In deze jaargang van het Praxisbulletin wordt weer de rubriek de Dramatheek opgenomen. In achtereenvolgens de nummers 1, 3, 5, 7 en 9 kunt u hier spelsuggesties vinden, naar aanleiding van kinderboeken.

Inleiding

Drama en kinderboeken gaan goed samen. Veel kinderboeken zijn een mooie basis voor het maken van een voorstelling. Daarbij is drama het doel. Tegelijkertijd is drama een zeer effectief instrument om in te zetten bij activiteiten rondom leesbevordering. Drama is dan het middel. In deze serie van de dramatheek zullen we ons vooral richten op dat laatste.
Door middel van het spelen van een of meerdere scènes uit een boek worden de leerlingen nieuwsgierig. Hoe zou dit boek aflopen? Hoe zouden wij willen dat het boek afloopt? Wat vinden we van de personages? Hoe zouden wij reageren als ons zou overkomen wat er in dit boek gebeurt? Het spelen van een scène is aanleiding tot het voeren van boeiende gesprekken in de klas, en zal ervoor zorgen dat het (voor)lezen van het boek extra spannend wordt.

In deze internetbijdrage vindt u de vierde aflevering.

Het boek van deze maand

De ongewone avonturen van de familie de Bruin
Het limonadevliegtuig

Door: Marlies Slegers.
Uitgeverij Kluitman. ISBN 9789020673418
Te koop bij onder meer Bol.com.

Het verhaal

Gijs de Bruin is een heel gewone jongen. De rest van zijn familie is wat minder gewoon. Zijn moeder schrijft wonderlijke kookboeken. Zijn tweelingzusjes Pip en Sophie zijn bijna niet uit elkaar te houden (bovendien maken ze elkaars zinnen af) en zijn vader is uitvinder. Tot nu toe heeft hij onder andere een bonbonschieter uitgevonden, drijfcrème en een onderbroek die in geval van nood kan dienen als parachute. De opa van Gijs heeft een vliegtuig in zijn tuin gevonden. Ze noemen het vliegtuig ‘Mus’ omdat hij zo grijsbruin is als een mus. Na wat gesleutel heeft Gijs’ vader ervoor gezorgd dat het vliegtuig op limonade kan vliegen. Natuurlijk moet het gezin een proefvlucht maken. Jammer genoeg gaat er onderweg iets mis. Het vliegtuig stort neer en dan begint een lange reeks aan avonturen….

Rekwisieten

– Een stofmasker (van de bouwmarkt) bij wijze van zuurstofmasker.
– Een paar reddingsvesten. Die kunt u uit vuilniszakken knippen. De kinderen kunnen ook een vest of een bodywarmer aantrekken.
– Een pelpinda
– Een paar kokosnoten (geknutseld van papier maché bijvoorbeeld)
– Een zakmes. (dichtgeklapt)

Speltip
In deze scène moet de moeder net als een stewardess uitleggen wat de passagiers moeten doen in geval van nood. Stewardessen maken altijd hele grappige, goed ingestudeerde, gebaren als ze dat uitleggen. Op YouTube zijn voorbeelden te vinden van hoe een ‘echte’ stewardess dat doet.

Opdracht 1

De tekst hieronder komt (bijna) integraal uit het boek. Natuurlijk mogen de kinderen de tekst een beetje aanpassen en vereenvoudigen. Het gaat erom dat ze laten zien hoe eigenaardig het is dat de moeder net doet alsof ze een stewardess is.

Lees met de klas het begin van het boek. (t/m bladzijde 25)
We gaan de scène spelen uit het hoofdstuk dat ‘Aandacht graag’ heet.
Verdeel de klas in groepjes van vijf. (Natuurlijk kan de tweeling ook uit een jongen en een meisje of twee jongens bestaan, als dat beter uitkomt)
Laat elk groepje van enkele stoelen een vliegtuig bouwen.
(Twee stoelen voorin, bij wijze van cockpit, en daarachter nog enkele stoelen in twee rijen. Helemaal achterin staat een doos. Dit is de krat met limonade die Gijs heeft meegenomen.)

Papa: (Morrelt aan wat knopjes)
Gijs: (Speelt met zijn Gameboy)
Pip: (Probeert aan de knopjes te zitten)
Sophie: (Wiebelt heen en weer)

Papa: Gijs, zet die Gameboy even uit, de piepjes verwarren me.
Gijs: Maar ik ben bijna bij het volgende level.
Papa: Toch even uitzetten, Gijs.
Mama: Sophie, stil zitten. Pipje, niet aan de knopjes komen.
Papa: Ben je zover, lieverd.
Mama: (Zucht) Moet het echt? Moet dat nu echt iedere keer opnieuw?
Gijs: Pap, dat weten we toch zo langzamerhand wel?
Papa: Kan best zijn, jongen, maar je weet: veiligheid voor alles!
Mama: (Staat op en loopt naar voren. Pakt een reddingsvest en zuurstofmasker en schraapt haar keel.)
Meisjes, jongens, even jullie aandacht graag voor de veiligheidsvoorschriften. In de stoel voor u vindt u een kotszakje. Als u zich niet lekker voelt, bijvoorbeeld in geval van turbulentie, kunt u daarin spugen. U mag er ook kauwgompjes in bewaren. In geval van een noodlanding, moet u het vliegtuig verlaten via de nooduitgang, die bevindt zich achter in het toestel.
(Wijst naar de nooduitgang.)
Mocht de zuurstof wegvallen dan komen de zuurstofmaskers tevoorschijn uit het paneel boven u. Indien wij onverhoopt op water zouden moeten landen, moet u het zwemvest aantrekken dat zich onder uw stoel bevindt.
Op deze vlucht zullen wij géén belastingvrije artikelen verkopen. Verder wensen wij u met Mus een zeer prettige vlucht en wij hopen dat u nog eens met ons zult vliegen.
(Trekt een gezicht naar de kinderen en knipoogt naar Gijs waarna ze hoofdschuddend gaat zitten)
Papa: Dank je schat. Zijn jullie er klaar voor? Riemen vast!

(De leerlingen maken samen een brommend geluid dat steeds harder wordt. Tegelijkertijd hangen ze steeds meer naar achteren in hun stoel, zodat het er uitziet alsof ze inderdaad opstijgen. Als het vliegtuig in de lucht is komen ze allemaal weer rechtop te zitten.
Papa: Ha! Ha! Ze vliegt! Musje vliegt echt op limonade. Zie je nu wel, lieve?
Mama: Je hebt gelijk. Wat geweldig! Maar… we zullen toch niet opeens neerstorten
Papa: Nee, nee, natuurlijk storten we niet neer. Geniet van het uitzicht, jongens! We gaan een eindje vliegen.

Opdracht 2

Lees met de klas het boek tot en met bladzijde 32. In dit gedeelte moet Gijs de tank van Mus bijvullen. Hij doet dat per ongeluk met limonade zonder prik, terwijl het vliegtuig juist alleen kan vliegen op limonade met prik. Al gauw stort het vliegtuig in zee. Dankzij de drijfcrème waarmee het vliegtuig is ingesmeerd, blijven ze nog even drijven. Toch moeten ze zo snel mogelijk de reddingsboot in. Het probleem is dat Gijs’ moeder door de klap haar geheugen heeft verloren. Daar heeft zijn vader een goede oplossing voor.

Iedereen: (Ligt over elkaar in het vliegtuig. Ze zijn net met een knap op zee neergestort.)

Papa: Au, au! Oh, Goddank, jullie leven nog. Gijs? Pip? Sophie? Lydia?
Mama: (Komt omhoog en kijkt iedereen wazig aan) Zijn we er al?
Papa: Liefje, we zijn neergestort. Snel, pak de reddingsvesten vanonder jullie stoelen en doe ze aan. We hebben geen tijd te verliezen.
Mama: Nou, nou, wat een haast. Het is vakantie, hoor.
Papa: O nee, hè? Lydia? Waar wonen we?
Mama: Wat een rare vraag. Op het Heuveltje nummer 2.
Papa: En waar zijn we nu?
Mama: Geen idee? In een vliegtuig. Een watervliegtuig zo te zien. Gaan we op vakantie? Ik ben dol op vakanties! (Klapt blij in haar handen)

Papa: Ja, hoor. Geheugenverlies. Dat gebeurt wel vaker met mensen die iets ergs meemaken. Dat los ik zo wel op. Eerst even jullie zwemvest aan, jongens.
Pip: Ik vind dit…
Sophie:… niet leuk.
Mama: (trekt ook haar vest aan) Bah, het staat me niet.
Papa: (Kijkt even nadenkend voor zich uit) Ik heb iets nodig. Een steentje, of een stukje koek.
Gijs: (Haalt pinda uit zijn broekzak) Zoiets?
Papa: Geweldig. (Verstopt pinda in zijn hand en praat tegen mama) Lieverd, niet in paniek raken, hoor. Maar er zit een kakkerlak in je haar.
Mama: (Begint te krijsen en te gillen. Springt raar op en neer en schudt wild met haar hoofd.) Aaaa!!! Een kakkerlak! Help! Help!
Papa: (Doet net of hij iets uit haar haar haalt en vertrapt. Hij trapt in werkelijkheid de pinda plat) Zo. Weg. Je kunt weer kalmeren.
Mama: (Kijkt rond) O hemel. We zijn neergestort.
Papa: (Tegen de kinderen) Zie je. Ze heeft haar geheugen weer terug. Zo jongens. Neem alles mee wat los zit.

Opdracht 3

Lees met de klas tot en met bladzijde 80. We gaan een fragment naspelen uit het hoofdstuk ‘Snuitje… uitje’.

Ondertussen is mama door een enorme golf van de reddingsboot afgespoeld. Papa, Gijs, Pip en Sophie zijn terecht gekomen op een eiland. Ze maken zich zorgen over mama, die nog spoorloos is, en moeten op zoek gaan naar eten en drinken.

Papa, Sophie, Pip en Gijs: (Zoeken naar eten.)
Sophie: (Raapt een kokosnoot op) Kijk, Gijs, een reuzeneikel!
Pip en Gijs: (Vinden ook nog een kokosnoot)
Sophie: Kijk, papa. We hebben reuzeneikels gevonden.
Papa: Dus, jullie hebben kokosnoten gevonden? Dat is geweldig nieuws, jongens. Daar zit drinken en eten tegelijk in. Zoeken jullie allemaal maar eens mee naar een scherpe steen, dan kan ik die noten kraken. Dat wordt een feestmaal!

Papa: (Zit even later op zijn knieën. Hij werkt hard. Het is moeilijk om met de steen de kokosnoot open te maken.
Gijs: Pap?
Papa: Niet nu, Gijs. Ik ben bezig. Dat zie je toch?
Gijs: Pap, luister nou ee…
Papa: Gijs! Hou je mond! Ik ben druk bezig!
Gijs: Ja, maar, pap
Papa: Verdorie Gijs, stil! Als je nu nog één woord zegt, krijg jij geen kokosnoot. Begrepen?
Papa: (Blijft hard werken aan de kokosnoot. Het duurt lang. Dat kunnen we laten zien door de kinderen steeds heel verveeld een andere zithouding aan te laten nemen. Eindelijk is de noot open.)
Zo, lieverds. Drink maar voorzichtig de melk eruit. Daarna kunnen we het vruchtvlees eruit halen.
(Ze drinken om de beurt uit de kokosnoot)
Sophie: Ik heb nog …
Pip: … steeds dorst.
Papa: Tja, er zit nu eenmaal niet zoveel melk in zo’n noot. Morgen maak ik er weer een open.
Sophie: Waarom…
Pip: … morgen pas?
Papa: Omdat het zwaar werk is. Eigenlijk zou ik er een mes voor moeten hebben. Gijs, wat wilde je trouwens zeggen, vanmiddag?
Gijs: (Haalt zakmes uit zijn rugzak) Gewoon. Dat ik een zakmes in mijn rugzak heb. Daarmee had je de koksnoot veel sneller kunnen openen.
Papa: Een zakm…. (Zijn mond valt open)

Scene en rollen verdelen

In deze scènes hebben Gijs en papa de meeste tekst. Laat de leerlingen, als er tijd voor is, in hun groepje de scènes een paar keer oefenen. Steeds wisselen ze van rol. Dus wie eerst Sophie speelde, speelt de tweede keer Gijs en de derde keer mama of Pip. Iedereen speelt de rol natuurlijk op zijn eigen manier. Laat de kinderen elkaar complimenten geven. Wat ging er goed? Wie had een leuk idee voor de rol van Pip of van Gijs of een van de anderen? Uiteindelijk kunnen ze gebruik maken van elkaars goede ideeën zodat de scène steeds beter wordt.

Nabespreken

Bespreek met de leerlingen hoe het verhaal zou kunnen aflopen. Wat denkt de klas dat er verder gaat gebeuren?
Gijs, zijn vader en de tweeling zitten op het eiland. Wat zou er met mama zijn gebeurd? En hoe kunnen ze in leven blijven op het eiland? Wie heeft goede survivaltips?
Wat denken jullie dat er verder gebeurt? Worden ze gered? Zo ja, hoe? Of blijven ze op het eiland wonen? Waar zouden jullie voor willen kiezen? Waarom?

Lees (samen met de klas) het boek uit.
Wat vonden de kinderen van het einde? Hadden ze op een ander einde gehoopt? Wat zou er na dit boek gebeuren?

Meer informatie

Dit boek heeft een vervolg:

Marlies Slegers. De ongewone avonturen van de familie de Bruin. De minimalistraler. 2007. Uitgeverij Kluitman. ISBN. 9789020673425

Over de schrijfster:
https://www.marliesslegers.nl

Serie: De dramatheek

Lees ook de andere artikelen uit deze serie: