Willem, Sharon en Aswin, leerlingen uit groep 3, verlaten hun klaslokaal. Willem heeft een papier in zijn hand, met daarop het cijfer 8. Op het papier van Sharon staan vijf stippen, zoals ze ook op een dobbelsteen staan. En op Aswins papier zijn zeven stippen netjes weergegeven in de tienstructuur. Het drietal is op weg naar een winkeltje, dat zich aan het einde van de schoolgang bevindt. Daar aangekomen, pakken ze elk een boodschappenmandje en kiezen diverse artikelen uit de schappen. Als de kinderen daarna de winkel verlaten, kan Willem het niet laten om naar zijn klasgenootjes te zwaaien, via de webcam, die in de winkel is opgehangen. In groep 3 volgen namelijk zijn medeleerlingen op het digitale schoolbord de verrichtingen van het drietal. Met gevulde boodschappenmandjes keren de kinderen terug in het klaslokaal. Daar wordt gezamenlijk de inhoud van de mandjes, het aantal artikelen, gecontroleerd. Het aantal moet overeenkomen met het aantal stippen of het cijfer. Er wordt door de hele klas meegeteld en de getallen 5, 7 en 8 worden bij de mandjes gelegd…

Levend onderwijs

en actie aan het begin van het nieuwe schooljaar in daltonschool De Starter in de stad Groningen. “We wilden,” legt directeur Gerry van Ewijk uit, “de principes die we toepassen bij natuur en techniek, zoals leren door te doen, ook gaan inzetten bij de meet- en meetkundelessen van ons rekenprogramma. Daaraan werkend, liepen we er tegenaan, dat in onze methode het rekenen in groep 3 niet goed werd aangeboden. Daar moest dus eerst iets aan gedaan worden. We wilden van onze methode meer levend onderwijs maken.”
“De rekenmethode die we gebruiken, wiebert nogal,” vult Xandra Kooij, leerkracht uit groep 3, hem aan. “Er is niet gekozen voor een duidelijke context en voor één duidelijke aanbiedingsvorm. Alleen al bijvoorbeeld voor het splitsen van getallen worden van meet af aan diverse vormen gehanteerd. Voor de wat zwakkere leerlingen is dat een ramp. Daarnaast wilden we beter in kunnen spelen op de niveauverschillen binnen de groep en zorgen voor een échte uitdaging voor de meer begaafde leerlingen.”
Het team van De Starter kwam dan ook tot de conclusie, dat het tijd werd om te kiezen voor één duidelijke, krachtige context. In eerste instantie: een eenduidige aanbiedingsvorm en een aanpak volgens leren door te doen.

Context voor rekenonderwijs

Gezien de diverse activiteiten, die de school ontwikkelt in het kader van het project Creatief Ondernemen van het Actieprogramma Onderwijs en Ondernemen van de ministeries van Economische Zaken en Onderwijs, lag het voor de hand, om als context voor een winkel te kiezen. Een winkel biedt tenslotte volop mogelijkheden voor inzet bij het rekenonderwijs, zoals: het tellen van producten, het bijhouden van de voorraad, het ordenen, een nummertje trekken, afrekenen, betalen, terugbetalen, het maken van prijskaartjes en het werken met openings- en sluitingstijden. Naast de “grote winkel” buiten de klas bestaat de mogelijkheid voor een kleinere winkel in de klas, zodat snel en gemakkelijk de winkel bij de les betrokken kan worden.

Klasse!winkel

SCHOOLBREED
“De “Klasse!winkel” is een manier, om de leeromgeving van de klas en de school uitdagend en krachtig te maken. Het is een winkel in je klas. Niet alleen om in te spelen, maar ook om écht als winkel te gebruiken. Wij hebben ervoor gekozen om de winkel een centrale plaats te geven in de school. Maar het is ook mogelijk om in elke klas een winkel in te richten. Dat kan met eenvoudige middelen. Het mooie is, dat het niet beperkt hoeft te blijven tot groep 3. Zowel bij de jongere als de oudere kinderen kan de winkel worden ingezet,” vertelt Xandra Kooij. In het kader van het eerdergenoemde project Creatief Ondernemen kan de winkel namelijk ingezet worden voor de hele school.

Concreet materiaal

“Iedereen weet, dat voor het wekken van de belangstelling het werken vanuit concreet materiaal de voorkeur geniet. Maar je weet hoe het gaat op scholen. Het is altijd druk, druk, druk. En om nu voor iedere rekenles telkens weer materiaal te gaan verzamelen, om met concreet materiaal te kunnen werken, laten we eerlijk zijn, het komt er vaak niet van. Maar door de winkel is concreet materiaal steeds in de buurt en daarom ook meteen in te zetten. Ontzettend handig,” zegt Gerry van Ewijk.

Ontwikkeling en onderzoek

Voor de ontwikkeling van de winkel en het lesmateriaal, alsmede het onderzoek naar de effectiviteit ervan, zijn studenten van de Hanzehogeschool uit Groningen ingezet. Alles werd in de context van een winkel geplaatst. De bekende bussommen (zoveel passagiers erin, zoveel eruit) werden bijvoorbeeld vervangen door sommen met een winkelmandje. Om hiaten te voorkomen en om een goede aansluiting met groep 4 te behouden, werden de structuur en de principes van de rekenmethode aangehouden.
Studenten techniek van dezelfde hogeschool hebben ontwerpen gemaakt voor de schappen, de kassa en de flessenautomaat, terwijl studenten van de Pedagogische Academie stuur- en spelkaarten en werkbladen hebben ontwikkeld. Leerlingen van het voortgezet zmok-onderwijs hebben vervolgens de schappen gebouwd. En ouders zorgden enthousiast voor lege verpakkingen.

Levend onderwijs

Maar ondanks de goede voorbereiding bleken er toch enkele essentiële onderdelen vergeten te zijn. “Toen de kinderen in de winkel gingen spelen, wilden ze de boodschappen kunnen “scannen”. Ze wilden kunnen “bliepen”, zoals ze het zeiden. Dat er vergeten was bij de kassa een telefoon te plaatsen, om assistentie in te kunnen roepen, vonden ze erg dom. En dan wil je als leerkracht juist de kassa gebruiken om met geld te leren rekenen en dan komen de kinderen met het voorstel, om tóch maar snel een pinautomaat te plaatsen,” vertelt Xandra Kooij lachend.
Een kassa, een lopende band, een weeghoek, winkelmandjes, diverse artikelen, een groente- en fruitafdeling… De winkel heeft het allemaal! Maar… de winkel blijft niet het hele jaar door een supermarkt! Zo zal de winkel rond het sinterklaasfeest veranderen in een speelgoedzaak. En later in het jaar verandert de winkel in een kledingzaak. Levend onderwijs moet tenslotte wel levend blijven!

Digitale inzet

De webcam werd reeds genoemd als een instrument, om in de klas verrichtingen in de winkel op het digitale schoolbord te kunnen bekijken. Maar daarnaast wordt er voor de diverse lessen gebruikgemaakt van de digitale camera en de zogenoemde flipcamera: een digitaal filmtoestel, waarmee heel eenvoudig films opgenomen en gemonteerd kunnen worden.
Toneelstukjes in en rond de winkel kunnen gemakkelijk worden geregistreerd of van tevoren worden opgenomen. Voor een les over turven kan de camera in de winkel worden geplaatst. (“Turf het aantal klanten.”) Maar ook in de drukke straat voor de school. (“Turf het aantal wandelaars, fietsers, auto’s.”) De fotocamera kan worden ingezet bij het uitvoeren van opdrachten door leerlingen, zoals bij het registreren van hoeveelheden. En de webcam kan in de klas worden ingezet om bijvoorbeeld de kassalade of het zegelboekje groot op het digitale schoolbord af te beelden.
Verder zijn alle werkbladen en stuurkaarten digitaal beschikbaar en kunnen op het digibord getoond worden.

Opbouw van de lessencyclus

De opbouw van iedere lessencyclus is steeds hetzelfde:
Vraagstuk
Iedere keer wordt er gezamenlijk begonnen. Aan de kinderen wordt een probleem, een vraagstuk voorgelegd, waarna ze uiteengaan in groepjes (soms ingedeeld op niveau) om het probleem op te lossen. Dit gebeurt aan de hand van een stuurkaart of een werkblad, waarbij vanuit de context en concreet materiaal gebruik wordt gemaakt van schema’s en modellen en waarbij wordt toegewerkt naar abstracte, formele rekenhandelingen.
Reflectie
Hierna volgt het belangrijke stadium van de rekenlessen: het nagesprek, de reflectie. De kinderen vertellen elkaar en de leerkracht hun oplossingen. En samen komen ze tot conclusies. Hier vindt het leerverhaal plaats.
Verwerking
Na de reflectie vindt de schriftelijke verwerking, het automatiseren plaats, met werkbladen, die geheel zijn aangepast aan de context van de winkel.
Toets
Na een blok van tien lessen met bovenstaande opbouw volgt een toets.

Klasse!kassa

VIJF- EN TIENSTRUCTUUR
Laten we teruggaan naar de winkel, die gekozen is om structureel over een aansprekende en levensechte context te kunnen beschikken. Om te leren (geld)rekenen, om te leren tellen, om de tafels te oefenen, om kortingen te berekenen. De winkel versterkt onderdelen uit de methode voor rekenen en wiskunde, maar kan ook functioneren buiten de methode.
In de winkel vind je natuurlijk ook een kassa. Dit is echter geen gewone kassa, maar een Klasse!kassa.* De lade van deze kassa is speciaal aangepast voor het rekenen. Bureau Levend Leren ontwikkelde voor (en in samenspraak met) daltonschool De Starter dit leermiddel. De indeling van de geldlade kent een systematische opbouw, zodat kinderen de structuur van het eurostelsel goed doorzien. In de lade is de vijf- en de tienstructuur, waar de kinderen in groep 3 mee werken, heel duidelijk aangebracht. Het maakt het voor de kinderen gemakkelijk om geldstukken te ordenen in een dubbelstructuur. De indeling is bijvoorbeeld ook terug te vinden op het rekenrek. Om het oefenen door alle kinderen in de klas mogelijk te maken, zijn er losse geldblokjes beschikbaar, die dezelfde vijf- en tien-structuur hebben als de lade van de kassa.

KASSABON
Op de kassa kunnen kinderen aantekeningen of kassabonnen maken. Hierbij kan gebruik worden gemaakt van uitwisbare stiften. Maar ook kan een (eventueel voorbedrukt) schrijfblok worden gebruikt, waarop de kassabon wordt geschreven. Afhankelijk van doelstelling en niveau van de leerlingen wordt hierbij wél of géén gebruik gemaakt van de rekenmachine.

Gevarieerd en herkenbaar

De lessen zijn gevarieerd, maar herkenbaar. Enkele voorbeelden:
– De kinderen ontwerpen lolly’s (te koop in de winkel), waarop ze een getal schrijven, waarna ze de lolly’s in de goede volgorde moeten leggen.
– Er worden toneelstukjes gespeeld of films gekeken, waarin wordt geteld of geturfd.
– Zegelboekjes (geheel of gedeeltelijk gevuld) worden gecontroleerd: de zegels of de lege plekken worden geteld.
– Er zijn speciale kratjes (met daarin de tienstructuur) ontworpen, waarin melkpakken passen. (Hoe plaats je de melkpakken zó, dat je ze snel kunt tellen?)
– Er is een kaart, waarop de openingstijd en/of de sluitingstijd in een venster moet worden ingesteld.
– Ruimtelijk inzicht wordt gestimuleerd met behulp van gestapelde dozen. Enzovoort.

Doel en middel

Het is niet toevallig, dat daltonschool De Starter voor een winkel als rekencontext koos. De school ontwikkelt in het kader van het Actieplan Onderwijs en Ondernemen een doorgaande lijn in leren ondernemen, waarbij niet het profijt vooropstaat, maar het ontplooien van initiatief, het tonen van durf bij kinderen. In het primair onderwijs gaat namelijk de aandacht uit naar het stimuleren van de ondernemingszin, het versterken van de persoonlijke motivatie van de leerling en het kunnen en willen dragen van (mede)verantwoordelijkheid.
Een beproefd middel is het werken met uitdagende leersituaties, die leiden tot een concreet eindproduct: zelfgemaakte gedichtenbundels, prentbriefkaarten, schilderijtjes, klassenkranten, handenarbeid- of techniekwerkstukken, producten uit de schooltuin of de kookhoek, maar ook theaterproducties en bijvoorbeeld filmpjes.
De Klasse!winkel kan bij deze activiteiten prima worden ingezet. Het werken met deze winkel biedt de leerlingen de gelegenheid om eigen producten te verkopen tijdens open schoolmomenten of projectmiddagen. Leren ondernemen is: het stimuleren van de ondernemingszin, door leerlingen successen te laten ervaren.

Klasse!kas

Winkel én kassa bieden de mogelijkheid, om kinderen – bijvoorbeeld in het kader van burgerschapsvorming – te leren, om goed en verantwoord met geld om te gaan. Dan gaat het niet alleen over kennis van geld en het kunnen rekenen met geld. Het gaat vooral ook over het nemen van beslissingen over bestedingen en het weerbaar worden in het omgaan met de technieken van verkoopbevordering, die in de reclame worden toegepast.
We wijzen in dit verband expliciet op het werken met de Klasse!kas. Een werkwijze, die op veel scholen al wordt toegepast, in het kader van financiële educatie, een belangrijk doel binnen de burgerschapsvorming. Een groep kinderen krijgt met de Klasse!kas de beschikking over een beperkte hoeveelheid (echt) geld, om daarmee aankopen te doen. (Zie: klasse-kas.nl.)
De winkel is een prachtige opstap naar dit middel, waarbij kinderen zélf ervaren hoe ze respectievelijk als winkelier het koopgedrag van consumenten kunnen beïnvloeden en hoe ze als consument beïnvloed worden. Op daltonschool De Starter gaat dat onder het motto: de kinderen leren te manipuleren met de media, zodat ze weten hoe ze gemanipuleerd kunnen worden.
Nota bene. Zie voor meer informatie over de Klasse!kas het artikel Springlevend rekenen!, dat is opgenomen in Praxisbulletin, 25ste jaargang, nummer 3 (november 2007).

Geloof in eigen kunnen

Diverse onderzoeken bewijzen, dat een sterke motivatie vooral ontstaat door het geloof in eigen kunnen. Dat geloof in eigen kunnen wordt bij veel kinderen versterkt, als ze vanuit concrete situaties kunnen werken. Een boeiende omgeving en uitdagende opdrachten zorgen voor de intrinsieke belangstelling voor de leerstof, hetgeen van belang is om extra te kunnen investeren, om nieuwe vaardigheden onder de knie te krijgen. In de nieuwe vormen van leren zijn het vooral de betekenisvolle, praktijknabije contexten, waardoor de leerling wordt geraakt. Het werken met een winkel is daar een voorbeeld van.

Tot slot

Enthousiaste kinderen, ouders en collega’s zorgen ervoor, dat rekenen weer leuk is op daltonschool De Starter. “Meteen in de eerste twee blokken van het rekenen merkten we al, dat de kinderen sneller de leerstof begrepen. Met name het splitsen van getallen, tot nu toe steeds een groot probleem bij veel kinderen, gaat nu heel goed. En dat, gevolgd door goede resultaten bij de toetsen, maakt, dat we niet meer terug willen naar de oude rekenmethode,” verzekert Xandra Kooij ons.

Meer informatie
Zie voor meer informatie over het onderwerp van dit artikel: Levendleren.nl.