De Schoolschrijver zet kinderboekenauteurs in om kinderen enthousiast te maken voor de magie van taal. De kinderen verbeteren hierdoor hun taalvaardigheid, zelfreflectie en probleemoplossend vermogen.

Let op: tekst is aangepast

Graag uw aandacht voor het volgende: de inhoud van het artikel is helaas door de actualiteit ingehaald. In de pdf staan om die reden correcties en uitbreidingen met de juiste informatie. Omwille van de leesbaarheid staat de juiste versie van het artikel integraal hieronder als leesbare tekst.

Bestanden

Klik op de naam van het bestand om het te openen.

Artikel
Correcte tekst van het artikel

De Schoolschrijver zet kinderboekenauteurs in om kinderen enthousiast te maken voor de magie van taal en aantoonbaar taalsterker. Deze Schoolschrijvers delen hun liefde voor het lezen en creatief schrijven van verhalen. Zo worden taal- en leeslessen een spannend avontuur. De kinderen verbeteren hierdoor niet alleen hun taalvaardigheid, ze gaan ook vooruit in zelfreflectie, creativiteit en probleemoplossend vermogen.

Laaggeletterdheid
Annemiek Neefjes is de oprichter van De Schoolschrijver. Zij heeft zelf Nederlands gestudeerd en werkte bij Vrij Nederland. Zij ontdekte dat een kwart van de kinderen de basisschool verlaat met een fikse leesachterstand en dat één op de negen Nederlanders laaggeletterd is. Deze achterstanden zijn in de loop der jaren alleen maar toegenomen. De sleutel tot verbetering van taal- en leesvaardigheid vond Annemiek Neefjes bij boeken en schrijvers.

In 2010 startte Lydia Rood als Schoolschrijver op twee basisscholen in Amsterdam. Nu is dat uitgegroeid tot vijftig ervaren kinderboekenschrijvers, waaronder Arend van Dam, Anneke Scholtens, Lydia Rood, Manon Sikkel, Dolf Verroen, Ruben Prins, Rian Visser, Selma Noort en Annemarie Bon. Zij zijn rolmodel voor de kinderen en bereiken samen zo’n tienduizend kinderen.

De Schoolschrijvers worden zo veel mogelijk ingezet op scholen in hun eigen woonplaats of de directe omgeving daarvan. De deelnemende steden en provincies zijn op dit moment Amsterdam, Rotterdam, Friesland, Groningen en Noord-Brabant, maar nieuwe provincies volgen.

Intensief traject
De Schoolschrijver kent een intensief traject voor scholen met veel taalzwakke kinderen. Daarbij wordt een kinderboekenschrijver een half jaar aan een basisschool gekoppeld. Daarnaast is er een Schoolschrijver-maand en de Academie, met kennis- en inspiratieworkshops van Schoolschrijvers voor leerkrachten en andere professionals in het basisonderwijs.

Tot het intensieve traject behoren enkele vaste onderdelen. Zo is er altijd een feestelijke start, zodat de kinderen zich trots voelen op hun school en op hun Schoolschrijver en wordt indirect meteen al hun interesse in taal en lezen gewekt. De afgelopen jaren zijn er al heel wat spectaculaire startmomenten geweest: een Schoolschrijver landde in de school op een vliegend tapijt (een gym-mat), een ander werd met paard en wagen naar de school gebracht, en weer een ander werd in een draagstoel door alle kinderen van de school van het station gehaald. Vaak zijn burgemeesters en wethouders bij dit openingsmoment aanwezig.

Het zwaartepunt van het traject ligt op tien lessen in drie groepen, die enkele vaste onderdelen kennen, zoals werken met een speciale boekenkist, mailen met de Schoolschrijver en een speurtocht in de bibliotheek.

Daarnaast bezoekt de Schoolschrijver alle overige groepen, zijn er drie speciale sessies met een talentenklas, een oudersalon, een workshop voor leerkrachten en natuurlijk een feestelijke afsluiting.

Uit onderzoek van Centrum Brein & Leren (2015) is gebleken dat het programma van De Schoolschrijver zeer effectief is.

De Schoolschrijver-maand
De Schoolschrijver introduceert nu ook een programma voor álle basisscholen die schrijven, leesplezier en taalvaardigheid naar een hoger niveau willen tillen. Met als doel om van leerlingen leesmonsters en schrijffanaten te maken, ontwikkelde De Schoolschrijver een maand-programma.

In vier samenhangende en interactieve lessen van 60 minuten worden de allerbeste kinderboekenauteurs ingezet. Zij delen schrijfgeheimen en boekentips met de kinderen en geven unieke lees- en schrijf- opdrachten. Drie lessen zijn via het digibord en les vier komt de Schoolschrijver in de klas. Er is een maandprogramma beschikbaar voor groep 4-5-6 en voor groep 6-7-8.

Het sluit aan bij de kerndoelen en kan als vervanging van reguliere taallessen dienen. Het beste resultaat wordt bereikt als de school het aanbod combineert met de Academie, de trainingen voor leerkrachten.

Creatieve aanpak die werkt
Kinderboekenschrijvers geven bij uitstek blijk van creativiteit en inventiviteit. Weliswaar krijgen zij inspiratiesessies aangeboden door De Schoolschrijver en wisselen zij onderling ideeën uit op een intranet, toch heeft elke schrijver zijn eigen aanpak. Zo kiest elke schrijver zelf boeken voor de boekenkist om uit voor te lezen, om mee te werken en om kinderen te stimuleren ze te lezen. Ook de speelse schrijfopdrachten bedenkt ieder zelf of put naar eigen keuze uit het gezamenlijke bestand. Op deze manier kunnen de kinderboekenschrijvers het beste aansluiten bij het niveau en de belangstelling van de kinderen.

Zo was er tijdens een schoolbezoek eens een meisje dat demonstratief achterover in haar stoel hing met de armen over elkaar. ‘Waarom moeten we dat allemaal leren? Ik houd niet van lezen en ook niet van schrijven.’ Natuurlijk hoeft niet iedereen van lezen en schrijven te houden, maar wie houdt er nou niet van verhalen, zou je zeggen… Ook al ben je dyslectisch, net als dit meisje.

De keer daarop werd daarom extra aandacht besteed aan dyslexie. Dat het niet betekent dat je dom bent en dat beroemde mensen als Einstein, Walt Disney en Jacques Vriens dyslectisch zijn. Dat je niet zo op AVI hoeft te letten, omdat dat alleen maar gaat over de gemiddelde woordlengte. Ook werd een hele serie makkelijk-lezenboeken getoond.

Na afloop was er een quiz over dyslexie, waarbij de kinderen moeten samenwerken. Het ‘Ik wil niet’-meisje was al behoorlijk bijgedraaid, maar nu kwam ze helemaal los, want juist zij kende alle antwoorden. Ja, kinderen met dyslexie hebben een beter ruimtelijk voorstellingsvermogen. En ja, hen vallen veel meer dingen op in hun omgeving. Bij haar in elk geval wel! Ze zat op het puntje van haar stoel, zo genoot ze van alles.

‘Vroeger vond ik mezelf dom,’ vertelde ze. ‘Ik kon niet goed meekomen en voelde me altijd anders dan anderen. Toen wisten we niet dat ik dyslectisch was. Nu wel.’

Een gezamenlijke quiz is trouwens een mooie, veelgebruikte afsluiter van de Schoolschrijverslessen in groep 5 tot en met 8. Hierbij komen woorden en begrippen terug die aan de orde zijn geweest. De klas kan dan boeken winnen. Heel grappig is dat kinderen vaak spontaan aantekeningen gaan maken onder de les, zo gespitst zijn ze om te winnen.

Inspiratie voor de leerkracht
Veel leerkrachten raken door de lessen van de Schoolschrijvers zelf geïnspireerd en nemen een voorbeeld aan hun aanpak. Want waarom moeten kinderen een saaie boekbespreking houden, als ze in navolging van een idee van Lydia Rood een boekenheldeninterview kunnen houden? Kinderen die een boek gelezen hebben, mogen zich – liefst enigszins verkleed als een personage uit het boek – laten interviewen door de Schoolschrijver. Die kan op die manier dieper op een boek en de beleving van het kind ingaan, en dat komt zodoende verder dan uitsluitend een samenvatting van de gebeurtenissen. Maar vooral is het veel leuker. Kinderen dringen om aan de beurt te mogen komen en andere klasgenootjes willen ook dolgraag vragen stellen, zeker als het om het personage Klaas-Jan Huntelaar gaat uit het boek Ajax wint altijd van Edward van den Vendel of als het Erge Ellie is uit Erge Ellie en Nare Nellie van Rindert Kromhout.

Ook werken met verhaaldobbelstenen, lessen filosofie met het boek Lieve Stine, weet jij het? van Stine Jensen, de talrijke taalspelletjes van Aby Hartog en het voorlezen uit de mooiste en toegankelijkste schatten van de jeugdliteratuur vinden volop navolging.

Tips
Gelukkig kunt u ook zonder een Schoolschrijver over de vloer gebruikmaken van de creatieve expertise van kinderboekenschrijvers. Op de website (deschoolschrijver.nl) staan volop tips van diverse auteurs. Gebruik zo’n tip eens in uw lessen. Hier volgen er een paar:

Leesthermometer (Mindert Wijnstra)
De leesthermometer is een eenvoudig instrument om een hele klas fanatiek aan het lezen te krijgen. Maak op een stuk papier (A3) of een strook behangpapier een ‘thermometer’ oplopend van 1 tot 50, of tot 75, of tot 100 (afhankelijk van de leeftijd en grootte van de groep). Geef de thermometer een prominent plekje in de klas. Zo gauw een kind een boek heeft gelezen, vult hij de titel en zijn eigen naam in op de thermometer.

Stel een beloning in het vooruitzicht (spelletjesmiddag, excursie, theater of een sportief spel) als de thermometer de hoogste stand heeft bereikt. Halverwege kunt u een aanmoedigingsprijs uitloven. De uiteindelijke beloning is voor iedereen, dus alle kinderen zullen zich inzetten om de thermometer op te laten lopen. Succes gegarandeerd.

Stiltewandeling (Fiona Rempt)
Volgens Roald Dahl is het schrijven van een verhaal net als het maken van een lange wandeling. Dat nam Fiona Rempt heel letterlijk en ontdekte dat je in stilte creativiteit kunt vinden zonder het te zoeken.

Ga samen met de kinderen van een groep naar het schoolplein. Geef ze de opdracht om goed te kijken, voelen en ruiken. Alles mag, behalve praten. Sommigen gaan wandelen, anderen verstoppen zich in een hoekje en weer anderen gaan spelen.

Het werkt fantastisch! Na 5 tot 10 minuten heeft bijna iedereen iets moois en origineels bedacht. Bij mijn groepen konden de kinderen niet wachten om terug te keren naar de klas om alles op te schrijven. Ook tijdens het schrijven bleef het rustig. De verhalen waren prachtig en er ging er niet één over een schoolplein.

Verstopt boek (Wieke van Oordt)
Soms kiezen kinderen maar al te graag boek nummer zoveel in dezelfde serie. Of lezen ze alleen wat de rest van de groep leest. Hoe zorgt u ervoor dat kinderen variëren in hun boekkeuze?

Verpak een stapel boeken in krantenpapier, zodat ze niet zien om welk boek het gaat. Lees dan alle openingen van die boeken voor, bijvoorbeeld de eerste alinea. Laat de kinderen vertellen of ze al weten waar het boek over gaat en of ze het willen lezen. Zo wekt u de nieuwsgierigheid op.

Smoesjes bedenken (Annemarie Bon)
Verzamel een aantal kleine voorwerpen. Het kan van alles zijn: een vergrootglas, speelgoedvoorwerpen, een schuursponsje, een fopspeen, een nepdrol of een zonnebril. Het maakt niet uit, alles is goed. U kunt ook de kinderen vragen een willekeurig voorwerp mee te nemen. Deel de kinderen vervolgens in groepjes van twee in en laat ze blind een voorwerp pakken. Vervolgens moeten ze verzinnen waarom dit voorwerp er de oorzaak van was dat ze te laat op school waren. Laat een van de kinderen dit verhaaltje opschrijven. De ander maakt er een tekening bij.

Herhaal de opdracht eventueel met een nieuw voorwerp en laat ze een smoesje verzinnen, waarom ze toch maar niet van die lekkere taart eten.

Ook een Schoolschrijver op school?
U kunt met De Schoolschrijver-maand en de trainingen starten in het najaar van 2017. Deelname aan het intensieve traject is weer mogelijk vanaf schooljaar 2018-2019. Op de website deschoolschrijver.nl vindt u alle benodigde informatie.

Over de auteur
Annemarie Bon was onder meer tien jaar hoofdredacteur van het jeugdtijdschrift Taptoe. Nu is zij kinderboekenschrijfster, leespromotor, schrijfdocent, educatief auteur en Schoolschrijver.

Boeken

  • Aidan Chambers, Leespraat, NBD Biblion
  • Mariet Lems, Weten waar de woorden zijn, Methodiek Creatief Schrijven, Saam uitgeverij
  • Jos Walta, Open boek, Stichting Lezen