In deze jaargang van het Praxisbulletin wordt op praxisbulletin.nl weer de rubriek de Dramatheek opgenomen. In achtereenvolgens de nummers 1, 3, 5, 7 en 9 kunt u hier spelsuggesties vinden, naar aanleiding van kinderboeken.

Inleiding

Drama en kinderboeken gaan goed samen. Veel kinderboeken zijn een mooie basis voor het maken van een voorstelling. Daarbij is drama het doel. Tegelijkertijd is drama een zeer effectief instrument om in te zetten bij activiteiten rondom leesbevordering. Drama is dan het middel. In deze serie van de dramatheek zullen we ons vooral richten op dat laatste.
Door middel van het spelen van een of meerdere scènes uit een boek worden de leerlingen nieuwsgierig. Hoe zou dit boek aflopen? Hoe zouden wij willen dat het boek afloopt? Wat vinden we van de personages? Hoe zouden wij reageren als ons zou overkomen wat er in dit boek gebeurt? Het spelen van een scène is aanleiding tot het voeren van boeiende gesprekken in de klas, en zal ervoor zorgen dat het (voor)lezen van het boek extra spannend wordt.

Het boek van deze maand

Voor wie doe jij een moord? door Izzy Love
Manon Sikkel
Uitgeverij Moon, ISBN 9789048811960
Te koop bij onder meer Bol.com.

Het verhaal

Manon Sikkel schrijft een serie over Isabella Strombolov (oftewel Isa) die op een website onder de naam ‘Izzylove’ tips verzamelt over liefde en vriendschap. De meeste Izzylove-boeken zijn met name leuk voor meisjes, maar “Voor wie doe jij een moord” is ook voor jongens erg spannend.
Izzylove is een serie maar het is niet nodig om de andere delen te lezen.

Isa gaat bij haar vriendje Jules logeren. Vlak voordat ze bij Jules aankwam heeft Isa bij het station een zakje drop aan een dakloze vrouw gegeven. Een dag later zien Izzy en Jules een politiebericht op televisie. De vrouw die van Isa drop heeft gekregen is dood aangetroffen bij de fietsenstalling bij het station.
Isa en Jules gaan meteen naar de politie om te vertellen dat Isa de vrouw nog levend heeft gezien. Even later blijkt een andere zwerver spoorloos verdwenen te zijn.

Jules gluurt met zijn verrekijker naar de achterburen. Ze raken ervan overtuigd dat een van die achterburen, een man die ze ‘Creep’ noemen, de moordenaar is.
Ze besluiten op onderzoek uit te gaan…

Rekwisieten

– Kartonnen doos (als televisie)
– Zakje Autodrop
– Stuk karton op papier met tekst erop (zwerfster)

Tips

Door een of twee keer per week maximaal tien minuten tot een kwartiertje met dit boek aan de slag te gaan kosten de opdrachten niet veel tijd. De leerlingen kunnen thuis of in de klas tussendoor de volgende hoofdstukken lezen, zodat ze zijn voorbereid voor de nieuwe spelopdracht.

Verdeel de klas in groepjes van 4 leerlingen.
Bij ‘nabespreken’ staan steeds enkele vragen naar aanleiding van het boek en de gespeelde scene. Print die vragen voor elk groepje uit.
Elk groepje gaat samen alle opdrachten doen. Daarbij wisselen ze steeds van rol, zodat iedereen een keer aan de beurt komt.
Na het spelen van de scene bespreken de leerlingen in hun groepje de vragen die u hebt uitgedeeld.

Opdracht 1

De leerlingen lezen eerst hoofdstuk 1.

Personages: Dakloze vrouw en Isa.
Isa loopt het station uit. Buiten zit een vrouw die een stuk karton vasthoudt.
‘Ik ben dakloos. Ik heb honger,’ staat er op het karton.
Vrouw: (Lacht naar Isa) Kunt u wat kleingeld missen?
Isa: (Voelt in haar zak. Ze heeft 20 euro bij zich maar dat is natuurlijk te veel om te geven)
Vrouw: Kijkt Isa verdrietig aan.
Isa: (geeft zakje met Autodrop) Hier.
Vrouw: (schudt haar hoofd) Ik heb liever geld.
Isa: Ik heb geen geld. Ik heb alleen Autodrop.
Vrouw: (Pakt het zakje drop aan en stopt dat in de boodschappentas naast haar)
Isa: Loopt snel door.

Nabespreken:
Hebben jullie wel eens een dakloze zien bedelen? Wat vind je daarvan? Heb je wel eens wat gegeven? Kan je beter geld geven of eten?

Opdracht 2

Personages: Molly (dat is de moeder van Jules), Isa en Jules. Nieuwslezer.

Isa en Jules zitten samen achter de computer. Ze zoeken naar rare namen zoals ‘Bakker Bakker’. Molly ligt in een ochtendjas op de bank televisie te kijken.
De televisie kan een kartonnen doos zijn, waarachter de ‘nieuwslezer’ zit.

Molly: Zitten jullie niet te lang achter de computer?
Jules: Zit jij niet te veel voor de televisie?
Molly: Van televisie leer je tenminste wat.
Jules: Van internet leer je nog veel meer.

Nieuwslezer: Nu volg een politiebericht. De politie vraagt uw aandacht voor het volgende. Gisteravond is het levenloze lichaam gevonden van een vrouw zonder vaste woon- of verblijfplaats. Het betreft hier de veertigjarige Bianca Modderman. Zij was al enige tijd dakloos.

Isa: Draait zich naar de televisie. Ze schrikt. Het bericht gaat over de vrouw aan wie ze haar zak Autodrop heeft gegeven.

Nieuwslezer: Haar lichaam werd aangetroffen in de fietsenstalling van het station. Over de precieze toedracht kan de politie op dit moment geen verdere mededelingen doen, maar er zijn sterke aanwijzingen dat het hier om een misdrijf gaat. Gezien de ernst van de zaak vraagt de politie iedereen die deze vrouw onlangs nog gezien heeft, zich te melden bij de politie. U kunt bellen met het gratis 0900-nummer, maar u kunt natuurlijk ook met de plaatselijke politie bellen.

Isa: (Kijkt geschrokken)
Jules: Gaat het goed? Het is net alsof je spoken ziet.
Isa: Er is niets aan de hand.
Jules: Echt niet?
Isa: Ik heb gisteren een zak Autodrop aan een zwerfster gegeven en nu is ze dood.
Jules: Wacht even. Zeg dat nog een keer, maar dan iets langzamer.
Isa: Toen ik gisterochtend uit het station kwam, stond er een vrouw met knalblauwe ogen te bedelen. Ik had geen kleingeld bij me en heb haar toen een zak drop gegeven. En nu zie ik dat ze dood is.
Jules: Je moet ook nooit een hele zak Autodrop achter elkaar opeten.
Isa: Doe niet zo flauw. Ik vind het echt eng. Misschien dat die moordenaar wel gewoon achter ons stond toen ik met haar stond te praten.
Jules: Heb je iemand gezien in een gestreept boevenpak met een ijzeren bal en een ketting aan zijn been?
Isa: Nee, maar ik wil wel naar het politiebureau.
Jules: Ik denk niet dat dat heel veel zin heeft. Tenzij de moordenaar haar met jouw zak Autodrop de hersens heeft ingeslagen.
Isa: Doe niet zo eng.
Jules: Sorry

Nabespreken:
Isa en Jules gaan naar het politiebureau. Zou jij dat ook doen als je Isa was? Of zou je dat onzin vinden? Wat denk je dat de politie met de informatie van Isa doet?

Opdracht 3

De leerlingen moeten het boek hebben gelezen tot en met hoofdstuk 7.

Jules en Isa hebben door de verrekijker hun achterburen begluurd. Zo hebben ze gekeken naar mevrouw Smetvrees en naar ‘Creep’. Creep betekent ‘engerd’. Bij Creep was een zwerver op bezoek die plotseling op de grond viel. Tijdens een nieuw politiebericht blijkt dat precies die zwerver nu wordt gezocht. Hij is spoorloos verdwenen. Jules en Isa zijn ervan overtuigd dat Creep hem heeft vermoord. Ze gaan opnieuw naar de politie.

Personages: Vrouwelijke agente, Agent Martijn, Jules, Isa.

Agente: Ah, daar zijn jullie weer.
Jules: We hebben informatie over de vermiste man.
Isa: En we weten zelfs wie hem vermoord heeft.
Agente: Dat is mooi. Bij de politie zijn we dol op moordzaken die zo snel worden opgelost. Als jullie hier even jullie namen opschrijven, dan roep ik onze inspecteur Moordzaken.
Agent Martijn: Zal ik ze meenemen?
Agente: O ja, Martijn. Jij bent natuurlijk hoofdinspecteur Moordzaken hier. Helemaal vergeten.
Agent Martijn: Zo, vertel eens. Waar hebben jullie het slachtoffer voor het laatst gezien?
Jules: (legt uit dat ze de achterbuurman hebben bespied. Vertelt wat ze gezien hebben.)
Agent Martijn: (glimlacht) Hebben jullie gezien dat hij hem vermoordde?
Jules: Nee, dat hebben we niet gezien.
Isa: (Boos) Maar we weten zeker dat hij het gedaan heeft.
Agent Martijn: We zullen zeker natrekken wat het slachtoffer gistermiddag deed in het huis van jullie buurman. Maar op dit moment kunnen we er nog niet zoveel mee. Kom, het is prachtig weer. Gaan jullie maar lekker buiten spelen.
Agente: Dag, jongens!

Nabespreken:
De agenten nemen Isa en Jules niet serieus. Begrijpen jullie dat of juist niet?
Wat zouden jullie doen als je Isa en Jules was? Denken jullie ook dat Creep de dader is? Of niet? Waarom?

Opdracht 4

Lees het boek tot en met hoofdstuk 19.
Elk groepje gaat bespreken hoe zij denken dat het mysterie in elkaar zit. Wie zit achter de moord op Bianca Modderman? Wat is er met de andere zwerver gebeurd?
De groepjes kunnen een scene verzinnen en oefenen waarin alles wordt opgelost.

Lees het boek nu tot en met hoofdstuk 21.

Nu hebben we meer informatie over de verdwenen zwerver en over Creep. Wat denken de leerlingen nu over de situatie? Zijn ze het nog steeds eens met de scene die ze hebben gemaakt na het lezen van hoofdstuk 19? Of zouden ze nu een andere scene maken? Wat denken ze nu dat er gebeurd is? Wie heeft Bianca Modderman vermoord?

Meer informatie

www.manonsikkel.nl
www.izzylove.nl

Serie: De dramatheek

Lees ook de andere artikelen uit deze serie: