Superheld zijn in je favoriete tekenfilm. Een wilde achtervolging met woeste monsters in het vizier. Niets is zo levendig en kleurrijk als een kinderdroom. Met dit kant-en-klare, thematische lesontwerp over dromen zijn de kinderen gegarandeerd betrokken.

Lees ook de uitbreiding

Bij dit artikel hoor een online uitbreiding. Klik hier om het artikel te lezen.

Informatie vooraf

• Prentenboeken en droomboom
Door het voorlezen van prentenboeken en het plaatsen van een droomboom in de klas gaat het thema Dromen – dat dicht bij de belevingswereld van de kinderen ligt – leven. Een tekenopdracht sluit aan bij het ontwikkelingsniveau, maar is vrij open. Daarom is het van belang om de kinderen tijdens deze activiteit te stimuleren en om door middel van een kringgesprek de beeldvorming op gang te brengen.

• Sfeer in de groep is bepalend
Hoe ouder een kind is, hoe meer voorzichtigheid er is geboden bij het bespreken van eigen dromen in de klas. Bekijk vanaf groep 3 de dromen, die – voorafgaand aan een kringgesprek – zijn getekend. En plan het lesontwerp niet aan het begin van het jaar in. De sfeer in de groep moet zich écht voor een kringgesprek over dromen lenen.

Lesdoelen

• Brede ontwikkelingsdoelen
Binnen het lesontwerp – dat bestaat uit het voorlezen van een prentenboek, een kringgesprek, een beeldende activiteit en een evaluatie – komen de volgende brede ontwikkelingsdoelen aan bod, zoals: het nemen van initiatief, communiceren en taal, verkennen van de wereld, uiten en vormgeven, voorstellingsvermogen en creativiteit en reflectie.

• Kennis en vaardigheden
Specifieke kennis en vaardigheden zijn: motorische vaardigheden (tekenen), waarnemen, woorden en begrippen, gereedschappen en technieken.

Spannend!

Introductie: voorleesmomenten en kringgesprek

• Duur: tweemaal 10-20 minuten

• Groep 1/2
– In de bibliotheek heb ik verschillende prentenboeken over dromen gehaald. Ik laat de kinderen kiezen welk boek zal worden voorgelezen. “Die, die, die!” roepen de kleuters uit groep 1/2, als ze Max en de Maximonsters zien.
– Na het voorlezen praten we over het boek. (“Zou Max de monsters écht hebben ontmoet? Of is er misschien iets anders gebeurd?”)
– Hierna vraag ik aan de kinderen of ze ook wel eens dromen. En ik vraag ook wat voor dromen ze dan hebben. (“Wat zijn dromen eigenlijk?” “Zijn dromen altijd leuk?” “Wat zou je wel willen dromen?”)

• Groep 3/4
– In groep 3/4 start ik het kringgesprek op een andere manier. Het kringgesprek vindt hier namelijk plaats nadat ik over een eigen (verzonnen) droom heb verteld. De betrokkenheid is meteen groot, als de les wordt geopend met een spannend verhaal!

“Vannacht vloog ik over de daken van de stad, toen ik een gebouw in brand zag staan. Ik trok mijn Superjufpak aan en…”

– Met een beetje fantasie wordt dit een heel mooie droom. (“Denken jullie dat dit écht is gebeurd?” “Wat zou er dan aan de hand zijn?”)
– Op een andere dag in de week lees ik ook nog een prentenboek voor. In de klassen- of kringgesprekken komen we in de ochtend terug op dromen. En een centrale vraag is: “Wie heeft er vannacht gedroomd?”
Vaak zal het niet eens nodig zijn om die vraag te stellen en komen de kinderen spontaan met verhalen. Vraag de kinderen om te proberen om deze week dromen te onthouden en herhaal dit nog eens. Hoe meer u over het onderwerp praat, hoe beter de kinderen hun dromen zullen onthouden.

Droomboom

Vervolg introductie

• Duur: voorbereiding (tijd varieert), zingen 10 minuten

• Lied met bewegingen en gebaren
– Het alom bekende lied De droomboom zing ik na het eerste voorleesmoment. In dit lied klimmen de kinderen in hun droom boven in de boom om een dropje, een chocolaatje en een gebakje te pakken.
– De tekst van het lied is voor de kleuters vrij moeilijk. Het krijgt een meerwaarde, als de kleuters er bewegingen en gebaren bij kunnen bedenken. U kunt bijvoorbeeld laten zien hoe hoog de boom is en net doen alsof u in de boom klimt. En er zijn altijd wel een paar slimmeriken, die nog meer kunnen bedenken.

• Een échte droomboom
– Vervolgens vertel ik dat we samen een droomboom gaan maken. Is er tijd genoeg? Dan is het leuk om van tevoren een “echte” droomboom te knutselen. Deze boom heb ik gemaakt van stevig ijzerdraad en karton. De basis is een zwaar stuk hout (vierkant of rechthoekig), waarop de stam (van bruin karton) wordt vastgemaakt. Om de takken van stevig ijzerdraad heb ik bruin crêpepapier gebonden.
– U kunt de kinderen de blaadjes van de boom laten maken. In de herfst is het leuk om dit met geel, rood en bruin gekleurde blaadjes te doen. Wat ook mogelijk is, maar dat kost meer tijd, is het maken van de takken van wc-rolletjes, die de kinderen beschilderen met bruine verf.
Nota bene. Een “snelle” droomboom maakt u van een vel papier of karton. Knip de boom uit en hang die op de muur of op een prikbord. Ook kan de droomboom op het raam worden bevestigd, wat er van buiten leuk uitziet.

Wolkjes

Verwerking

• Duur: zingen 10 minuten, instructie 5 minuten, tekenen 10-15 minuten

• Lied met bewegingen en gebaren
Na de klassengesprekken en de twee voorleesmomenten is het tijd voor de verwerking. Het zingen van het lied De droomboom gebeurt voorafgaand aan het tekenen. De groep luistert ten minste driemaal en kan de tweede keer de eerder bedachte gebaren maken. De derde keer laat ik bij de woorden chocolaatje, gebakje en dropje een stilte vallen, zodat de kinderen al een beetje kunnen meezingen.

• Beeldende activiteit
– Aan de knutseltafel neem ik een groepje van vier kinderen apart. De instructie duurt ongeveer vijf minuten en ik leg uit, dat ze op de wolkjes een droom gaan tekenen. Aan één kant een leuke droom en aan de andere kant een enge droom. Als de kinderen geen échte droom kunnen bedenken, dan mag het ook iets zijn wat ze (niet) graag willen dromen.
– De kinderen zijn ongeveer vijftien minuten met de opdracht bezig. En wie hier moeite mee heeft, help ik door vragen te stellen. (Bijvoorbeeld: “Wat zou je graag willen dromen?”) Wie klaar is, vertelt mij welke droom hij/zij getekend heeft. In korte zinnen of in steekwoorden beschrijf ik de droom met viltstift op de wolkjes. In groep 4 kunt u ervoor kiezen om er een korte schrijfopdracht bij te geven.

Monsterpolonaise

Afsluiting

• Duur: 10 minuten

• Evaluatie
Als alle kinderen in de loop van de week aan de beurt zijn geweest, krijgen de dromen een plek in de droomboom in de klas. We bekijken alle wolkjes. De kinderen mogen vertellen over hun tekening en brengen onder woorden wat er mooi of niet mooi is aan andere tekeningen. De droomboom blijft nog een of twee weken in de klas of op de gang aanwezig.

• Lied tot slot
We zingen tot slot het lied De droomboom bij de boom. Een van de kinderen vraagt of ik het boek Max en de Maximonsters nog een keer wil voorlezen. Tijdens het verhaal doen de kinderen de monsters al een beetje na. En even later lopen we in een monsterpolonaise door de klas. Rollend met onze ogen en maaiend met onze klauwen sluiten we de les brullend af.

Organisatie en planning

Voor dit lesontwerp is weinig voorbereiding nodig. Denk wel aan de volgende zaken:
– Haal bij de bibliotheek prentenboeken over dromen en kijk wat al op school aanwezig is.
– Maak de basis van de droomboom van tevoren.
– Knip de wolkjes van stevig papier of karton.
– Overige materialen: kleurpotloden. (Uiteraard kunt u ook kiezen voor andere materialen, zoals wasco.)
– Voor de tekst van het lied De droomboom: zie de bundel Eigenwijs of internet (Liedmachien).

Prentenboeken

Tijdens het voorlezen van Max en de Maximonsters doen de kinderen spontaan de monsters na. Hoe rol je met je ogen? Hoe maai je met je klauwen? Hoe klinkt het gebrul van monsters? Het prentenboek De super-mega-piep-krak-kraan (zie verderop in deze lijst) leent zich prima voor een beeldende les over primaire kleuren en het mengen hiervan. Maar… elk prentenboek heeft elementen, waaraan u een nieuw lesidee kunt koppelen. Laat u dus inspireren! Enkele suggesties voor prentenboeken:
• Eric Battut, Mijn Maansteentje, De Eenhoorn, 2006.
• Gerda Buddingh, Waaiewind, Clavis, 2001.
• Erika Cotteleer, Olivia en de prins, Clavis, 2004.
• J. Ray & Berlie Doherty, Jinnie Droomfee, Christofoor, 2005.
• Rita Gudden, Het spoor achterna, Malmberg, 2002.
• Jan Jutte, Ruimtereis, Leopold, 2001.
• Ellen Hoekstra, Een verhaal met een staartje, Clavis, 2002.
• Paul van Loon, Help! Een gobbelgobbelmonster, Leopold, 2005.
• BrigitteMinne & Gitte Vancollie, Meneer Serafijn, Abimo, 2005.
• Maurice Sendak, Max en de Maximonsters, Lemniscaat, 1963.
• Johan de Smet & Martine Decroos, De super-mega-piep-krak-kraan, Clavis, 2001.
• Catharina Valckx, De dromen van de koning en de kip, Clavis, 2001.
• Remmerts de Vries, Droomkonijn, Querido, 2008.

Websites

• Op https://juf.jouwpagina.nl/rubrieken/dromen.html vindt u een algemene beschrijving van het thema.
• Tik op www.wikipedia.nl in het zoekscherm het woord dromen en u vindt veel achtergrondinformatie.
• Informatie over (en suggesties bij) het lied De droomboom staan op www.schooltv.nl/liedmachien/pagina.jsp?nr=76797.