Lang geleden, toen ik op school zat, kreeg ik les in aardrijkskunde door eerst een plattegrond te bekijken van de klas, daarna van de school, vervolgens van de buurt en daarna steeds verder: Scheveningen, groot Den Haag, Nederland, Europa, de wereld. Het was inzichtelijk en we begrepen steeds beter hoe de wereld in elkaar zat.

 

27-05-01-01

Jan Pronk. Foto: Rio Holländer.

Lang geleden, toen ik op school zat, kreeg ik les in aardrijkskunde door eerst een plattegrond te bekijken van de klas, daarna van de school, vervolgens van de buurt en daarna steeds verder: Scheveningen, groot Den Haag, Nederland, Europa, de wereld. Het was inzichtelijk en we begrepen steeds beter hoe de wereld in elkaar zat.

Het vak geschiedenis bestond uit verhalen over het verleden van ons eigen land. Het begon met de Batavieren en het kwam steeds dichterbij, tot Koningin Wilhelmina. Op de middelbare school was het niet anders. Alleen werd daar niet begonnen met verhalen over het verleden van ons eigen land, maar over dat van Europa. Die geschiedenis begon rond Socrates en we kwamen tot Bismarck. We leerden hoe het was geweest en hoe alles geleidelijk was veranderd.

Op school werd ik door beide vakken geboeid. De gebruikte didactiek vergrootte mijn inzicht. Later begreep ik dat die didactiek niet waardevrij was. De lessen in aardrijkskunde en geschiedenis hadden bij mij twee gedachten doen postvatten, die ik weer moest afleren, omdat het waanideeën bleken te zijn. Het eerste waanidee was, dat ik kennelijk het voorrecht had te wonen in het middelpunt van alles. De aarde was rond, maar mijn eigen wereld was het centrum. Het tweede waanidee was, dat er over de tijd vóór Socrates niets van enig belang te melden viel, dat de geschiedenis van de aarde begon in Europa en dat alle veranderingen sindsdien vooruitgang hadden gebracht. De verbeteringen waren weliswaar schoksgewijs tot stand gekomen – schokken, veroorzaakt door rampen en oorlogen – maar de vooruitgang zelf was gestaag en zou doorgaan. Het samenspel van technologie, economie, recht, politiek, kunst en cultuur zou vanzelfsprekend leiden tot steeds meer welvaart en welzijn, eerst in het Westen, in Europa en Amerika, en vervolgens ook in de wereld verderop.

Later heb ik geleerd vanuit de wereld naar Europa, Nederland en Den Haag te kijken. Later heb ik begrepen dat vooruitgang niet vanzelf spreekt, dat de toekomst niet alleen ongewis is, maar ook op het spel wordt gezet door de wijze waarop we omgaan met het heden.

Beide inzichten worden tegenwoordig wijd en zijd gedeeld. Moderne communicatiemiddelen hebben de wereld dichterbij gebracht. Nieuwe kennis, vrucht van wetenschappelijk onderzoek, wordt gedemocratiseerd. Destijds, op school, leerde ik niets over klimaatverandering, noch over evolutie en bijster weinig over het heelal. Dat is tegenwoordig anders. Verbreding en verdieping van kennis helpt bij het relativeren van wat we vroeger als vanzelfsprekende verworvenheden beschouwden.

Kennis alleen is niet zaligmakend. Het gaat erom die kennis te verbinden met waarden. Pas dan is kennis inzicht. Het inzicht, dat verworvenheden niet vanzelfsprekend behouden blijven, dat ze eerlijk gedeeld moeten worden met anderen en dat ieder mens verantwoordelijk is voor de kwaliteit en het voortbestaan van de eigen leefomgeving kan niet jong genoeg geleerd worden. Anders gezegd: duurzame ontwikkeling moet geleerd worden, zo vroeg mogelijk, en dus ook op school.

Lessen in duurzame ontwikkeling reiken verder dan een combinatie van aardrijkskunde en geschiedenis, ook op de basisschool. Het gaat ook om zicht op biologie. Het hoe en wat van rekenen, vermenigvuldigen en delen. Het vergelijken van teksten die men leest. Begrip voor de dialectiek van taal en redeneren. Kritisch meedoen in de lessen godsdienst en maatschappijleer. Kortom: de grammatica van het leven.

Duurzaam leren is afleren, bijleren en doorleren. Daarvoor ben je nooit te oud. Je kunt ermee beginnen op de middelbare school of als student aan de universiteit, maar ook werkende weg. Maar het helpt, als men zich heeft aangewend nieuwsgierig te zijn en kritisch te kijken, lezen en luisteren. Die vaardigheden kunnen je al jong worden bijgebracht, ook op school. Dat stelt eisen aan de inhoud van de les en aan de methodiek die wordt gehanteerd, om kennis, inzicht en waarden over te brengen, in onderlinge samenhang. Dit themaboek beoogt daaraan een bijdrage te leveren.

Jan Pronk