Het aanbod op internet is overweldigend. Hoe maakt u als leerkracht binnen taalonderwijs op een zinnige manier gebruik van de wirwar van websites en software? Een mogelijkheid is om een selectie te maken, deze selectie te ordenen in een PowerPoint-presentatie en die daarna aan te bieden. Vervolgens geeft u er opdrachten bij en eisen waaraan de opdrachten moeten voldoen.
In het Praxisbulletin-artikel vindt u een uitwerking van dit idee, met voorbeelden van opdrachten voor groep 5-8, die aansluiten op een bestaande schoolpraktijk. Deze internetuitbreiding bevat een PowerPoint-presentatie ter demonstratie, met de bijbehorende opdrachtkaarten.

Bestanden

Klik op de naam van het bestand om het te openen.

Uitbreidingen

Zo werkt het!

Het idee van het kinderportaal is eenvoudig:
– Kinderen openen een PowerPoint en treffen daarop taalopdrachten aan. De opdrachten variëren van het maken van een digitaal prentenboek (om aan kleuters voor te lezen) tot het in elkaar zetten van een gedichtanimatie of het zoeken naar informatie voor een werkstuk.
– Elke opdracht heeft een eigen pagina, die gelinkt is aan het overzicht op de homepage.
– De opdrachtpagina geeft een overzicht van de benodigdheden, om een opdracht uit te voeren: een link naar een website en/of een verwijzing naar software en meestal een verwijzing naar een opdrachtkaart, waarop de opdracht stap voor stap is uitgeschreven.
– Die opdrachtkaart wordt door kinderen geprint of ze zoeken een geplastificeerde versie op in een kaartenbak. De te zetten stappen blijven hen op die manier tijdens het websurfen helder voor ogen.
– Is de opdracht afgerond, dan gaan kinderen via de link homepage weer naar het beginscherm van de PowerPoint.

Doel

Het portaal is ontworpen om gerichte, talige opdrachten te bieden aan kinderen van groep 5-8. Opdrachten, waarmee ze actief aan de slag kunnen!
Een wellicht herkenbare klacht, die we op scholen hebben gehoord, is: kinderen verdrinken in de veelheid van aangeboden informatie op het internet. Ze blijven maar zoeken. En dan het liefst naar plaatjes. De leertijd wordt hierdoor niet efficiënt gebruikt.
Andere software zorgt er weer voor, dat elke minuut precies zo besteed wordt zoals de ontwerper dat in zijn/haar hoofd heeft. En dat is ook niet ideaal. Even kijken hoe het digitale prentenboek ook alweer begon? Dat kan niet, want er is geen knopje “terug”. Opdrachten in een andere volgorde maken? Dat mag niet. U zult begrijpen: dit alles doet geen recht aan de mogelijkheden die internet en softwareprogramma’s bieden. En ook niet aan de grilligheid van het leren!
Het kinderportaal is ontworpen in een poging kinderen zélf invloed te geven op hun leren en daarmee de motivatie te verhogen, maar ook opdrachten zó te formuleren, dat er duidelijke eisen aan de resultaten kunnen worden gesteld. Bijvoorbeeld: het verhaal in een digitaal prentenboek moet geschikt zijn voor kleuters, het moet een duidelijke verdeling in episodes hebben én er mogen geen spelfouten in staan.

Zelf aan de slag!

Omdat idee en uitvoering van het kinderportaal eenvoudig zijn, kunnen ook leerkrachten zonder ICT-knobbel er zelf eentje maken. Handig is wél als u enige kennis hebt van PowerPoint en Word.
U legt een lijst aan, met daarop websites en software, die interessant en leerzaam zijn voor kinderen. Onontbeerlijk zijn vervolgens creatieve, maar ook praktisch haalbare ideeën hoe u deze websites en software kunt inzetten op een manier, zodat de opdrachten passen bij de in uw school gehanteerde leerlijnen.
Dat kost veel tijd. En omdat niet iedereen over deze tijd beschikt, is er een basismodel gemaakt, dat is geordend naar de leerlijnen van Kansrijke Taal. Een aantal opdrachten daaruit zijn opgenomen in de internetuitbreiding bij dit artikel. U kunt die opdrachten aanpassen aan uw eigen schoolsituatie. Maar u kunt ook opdrachten toevoegen, de lay-out wijzigen of de structuur van presentatie veranderen. En vervolgens kunt u het geheel beveiligen, zodat leerlingen dat allemaal níet kunnen.

Organisatie

Het kinderportaal is geen leermiddel, waar je kinderen plompverloren achter kunt zetten. Kwaliteit bereikt u pas als de opdrachten eerst met de groep worden gedaan of op z’n minst in de groep worden geïntroduceerd. Daarna kunnen kinderen er zelfstandig mee aan de slag. U kunt dat op verschillende manieren organiseren. Ik geef u een viertal mogelijkheden.

Uitbreiding van instructie

De groep werkt aan dezelfde opdracht. (Bijvoorbeeld: een scrabbletoernooi, in het kader van woordenschat.) De groep wordt verdeeld in teams, die samen scrabbelen. Elke dag krijgt ieder kind vijf minuten om zijn/haar woord op een scrabblewebsite in te typen. Een kind dat van zijn/haar letters geen woord kan maken, legt die letters (op een vast tijdstip) voor aan de groep, via het digitale schoolbord. U vraagt ook aandacht voor mooie vondsten.
Winnaar is degene met de meeste punten, het team met het hoogste puntentotaal of het team met de mooiste woorden.

Roulerend circuit

U selecteert een aantal activiteiten voor een circuit en vult die eventueel aan met opdrachten, waarvoor géén computer nodig is. De kinderen doen alle opdrachten één keer. Het circuit kan bijvoorbeeld aansluiten op het thema, waaraan op dat moment wordt gewerkt. Bijvoorbeeld scheepvaart:
– Kinderen zoeken op een zoekmachine spreekwoorden en gezegden op over scheepvaart en maken daar een tekst mee.
– Ze spreken met behulp van de gratis audiosoftware Audacity een scheepsjournaal in.
– Ze maken op de VPRO-site een rapvariant op Berend Botje.
– Ze schrijven een stapelverhaal op een weblog over een schip, dat in de Bermudadriehoek verdwijnt.
– Of ze schrijven een artikel over de mosselvisserij voor Wikikids, waarbij ze de informatie hebben gezocht met de kindvriendelijke zoekmachine Dabedoo.

Circuit met keuze

Kinderen kiezen een aantal opdrachten uit het aanbod. (Bijvoorbeeld: zes van de tien.) Als één keer in de week aan het circuit wordt gewerkt, is het circuit na zes weken afgerond.
Circuits kunnen op deze manier ook gekoppeld worden aan bijvoorbeeld taal- en/of leesproblemen, die kinderen hebben. Kinderen die niet goed lezen en daarop dreigen af te knappen, maken een digitaal prentenboek en lezen dit voor aan kleuters. Dit is erg motiverend, want de aandacht wordt hierdoor verlegd van het gebrekkige lezen naar de kleuters, die een mooi verhaal gepresenteerd moeten krijgen.
Het verdelen van een tekst in alinea’s en het bedenken van kopjes zijn oefeningen in begrijpend lezen. Ook het leren omgaan met de spellingcontrole van Word kan in een dergelijk circuit worden opgenomen. En voor kinderen, die een extra uitdaging kunnen gebruiken, is er bijvoorbeeld de opdracht Leenwoorden.

Vrije keuze

Het portaal is onderdeel van een organisatie voor zelfstandig leren: bijvoorbeeld met hoeken voor verschillende leerlijnen, waarin kinderen zélf opdrachten kiezen.

Inpassen van computergebruik in eigen onderwijs

Als het kinderportaal wordt ingepast in bestaand beleid, dan heeft het de meeste kans op succes. Want dan is het namelijk niet een extra project, dat óók nog moet en is de kans het grootst dat de PowerPoint vaker wordt geopend dan alleen tijdens een enthousiaste presentatie op een teamvergadering. ICT-vaardigheden geven dan een meerwaarde aan bestaand onderwijs en komen voor het gevoel niet apart op het rooster. Hieronder geef ik drie voorbeelden uit de praktijk, waarin beschreven wordt hoe scholen dit idee hebben vormgegeven.

Praktijkvoorbeeld 1: Structureel werken aan het verhogen van leesprestaties

Leerdoelen

CBS Gabriël Dam in Stadskanaal participeert in het taal-/leesverbetertraject, geïnitieerd door de PO-Raad (brancheorganisatie voor het primair onderwijs). De school wil daarmee de taal- en leesprestaties structureel verbeteren. Een van de maatregelen die de school heeft genomen, is het organiseren van korte, intensieve verbetertrajecten, waarin een groep samen streeft naar een kwaliteitsverbetering rondom steeds één activiteit.
In groep 8 is dat bijvoorbeeld: nieuwslezen. De leerdoelen worden vooraf met de kinderen besproken: ze moeten leren om een nieuwsbericht foutloos te spellen, nauwkeurig te lezen en op een aansprekende manier voor te lezen én ze moeten leren om het eigen lezen én dat van andere kinderen op een goede manier te beoordelen.

Werkwijze

Kinderenkiezen in tweetallen een nieuwsuitzending van het Jeugdjournaal van de afgelopen week op www.uitzendinggemist.nl en typen een van de berichten uit. Via het kinderportaal bereiken ze de juiste pagina’s en zoeken de opdrachtkaart erbij. Eén kind van het tweetal zorgt voor een leeg Worddocument op het scherm en typt uit wat wordt afgespeeld op de pc, die naast het kind staat, terwijl het andere kind van het tweetal de knoppen bedient. Dit gebeurt op aanwijzing van degene die typt. (“Stop even! Wil je dit laatste stukje nóg een keer spelen?” Enzovoort.)
Na het controleren van de spelling wordt het voorlezen geoefend. De kinderen oefenen eerst met hun maatje en daarna voor de groep. Door de opdracht meerdere malen te herhalen en steeds hogere eisen te stellen aan de spelling, de voordracht en de manier waarop kinderen evalueren, kan kwaliteit bereikt worden.

Praktijkvoorbeeld 2: Inpassen binnen thema’s

Bedoeling

Op Jenaplanschool Gorkum wordt wereldoriëntatie aangeboden, in de vorm van projecten over een thema. De opdracht Spreekwoorden en gezegden wordt gebruikt bij het thema Kunst.
Kinderen krijgen de gelegenheid om via het kinderportaal spreekwoorden en gezegden over kunst op te zoeken op de websites www.spreekwoorden.nl en www.spreekwoord.nl. De bedoeling is, dat die spreekwoorden en gezegden uiteindelijk aaneen worden gesmeed tot een logische tekst. De leerlingen zoeken in duo’s. En omdat het lokaal maar één pc heeft, moet er om beurten aan worden gewerkt, terwijl de rest van de klas aan andere opdrachten bezig is. Als werktijd wordt vastgesteld: een kwartier per tweetal.

Werkwijze

In groepjes maken de kinderen een logische tekst van zo veel mogelijk gevonden spreekwoorden en gezegden. Dit is een goede test om te controleren of leerlingen de figuurlijke betekenis van het spreekwoord of gezegde begrijpen. Kunnen ze een bepaald spreekwoord of gezegde (met de bijbehorende figuurlijke betekenis) in een juiste context gebruiken?
Het eindresultaat wordt in een kring gepresenteerd en geëvalueerd. Zijn de spreekwoorden en gezegden goed gebruikt? Waar nodig licht het groepje (of u) de betekenis toe.

Praktijkvoorbeeld 3: Inpassen als toetsmethode

Bedoeling

Op OBS De Regenboog in Helden-Panningen wordt de opdracht Leesportfolio gebruikt als aanvulling op de AVI-toetsen. De kinderen van groep 5 maken één keer in de acht weken met behulp van de software Audacity een geluidsopname van drie minuten, terwijl ze een tekst voorlezen op het eigen AVI-niveau.
Op de betreffende pagina op het kinderportaal vinden de kinderen een lijstje met documenten en materialen, die ze nodig hebben: een link naar de genoemde software, een opdrachtkaart, een microfoon, een leestekst en een verwijzing naar de map (Windows), waar de opname moet worden opgeslagen. Als ieder kind zijn/haar eigen map heeft, ontstaat in de loop van de schooltijd een prachtig leesportfolio, waarin de leesontwikkeling van elk kind te volgen is.

Werkwijze

Leerlingen maken de opnamen tijdens de stilleeslessen. Dat is goed te organiseren, omdat een opname maar drie minuten in beslag neemt. In het begin hebben de kinderen wat uitleg nodig over hoe het programma Audacity werkt. Zo mogelijk helpt een stagiair(e) daarbij. De ervaring leert, dat kinderen ook al snel elkaar gaan helpen.
In ongeveer twee dagen worden alle opnamen gemaakt. U luistert elke opname af. En u doet dat steeds samen met het kind, dat de tekst heeft ingesproken.
Een andere optie is, om u als leerkracht in eerste instantie te richten op leerlingen met leesmoeilijkheden.

Acties voor prestatieverbetering

U helpt het kind om naar aanleiding van zijn/haar opname doelen te formuleren. Samen met het kind kiest u vervolgens activiteiten, waarmee het betreffende kind aan die doelen kan gaan werken. U stelt een circuit samen van de activiteiten, die met de kinderen gekozen zijn.
Het leesportfolio is een aanvulling op AVI-toetsen, waarmee kinderen betrokken worden bij het bedenken van goede acties voor het verbeteren van hun prestaties.

Veel succes!

Meer weten

Het Kansrijke Taal Kinderportaal is een initiatief van Stichting Kansrijke Taal (Helena Kinds, Monique Hansma), SOM-Onderwijsadviseurs (Jack Duerings) en het APS (Ebelien Nieman).
Zie voor meer informatie de website: www.kansrijketaal.nl.
Of stuur een e-mail naar Monique Hansma, de auteur van dit artikel: moniquehansma@kansrijketaal.nl.