Wie bij duurzame ontwikkeling denkt, dat er wéér wat nieuws in het onderwijs wordt “gedumpt”, heeft het mis. Duurzame ontwikkeling staat al in de kerndoelen en komt in allerlei methodes aan bod. Soms letterlijk, maar vaak “verpakt” in een ander jasje. Bijvoorbeeld binnen aardrijkskunde, geschiedenis, natuuronderwijs en techniek.
In dit artikel geef ik u een overzicht van waar duurzame ontwikkeling in de kerndoelen aan bod komt.

Kerndoelen

In de kerndoelen voor het basisonderwijs (Ministerie van OCW, 2006) wordt duurzame ontwikkeling letterlijk genoemd bij het leergebied Oriëntatie op Jezelf en de Wereld (OJ&W): “Bij het leren kennen van de wijze waarop mensen hun omgeving inrichten spelen economische, politieke, culturele, technische en sociale aspecten een belangrijke rol. Het gaat daarbij om datgene wat van belang is voor betekenisverlening aan het bestaan, om duurzame ontwikkeling, om (voedsel)veiligheid en gezondheid en om technische verworvenheden.” Daarnaast komen allerlei aspecten van duurzame ontwikkeling in de kerndoelen terug.

Duurzame ontwikkeling en kerndoelen

Drie soorten doelen

In het vervolg van dit artikel zijn een aantal doelen voor duurzame ontwikkeling uitgewerkt, waarbij de relatie met de kerndoelen is aangegeven. Wanneer er bij een verwijzing naar de kerndoelen geen cijfer staat, wordt er verwezen naar de karakteristiek van het leergebied of naar de preambule. De doelen zijn gesplitst in Hoofd (kennis en inzicht), Hart (attitude) en Handen (vaardigheden en gedrag). (Schilperoord & Jansen, 2003; Ministerie van OCW, 2006.)

Afkortingen

De volgende afkortingen worden gehanteerd:
KO Kunstzinnige Oriëntatie
MS Mens en Samenleving
NL Nederlands
NT Natuur en Techniek
OJ&W Oriëntatie op Jezelf en de Wereld
PA Preambule
R Ruimte
T Tijd

Doelen Hoofd: kennis en inzicht

Leerlingen weten wat een duurzame samenleving inhoudt: zó omgaan met de eigen omgeving, dat ook in de toekomst en aan de andere kant van de wereld een leefbare wereld mogelijk is. Hierbij zijn ze zich bewust van de verschillende invullingen en belangen, die mensen kunnen hebben bij duurzaamheid.

Aspecten

Bij kennis en inzicht gaat het om de volgende zaken:

• Inzicht verkrijgen in:
– relaties in de natuur, zoals voedselketens en kringlopen (NT 40);
– de wisselwerking tussen mens en milieu, de betekenis van het milieu voor de mens (bijvoorbeeld voedsel, energie en gezondheid) en de invloeden van de mens op het milieu (NT 40);
– de eigen leefwijze, waarbij milieuvriendelijke alternatieven kunnen worden aangegeven (MS 39);
– verschillen en overeenkomsten tussen het leven hier en in andere landen (R 47/49);
– relaties tussen de eigen omgeving en andere landen (bijvoorbeeld de herkomst van voedsel) (R 47);
– verschillen en overeenkomsten tussen het leven nu en het leven vroeger (OJ&W/ KO 56);
– verschillen en overeenkomsten tussen verschillende groepen in onze samenleving (MS 38).

• Kennis van algemeen aanvaarde waarden en normen (MS 37).

• Besef van het principe van rechtvaardigheid: het eerlijk delen.

Doelen Hart: attitude

Leerlingen hebben waardering en zorg voor hun eigen omgeving en de omgeving wereldwijd. Ze hebben een gevoel van zorg voor mensen hier, in andere landen en in de toekomst. Ze staan open en hebben respect voor opvattingen van anderen, maar durven ook op te komen voor hun eigen mening en eigen keuzes te maken.

Aspecten

Bij attitude gaat het om de volgende zaken:

• Zorg en waardering voor:
– de eigen leefomgeving (PA);
– het milieu (MS 39);
– cultureel erfgoed (KO 56);
– elkaar (PA);
– jezelf en elkaar (MS 34).

• Respect voor algemeen aanvaarde waarden en normen (MS 37).

• Gevoel van verantwoordelijkheid voor mensen in andere landen en voor generaties na ons.

• Een nieuwsgierige en onderzoekende houding (OJ&W).

• Een kritische houding ten aanzien van informatie (NL 7).

• Respect hebben voor en rekening houden met verschillen in opvattingen van mensen (MS 38).

• Bereidheid tot het “bij de tijd brengen” van het eigen wereldbeeld: heroverwegen van opvattingen, waarden, normen en keuzes (OJ&W).

Doelen Handen: vaardigheden en gedrag

Leerlingen gaan met zorg om met zichzelf, de ander en de omgeving. Ze doen dit vanuit algemeen aanvaarde waarden en normen en vanuit eigen bewuste keuzes. Deze keuzes maken ze door aan de hand van verzamelde informatie een afweging te maken tussen sociale, ecologische en economische aspecten.

Aspecten

Bij vaardigheden en gedrag gaat het om de volgende zaken:
• Met zorg omgaan met de leefomgeving (PA).
• Met zorg omgaan met het milieu (MS 39).
• Respectvol en verantwoordelijk omgaan met elkaar (PA).
• Zorg dragen voor de lichamelijke en psychische gezondheid van jezelf en anderen (MS 34).
• Handelen vanuit respect voor algemeen aanvaarde waarden en normen (MS 37).
• Je redzaam gedragen als verkeersdeelnemer en consument (MS 35).
• Duurzame oplossingen ontwerpen, uitvoeren en evalueren bij technische problemen (NT 45).
• Informatie halen uit teksten, gesproken taal en historische bronnen (NL 1/NL 4/T 51).
• Uitdrukken van eigen gedachten, meningen en gevoelens (PA).
• Respectvol luisteren en kritiseren van anderen (PA).
• Informatie beoordelen in discussies en leren met argumenten te reageren (NL 3).
• Reflecteren op eigen handelen (PA).
• “Bij de tijd brengen” van het eigen wereldbeeld: heroverwegen van opvattingen, waarden, normen en keuzes (OJ&W).

Methodes

Bewustwording

Methodes zijn mede gebaseerd op de kerndoelen. En dat betekent, dat ook in veel methodes duurzame ontwikkeling aan bod komt. Met een klein (of groot) uitstapje is het mogelijk steeds even in te zoomen op duurzame ontwikkeling. Het gaat dan om de bewustwording, dat duurzame ontwikkeling complex is. Dat er steeds gekeken moet worden naar een afweging van mens-, aarde- en winstaspecten (people, planet en profit).

Drie voorbeelden

Hierna worden drie voorbeelden gegeven, waarin die complexiteit zichtbaar wordt gemaakt. Ze gaan over onderwerpen, die in veelgebruikte methodes voor geschiedenis, natuuronderwijs en aardrijkskunde voorkomen. De leerlingen hoeven hét antwoord niet te weten. Ze moeten zich bewust worden van de complexiteit van duurzame ontwikkeling.

Geschiedenis

Alle geschiedenismethodes behandelen ongeveer dezelfde tijdperken en onderwerpen. De Commissie Historische en Maatschappelijke Vorming heeft een indeling in tien tijdvakken gemaakt, die de leidraad kunnen gaan vormen voor het toekomstige geschiedenisonderwijs.
Het volgende voorbeeld is gekoppeld aan het tijdvak Grieken en Romeinen (3000 voor Christus – 500 na Christus).

Brood en spelen

In het oude Rome gaven de leiders van de stad regelmatig brood en spelen aan het volk. Zij beoogden hiermee een bepaald doel, namelijk: het voeden en vermaken van het volk, teneinde onrust te voorkomen.
Er kan worden bekeken of dit vanuit het oogpunt van een duurzame samenleving een wenselijke optie is. Er kan ook worden gekeken naar eventuele alternatieven om hetzelfde doel te bereiken.

Aspecten

Welke aspecten zijn van belang voor duurzaamheidseducatie?

• Sociaal/politiek. Er werden mensen bij gedood. Wie deden er mee aan de spelen? (Slaven, soms tegenstanders van het bewind, soms professionele gladiatoren.)
• Veiligheid. Welke gevolgen hadden brood en spelen op de samenleving? (Invloed op vrede en veiligheid, om de zoveel tijd voedsel.)
• Effectiviteit. Waren brood en spelen een structurele oplossing? Waren er alternatieven?
• Natuur en milieu. Welke gevolgen hadden brood en spelen op de landbouw? Werd het graan voor het brood lokaal verbouwd of werd het aangevoerd?
• Politiek. Wat waren de gevolgen voor de leiders? (Populariteit, meer macht.) Is dit wenselijk voor de samenleving?
• Dieren. Wat waren de gevolgen voor natuur en milieu? (Er werd gebruik gemaakt van dieren.)

Natuuronderwijs

Bij natuuronderwijs gaat het om de volgende onderwerpen: eigen lichaam/gezond gedrag, de levende natuur (planten en dieren), de niet-levende natuur (natuurkundige verschijnselen), milieu en omgeving en techniek. Het volgende voorbeeld valt onder de levende natuur.

Sociale insecten

Sommige mieren, wespen en bijen leven op een speciale wijze in groepsverband. We noemen dit sociaal gedrag. Bij dieren die in een groep leven, is een heel duidelijke taakverdeling aanwezig. De koningin zorgt voor de nakomelingen. De vrouwtjes doen al het werk, zoals voedsel verzamelen, de jongen verzorgen en het nest bewaken. De mannetjes zorgen voor de bevruchting van de koningin en gaan daarna dood of worden het nest uitgejaagd.
Stel je voor, dat wij net zo zouden leven. Hoe duurzaam is een dergelijke leefwijze, als je die bijvoorbeeld vergelijkt met onze huidige samenleving?

Aspecten

Welke aspecten zijn van belang voor duurzaamheidseducatie?

• Arbeidsinzet. Is een dergelijke taakverdeling wenselijk, efficiënt, haalbaar?
• Wonen. Welke gevolgen heeft dit voor de manier van wonen? Is deze manier van wonen wenselijk, haalbaar?
• Omgeving. Welke invloed heeft deze manier van samenleven op de inrichting van de omgeving? (Denk bijvoorbeeld aan voedselvoorziening.) Wat is de invloed hiervan op de flora en fauna?
• Leiderschap. Wat zijn de gevolgen met betrekking tot het leiderschap? Is dit wenselijk, haalbaar?
• Afhankelijkheid. Wat zijn de gevolgen voor de relatie met de rest van de wereld? Is dit wenselijk, haalbaar?
• Voortplanting. Is een dergelijke manier van voortplanten wenselijk, mogelijk? Is een dergelijke manier van jongen opvoeden wenselijk, efficiënt, haalbaar?

Aardrijkskunde

Aardrijkskunde is bij uitstek een vak, dat zich bezighoudt met de inrichting van de omgeving, waarin de mens woont.

Besluitvorming

Bij dit onderwerp wordt specifiek gekeken naar het besluitvormingsproces rondom het inrichten van een bepaald stuk grond. Het kan daarbij gaan om het zoeken naar een geschikte locatie voor een zwembad, een dierentuin of een brug. In hoeverre wordt er rekening gehouden met duurzaamheidsaspecten bij de keuze voor de inrichting?

Aspecten

Welke aspecten zijn van belang voor duurzaamheidseducatie?

• Kosten. Maakt de plek verschil in de kosten voor de bouw? (Bepaalde eisen aan vorm, afmetingen, isolatie, materialen, vervoer ernaartoe.)
• Bereikbaarheid. Is de plek goed bereikbaar voor gebruikers? Wat moet er worden gedaan om de plek bereikbaar te maken?
• Overlast. Voor wie levert de plek overlast op? In welke vorm? (Veel verkeer, stank, geluid, zicht.)
• Leefbaarheid. Wat zijn de gevolgen voor de omwonenden met betrekking tot veiligheid, gezondheid, comfort?
• Wensen. Wat zijn de wensen van de omwonenden?
• Natuur. Waar wordt de ruimte nu voor gebruikt? (Flora, fauna.)

Tot slot

Het bovenstaande is slechts een korte uiteenzetting over het voorkomen van duurzame ontwikkeling in de kerndoelen. De kort uitgewerkte voorbeelden zijn bedoeld om de complexiteit van duurzame ontwikkeling zichtbaar te maken. Wellicht bieden ze voor u een handvat om duurzaamheidseducatie ook toe te passen in andere situaties en bij andere onderwerpen.

Literatuur

Natuur aan de basis, een tijdschrift met uitgewerkte lessen en werkbladen voor natuur-, milieu- en techniekonderwijs, Uitgeverij Bladergroen, website: www.natuuraandebasis.nl.