en Raoul en Dana hangen op de bank en lezen in tijdschriften (Donald Duck, Taptoe, Tina, National Geographic Junior, enzovoort). Af en toe lezen ze elkaar een mop voor, waarna ze alle drie helemaal dubbel liggen van het lachen. Het is duidelijk dat ze elkaar door en door kennen, en veel tijd met elkaar doorbrengen. Ze wijzen elkaar op leuke artikelen en mooie foto’s. Dana ontdekt dat er in een van de tijdschriften een prijsvraag staat. Als ze een rebus oplossen en de oplossing opsturen, kunnen ze mooie prijzen winnen. Enthousiast gaan ze alle drie aan de slag. Met behulp van een kladblaadje maken ze de rebus. Ze schrijven de oplossing op een briefkaart en lopen samen het toneel af (op weg naar de brievenbus).

SCÈNE 2: EEN BRIEFJE
Job, Raoul en Dana zitten in de klas. De klasgenootjes zitten om ze heen. De meester legt iets uit (bijvoorbeeld over tafeltjes). Raoul schrijft iets op een briefje, en geeft dat aan Dana. Het publiek ziet dat, maar de meester heeft niets in de gaten. Dana leest het, schrijft er ook iets op, en geeft het briefje aan Job. Op dat moment ziet de meester wat er gebeurt.
Meester: “Zo, Dana. Briefjes doorgeven. Ik begrijp dat jij niet meer hoeft op te letten? Dat jij alle tafeltjes al kent?”
Dana: “Nee, meester. Sorry, meester.”
Meester: “Geef maar hier, Job. Jij doet hier dus aan mee?”
Job: “Sorry, meester.”
De meester pakt het briefje aan en leest het hardop voor.
“Straks na school ff chillen? Bij wie? Mijn moeder is niet thuis, dus we kunnen bij mij hard muziek draaien.”
Meester: “Zo, zo. Nou, dat wordt dus helemaal niet ‘effe chillen’ na school, want jullie komen allebei na school hier maar eens alle tafeltjes tien keer opschrijven. Voor straf.”
De klasgenootjes joelen en lachen. Raoul steekt zijn vinger op. De meester kijkt hem verstoord aan en geeft hem de beurt.
Raoul: “Het was mijn briefje, mijnheer. Het is mijn schuld.”
Meester: “Dus jij zit ook niet op te letten? Nou, prima. Dan zie ik jou ook om drie uur hier, samen met Job en Dana.”
Als de meester zich omdraait steken Job, Dana, en Raoul hun duim op naar elkaar.

SCÈNE 3: PRIJS GEWONNEN?
Job, Raoul en Dana hangen weer op de bank. Hetzelfde tafereeltje als in de eerste scène. Ze lezen tijdschriften en eten popcorn of chips. De moeder van Raoul komt binnen. Ze heeft een enveloppe in haar handen.
Moeder: “Dit is vreemd. Er staat hier dat jij een prijs hebt gewonnen, Raoul. Ik wist niet eens dat je hebt meegedaan aan een wedstrijd.”
Raoul, Dana en Job beginnen hard te juichen. Ze dansen in het rond en grissen de envelop uit de handen van Raouls moeder.
Dana: “Laat eens zien? Wat is de prijs?”
Job: (leest voor) “Twee kaartjes naar Eurodisney.”
Ze juichen weer allemaal heel hard. Ineens stoppen ze met kabaal maken. Het is alsof ze alle drie ineens beseffen wat Job net heeft gezegd.
Raoul: “Twee kaartjes? Niet drie?”
Hij pakt de envelop af en leest de brief eens goed door.
Raoul: “Twee kaartjes. Niet drie.”
Het is even stil. Raoul kijkt naar zijn vriend en vriendin.
Raoul: “Ik heb de kaartjes gewonnen. Kijk maar. Dat staat op de envelop.”
Dana: “Dat is niet eerlijk! Wij hebben alle drie de kaartjes gewonnen. We hebben samen meegedaan.”
Job: “We hebben de briefkaart samen op de post gedaan.”
Raoul: “Ja, maar het was mijn briefkaart. Het was onze postzegel. Het was mijn Taptoe. Ik mag kiezen wie er met mij meegaat. Misschien gaat Job mee, misschien gaat Dana mee. Misschien wel iemand anders. Ik mag het bepalen.”
Dana en Job protesteren.
Moeder: “Ik hoor het al. Dit gaat helemaal niet goed. Geef maar hier. Ik bewaar de prijs totdat jullie weten hoe je het gaat oplossen.”
Moeder pakt de brief af en loopt weg. Dana, Job en Raoul kijken elkaar boos aan. Om de beurt vertrekken ze, zonder nog iets tegen elkaar te zeggen.

SCÈNE 4: IN DE KLAS
Alle drie zitten ze tussen hun klasgenootjes in de klas. Het is goed te zien hoe soms de een oogcontact zoekt met de ander, die vervolgens weer boos weg kijkt. Dana schrijft een briefje en wil dat doorgeven aan Job. Job kijkt niet naar haar en ziet niet dat ze een briefje wil geven. Op dat moment ziet de meester wat Dana aan het doen is.
Meester: “Zo, Dana. Is het weer zover? Geef dat briefje maar hier, en je weet wat dat betekent… ik zie je straks om drie uur. Dan mag je een uurtje strafregels schrijven.”De klas joelt en lacht. Job en Raoul schieten Dana niet te hulp. Ze kijken allebei boos naar hun tafeltje.

SCÈNE 5: DE KAARTJES
Raoul zit alleen op de bank. Hij verveelt zich. Na een tijdje pakt hij de envelop met de kaartjes van tafel. Hij maakt met een camera een foto van de kaartjes en loopt ermee naar de computer. Vervolgens typt Raoul iets, terwijl hij steeds vrolijker gaat kijken.
(Tijdens deze korte scène kunt u een droevig stukje muziek laten horen. Bijvoorbeeld pianomuziek van Satie, of een langzaam jazznummer.)

SCÈNE 6: VERKOCHT
Raoul staat op de bank, met een grote grijns op zijn gezicht. Achteraf, op een stoel, zit zijn moeder met een glimlach op haar gezicht te breien.
Op de bank zitten Job en Dana. Ze kijken hem met verbazing aan.
Job: “Wat sta jij daar nou zo stom te grijnzen. Waarom moesten we langskomen?”
Dana: “Ja, wat doen we hier? Ik dacht dat jij nog wel even tijd nodig had om te bedenken wie van ons jouw beste vriend is en mee mag naar Eurodisney?”
Raoul: “Het was stom dat ik er niet meteen aan dacht. En dat ik de prijs opeiste. Ik had meteen een oplossing moeten verzinnen.”
Job: “Hoe bedoel je?”
Raoul: “Jullie zijn allebei mijn beste vrienden, dus ik ga zonder jullie allebei nergens naar toe. Ook niet naar Eurodisney.”
Dana: “Wat bedoel je? Wat doe je dan met de kaartjes?”
Raoul: “Die heb ik verkocht.”
Job: “Verkocht? Ben je helemaal gek geworden?”
Raoul: “Nee, ik heb ze via marktplaats verkocht. En van dat geld…”
Raoul haalt een andere envelop uit zijn borstzakje.
Raoul: “Van dat geld gaan we met z’n drieën naar de film. En daarvoor gaan we poffertjes eten. Mijn moeder brengt ons.”
Job en Dana zijn allebei opgelucht. Ze staan alle drie op de bank te dansen en te springen. De moeder van Raoul kijkt lachend toe.

Einde

Napraten

Na het spelen van het toneelstuk kunt u tijdens een kringgesprek een aantal vragen stellen aan de kinderen.

Wanneer kan je zeggen dat iemand je vriend/vriendin is?
Wat doe je met vrienden/vriendinnen? Alleen spelen? Of bespreek je ook veel met elkaar?
Hebben we vrienden nodig? Waarom? Wanneer?
Wat doe je als je het gevoel hebt dat je moet kiezen tussen twee vrienden? Heb je dat wel eens meegemaakt?

MUZIEK
Het liedje “Een en een is twee” van Kinderen voor Kinderen gaat over iets voor elkaar over hebben en vriendschap. Op de website van Kinderen voor Kinderen kunt u de liedjestekst vinden.