Elke maand leest u hier een ‘bespiegeling’ van een van de columnisten van Praxisbulletin. Deze maand schrijft Gallus over de nieuwe directie.

We hebben een nieuwe directeur.
De eerste indruk na een dikke drie maanden is gematigd positief, maar het blijft afwachten. Echt goede schoolleiders heb ik tijdens mijn loopbaan nog niet veel meegemaakt. Helaas wel enkele rampzalig slechte.

Ik heb er altijd een beetje een dubbel gevoel bij. Goede, bevlogen leerkrachten schuiven niet zomaar door naar een leidinggevende functie. Ze staan te graag voor de klas, ze genieten van het lesgeven.
Terwijl juist zij het beste weten wat het onderwijs nodig heeft.
Het zijn vaak de mindere goden, de ‘kneusjes’, die afscheid nemen van de groep en in leidinggevende en beleidsbepalende functies terechtkomen. Soms zitten ze daar prima op hun plek en zijn ze uitstekend geschikt voor dat werk. Maar in mijn beleving komt het te vaak voor dat ze meer bezig zijn met het leggen van egokeutels dan met het bevorderen van het welzijn van het onderwijs.
Dan nog liever de bestierder van buiten die volmondig toegeeft dat hij/zij de ballen verstand heeft van lesgeven en onderwijsinhoudelijk op de mensen om haar/hem heen vertrouwt.

Uit onderzoek van John Hattie* komt naar voren dat de invloed die de leerkracht heeft op het leren van de leerling zo’n 30% bedraagt. Wij juffen en meesters wisten dat natuurlijk allang, maar het is mooi dat dat nu zwart op wit gezet is. Ter vergelijk, de invloed van school en schoolleiding bedraagt slechts 7%, evenals die van de thuissituatie. De invloed van de leerling (-kenmerken) zelf is overigens 50%. Goed degelijk vakmanschap (m/v) dus.

De roep om (ouderwets?) degelijk vakmanschap klinkt ook al langer vanuit het bedrijfsleven. Er schijnt een schrijnend tekort aan met name technische vakmensen te zijn. Vaak wordt in dit verband met enige weemoed gesproken over de vroegere ambachtsschool. Overal te lande ontstaan samenwerkingsverbanden tussen scholen en bedrijfsleven om de juiste mensen via de beste opleiding te brengen tot de juiste arbeidsplaats. De ‘vakcolleges’ schieten zogezegd als paddenstoelen uit de grond.

Visionaire bestuurders omarmden in het verleden blindelings (waan van de dag) concepten als vmbo, studiehuis, basisvorming, het ‘nieuwe leren’.
In het rapport van de commissie Dijsselbloem (inderdaad, die) over deze en andere onderwijsvernieuwingen is onder andere sprake van tunnelvisie, onvoldoende draagvlak en wordt gesteld dat er te veel waarde gehecht werd aan de goede positie van Nederland op de internationale ranglijsten. Een van de eisen van het rapport is dat binnen de school de docenten de vakdidactiek dienen te bepalen. Wisten wij toch allang!

Helaas leert de ervaring dat het effect van dergelijke rapporten geen al te lang leven beschoren is. Nieuw troetelkind van onze visionaire leiders is de Steve Jobs-school. Wat een geweldige kans voor de ambitieuze egokeutelaar! Momenteel schieten deze scholen met revolutionair onderwijsconcept dan ook als ipaddenstoelen uit de grond.
Benieuwd of hier over pakweg 10 jaar weer een parlementaire onderzoekscommissie voor in het leven geroepen wordt.

Mijn advies, kijk pragmatisch naar wat de school, de populatie en het team nodig hebben en – minstens zo belangrijk – wat ze kunnen behappen.
Betrek leerkrachten en ouders nadrukkelijk bij de beleidsvorming.
We willen allemaal naar Rome, maar niet elke weg daar naar toe is voor iedereen geschikt.
Het hebben van een visie op onderwijs is noodzakelijk.
Het met religieus fanatisme vasthouden aan één onderwijsvisie is laakbaar.

Gallus

*John Hattie, Visible Learning; a synthesis of over 800 meta-analyses relating to achievement (2009)