Hier treft u de tekst, het notenschrift, de melodie en de karaoke en de lessuggesties aan.

Bestanden

Klik op de naam van het bestand om het te openen.

Muziek

De liedtekst

De shakefles

Een plastic fles, een handvol steentjes.
Ik doe de steentjes in de fles.
Shaken en shaken en shaken maar!
Een ritme uit de fles!
Als ik muziek hoor, wil ik spelen.
Speel op mijn shakeflesinstrument.
Shaken en shaken en shaken maar!
Een échte shakeflessenband!

Notenschrift

ff24d11a-edf1-4c76-9b7e-c18ee317e24f_0000007077_2905-lied

Lessuggesties

Bij deze lessuggesties horen bestanden die u kunt downloaden van deze site. Download ze door de links aan te klikken.

Blad met muzieknotities en teksten.
– Verder gaat het om twee filmpjes:
Ostinaat ritme
Shake it & Move it
– En twee mp3-muziekbestanden
Shakefles

Shakebottle

1. Instrumenten spelen bij het lied

DOEL VAN DE ACTIVITEIT

De leerlingen kunnen bij het zingen klassikaal de vierstemmige shake ostinaat (zie werkblad) uitvoeren

NODIG VOOR DEZE ACTIVITEIT

Handtrom, claves, triangel, shaker (shakefles), opname apparatuur. Meezingversie van dit lied.

VOORBEREIDING VOOR DEZE ACTIVITEIT

Instrumenten klaarleggen, het lied aanleren, bestudeer de verschillende ritmes van de ostinaat (zie:https://www.youtube.com/watch?v=F1QjI4E2f4g), zorg ervoor dat u de bediening van het opnameapparaat beheerst.

RUIMTE VOOR DEZE ACTIVITEIT

In het groepslokaal.

DUUR VAN DE ACTIVITEIT
15 à 20 minuten.

VERLOOP VAN DE ACTIVITEIT
Zorg ervoor dat de leerlingen het lied goed kennen. Vertel de leerlingen dat het lied met extra instrumenten zal worden begeleid. Leer de leerlingen eerst de gemakkelijkste partij. Dat is de handtrom-partij. Doe dat volgens deze didactiek. Speel het lied af, spreek daarbij de ‘steuntekst’ van de handtrom (in de maat) uit. Blijf deze tekst repeterend uitspreken (= ostinaat). Nodig de leerlingen uit om mee te spreken. Klap als dat lukt met uw handen hetzelfde ritme mee. Laat de leerlingen volgen. Laat vervolgens het spreken weg. De hele klas klapt nu het ‘handtrom-ritme’. Kies één helft van de klas en leer die op bovenstaande manier het ritme van de shaker aan. De andere helft van de klas blijft het handtrom-ritme klappen.
Leer daarna de klas de ritmes van de triangel en de claves aan. Gebruik hier dezelfde methode voor.

– Eerst uitspreken,
– dan uitspreken en klappen en daarna
– alleen klappen.

Deel als dit lukt de handtrom, de shaker, claves en triangel uit.
Eerst nog even de ostinaat alleen oefenen. Daarna de muziek afspelen, het lied zingen met begeleiding van de vierstemmige ostinaat. Laat de instrumenten ook van eigenaar wisselen zodat meer kinderen de kans krijgen om instrumentaal te musiceren.
Streef ernaar om het goed te laten klinken en maak er vervolgens een opname van. Beluister en bespreek de opname.

DIFFERENTIATIE-MOGELIJKHEID
– Naast het zingen van het lied kan er ook op worden bewogen. Vraag de leerlingen uit de groep naar passende bewegingen. Selecteer ‘de beste’ suggesties en voeg die toe aan het lied.
– Deel solo’s uit in het lied en wissel die af met ‘allen’.
Voorbeeld: solo: Een plastic fles, een hand vol steentjes. Ik doe die steentjes in een fles.
Allen: shaken en shaken en shaken maar een ritme uit de fles.

2. Lied weggeven

DOEL VAN DE ACTIVITEIT
De leerlingen kunnen het lied zelfstandig zingen.

NODIG VOOR DEZE ACTIVITEIT
De site waarop het lied wordt gezongen. De tekst (Nederlandse of Engelse versie) voor iedereen zichtbaar.

VOORBEREIDING VOOR DEZE ACTIVITEIT
Ken het lied en bepaal wat de makkelijkste en wat de moeilijkste zinnen zijn. Zorg ervoor dat u de bediening van het opnameapparaat beheerst.

RUIMTE VOOR DEZE ACTIVITEIT
In het klaslokaal.

DUUR VAN DE ACTIVITEIT
15 à 20 minuten.

VERLOOP VAN DE ACTIVITEIT
Introduceer het lied door het te laten horen en er vooraf een vraag over te stellen. Bespreek na het beluisteren de antwoorden en toon vervolgens de tekst.
Onderstreep het makkelijkste gedeelte van de tekst; dit onderstreepte gedeelte mogen de leerlingen meezingen. De andere gedeeltes zingt u zelf of laat u door de mp3-versie op de site zingen. Herhaal dat een aantal maal waarbij u steeds meer gedeeltes onderstreept. Controleer steeds of de leerlingen de melodie en tekst goed uitvoeren.
Als zo het hele lied is ‘weggegeven’ haalt u een makkelijk gedeelte van de tekst weg (maakt het onzichtbaar voor de leerlingen). De leerlingen moeten nu op hun geheugen het lied zingen. herhaal dit een aantal maal waarbij u steeds meer tekst weghaalt, roep daarbij de hulp van de leerlingen in door ze te vragen welke tekst ze al uit hun hoofd kennen. Op het laatst (na ongeveer 4 keer) zullen de leerlingen het lied volledig uit hun hoofd kunnen zingen.

DIFFERENTIATIE-MOGELIJKHEID
Als het lied bekend is kunt u de klas in wisselzang het lied laten zingen; verdeel de klas daarvoor in twee helften. De helft die u aanwijst zingt, de andere helft zwijgt of neuriet.

Een andere mogelijkheid is een gedeelte van het lied inwendig mee te laten zingen. Dat doet u door met de klas het lied te zingen maar als u uw vinger voor uw mond houdt zwijgt de klas. De klas zingt het lied dan verder in het hoofd, zonder geluid. Als u uw vinger weghaalt, is iedereen precies op het zelfde punt en gaat het lied hardop gezongen verder. Dit is een goede training voor inwendig horen en klankvoorstelling.

3. Shakers maken

DOEL VAN DE ACTIVITEIT
De leerlingen maken een shakefles.

NODIG VOOR DEZE ACTIVITEIT
Een plastic fles voor elke leerling. Materiaal om in de fles te doen. Denk daarbij aan steentjes, rijst, schelpjes, spliterwten, schroefjes, enzovoort. Materiaal om de shakefles te versieren (bijvoorbeeld; gekleurde touwtjes, stickertjes, viltstiften).

VOORBEREIDING VOOR DEZE ACTIVITEIT
Geef de leerlingen de opdracht om een lege plasticfles (niet te groot) mee naar school te nemen.
Leg alle materialen klaar.

RUIMTE VOOR DEZE ACTIVITEIT
Een handvaardigheidlokaal indien aanwezig, anders in het eigen klaslokaal.

DUUR VAN DE ACTIVITEIT
60 minuten.

VERLOOP VAN DE ACTIVITEIT
Introduceer een shakefles door een eigen exemplaar te laten zien, het lied te zingen en bij de tekst; ‘shaken en shaken en shaken maar’ of ‘shake it and shake it and shake it out’ met de shakefles mee te spelen. Vertel de leerlingen dat ze een eigen shakefles gaan maken die later zal worden gebruikt als het lied wordt gezongen.
Instrueer de leerlingen over de hoeveelheid en de soorten materiaal die er zijn.
Hoeveelheid en materiaalsoort is bepalend voor de klank van de shakefles. Geef aan dat de leerlingen het instrument kunnen versieren, wanneer ze tevreden zijn over de klank. Bespreek na afloop van de werkfase de verschillende instrumenten, laat de leerlingen de instrumenten ordenen (dof-klinkende instrumenten, scherp-klinkende instrumenten, hard-klinkende instrumenten, zacht-klinkende instrumenten etc.) Bespreek ook de vormgeving.
Rond de les af met het zingen van het lied waarbij de leerlingen bij de tekst; ‘shaken en shaken en shaken maar’ of ‘shake it and shake it and shake it out’ met de shakefles mee spelen.

4. Shake it & Move it

DOEL VAN DE ACTIVITEIT
De leerlingen kunnen met de juiste bewegingen en in de maat een percussie ritme (zie werkblad steuntekst) uitvoeren. (https://www.youtube.com/watch?v=rVqDrASUljg)#sthash.6OXuPoqK.dpuf)

NODIG VOOR DEZE ACTIVITEIT
Werkblad.
Shakeflessen voor alle leerlingen.

VOORBEREIDING VOOR DEZE ACTIVITEIT
Bekijk het filmpje waarin de steuntekst wordt voorgedaan en studeer het ritme in (https://www.youtube.com/watch?v=jyie-aYJpfs). Noteer de steuntekst zodat alle leerlingen deze kunnen lezen. Zorg ervoor dat u de bediening van het opname apparaat beheerst.
Er is voor elke leerling een shakefles.

RUIMTE VOOR DEZE ACTIVITEIT
Aan een grote tafel (een aantal tafels aan elkaar geschoven) zodat de leerlingen de shakeflessen naar elkaar kunnen doorschuiven.

DUUR VAN DE ACTIVITEIT
15 à 20 minuten

VERLOOP VAN DE ACTIVITEIT
Vertel de leerlingen dat ze zelf zo’n soort percussie ritme gaan instuderen en uitvoeren. Daarvoor is het noodzakelijk dat eerst het ritme goed gekend is. Spreek ritmisch de steuntekst uit. Doe dat op een rustig tempo. Laat de leerlingen de tekst met u meespreken. Herhaal het een aantal maal totdat alle leerlingen de tekst kennen. Het is de bedoeling dat de leerlingen de tekst uit het hoofd kennen.

Als dat zo is worden de shakeflessen erbij gehaald. De leerlingen zitten naast elkaar rondom een tafel (een aantal tafels). Elke leerling heeft schuin links voor zich een shakefles staan. Bij ‘move’; schuift de leerling de shakefles recht voor zich (de shakefles niet vastpakken). Bij ‘arm’; linker elleboog op tafel. Bij ‘ and’; rechter elleboog op tafel. Bij ‘hand’; linkerhand op tafel. Bij ‘and’; rechterhand op tafel. Bij ‘take’; de twee handen pakken de shakefles op. Bij ‘shake, shake, shake, shake; vier keer shaken met de shakefles. Bij ‘down’; zet de leerling de fles rechts neer zodat de rechterbuurman/vrouw de shakefles kan pakken. Bij çlap; in de handen klappen. Oefen dit eerst in een rustig tempo. Het is makkelijker om nog zonder doorschuiven van de shakeflessen dit te oefenen. Ga weer terug naar het rustige tempo van het begin. Als de leerlingen het ritme en de beweging door hebben kunt u het tempo iets versnellen. Blijf steeds de steuntekst uitspreken en stimuleer de leerlingen om dat ook te doen.

DIFFERENTIATIE-MOGELIJKHEID

Moeilijker maakt u de uitvoering door steeds het steuntekst ritme af te wisselen met een ritmische improvisatie door één van de leerlingen. Bijvoorbeeld: steuntekst—-improvisatie— steuntekst—improvisatie, enzovoort.