Dit is een artikel over het toepassen van aangeleerde vaardigheden, het kritisch durven te kijken naar de (taal)methode, over durven te luisteren naar het kind, het hebben van hoge verwachtingen, het durven te integreren van verschillende vakgebieden, over nieuwsgierigheid, intrinsieke motivatie en trotsheid!

Lees ook de uitbreiding

Bij dit artikel hoort een online uitbreiding.

Alles is taal

INTRINSIEKE MOTIVATIE
Alles is taal. Als dat het uitgangspunt is – en dat ís het op openbare basisschool de Kruiplank, in Drouwenermond (Drenthe) – dan is taal veel meer dan de lesjes uit de methode Taal Actief.
Taal is niet: ‘Hier heb je het boek. Ik leg de bedoeling uit. En verwerk daarna maar in je taalschrift wat ik heb uitgelegd.’ Maar: Taal is onderdeel van het leven. Taal is communicatie en stelt het kind in staat om duidelijk te maken wat het vindt, wat het doet en wat belangrijk voor hem/haar is.
Het kind past de aangeleerde vaardigheden toe, vanuit een intrinsieke motivatie, met onderwerpen uit zijn/haar binnen- of buitenwereld.

Blauwe week

Methodes hebben een opbouw. Nooit echter heeft een methode stof voor veertig weken. In de schatrijke school worden zogenoemde blauwe weken gecreëerd. Weken, waarin het niet per definitie gaat om het aanleren van vaardigheden, maar om het toepassen van de al aangeleerde of nog aan te leren vaardigheden (taal en rekenen) en kennis (grote inhoudsgebieden).
De blauwe weken zijn weken, waarin intrinsieke motivatie centraal staat en waarbij – meer dan in de «reguliere weken» (of basisweken) – de eigen inbreng van het kind onmisbaar is.
Blauwe weken zijn toepassingsweken, die schoolbreed een plek hebben. Elke groep is vrij om invulling te geven aan de blauwe weken. Maar er kan ook voor een (schoolbreed) basisthema worden gekozen, dat vervolgens in elke klas door elk kind op zijn/haar eigen manier wordt uitgewerkt.
De blauwe week is een concrete uitvoering van het onderwijsconcept de schatrijke school.

GEEN DOEL, MAAR MIDDEL
Het kind wil weten waarom en waarvoor het een taalles maakt over (bijvoorbeeld) interpunctie: de hoofdletters op de goede plek, de komma’s op de juiste manier gebruikt en de dubbele punt precies boven elkaar.
Alles is taal. Maar taal is niet een doel. Het is een middel! Als «alles is taal» het uitgangspunt is, dan zorg je voor blauwe weken: een aantal weken per jaar, waarin niet het aanleren en het toetsen van vaardigheden centraal staan, maar het toepassen van die vaardigheden!
Het kind wordt in een blauwe week meegenomen op een vindtocht, een ontdekkingsreis, «fietsend» tussen wat is aangeleerd en wat je ermee kunt doen. Dat is: jezelf ontdekken in tijd, die gevonden wordt door doelgericht te kijken naar de inhoud van de (taal)methode.
Moeilijk…? Nee! Het is zelfs wonderlijk simpel. Als je maar durft!

De schatrijke school

DURF!
Onderwijs is: kijken naar wat u gaat aanbieden, waarbij u op de juiste manier methodes inzet. Dit vraagt van u, dat u een helder idee hebt welke onderwerpen u wanneer en op welke wijze in het schooljaar gaat aanbieden en aanleren. Kijkt u bijvoorbeeld naar de toetsen, dan weet u voor een heel jaar wat u gaat aanbieden. Op die manier ziet u, dat u méér weg kunt laten dan dat u «moet» doen.
Op het moment dat u weet wat u gaat doen en wanneer u dat gaat doen, is de methode uw leidraad, uw bronnenboek. (En niet: ‘Ik moet alles doen, want anders doe ik het niet goed.’) Dit vereist durf en een andere manier van werken. Als u dit durft, dan hebt u een manier van werken gevonden, die tijd oplevert, om vervolgens het kind nóg meer recht te doen.

WIE DUIKT, WINT TIJD!
Een veelgehoorde klacht is, dat «het lesrooster voller dan vol zit». Maar het werken met blauwe weken zorgt er juist voor, dat u toekomt aan wat écht belangrijk is.
Naast het gericht kijken naar methodes, vindt er in de schatrijke school onderzoek plaats naar de eigen inbreng, de zogenoemde initiatieven, bedoeld om nóg meer uit het kind zelf te halen. Doel is, om taal aantrekkelijker aan te bieden en vorm te geven. U laat dingen weg, door te duiken in de methode. Want: wie duikt, wint tijd! U zoekt naar ruimte in de onderwijstijd, want daardoor kunt u tijd vrijmaken voor blauwe weken.

De praktijk

Op verschillende basisscholen (waaronder de Kruiplank, in Drouwenermond) – waar taal centraal is komen te staan – gaat het om de kernwoorden trotsheid en nieuwsgierigheid. Deze woorden hebben te maken met de kijk op onderwijs. Een kijk vol heldere doelen, emotie en inleving. Een tocht, aan de hand van helden, spannende gebeurtenissen en toevallige ontmoetingen. Een tocht door gebieden dicht bij huis. En daardoor herkenbaar voor de kinderen, die de tocht ondergaan. Gewoon, omdat de kinderen onderdeel zijn van dit onderwijs. Het is een tocht, die nieuwsgierig maakt en die de kinderen in de klas een gevoel van trotsheid geeft, als ze leren op de schatrijke manier.
Trotsheid, als het kind op zijn/haar eigen manier, met zijn/haar eigen vaardigheden, een hoofdstuk heeft toegevoegd aan zijn/haar eigen portfolio. Nieuwsgierig laten zijn en trots laten worden: dát is waarom taal centraal staat in de schatrijke school.

Praktijkvoorbeeld

EEN IDEE VORMGEVEN
In de klas waar juf Kristien rondloopt, lijkt geen les te worden gegeven. Maar schijn bedriegt. Er wordt wel degelijk geleerd. En veel ook! De klas heeft een blauwe week.
Sabine, een «bewoonster» uit deze groep 6, kwam vorige week met een brok grillig gevormd glas op school. De andere kinderen waren, net als de juf, nieuwsgierig naar de herkomst. Sabine had het brok glas in de buurt van haar huis gevonden. Een ander kind had ook eens zo’n brok gevonden. En juf Kristien wist opeens dat dit een onderwerp voor de blauwe week zou kunnen worden. Haar gedachten «fietsten» overal en nergens naartoe. En binnen de kortste keren kregen de ideeën vorm, gebaseerd op de uitspraak van Kees: ‘Juf, daar kun je een mooi museum voor maken.’

MUSEA VOOR BODEMVONDSTEN
En nu wordt er gewerkt aan verschillende musea voor bodemvondsten. Marije maakt een museum voor haar glasbrokken. (Ze heeft er wel een emmer vol van.) Robin maakt er een voor scherven. Paul maakt een museum voor glas en scherven. En Bjorn, Alwin en Jitse maken er een voor hun bodemvondsten. Zo is elk kind bezig een museum te maken, om zo te kunnen laten zien wat hij/zij gevonden heeft op het land in de buurt van de school.
Tijdens het werken wordt er hartelijk gelachen. De kinderen luisteren naar elkaar en geven elkaar tips. Er wordt bewonderend gekeken naar bodemvondsten van de ander. En er wordt geluisterd naar verhalen over het vinden van bodemvondsten. Er wordt samengewerkt. Er wordt geknutseld en geschreven. Er wordt op internet gesurft. Er wordt gelezen. Er wordt samengevat en gereflecteerd. Er wordt geprezen en aangevuld. Er wordt geleerd!
Er is verbazing, verwondering en emotie. (‘Ik ben mijn mooiste steen kwijt!’ ‘Daar ligt hij, op de gang, in het museum van de juf. Weet je dat niet meer?’) Het kind is met zijn/haar eigen verhaal bezig, zijn/haar eigen context, zijn/haar eigen vindtocht!

Verzamelen van nieuwe indrukken,
door zintuigen zacht te prikkelen.
Even stil te staan of uit te vieren,
in een schatrijke, eigen omgeving.

Dit is wat er gebeurd. In eigen tempo aan het werk, omdat er ruimte voor is. En taal dan? Hoezo…, en taal dan? Alles is taal in deze schatrijke school!

VAKGEBIEDEN EN ONDERWERPEN
In de komende weken, zo weet juf Kristien, komt in de taalmethode onder andere interpunctie aan de orde: de hoofdletters op de goede plek, de komma’s op de juiste manier gebruikt en de dubbele punt precies boven elkaar. In de afgelopen periode werd er goed, maar nog niet goed genoeg, gescoord op de hij-vorm van werkwoorden, waarvan de stam (kern, ik-vorm) eindigt op een «d». De komende periode gaat het in de methode ook over vragen stellen en interviews. Bij rekenen ging het vorige week over grafieken. Bij aardrijkskunde ging het over bodemsoorten. En bij biologie ging het over weidevogels. En Alwins vader is eigenaar van weilanden, waar het een en ander te vinden blijkt te zijn…

De schatrijke school

OPBRENGSTGERICHT
In het schatrijke schoolconcept draait het om taal. Alles is taal. Taal, in de breedste zin van het woord: verbaal, non-verbaal, op schrift, communicatie.
Grondgedachte hierbij is, om het onderwijs te veranderen, om binnen de kaders op een opbrengstgerichte manier je school sterk te maken, door te zorgen voor schatrijke leerkrachten. Jij, die weer weet waarom je voor het vak hebt gekozen en met elan en enthousiasme aan het werk bent, zodat de kinderen die aan je zijn toevertrouwd zich veilig voelen en prettige schatgravers worden, op basis van wederzijds welbevinden, op basis van relatie.

LEF OM TE DURVEN!
De opdracht om taal centraal te stellen, is eenvoudig, maar veelomvattend. Het brengt een andere manier van denken en een andere manier van kijken met zich mee. Het vergt een andere leerkrachthouding en een andere manier van kijken naar (en kijken met) kinderen. Het is een cultuuromslag binnen je school, die ervoor zal zorgen, dat je school een schatrijke school wordt. Het draait daarbij om het woord durf. Dat is wat je nodig hebt: lef om te durven!

KADERS EN KEUZE
In het concept de schatrijke school worden kaders gegeven, waarbinnen je uit verschillende manieren de beste manier kunt kiezen voor jouw school, om te komen tot hogere opbrengsten.

BODEMVONDSTENMIDDAG
In de buurt is een streekhistorisch centrum. En Marije (het meisje van de glasbrokken) heeft naar het museum gebeld, met vragen over het door haar gevonden glas. Vlak bij school is een winkel met tweedehands spullen. Daar mogen de kinderen een affiche ophangen, waarop de bodemvondstenmiddag wordt aangekondigd: een vrijdagmiddag, waarop iedereen mag komen, om de schatten te zien, die zijn gevonden. Tegelijkertijd hebben de kinderen in de winkel voor tweedehands spullen oude borden gekregen. Die zijn op school kapotgemaakt, waarna bezoekers van de bodemvondstenmiddag de stukken en scherven weer aan elkaar mogen lijmen tot hele borden.
Al die onderwerpen spoken op een vriendelijke manier rond in het hoofd van juf Kristien en vallen op hun plek in deze blauwe week!

Durven luisteren naar het kind

VERSCHILLENDE WEGEN NAAR HET DOEL
Het kind heeft een eigen belevingswereld, een eigen idee over de wereld. Deze ideeën zijn wezenlijk voor het onderwijs tijdens de blauwe weken. Zo kan het zijn, dat het kind verhalen, gedichten en ervaringen vanuit die eigen belevingswereld verzamelt. Dit kan gebeuren in een schrift, in een «schatkist», in een portfolio of in een «museum». Leren vanuit jezelf, leren door jezelf en leren met jezelf staan op deze wijze (weer en meer) centraal.
U laat het kind meebeslissen over de inhoud en de vorm van de blauwe weken. Op deze manier leert het kind vanuit de eigen belevingswereld en ziet het – door de verschillende manieren waarop klasgenoten werken – dat een ander anders aan het werk gaat, vanuit eigen inzichten en met eigen doelen. Die ander «zit anders op de fiets» en «fietst» langs andere wegen naar de plek van bestemming. U bent daarbij de schakel, die de verschillende processen en resultaten aan elkaar koppelt. Daardoor gaat het gebeuren, dat het kind buiten de eigen paden gaat «fietsen» en inhouden oppikt van andere kinderen. Zo leert het kind, dat je op verschillende manieren oplossingen kunt bedenken en «via verschillende wegen fietsend» een doel kunt bereiken.

RELATIES LEGGEN
Het onderwerp Museum van de blauwe week brengt alle genoemde zaken samen: de onderwerpen die in de verschillende methodes aan de orde kwamen (en komen), plus het durven luisteren naar het kind. Het is een kwestie van verbinden, van vinden, van relaties leggen, van integreren. 
Kees schrijft een verhaal (met deskundig gebruik van de juiste interpunctie) over zijn museum. Marije bedenkt onderschriften bij haar verzameling stenen. Henk heeft zijn moeder (die reclamefolders rondbrengt in het dorp) gevraagd om huis aan huis een folder te verspreiden, waarin iedereen wordt uitgenodigd om langs te komen op de bodemvondstenmiddag. Aan een boer in de buurt van de school is gevraagd of de kinderen op zijn land mogen zoeken naar eventuele bodemvondsten. Drie kinderen hebben een metaaldetector en vragen aan de juf of ze die op de zoekmiddag mee mogen nemen.
Bellen, vragen stellen en antwoorden opschrijven, ervaringen delen met klasgenoten, een werkblad invullen over bodemvondsten, de antwoorden verwerken op de computer en opsturen naar de schoolkrantredactie… Alles is taal!

Nog meer verbindingen

De kinderen krijgen te horen dat er verschillende glasfabrieken in het dorp hebben gestaan. Ze krijgen uitleg over het ontstaan van het dorp, over het afgraven van turf en de hieraan gekoppelde bodemdaling. Ze komen meer te weten over de herkomst van de straatnamen (Noorderdiep en Zuiderdiep) en ze zoeken een middag lang met groot succes naar voorwerpen uit het verleden: pijpenkoppen, porseleinen poppetjes, scherven, véél scherven, glas… Ontelbare bodemvondsten maken dat de blauwe week een groot succes wordt!
Maar in de blauwe week moet eigenlijk meer gebeuren dan in één week ondergebracht kan worden. Daarom wordt er in de weken daarna op gezette tijden verder gewerkt aan de musea. Die krijgen een plek in de klas en in de hal van de school. Er komt een heuse tentoonstelling, die wordt geopend door de kinderen. Ouders, opa’s en oma’s en buurtbewoners komen langs tijdens de officiële opening van de tentoonstelling. Een PowerPoint neemt de belangstellenden mee in het onderwerp en de kinderen vertellen allemaal wat hun aandeel was.
De kinderen zijn intrinsiek gemotiveerd. Ze hoeven in de blauwe week geen taallessen te maken. (Althans, dat denken ze!) Paul doet daarover een mooie uitspraak: ‘We hoeven deze week helemaal niet te leren, juf.’

Zoeken naar onontdekte grenzen
en verder nog zonder omkijken,
met wapperende haren in de wind,
die sporen in de lucht achterlaten.

SCHATRIJKE KLAS
Het kind in deze schatrijke klas is nieuwsgierig en verwonderd. Het kind is de hoofdpersoon in het verhaal, dat hij/zij zelf vertelt. Daarin zit de kracht van de blauwe week. Dat is waardoor de kinderen betrokken zijn bij het onderwerp. Hier wordt niet alleen maar een vaardigheid aangeleerd. Hier gaat het over beleving, een stukje van het eigen leven.

Verwerking

PORTFOLIO
De school in dit artikel is een schatrijke school: een gebied, waar kinderen (woorden)schatten vinden. Woorden, die het schatrijk groter maken, waardoor het kind oog krijgt voor zichzelf, de directe omgeving en de wereld daaromheen.
Door taal centraal te stellen, wordt ingezet op woorden. Elk kind heeft een portfolio, waarin de verschillende projecten van de blauwe weken worden opgeslagen. Centraal daarin is de leef- en belevingswereld van het kind. Het portfolio wordt gevoed door externen (de juf, medeleerlingen, informatie van de glasfabriek, van het streekhistorisch centrum, de vader van Henk, de buurman van Marriet, enzovoort) en loopt door andere, grote inhoudsgebieden (aardrijkskunde, geschiedenis, biologie) heen, die daardoor gemakkelijk(er) ontdekt kunnen worden.

VORM EN INHOUD

De kinderen hebben – elk op hun eigen niveau en aansluitend bij hun intelligentie, vaardigheden en achtergrond – de mogelijkheid, om de informatie te verwerken.
Vorm en inhoud gaan daarbij hand in hand. Door de inhoud van het verwerkte (het juiste gebruik van hoofdletters, het helder gebruiken van bijvoorbeeld een grafiek en het goed toepassen van leesstrategieën ) laat het kind zien wat het heeft geleerd en onthouden. De vorm (het museum) zorgt ervoor, dat er een resultaat wordt gecreëerd, waar het kind trots op is. Dat resultaat wordt gevoegd in de portfoliomap, die van het kind is.

NABESPREKING
Een nabespreking is daarbij essentieel. Het is belangrijk, om aan het eind van de opdracht (plus verwerking) terug te kijken op wat er gedaan is, hoe het gegaan is, waar het over ging en wat de kinderen nu meer weten.
Door taal centraal te stellen, gaat taal leven! En… je krijgt kennis over jezelf!