In het kader van techniek is het leuk om met de groep eens een lopende band te vormen. Niemand hoeft dan alles te kunnen, maar tóch heeft ieder kind een aandeel in het eindresultaat. Zo kunt u laten zien hoe het er in een fabriek aan toegaat. Ik heb zo’n project in groep 3 uitgevoerd met een pepernotenfabriek. In dit artikel treft u hiervan een lesbeschrijving aan.

Introductie

Als introductie vertel ik een verhaal over Sinterklaas. Samenvatting van de inhoud:

Er zijn veel pieten ziek. Hoe moet sint nu op tijd klaar zijn met alle voorbereidingen voor het sinterklaasfeest? (De cadeaus moeten nog worden ingepakt en de pepernoten moeten nog worden gebakken.) De kinderen willen Sinterklaas wel helpen. Als ik voorstel om dan maar een pepernotenfabriek te beginnen, is iedereen direct enthousiast. Wie heeft een vader (of moeder) die in een fabriek werkt? We praten over fabrieken en wat daar gemaakt wordt. We brainstormen over een naam voor de fabriek. Uiteindelijk wordt het: de Super Pepernotenfabriek.

Logo ontwerpen

Elke fabriek heeft een logo. We praten over logo’s. (Wat is het logo van onze school? Waar zie je nog meer logo’s?) Ons logo voor de fabriek wordt een bakkersmuts. Omdat we het niet eens kunnen worden over de kleur, gaan we daarover stemmen. Het logo wordt uiteindelijk een rode bakkersmuts met een blauwe S erop.
Ik knip een bakkersmuts uit een dunne plaat rubber en plak die op een blokje hout. Deze stempel drukken we met rode Blockprint op papier. Met een grote letterstempel wordt de blauwe S op de muts gezet. En met Linkprint stempelen we er Super Pepernotenfabriek onder. Vervolgens plakken we het logo (sterk vergroot op een vel papier) op de deur van het lokaal. Nu kan iedereen zien dat wij een fabriek beginnen! De Super Pepernotenfabriek wordt natuurlijk feestelijk geopend met het doorknippen van een strik, die om de klassendeur is geknoopt.

Pepernoten bakken

Een pepernotenfabriek maakt pepernoten. Heel veel pepernoten! Dus… we gaan aan de slag! Ik verdeel de klas in twee groepen. Met beide groepen maak ik deeg. Een recept hangt (op grote vellen papier) op het bord. We hebben een digitaal weegschaaltje. Ik zal zelf maar afwegen en mengen. Daarna kunnen kinderen mee helpen kneden. (Zie het recept hieronder.)
Nota bene. Geef het recept aan de kinderen mee naar huis. Want vaak gaan ze thuis nóg een keer bakken!

26-02-04-01

Verpakkingen maken

Doosje

Pepernoten moeten ook ergens in natuurlijk. We willen iets hebben waar het logo en de fabrieksnaam op kunnen komen te staan. We besluiten dat er doosjes gemaakt gaan worden “aan de lopende band”. We halen doosjes uit elkaar om de bouwplaat te bekijken. (Een doos waar bijvoorbeeld baminestjes in gezeten hebben, is te groot. En een minisnoepdoosje is weer te klein.)
Nota bene. In dit verband verwijs ik u ook naar mijn artikel Verpakkingen ontwerpen en maken. Lessenserie techniek en handvaardigheid, [dat is opgenomen in Praxisbulletin, 26ste jaargang, nummer 1 (september 2008).
De bouwplaten van supermarktdoosjes zijn voor deze doelgroep (groep 3/4) te ingewikkeld om te maken. Daarom introduceer ik een doosje, dat je kunt maken van stevig papier (met een formaat van 10 x15 cm). Hiervan leg ik een stapel klaar. Ook leg ik nóg zo’n stapel klaar, maar dan in een andere kleur (en met een formaat van 10,5 x16,0 cm). Dat wordt het deksel. Ik gebruik verschillende kleuren, om het verschil tussen doos en deksel te laten zien.

10 x 15 cm
10,5 x 16 cm

Klik op de links voor een vergroting.

Afdruktip: Als u de grote bouwplaat rechtstreeks vanaf het scherm afdrukt, zal hij te groot geprint worden. Sla de afbeelding eerst op uw computer op door er met de rechtermuisknop op te klikken. Druk hem vervolgens vanaf uw computer af op 100% grootte.

Ik zet de leerlingentafels naast elkaar in twee lange rijen (als twee “lopende banden”). Elk kind doet steeds zijn (of haar) handeling en geeft het papier dan door aan de buurman (of buurvrouw).

Lopendebandwerk

We hebben de volgende negen stappen in het lopendebandwerk. Neem voor elke stap één kind:
1 Teken de diagonaal. (Zo bepaal je het midden.)
2 Vouw de korte kanten tot het midden.
3 Vouw de lange kanten tot het midden.
4 Knip de aangegeven lijntjes in.
5 Stempel het logo erop.
6 Vouw de lange kanten omhoog en de korte flapjes naar binnen. Vouw alles goed om.
7 Doe dit ook aan de andere kant.
8 Plak de randjes een beetje vast.
9 Doe er zes pepernoten in.

Deksel

Voor het deksel hebt u nóg acht kinderen nodig, die ook weer de beschreven stappen uitvoeren. In plaats van het logo kunnen de kinderen nu de fabrieksnaam op het deksel stempelen met Linkprint (stap 5).
In totaal zijn er tot nu toe zeventien leerlingen bezig geweest (negen voor het doosje en acht voor het deksel). Leerling 18 doet het deksel op het doosje en leerling 19 stopt het doosje in een grote (pak)doos. Als u alles tegelijk laat uitvoeren, dan hebt u dus zomaar negentien kinderen aan het werk. Dit kunt u nog uitbreiden door het knippen, het vouwen en het stempelen door meerdere kinderen te laten uitvoeren.

Fotoverslag

• Van alle stappen in het proces heb ik foto’s gemaakt. Die foto’s heb ik aan een groepje kinderen gegeven, met de vraag of ze de foto’s in de juiste volgorde konden leggen. Deze kinderen plakten de foto’s op.

• Een ander groepje kreeg de opdracht om onderschriften bij de foto’s te maken. Deze kinderen typten hun tekstjes op de computer en printten ze uit.
De onderschriften plakten we bij de foto’s. Het fotoverslag hebben we daarna in de school opgehangen, zodat iedereen kon zien wat we gedaan hadden.

Resultaat

Uiteindelijk zijn er zestig doosjes gemaakt. Dennis zei: “Juf, als je steeds hetzelfde doet, kun je het steeds beter en sneller doen!” De kinderen hebben geleerd hoe ze door goed samen te werken aan de lopende band iets leuks kunnen maken. En dan ook nog… in hun eigen Super Pepernotenfabriek!

Veel plezier!