Nieuw! Drama-activiteiten naar aanleiding van nieuwsberichten. In deze internetuitbreiding vindt u de zesde en laatste aflevering.

Vanaf het januarinummer 2012 van Praxisbulletin vindt u hier een nieuwe reeks van De Dramatheek: spelsuggesties naar aanleiding van nieuwsberichten.
Uitgaande van een recent nieuwsbericht krijgt u dan steeds de drie opdrachten te zien, die ook in dit inleidende artikel zijn beschreven: het bericht zelf, wat er gebeurde vóór het krantenbericht, wat er gebeurde na het krantenbericht. In deze internetuitbreiding vindt u de zesde en laatste aflevering.

De situatie

Het alarmnummer 112 is alleen bedoeld voor noodgevallen. Als je huis in brand staat, er een inbreker door je huis sluipt, je midden in een verkeersongeluk zit, of als je boven een ravijn bungelt dan mag je 112 natuurlijk wel bellen. Het is strafbaar om 112 te bellen zonder dat er iets aan de hand is. In dit nieuwsbericht worden de telefoons van een mevrouw in beslag genomen omdat ze tientallen keren achter elkaar 112 had gebeld zonder dat ze in nood was. Waarom ze dat deed weten we niet. Dat stond niet in de krant. Als we een toneelstuk rondom dit nieuwsbericht maken, moeten we dus zelf verzinnen wat er voor en na het bericht gebeurde.

Hier vindt u het nieuwsbericht: Vrouw belt tientallen keren 112.

Wat gebeurt er voor het bericht?

Personages:
Mevrouw Klaartje
Vriendin 1 Greet
Vriendin 2 Suze
Politieman/-vrouw
Brandweerman/-vrouw
Ambulanceman/-vrouw

Op het toneel zit een wat oudere dame (Klaartje Middelbeek) in een grote roze badjas. Ze heeft haar haar in krullers en heeft een grote kan koffie naast zich staan. Ze verveelt zich duidelijk te pletter.
Aan de andere kant van het toneel zien we een bureau met daarop een computer en een paar telefoons. Naast elkaar zitten een politieman, een brandweerman en een ambulancemedewerker.

Klaartje Middelbeek belt een vriendin, Suze. Die neemt niet op. Dan belt ze een andere vriendin.
Vriendin: “Hallo, met Greet.”
Klaartje: “Hallo! Hoe gaat het met je? Ik dacht, ik bel eens gezellig.”
Greet: “Leuk, leuk dat je belt. Maar ik heb nu geen tijd om te praten. Ik moet naar mijn gymclub. Tot binnenkort! Dag, hoor!”

Klaartje belt nog een paar mensen, maar elke keer wordt er meteen opgehangen.
Klaartje: “Niemand die met me wil praten. Niemand die even tijd voor me heeft. Niemand is er. Aan wie kan ik nou toch eens mijn verhaal kwijt? Gewoon een gezellig babbeltje? Alleen bij 112 zitten de mensen altijd paraat. Wacht eens even… 112!”

(belt 112)
Politie: “Goedenavond, 112, wat is er aan de hand?”
Klaartje: “Ja, goedenavond. Ik heb een vraagje. Vorige week zag ik dat de buurman een oude stoel bij de vuilnis zette. Mag dat eigenlijk wel? Had hij die stoel niet moeten wegbrengen?”
Politie: “Sorry, mevrouw, wat is het noodgeval? Dit is 112. Hebt u politie, brandweer, of een ambulance nodig?”
Klaartje: “Nee, ik vroeg me gewoon af of ik de buurman moet waarschuwen. Ik bedoel… geven jullie een boete als hij het nog eens doet?”
Politie: “Mevrouw, u houdt de lijn bezet. Dit is geen noodgeval. Goedenavond.”

(Klaartje belt opnieuw 112)
Brandweerman: “Goedenavond, 112, wat is er aan de hand?”
Klaartje: “Goedenavond. Ik heb een vraagje. Zijn die kaarsjes op batterijen nou ook brandgevaarlijk? Ik heb ze namelijk laatst bij de Xenos gekocht en…”
Brandweerman: “Sorry, mevrouw. Dit is 112. Staat er iets in brand bij u?”
Klaartje: “Nou, nog niet. Maar dat kan elk moment natuurlijk gebeuren. Ik wil graag weten wat ik kan doen om dat te voorkomen.”
Brandweerman: “Mevrouw, u houdt de lijn bezet. Er zijn misschien mensen die echt brand hebben en ons nu niet kunnen bereiken.”
Klaartje: “Nou ja, ik wil eigenlijk alleen maar weten of u die lampjes wel of niet zou gebruiken. Of kan ik net zo goed echte kaarsjes aandoen? Ik zal ze natuurlijk niet vlakbij het gordijn zetten. Dat spreekt voor zich.”
Brandweerman: “Mevrouw, u moet nu ophangen. Dit is geen noodgeval. Goedenavond.”

(Klaartje belt opnieuw 112)
Ambulancemedewerker: “Goedenavond, 112, wat is er aan de hand?”
Klaartje: “Goedenavond. Zeg, ik heb een vraagje. Als je nou je knie hebt gestoten, kan je ‘m dan beter blijven bewegen, of beter op de bank gaan zitten en een kussentje eronder doen?”
Ambulancemedewerker: “Pardon? Hebt u uw knie gestoten? Mevrouw? Ziet u bloed? Hebt u een slagaderlijke bloeding? Of is uw knie misschien gebroken? Of is uw been doormidden? Wat is er aan de hand?”
Klaartje: “Nee, nee, het is zo dat ik vorig jaar kerstmis had ik mijn knie gestoten, en een van mijn vriendinnen zei dat ik vooral veel moest blijven bewegen. Maar mijn andere vriendin zei dat ik met een ijspak op de bank moest gaan liggen. Dus nou wil ik graag weten wat …”
Ambulancemedewerker: (Valt haar in de rede) “Dus u ziet geen bloed? U hebt geen pijn?”
Klaartje: “Nou, nu niet. Maar vorig jaar natuurlijk wel.”
Ambulancemedewerker: “U houdt de lijn bezet, mevrouw. Dit is geen noodgeval. Goedenavond.”

Politie: “Had jij nou net ook een rare mevrouw aan de lijn?”
Brandweerman: “Ik wel! Die belde zomaar, om niks.”
Ambulancemedewerker: Ik ook hoor. Er was niets aan de hand!””
Politie: (drukt op een paar knopjes op een scherm) “Ik zal de telefoontjes proberen te achterhalen. Ogenblikje. Ja, de centrale heeft geregistreerd dat al die telefoontjes van hetzelfde adres komen. Namelijk Vleugellaan 327. Mevrouw Klaartje Middelbeek. Dit kan zo niet langer. Wat ze doet is strafbaar. Ik stuur mijn collega’s op haar af.”
(Pakt de telefoon of een portofoon)
Politie: “Collega’s in surveillanceauto N32X. U bent in de buurt van de Vleugellaan. Kunt u bij mevrouw Middelbeek op nummer 327 alle telefoons in beslag nemen? Ze heeft meerdere keren 112 gebeld. Over en uit.”
Brandweerman: “Nou, daar hebben we hopelijk voorlopig geen last meer van.”

Het spelen van het bericht zelf

Personages:
Twee politiemannen
Klaartje Middelbeek

Twee politiemannen/vrouwen bellen aan bij Klaartje.
Klaartje: (kijkt door raam) “Ojee, de politie. Volgens mij heb ik toch iets verkeerd gedaan. Ik doe niet open hoor.”
Politie belt opnieuw aan.
Als Klaartje nog steeds niet open doet forceren de agenten de deur. (zie speltips hieronder)
Klaartje: “Wat doen jullie? Waarom komen jullie zomaar binnen?”
Politie 1: “We hebben aangebeld. U deed niet open.”
Politie 2: “U hebt zich schuldig gemaakt aan het misbruik maken van telefoonnummer 112.”
Klaartje: “Misbruik maken? Ik heb gewoon een paar keer gezellig gebeld…”
Politie 1: “Staat uw huis in brand?”
Klaartje: “Nee.”
Politie 2: “Bent u gewond? Hebt u last van uw hart?”
Klaartje: “Nee, niet echt, nee.”
Politie 1: “Is er iets gestolen? Heeft iemand u overvallen?”
Klaartje: “Nee.”
Politie 2: “In dat geval nemen wij nu uw telefoons in beslag. Allemaal graag.”
Klaartje: “Maar dan kan ik niemand meer bellen!”
Politie 1: “Inderdaad. Dat is de bedoeling.”
Klaartje: (geeft met tegenzin een telefoon)
Politie 2: “En uw mobieltje graag.”
Klaartje: “Die ook?”
Politiemensen knikken. Klaartje geeft met tegenzin haar mobieltje.
Politie 1: “En de telefoon die nog op uw slaapkamer ligt.”
Klaartje: (loopt hoofdschuddend van het toneel af om weer met een telefoon op te komen die ze afgeeft.)
Politie 2: “Dank u wel. Over twee dagen kunt u uw telefoons weer ophalen. U krijgt wel een boete. En ik zou maar snel iemand bellen om die deur te maken. Oh, nee. U kunt niet meer bellen. (Gniffelt) Nou ja, dan zou ik maar naar de slotenmaker toelopen. Goedendag!”

(Politie loopt weg. Klaartje blijft beduusd achter)

Wat gebeurt er na het bericht?

Personages:
Klaartje
Slotenmaker
Vriendin 1
Vriendin 2

(Slotenmaker is bezig met de deur van Klaartje)
Klaartje: “Nu kan ik dus niet meer bellen.”
Slotenmaker: “En ze hebben uw deur kapot gemaakt.”
Klaartje: “Ik wilde gewoon een gezellig babbeltje maken. Het was laat. Mijn vriendinnen hadden geen tijd. Ik zit hier ook maar alleen.”
Slotenmaker: (denkt na) “Dus u belde eigenlijk alleen maar om een praatje te maken?”
Klaartje: “Ja! Precies!”
Slotenmaker: “U weet toch dat 112 daar niet voor bedoeld is?”
Klaartje: “Tja, ach, ik dacht, ze hebben toch wel even tijd voor een vrouw als ik? Ik had gewoon nog met niemand gepraat vandaag. Als ze even een klein gezellig gesprekje met me hadden gevoerd dan had ik zo vaak niet hoeven terugbellen.”
Slotenmaker: “Ik heb wel een idee. Wacht… u had het over uw vriendinnen. Kunt u voor mij hun telefoonnummers en namen eens opschrijven? Ik heb misschien een idee.”
(Klaartje schrijft de nummers op en geeft ze aan de slotenmaker)
Slotenmaker: “Zo, uw deur zit er weer helemaal goed in. Dag hoor!”
Klaartje:” Dat is mooi, want ik kan zo de telefoons weer gaan ophalen. Dan kan ik in ieder geval mijn deur netjes dicht doen. Dag hoor!”
(Slotenmaker gaat weg. Klaartje ook. Even later komt Klaartje weer op, met haar drie telefoons. Net als ze zit gaat een van de telefoons)
Klaartje: “Met Klaartje.”
Greet: “Hallo Klaartje, met Greet spreek je. Het spijt me dat ik laatst geen tijd voor je had.”
Klaartje: “Geeft niets. Ik snap het. Je hebt het druk.”
Greet: “Ja, maar ik hoorde net van een kennis van je wat er is gebeurd, en … nou ja… ik snap dat je je af en toe eenzaam voelt.”
Klaartje: “Ach…”
Greet: “Daarom gaan wij, Suze en ik, je om de beurt elke dag even bellen. Gewoon op een praatje te maken. Vind je dat goed?”
Klaartje: “Dat vind ik heel erg gezellig.”
Greet: “Dag, Klaartje!”
(Meteen nadat Greet heeft opgehangen gaat de telefoon opnieuw)
Klaartje: “Met Klaartje.”
Suze: “Met Suze.”
Klaartje: “Wat gezellig! Ik denk dat ik dit aan de slotenmaker te danken heb.”
Suze: “Ja, hij vertelde ons dat je wel af en toe een praatje kan gebruiken. We wonen natuurlijk ook niet zo dicht bij elkaar, maar we kunnen je wel wat vaker bellen.”
Klaartje: “Gezellig! Joh, wat mij laatst is overkomen… ineens stond de politie voor de deur.”

(Terwijl de vriendinnen kletsen kunt u wat muziek aanzetten en langzaam in volume laten oplopen.)

Tips

-Het kantoor waar de politieman, brandweerman, en ambulancemedewerker in zitten is een soort ‘crisiscentrum’. Door een paar computerschermen neer te zetten, en veel losse telefoons neer te leggen lijkt het al snel een plek waar veel actie plaats vindt.

– Op de televisie ziet het intrappen van een deur er gemakkelijk uit maar om dat op het toneel te laten zien is weer even wat anders. U kunt een deur schilderen op een groot stuk karton, en de politieagenten die kartonnen deur laten omduwen. Een andere mogelijkheid is om een aantal kartonnen dozen op elkaar te stapelen, bij wijze van deur, en daar de politieagenten doorheen te laten springen. De slotenmaker repareert vervolgens de deur door de dozen weer op te stapelen.

Andere activiteiten

Dit krantenbericht (en toneelstuk) is een goede gelegenheid om eens wat aandacht te besteden aan hoe 112 werkt.
Binnen de beeldbank van schooltv zijn clips en informatie te vinden over 112.

Serie: De dramatheek

Lees ook de andere artikelen uit deze serie: