In deze negendelige reeks vindt u hier spelsuggesties rondom emoties. Aan de orde komen de volgende negen onderwerpen: jaloezie, vriendschap, eenzaamheid, angst, vreugde, verliefdheid en spijt. De spelsuggesties verschijnen bij elk nummer van de jaargang, met uitzondering van het themanummer (nummer 6, februari 2011).

Aflevering 7: Medelijden

Van Dale: me·de·lij·den leed -, h -geleden zich andermans lijden of verdriet aantrekken

Medelijden is iets eigenaardigs. Zonder dat we zelf ergens last van hebben kunnen we verdrietig worden of pijn ervaren over iets wat iemand anders overkomt. Wie medelijden heeft kan zich op zo’n moment goed inleven in de situatie van iemand anders. Maar wat doen we vervolgens met dat medelijden?
En met wie hebben we medelijden? Deze dramatische activiteit kan een aanleiding zijn tot een kringgesprek over medelijden.

INLEIDING
Vertel de klas een anekdote over een moment waarop u hulp kreeg van iemand die medelijden met u had. (Bijvoorbeeld: Iemand had tegen uw auto aangereden, waardoor de auto naar de garage moest. U moest op bezoek bij uw zieke moeder in het ziekenhuis, maar u had geen auto om er heen te rijden. Het stormde en het hagelde. De buurman zag u bij de bushalte staan en bood vervolgens aan om u naar met zijn auto naar het ziekenhuis te brengen.)

Bespreek daarna met de klas wanneer zij wel eens medelijden hebben met iemand. Wat gebeurt er als je medelijden hebt? Wat kan je doen als je medelijden hebt met iemand? Had je wel eens medelijden zonder dat je iets kon doen? Zijn er manieren om anderen te helpen, ook al lijkt dat niet zo gemakkelijk? Vertel de klas dat ze een paar scènes gaan spelen over medelijden. Na afloop worden de scènes besproken in de klas.

Toneelstuk

Personages
Lize
Pestkoppen
Dame
Oude heer
Enkele dames en heren
Arme sloeber
Een paar vakantiegangers
Een paar kinderen die tv kijken
Een nieuwslezer

Rekwisieten
Mobiele telefoon
Een rollator met een mandje (of een wandelstok en een mandje)
Een flink aantal sinaasappelen
Handdoeken
Zonnecrème
Koelbox
Blikjes cola
Broodjes
Een televisie (zelf gemaakt van een kartonnen doos)

SCÈNE 1: PESTEN
Op straat wordt Lize gepest. Een paar kinderen staan om haar heen, schelden haar uit en pakken haar schooltas af. Lize begint te huilen. Het is duidelijk dat ze er alleen voor staat en niemand haar nu kan helpen. Ze is ook niet sterk genoeg om de pestkoppen alleen aan te pakken.
Er komt een dame aan. De dame staat eerst vanuit de verte te kijken wat er aan de hand is. Dan schrikt ze. Ze ziet wat er gebeurt. Ze kijkt naar het huilende meisje en slaat een hand voor haar mond. Dan loopt ze resoluut op de kinderen af. Uit haar tas pakt ze een mobiele telefoon. Daarmee maakt ze een foto van de pestkoppen.
Dame: “Zo… nu staat het vast. Jullie hebben een groot probleem! Ik ga met dit filmpje/deze foto’s naar school en eens praten met jullie meester. Zijn jullie helemaal gek geworden? Met zijn allen tegen een? Durven jullie wel?”
De pestkoppen rennen geschrokken weg.
De dame slaat een arm om het meisje heen.
Dame: “Zo, meisje, ik loop even met jou mee naar school. We zullen er eens voor zorgen dat dit niet meer kan gebeuren.”
Meisje: “Ze wachten me altijd op.”
Dame: “Dan gaan we eens vragen of de meester met ze gaat praten, en we gaan er voor zorgen dat jij voorlopig niet meer alleen naar huis hoeft te lopen. Kom maar mee!”

Het meisje en de dame lopen weg.

SCÈNE 2: GEVALLEN
Een oude meneer loopt met een rollator of wandelstok over straat. In het mandje op zijn rollator, of in een tas, zitten allemaal boodschapjes. Als de meneer het stoepje af wil (of een bocht om wil) kieperen de boodschappen uit zijn tas. Alles ligt op de grond. (Het ziet er dramatisch uit als er bijvoorbeeld tien sinaasappelen alle kanten oprollen.)
Een paar dames en heren staan met elkaar te kletsen. Ze hebben eerst niet door wat er aan de hand is. Dan ziet een van hen hoe de oude meneer probeert om stuk voor stuk alle sinaasappels op te rapen. De dames en heren krijgen medelijden. Ze zeggen dingen als:
“Oh, wat zielig voor die man.”
“Dat kan hij nooit alleen oplossen.”
Och jee, alle sinaasappels over de grond.”
“Wat sneu.”
Snel gaan ze naar de meneer toe om hem te helpen. De oude meneer is zichtbaar blij met de hulp.

SCÈNE 3: VAKANTIE
Een aantal vakantiegangers ligt heerlijk te zonnen op het strand. Ze smeren zich nog eens in met zonnebrandmelk en nemen een slok van hun koele blikje cola. Dan komt er ineens iemand langs in gescheurde kleren. Hij kijkt naar de vakantiegangers. Dan loopt hij door. Het is duidelijk dat het iemand is met weinig geld. Misschien sleept hij ook nog met een been. De arme man gaat even verder op het strand zitten. De vakantiegangers halen heerlijke broodjes uit hun koelbox. Ze halen ook nog een grote zak met snoep tevoorschijn waar iedereen wat uit neemt. Een van hen blijft af en toe kijken naar de man die toeziet hoe zij eten.
Vakantieganger 1: “Wat denken jullie? Zou die man niets te eten hebben?”
Vakantieganger 2: “Hij ziet er wel arm uit.”
Vakantieganger 3: “Hij kijkt steeds naar ons.”
Vakantieganger 1: “Naar ons, of naar ons eten?”
Vakantieganger 2: “Ik vind het een beetje vervelend. Kan hij niet weg gaan?”
Vakantieganger 3: “Ja, ik had al gelezen dat hier veel bedelaars zitten.”
Vakantieganger 1: “Maar… hij bedelt toch niet? Hij zit daar alleen maar.”
Vakantieganger 2: “Ja, dat is waar.”
Vakantieganger 1: “Ik ga hem vragen of hij wat wil. Dit vind ik zielig.”

De vakantieganger staat op en loopt naar de arme man toe. Ze praten met elkaar. De vakantieganger geeft hem een broodje en een blikje cola. De man bedankt hem.

SCÈNE 4: ZIELIGE DIEREN
Een paar kinderen zitten televisie te kijken. Er is een item over zwerfdieren die worden mishandeld (bijvoorbeeld zwerfhonden in Spanje).
Er wordt verteld hoe de honden nauwelijks aan eten kunnen komen, en hoe de honden vaak hardhandig worden weggejaagd. Ook wordt er verteld dat er wel een kennel is van de Dierenbescherming maar die hebben eigenlijk te weinig geld en te weinig plek.
De kinderen kijken ontzet naar de beelden.
Als het item is afgelopen kijken ze elkaar aan.
Kind 1: “Dat is erg! Zag je die zielige puppies?”
Kind 2: “Daar moet heel snel iets aan gebeuren.”
Kind 3: “Maar wat? Wat kunnen wij doen, hier in Nederland?”
Kind 1: “Niets. Het is veel te ver, Spanje. We kunnen moeilijk zelf die hondjes gaan ophalen.”
Kind 2: “Maar we kunnen wel iets doen.”
Kind 3: “Wat dan?”
Kind 2: “Nou, we kunnen geld ophalen. We kunnen bijvoorbeeld auto’s wassen en ramen lappen en dan geld vragen voor die klusjes.”
Kind 1: “En dan?”
Kind 2: “Nou, dan sturen we dat naar de Dierenbescherming.”
Kind 1: “O ja! Want die hebben in Spanje speciale opvang voor die arme honden. Misschien, als we heel veel geld ophalen, kunnen ze nog zo’n opvangkennel openen!”
Kind 3: “Goed plan. Kom, we gaan meteen beginnen.”

De kinderen lopen de kamer uit.

(In deze scène is het leuk om het nieuwsitem ook te laten doen door een leerling. Maak bijvoorbeeld van een grote kartonnen doos een televisie waarin een leerling kan zitten. Met een afstandsbediening kunnen de kinderen de televisie zacht zetten. Dan gaat de nieuwslezer door met bewegen (zonder te praten) of hij gaat stil zitten in een freeze.

Voorbeeldtekst nieuwslezer:

Dames en heren, goedenavond,
In Spanje heeft de Dierenbescherming steeds meer problemen met het opvangen van zwerfhonden. Niet alleen op het platteland maar ook in de steden lopen steeds meer halfwilde honden rond. De honden hebben honger. Zeker nu er net weer veel kleine puppies zijn geboren worden de honden steeds brutaler. Ze komen steeds dichter bij de mensen, omdat ze hopen eten te kunnen vinden bij de huizen. De mensen zijn bang voor de honden. Sommige jagen de honden weg, en dat gaat er niet zachtzinnig aan toe. De honden worden geslagen met stokken en krijgen emmers koud water over zich heen. De Dierenbescherming vangt zoveel mogelijk honden op. Ze geven ze eten, steriliseren ze, en zoeken een baasje. Maar er zijn zoveel zwerfhonden dat het niet lukt om ze allemaal te helpen. Er moet nodig iets gebeuren.

Dan het volgende onderwerp… De Citotoets wordt vanaf 2012 veel later afgenomen….
(Hierna zetten de kinderen de tv zacht of uit.)

Einde

Nabespreken

Bespreek met de klas dat medelijden hebben eigenlijk heel nuttig is. Want wat blijkt uit deze voorbeelden? Als we medelijden hebben dan willen we graag helpen! Bespreek met de klas de gespeelde scènes. Wat was het probleem in de scène? Wie kreeg er medelijden? Wat gebeurde er? Waar bestond de hulp uit?
Bespreek daarna met de klas of er mensen of dieren zijn waar zij op dit moment medelijden mee hebben. Hoe kan je ze helpen?
U kunt zelf natuurlijk met een voorbeeld komen. Misschien kunt u met uw klas een goed doel uitkiezen waar u graag iets voor wil doen.
Vervolgens kunt u een sponsorloop organiseren, of de kinderen samen een boekje laten maken dat ze kunnen kopiëren en voor het goede doel verkopen, of mooie paaskaarten laten maken en verkopen. Misschien heeft de klas medelijden met de tijgers die uitsterven, of met de zeehonden, of met kinderen in arme landen die niet zomaar naar school kunnen (Unicef)
Misschien wil de klas iets doen voor de slachtoffers van de aardbeving en tsunami in Japan. Wellicht zijn er mensen of dieren in de buurt waar u medelijden mee hebt, en waar u samen iets voor kunt doen. Er zijn veel kleine voorbeelden te bedenken. (Een filmpje maken voor een klasgenootje dat met een gebroken been in het ziekenhuis ligt, mooie kaarten maken voor de dames en heren in het verzorgingshuis om de hoek, vogelvoer verzamelen voor de vogels tijdens de winter, de klas opknappen van die meester die door een hernia even zelf niets kan doen, oude kleren verzamelen voor Het Leger des Heils…)