De periode vlak voor Sinterklaas is er een van gespannen verwachting. Het is elk jaar weer onzeker of alles goed gaat. Zal de sint op tijd en zonder problemen in Nederland aankomen? Zal hij aan alle cadeautjes hebben gedacht? Zal hij geen enkel kind vergeten? Heeft hij genoeg pepernoten en speculaas om uit te delen? Er kan zo veel misgaan tijdens de aanloop naar het sinterklaasfeest, dat u met uw klas meer dan genoeg mogelijkheden hebt om een spannend toneelstuk te maken over dit onderwerp. In dit artikel geef ik u een complete handleiding hiervoor.

Lees ook de uitbreiding

Bij dit artikel hoort een online uitbreiding. Klik hier om het artikel te lezen.

Informatie vooraf

Toneelbeeld

• Elementen – In het midden van het toneel zien we een soort werkplaats. Er staat een tafel. Er staan emmers en jutezakken. Hier en daar ligt een hoopje pepernoten. En er staat een vreemde machine midden in de werkplaats. Nota bene. Die machine wordt vormgegeven door vijf kinderen, in pepernootbruine kleren. Ze staan in een tableau vivant. (Dit wordt verderop in dit artikel uitgewerkt. Zie hiervoor het tekstblok Een machine vormen op pagina 36.) – Aan de rechterkant van het toneel zien we een bakkerswinkel. Er staat een rek, met daarin een aantal broden. Er is een toonbank, met daarop koeken en soesjes. Er hangt een witte bakkersmuts aan een haakje. Aan de toonbank hangt een bord, met daarop de tekst: Elke dinsdag het derde brood gratis! • Alternatief Ik ga hier uit van een groot toneel. Maar als u dat niet tot uw beschikking hebt, dan kunt u het toneelbeeld ook verdelen over twee hoeken in uw klas (of speellokaal). Bij de wisseling van de scènes draait het publiek dan een kwartslag naar de hoek, waar het verhaal verdergaat.

Personages Rekwisieten
– De pepernotenmachine (vijf kinderen).
– Een aantal zwartepieten.
– Sinterklaas.
– De bakker.
– De moeder.
– Een aantal andere moeders.
– Een aantal schoolkinderen.
– Pepernoten.
– Jutezakken.
– Emmertjes.
– Bakblikken.
– Broden.
– Koeken en broodjes.
– Boodschappentas.
– Blocnote en pen.
– Mobiele telefoon.

Het verhaal in scènes

De pepernotenmachine is een toneelstukje met een eenvoudige verhaallijn en is verdeeld in zeven scènes. Hier volgt de beschrijving.

Scène 1

In de bakkerij staat de bakker achter de toonbank. Hij legt wat koeken en broodjes goed, hangt het bord met aanbiedingen recht en kijkt behoorlijk tevreden rond. Een belletje gaat. En de moeder komt binnen met een boodschappentas.
“Goedemorgen, bakker,” roept ze vrolijk. “Ik kom bij u een kilo pepernoten halen, want het is zo gezellig dat Sinterklaas weer in het land is. Ik geef de kinderen straks na school een handjevol met pepernoten.”
De bakker haalt zijn schouders op en zucht. “Ja, mevrouw, u bent vandaag al de zesde, die pepernoten wil kopen. Maar het probleem is… ik heb ze niet!”
De moeder klinkt verbaasd: “U hebt ze niet? Wat is dat nou? U hebt toch altijd al pepernoten rond deze tijd. Nou, bakker, doe me dan maar drie broden. En dan ga ik wel ergens anders pepernoten halen.”
De bakker stopt drie broden in de boodschappentas van de moeder en zegt: “Dat is het nou juist. Niemand heeft pepernoten. Ze zijn er nog niet. Ik heb ze niet, de bakker in de stad heeft ze niet, de Hema heeft ze niet, het Kruidvat heeft ze niet. Niemand heeft ze.”
De moeder begrijpt er niets van. “Hoezo, niemand heeft ze? Normaal liggen ze al in oktober in de winkel. En u hebt ze altijd al vanaf half november, zodra de sint in het land is. Wat is dat nou? U kunt toch gewoon pepernoten bakken in uw bakkerij?”
De bakker schudt zijn hoofd. “Nee, ik bak ze niet. Dat zou ik niet eens kunnen. Het recept voor de échte pepernoten ken ik niet. Ze worden altijd door de zwartepieten gebakken. De pepernotenpieten. Die beginnen aan het begin van de herfst al met bakken en delen de pepernoten dan uit aan alle bakkers en supermarkten en iedereen die ze maar wil verkopen. Maar… de pepernotenpieten zijn nog niet langs geweest met hun pepernoten.”
“Hoe kan dat nou?” vraagt de moeder. “Hoe moet dat nou…? Het is al bijna sinterklaasavond!”
De bakker zucht, buigt zich over de toonbank en zegt op vertrouwelijke toon: “Mevrouw, ik maak me zorgen. Ik denk…, ik denk dat er iets ernstigs is misgegaan.” Daarna legt hij zijn wijsvinger op zijn lippen en zegt: “Dag, mevrouw.”
De moeder pakt haar tas en loopt verbijsterd de winkel uit.

Scène 2

In de werkplaats lopen een paar zwartepieten heen en weer met jutezakken. Een van hen drukt op een knopje van de bruine machine, die in het midden staat. De machine komt langzaam op gang. Van de ene kant naar de andere kant maakt de machine nu bewegingen en geluiden. En aan het eind van de machine valt een pepernoot in een emmer. Af en toe pakt een piet de emmer op, leegt die in een jutezak en zet hem dan snel weer terug.
Het verloopt allemaal rustig en soepel. Sinterklaas komt de werkplaats binnen.
“Gaat goed zo, pepernotenpieten!” zegt hij tevreden. “Die pepernoten zien er prachtig uit!”
De pepernotenpieten kijken hem met een wazige blik aan. Ze hebben Sinterklaas niet goed kunnen verstaan.
“Wacht, Sinterklaas. Ik zet de machine even uit, dan kunnen we u beter horen,” zegt een van de pieten. De piet drukt op een knopje. En de machine komt piepend en krakend tot stilstand. “Wat zei u, Sinterklaas?”
De sint herhaalt: “Ik zei: het gaat goed zo. Die pepernoten zien er prachtig uit. Jullie hebben er neem ik aan al genoeg voor de komende dagen?”
De pepernotenpieten kijken een beetje verschrikt. Een van hen knikt en zegt stamelend: “We hebben er bijna genoeg, eh… Sinterklaas.”
Een andere piet valt hem bij: “Ja, we hebben er genoeg als iedereen één pepernoot eet op 5 december. En dat is ook écht genoeg, één pepernoot, Sinterklaas. Want anders eten de kinderen daarna hun groenten niet meer.”
Sinterklaas kijkt de pieten streng aan. “Wat is dat nou toch voor onzin? Eén pepernoot per kind? Wat is nou één pepernoot per kind? Kinderen moeten handenvol met pepernoten krijgen. Dat is hoe het hoort!”
De pieten staan een beetje bedremmeld naar hun schoenen te kijken en stamelen: “Ja, Sinterklaas.”
De sint draait zich om en roept: “Hup, pieten, doorwerken! Het is al bijna sinterklaasavond!” En daarna loopt hij de werkplaats uit.

Scène 3

De pieten kijken Sinterklaas na. Als hij echt helemaal weg is, gaan ze in paniek door elkaar heen praten.
“Wat doen we nu?”
“Wat moeten we doen?”
“Wat een toestand!”
“Dit komt nooit meer goed.”
“Hoe moeten we dit oplossen?”
“Oh…, jij bent ook zo dom, dat je niet op de kalender hebt gekeken.”
“Ik dom, ik dom? Jij hebt toch ook niet op de kalender gekeken! We zijn allemaal dom.”
Dan steekt een van de pieten zijn hand op. De andere pieten houden op met praten en kijken naar hem.
“Pieten,” zegt de piet, die paniek wil voorkomen en de pieten tot de orde wil roepen: “Het heeft geen zin om elkaar nu de schuld te geven. We zijn allemaal dom geweest. We hebben niet goed opgelet. Het was november voordat we het wisten. We hadden eigenlijk al begin september moeten beginnen met het bakken van pepernoten. Maar dat hebben we niet gedaan. We zijn gewoon vergeten om op tijd te beginnen. Dat kunnen we nu niet meer veranderen. We moeten dus bedenken hoe we dit probleem gaan oplossen.”
De pieten gaan op een rijtje op de grond zitten en denken na. Af en toe begint iemand iets te zeggen, maar niemand maakt zijn gedachte af.
“Als we nu eens…. Nee…, toch niet.”
“We kunnen misschien… Nee…”
“Wat een goed idee is…, is…, eh…”
Opeens staat er een piet op. Die loopt naar de machine en roept: “Wat betekenen die standen eigenlijk? Hier… van 1 tot 3! Wij zetten de machine altijd op 1, maar wat betekenen de standen 2 en 3 eigenlijk?”
Twee andere pieten zeggen tegelijkertijd een beetje verveeld: “Dat ie dan sneller gaat.”
Dan roept iedereen tegelijk: “SNELLER!”
“Kom, laten we dat doen! We kunnen sneller pepernoten maken met de machine! Hup! Aanzetten! Op 2…!”
De pieten zetten de machine aan. Eerst gaat de machine in het rustige tempo, zoals we dat in het begin van het toneelstukje hebben gezien. Maar dan draait een van de pieten aan een knop. En… de machine gaat ineens veel sneller! De pieten bekijken tevreden hoe er sneller en sneller pepernoten in de emmer rollen.
Dan draait de piet nóg een keer aan de knop. En de machine gaat nóg sneller! En nóg sneller! De pieten springen op en neer van enthousiasme.
“Het gaat goed! Het gaat lukken!” roepen de pieten blij.
Maar dan maakt de machine plotseling een raar geluid. Hij staat stil! De machine zakt letterlijk in elkaar!
De pieten kijken elkaar aan en drukken nóg eens op een knop… Maar de machine doet niets meer. Helemaal niets meer!
De pieten kijken elkaar aan. Het is even stil in de werkplaats.
“Ik denk dat we nu Sinterklaas eerlijk moeten vertellen wat er is gebeurd,” zegt uiteindelijk een van de pieten. De andere pieten knikken.

Scène 4

Sinterklaas staat met een paar pieten in de bakkerij. De bakker kijkt serieus en maakt notities.
“Ik denk dat ik het heb, Sinterklaas. Ik moet de speculaaskruiden niet vergeten en zelfrijzend bakmeel en twintig minuutjes in de oven.”
“Inderdaad, bakker, inderdaad. Ik zou u dit niet hoeven te vragen, als de pieten niet zo dom waren geweest om te laat te beginnen met het bakken van de pepernoten. En…, nou ja, zoals ik al uitlegde, hebben ze daarna de machine op stand 3 gezet, terwijl duidelijk in de handleiding staat dat je dat NOOIT moet doen. De machine is oververhit en moet een week afkoelen voordat we hem weer mogen gebruiken. Dat is natuurlijk veel te laat. Het is echt een verschrikkelijke toestand. Al bijna sinterklaasavond en we hebben nog maar nauwelijks pepernoten om uit te delen.”
De sint schudt verdrietig zijn hoofd. En de bakker knikt en bekijkt zijn aantekeningen nog eens.
“Sinterklaas, het is voor mij een hele eer dat u mij dit vraagt. Ik ga doen wat ik kan. Ik zal dag en nacht doorgaan met bakken. Want we kunnen de kinderen niet zonder pepernoten uw verjaardag laten vieren. Dat zou echt verschrikkelijk zijn.”
De sint bedankt de bakker en gebaart naar zijn pieten, dat ze mee moeten komen. De pieten volgen Sinterklaas met hangende schoudertjes.

Scène 5

De bakker is verschrikkelijk druk in de weer in zijn bakkerij. Zijn muts staat scheef en hij heeft het duidelijk erg warm. Hij schudt wat pepernoten van een bakblik in een jutezak en telt: “Honderdeen, honderdtwee, honderddrie, honderdvier, honderdvijf.”
Hij legt wanhopig het bakblik weg, leunt voorover op de toonbank en barst in tranen uit. De moeder komt binnen. Ze ziet dat de bakker zit te huilen.
“Bakker…, wat is er aan de hand? Hebt u uw hand verbrand aan de oven?”
De bakker tilt zijn hoofd op en kijkt de moeder aan. “Nee, dat niet. Maar ik krijg het gewoon niet af.”
Hij begint weer te huilen.
“U krijgt het niet af? Wat krijgt u niet af?”
“De pepernoten!” snift de bakker. “Ik heb er nog maar honderdvijf gebakken. En ik moet er voor sinterklaasavond zeker honderdvijfduizend hebben. Dat krijg ik nooit af! Ik heb de hele nacht door gebakken. Ik ben hartstikke moe. En ik heb nog maar honderdvijf pepernoten!”
De moeder haalt een zakdoek uit haar tas en geeft die aan de bakker.
“Waarom moet u zo veel pepernoten bakken? U hebt me vorige week zelf verteld dat u het recept niet eens kent.”
De bakker snuit zijn neus in de zakdoek en geeft die terug aan de moeder. “Dank u wel.”
“Het klopt, wat u zegt, mevrouw. Maar er is iets vreselijks misgegaan met de pepernotenbakmachine. En nu heeft de sint zelf gevraagd of ik… en hij heeft me het échte pepernotenrecept gegeven.”
De bakker pakt de zakdoek weer uit de hand van de moeder en begint opnieuw te huilen.
De moeder zet haar tas op de grond en pakt haar mobiele telefoon eruit.
“Goed, bakker. Dit is een noodgeval. We hebben hulp nodig. Schrijft u het recept van de pepernoten maar eens een keer of achttien over. Ik bel al mijn vriendinnen op. En dan gaan we allemaal thuis pepernoten bakken. Binnen een paar dagen hebben we genoeg pepernoten om aan alle kinderen uit te delen op 5 december!”
“O, dank u wel, dank u wel. Wat een geweldig idee, mevrouw. We zijn gered!”
De bakker begint met het overschrijven van het recept. En de moeder belt al haar vriendinnen.

Scène 6

We horen vrolijke sinterklaasmuziek. De bakker staat in zijn winkel. Om de beurt komen er moeders en kinderen de bakkerij binnen met bakblikken, vol met pepernoten. De kinderen helpen met het openhouden van de jutezakken, zodat de moeders de bakblikken in de zakken kunnen leegschudden.
De bakker kijkt heel tevreden. Hij schudt vol dankbaarheid de hand van iedereen, die pepernoten heeft gebracht. Langzaam maar zeker staat zijn winkel vol met zakken. Zakken, vol met pepernoten!

Scène 7

Sinterklaas en de pieten staan in de werkplaats naast de in elkaar gezakte pepernotenbakmachine. De sint kijkt streng naar de pepernotenpieten, die er nog steeds erg timide bij staan.
“Jullie hebben er een potje van gemaakt, pieten,” zegt hij. De sint is even stil. En de pieten knikken.
“Volgend jaar gaan jullie op tijd beginnen met het bakken van de pepernoten. Nooit meer vergeten jullie om op de kalender te kijken! Voor de zekerheid laat ik de hoofdpiet volgend jaar opbellen op de dag dat jullie moeten beginnen met het bakken van de pepernoten.”
De pieten knikken weer. “Graag, Sinterklaas. Dat zou werkelijk fijn zijn.”
De sint bromt. “Goed. Jullie gaan vanavond in de schoenen van de bakker én in de schoenen van al die lieve moeders die hebben geholpen met bakken een extra grote, versierde chocoladeletter stoppen. En schrijf er zelf ook maar een lief bedankbriefje bij!”
De pieten knikken weer. “Natuurlijk, Sinterklaas.”
“Goed zo. Dan gaan we nu kijken of de machine weer werkt. Jullie houden de machine op stand 1. En voor volgend jaar oliën jullie de machine extra goed met speciale pepernotenolie!”
De pieten knikken weer. Een van de pieten drukt op de knop. Heel langzaam komt de machine weer overeind en gaat bewegen en geluiden maken. Hij piept en kraakt, maar uiteindelijk rolt er weer een pepernoot in de emmer.
Sinterklaas steekt zijn arm in de lucht. “Genoeg! Zet maar weer uit!”
De pieten zetten de machine weer uit. “Hup, pieten. Die machine staat klaar voor volgend jaar. Gaan jullie maar snel de daken op.”
De pieten vertrekken. De sint geeft een klopje op de machine en vertrekt ook.

Een machine vormen

In het toneelstuk is een grote rol weggelegd voor de pepernotenmachine. Die machine bestaat uit vijf kinderen, die naast elkaar staan (en/of zitten). Het is leuk om de kinderen zélf verschillende “machine-achtige” bewegingen en geluiden te laten bedenken. Bovendien is het een goede manier, om de kinderen goed te laten samenwerken. De machine moet immers heel soepel werken. En de handelingen van de kinderen moeten goed in elkaar overlopen. De kinderen zullen de bewegingen van de machine en de geluiden van de machine dus goed moeten oefenen, in drie verschillende snelheden:
– Kind 1 heeft (stiekem!) een zak met pepernoten achter zijn (of haar) rug hangen. Dit kind pakt een pepernoot, maakt een geluid – terwijl het een beweging maakt met zijn (of haar) armen en/of hoofd – en geeft de pepernoot door aan kind 2.
– Kind 2 maakt weer een ander geluid (en een andere beweging) en geeft de pepernoot door aan kind 3.
– Kind 3 maakt ook weer een ander geluid (en een andere beweging) en geeft de pepernoot door aan kind 4.
– Kind 4 maakt ook weer een ander geluid (en een andere beweging) en geeft de pepernoot door aan kind 5. (Als de pepernoot in dit stadium van de machine (bij kind 4) is beland, dan begint kind 1 weer opnieuw.
– Het laatste kind (kind 5) gooit de pepernoot ten slotte in een emmertje. En als u daarvoor een zinken emmertje gebruikt, dan geeft dat een leuk plokgeluid.
De kinderen moeten de machine snel en langzaam kunnen laten bewegen (en snel en langzaam kunnen laten klinken).
Als de machine kapot is gegaan, moeten de kinderen vrij lang stilstaan (en/of stilzitten), voordat de sint de machine weer laat aanzetten. De machine zakt eigenlijk in elkaar. Het is dan ook belangrijk, dat de kinderen in een redelijk ontspannen houding kunnen blijven staan (en/of zitten), zonder (al te veel) te bewegen. Dit moet van tevoren goed bekeken en geoefend worden!
Nota bene. Zie in dit verband ook de oefeningen over tablaux vivants, die zijn opgenomen in het artikel Het levende museum, dat is gepubliceerd in Praxisbulletin, 24ste jaargang, nummer 7 (maart 2007).
Ik wens u en de kinderen veel plezier met het inoefenen en de uitvoering van dit spannende toneelstuk voor de sinterklaastijd!