Onderwijs gaat meer leven, door het thematisch vorm te geven. Over de kracht van thematisch werken, volgens het ipcmodel (Internationaal Primair Curriculum). Een verslag, met praktische voorbeelden.

Bestanden

Klik op de naam van het bestand om het te openen.

Artikel

Inleiding

Tussen leven en leren is maar één letter verschil. Door onderwijs thematisch vorm te geven, leren kinderen op een manier, die dicht bij hun belevingswereld ligt. Onderwijs gaat meer leven. De scheidslijn tussen leren binnen de schoolmuren en daarbuiten vervaagt! Door de rode draad binnen het thema ontstaat een soepele samenhang tussen de verschillende vakken en activiteiten. Kinderen ervaren het leren als betekenisvol en zijn daardoor veel gemotiveerder.
Op SBO Het Avontuur in Nootdorp is thematisch werken volgens coördinator René Ferrageau een must. Het enthousiaste leerkrachtenteam werkt voor alle vakken – behalve voor taal, rekenen en verkeer – met het International Primary Curriculum (IPC). Een verslag.

IPC

Integratie

Het IPC is een onderwijsprogramma voor de zaakvakken en creatieve vakken, waarbij vakoverstijgend en thematisch wordt gewerkt. Kinderen krijgen ‘s ochtends les in taal en rekenen. In de middag werken ze met het IPC, waar de vakken aardrijkskunde, geschiedenis, natuur, techniek, maatschappelijke vorming, internationalisering, kunstzinnige vorming, muziek en ICT geïntegreerd aan bod komen.

Kerndoelen

Voorheen creëerde het team van SBO Het Avontuur zelf thema’s, waarin de leerstof werd verbonden. Een leuke en inspirerende activiteit, maar ook erg tijdrovend. Bovendien bleef het enigszins onzeker of de kerndoelen op deze manier volledig werden gedekt.
Het IPC geeft scholen de kans te kiezen uit 80 projecten en bekijkt samen met hen of zij hiermee de kerndoelen kunnen behalen. De meeste scholen behandelen zo’n vijf projecten per jaar. Het Avontuur doet ongeveer drie projecten per jaar.

Meervoudige intelligentie

Bijkomend voordeel voor Het Avontuur is, dat het IPC de meervoudige intelligenties een expliciete plek geeft in de activiteiten. De leerkracht krijgt hiermee hulpmiddelen om gedifferentieerd onderwijs aan te bieden. Dit biedt de leerlingen de kans om te leren op de manier, die het best bij hen past.

Project

Onlangs heeft Het Avontuur het IPC-project Ontdekkingsreizigers en Avonturiers doorlopen. Dit project voor de middenbouw omvat de vakken geschiedenis, aardrijkskunde, kunstzinnige vorming en muziek. De vakgebieden ICT, maatschappelijke vorming en internationalisering zijn geïntegreerd in de lesstof.

Vorm

Streeft u er ook naar, dat uw leerlingen projecten op school niet alleen als leerzaam, maar ook als leuk ervaren? Probeer dan eens een aantal aspecten uit het IPC toe te passen in uw onderwijspraktijk. Het leerproces staat centraal, maar door de vorm is het ook leuk en betekenisvol voor de kinderen. Laat u inspireren door de volgende voorbeelden!

Voorbeeld

Enthousiasmeren

Een goed begin is het halve werk. Een IPC-project heeft altijd een centraal startpunt. Dit is een moment, waarop kinderen op een inspirerende manier kennismaken met het thema, waar ze de komende weken mee werken. Het startpunt duurt gemiddeld een middag. Doel: de leerlingen enthousiasmeren voor hetgeen ze gaan leren.

Koppelen aan kamp

Het startpunt van het IPC-project Ontdekkingsreizigers en Avonturiers op SBO Het Avontuur viel samen met het jaarlijkse kamp. De school heeft het thema dan ook gekoppeld aan het kamp, door speurtochten met ontdekkingsreizigers en avonturiers uit te zetten en door gebruik te maken van spelletjes als Levend Stratego en een aangepaste versie van Kolonisten van Catan.

Voorbeeld

Voor scholen die (letterlijk) dichter bij huis blijven, is onderstaand voorbeeld een goed startpunt:
– Vandaag zijn de kinderen ontdekkingsreizigers en avonturiers! Ze gaan in groepjes werken. Elk groepje gaat een ander gebied ontdekken. Voorbeelden van “gebieden” zijn: het heelal, de zee, een onderaards gebied, een vulkanisch gebied, een bergachtig gebied, een woestijngebied of een jungle.
– Elk groepje maakt een planning van de voorbereidingen voor de reis.
– Wat nemen de kinderen mee? (Kleding, voedsel, apparatuur, kaarten, enzovoort.)
– Kunnen ze deze dingen tekenen, opschrijven of verzamelen en inpakken?
– Hoe overleven ze in deze andere omgeving?
– Wat zullen de kinderen zien, vinden en meemaken?

Kennisoogst

Aansluiting

Na het startpunt volgt de kennisoogst. Via de kennisoogst inventariseert de leerkracht de bestaande kennis rondom het thema. Dit is van belang, om de voorkennis van de kinderen te activeren en vast te leggen.
Daarnaast geven de kinderen aan wat ze graag zouden willen leren over het onderwerp. Ze zien op deze manier in, dat wat ze gaan leren, aansluit op wat ze al weten. Alles wordt in beeld gebracht op een speciale wand, die geheel aan het project is gewijd.
De kennisoogst duurt gemiddeld een halve middag en zorgt voor extra betrokkenheid van de kinderen bij het leerproces. Tevens biedt het de leerkracht de kans om bepaalde onderwerpen op verzoek wat verder uit te diepen.

Voorbeeld

We geven u nu een voorbeeld van hoe u de kennisoogst vorm kunt geven:
– Wordle
– Vraag de kinderen de woorden ontdekkingsreiziger en avonturier op te schrijven in het midden van een vel papier en al hun gedachten, kennis, enzovoort erbij te schrijven, inclusief de namen van de ontdekkingsreizigers en avonturiers die ze kennen.
– Laat hen dit terugkoppelen en maak van alle input een klassikale woordspin of wordle (via internet: wordle.net).
– Tips
– Voer in een wordle de woorden, die meerdere keren genoemd worden, ook meerdere keren in. Het woord wordt in de uiteindelijke wordle dan groter weergegeven!
– Een gemaakte wordle kunt u opslaan door naar Afdrukken te gaan en daar de optie Opslaan als PDF te kiezen.
– Hang de input zichtbaar op. Bijvoorbeeld aan de projectwand, zodat er naar verwezen kan worden en de woordspin of wordle ook zichtbaar is voor ouders.

Uitleg van het thema

Totaalbeeld

Op de kennisoogst volgt de uitleg van het thema. Die duurt gemiddeld een (halve) middag. Hier informeert de leerkracht de kinderen over wat ze met dit project gaan leren. De samenhang tussen de verschillende vakken en hun relatie tot het thema worden duidelijk gemaakt.
Dit overzicht (of totaalbeeld) stelt de kinderen beter in staat nieuwe verbanden te leggen. De visualisatie van dit totaalbeeld is gedurende het hele project zichtbaar aan de wand.

PowerPoint

SBO Het Avontuur gebruikte bij de start van het thema een interactieve powerpointpresentatie, die de kinderen als een ontdekkingsreiziger meenam door de verschillende onderdelen van het project.

Aan de slag!

Leerdoelen

Het IPC werkt doelgericht aan kennis-, vaardigheids- en inzichtsdoelen. De leerdoelen staan centraal. Niet alleen bij de leerkracht, maar vooral ook bij de kinderen. De leerdoelen (in “kindertaal”) zijn duidelijk zichtbaar aan de projectwand.

Koppeling

Alle vakken komen geclusterd aan bod. Zo gaat het project Ontdekkingsreizigers en Avonturiers van start met geschiedenis. Als dit onderdeel is afgerond, gaat de klas verder met aardrijkskunde en zo verder. Leerlingen gaan per vak aan de slag met activiteiten. Elke activiteit is gekoppeld aan een leerdoel. Door doelgericht te werken, zijn de kinderen zich heel bewust van wat ze leren en werken ze gericht naar het behalen van de leerdoelen toe.

Leerdoelen met onderzoeks- en verwerkingsactiviteiten

Selectie

Ter inspiratie geven wij u nu een kleine selectie van de leerdoelen uit het thema Ontdekkingsreizigers en Avonturiers, met daaraan gekoppeld enkele voorbeelden van onderzoeks- of verwerkingsactiviteiten. Dit thema heeft activiteiten voor geschiedenis en aardrijkskunde, maar ook komen er verrassende links met de vakgebieden kunstzinnige vorming en muziek aan bod.

Geschiedenis

– Leerdoelen (een selectie)
– De kinderen hebben kennis van het leven van ontdekkingsreizigers en avonturiers in bepaalde periodes in de geschiedenis.
– Ze zijn in staat om aan te geven waarom de ontdekkingstochten zijn ondernomen.
– Ze zijn in staat om informatie te verzamelen uit eenvoudige kaarten, afbeeldingen en boeken.
– Onderzoeksactiviteit
Laat de kinderen in tweetallen één ontdekkingsreiziger en één avonturier uit het verleden kiezen, die ze nader zullen onderzoeken. De kinderen zoeken uit wie de ontdekkingsreizigers en avonturiers waren, wat ze deden en waarom, waar ze naartoe zijn gegaan en wanneer, wat er nadien gebeurd is én alle andere, spannende zaken, die met hen te maken hebben! De kinderen kunnen gebruikmaken van naslagwerken, verhalenboeken, internet, foto’s, afbeeldingen en kaarten.
– Verwerkingsactiviteit
Laat de kinderen hun bevindingen individueel vastleggen, waarbij ze hun informatiebron registreren. Denk hierbij aan vragen als:
– Wat is de naam van mijn ontdekkingsreiziger?
– Wat weet ik over mijn ontdekkingsreiziger?
– Wat is mijn informatiebron?
– Wat zou ik nog meer willen weten over mijn ontdekkingsreiziger? Enzovoort.

Aardrijkskunde

– Leerdoelen (een selectie)
– De kinderen zijn in staat om verschillend geprojecteerde wereldkaarten te gebruiken en na te denken over hun bruikbaarheid voor verschillende mensen.
– Ze zijn in staat om boeken, foto’s, luchtfoto’s, satellietbeelden en internet te gebruiken, om geografische informatie te verzamelen.
– Onderzoeksactiviteiten
– Stel klassikaal een collectie samen van de eerste kaarten uit verschillende periodes van de toen bekende wereld en van verschillende plaatsen. Vergelijk die kaarten met de moderne luchtfoto’s en satellietbeelden. Hoe nauwkeurig (of onnauwkeurig) zijn deze eerste kaarten? Bespreek de eventuele oorzaken van de onnauwkeurigheden.
– Vraag de kinderen de ideeën te onderzoeken, die sommige mensen hadden over de vorm van de aarde.
– Verwerkingsactiviteit
Daag de kinderen uit om van een bol (de wereld) een vel papier (een kaart) te maken. Of andersom! Ze kunnen bijvoorbeeld een sinaasappel schillen en de schil proberen plat neer te leggen. Of gebruik bijvoorbeeld een strandbal, in de vorm van een opblaasbare wereldbol.
Experimenteer met de verschillende manieren, waarop de wereld (een bol) kan worden weergegeven op een kaart (een vel papier). Laat zien hoe dat in atlassen gedaan wordt.

Kunstzinnige vorming

– Leerdoel (een voorbeeld)
De kinderen zijn in staat om kunst als vorm van zelfexpressie te gebruiken.
– Onderzoeksactiviteit
Bespreek hoe avonturenverhalen vaak in de vorm van stripverhalen worden verteld. Kijk naar een aantal stripverhalen, om na te gaan hoe avontuur, actie, spanning en opwinding worden weergegeven.
– Verwerkingsactiviteit
Vraag de kinderen om een serie schetsen te maken, die een avonturenverhaal vertellen. Ze mogen een bestaand verhaal (waargebeurd of fictie) of een eigen verhaal gebruiken. Laat de kinderen hun avonturenstripverhaal tekenen en kleuren (met verf of pen), inclusief tekstballonnetjes en geluidseffecten.

Muziek

– Leerdoelen (een selectie)
De kinderen weten hoe musici geluiden op elkaar afstemmen en gebruiken, om avonturen- en ruimtevaartreizen weer te geven.
– Ze weten hoe musici geluiden en instrumenten kiezen, die passen bij avonturen-, ruimtevaart- en reismuziek.
– Ze zijn in staat om hun eigen werk te verbeteren, door naar anderen te luisteren en met hen te praten.
– Ze zijn in staat om hun eigen werk te verklaren, door erover te schrijven en er met anderen over te communiceren.
– Onderzoeksactiviteit
Luister klassikaal naar muziekfragmenten, die als soundtrack gebruikt zijn voor avonturen- en ruimtefilms. Voorbeelden zijn muziek uit Star Wars, 2001: A Space Odyssey en Armageddon. Moedig de kinderen aan na te denken welke delen van de muziek actie of verschillende stemmingen weergeven.
– Verwerkingsactiviteit
Vraag de kinderen om hun eigen, geïmproviseerde muziekgeluid te maken, dat de sfeer en de acties van ruimtevaart weergeeft. Laat ieder kind eerst alleen werken. Daarna kunnen de kinderen hun (eventueel elektronisch) geluid met dat van een klasgenoot combineren. Herinner de kinderen eraan, dat ze ook hun stem kunnen gebruiken als instrument!
Elk tweetal presenteert daarna hun muziekstuk, terwijl de rest van de klas luistert. Kunnen de kinderen manieren aangeven, om hun eigen werk (of dat van de anderen) verbeteren?

Afsluiting

Scholen die met het IPC werken, kiezen voor een centrale afsluiting van een thema, waarin het werk van de kinderen wordt gepresenteerd aan medeleerlingen en ouders. Denk dan (bijvoorbeeld) aan: een expositie, een toneelstuk, een muziekuitvoering of een mondelinge presentatie.
Een aantal scholen spelen op de dag van de afsluiting ook een spel. Bij het thema van dit artikel (Ontdekkingsreizigers en Avonturiers) passen spellen als Kolonisten van Catan of Stratego.
Het maken van de koppeling naar de oorspronkelijke leerdoelen is aan het eind van een project heel belangrijk. Zijn deze doelen wat de leerlingen betreft behaald? Zo worden leerlingen zich bewust van het eigen leerproces!
Veel succes!

Internationaal Primair Curriculum (IPC)

Interactief netwerk
Het IPC stimuleert alle kinderen om beter te leren. Kinderen worden actief betrokken bij hun eigen leerproces. En doelgericht leren staat bij ieder project centraal. Wereldwijd werken 1200 scholen met het IPC, waarvan 53 in Nederland. Deze scholen vormen een interactief netwerk. Hun achtergrond is zeer divers: stadsscholen, scholen in kleine dorpen, internationaal georiënteerd, multicultureel, Jenaplan, SBO of Montessori.

Meer informatie

Kijk voor meer informatie over het IPC op: ipcnederland.nl.