Elke maand leest u hier een column van Lysbeth of Gallus. Deze maand is Lysbeth jaloers op haar collega’s. Maar niet op allemaal!

Ik ben jaloers op kleuterjuffen. Ik geef het eerlijk toe. Stikjaloers. In mijn gehele carrière als leerkracht heb ik weinig momenten gehad om jaloers op collega’s te zijn. Ieder heeft zo z’n beslommeringen. Ach, je hebt wel eens een jaar dat alles wat moeizaam verloopt, maar dat komt meestal het jaar erop wel goed. We hebben allemaal evenveel vakantie, evenveel vrije dagen en de taken zijn over het algemeen prima verdeeld.

Maar zodra de zon gaat schijnen en het kwik in de thermometer boven de twintig graden aanwijst, overvalt mij de diepgewortelde jaloezie ten opzichte van mijn collega’s in de onderbouw.
Ik sjouw met een groep sjokkende kinderen in korte broeken, luchtige T-shirts en teenslippers richting de altijd te warme gymzaal. De kleuters spelen buiten en ik zie mijn twee collega’s met een ontspannen gezicht zich bezighouden met de kinderen. De een graaft glimlachend samen met een kleuter een diepe kuil, de ander draait met een gelukzalig gezicht aan het touwtje omdat een kleuter zo graag wil leren touwtje springen.

“Mogen wij ook buiten spelen juf?”
“Nee.”
Ik voel mij niet schuldig over mijn antwoord dat zo kortaf klinkt. Ik heb geen zin om het uit te leggen. Wij mogen namelijk niet buiten spelen. Wij moeten de effectieve leertijd benutten! Ha! Effectieve leertijd ammehoela! In de gymzaal is het zeker dertig graden en de kinderen zijn niet vooruit te branden.

“Is het al tijd juf?’
“Nee.”
“Mag ik wat water drinken juf?”
“Nee.”

Nouja, dat mag natuurlijk best. Als het mij uitkomt.
De jaloezie neemt vreemde vormen aan. Vooral mijn groep lijdt eronder. Ik word chagrijnig, onmededeelzaam en heb een kort lontje. Bij terugkeer van de effectieve gymles, zijn mijn collega’s van de onderbouw nog steeds buiten, maar ik zie dat zij aanstalten maken om op te ruimen; op hun dooie akkertje.

Ik heb deze jaloerse gevoelens al zolang ik in het onderwijs werk. Vreemd eigenlijk, dat deze gevoelens mij nooit naar de onderbouw hebben gedreven. Blijkbaar speelt hier het aantal zonuren per jaar een rol. Bovendien ligt mijn voorkeur bij de oudere kinderen.
Toch durfde ik onlangs de stoute schoenen aan te trekken. Mijn bruinverbrande collega uit de onderbouw reageerde verbaasd.

“Jij? Wil jij met mij ruilen?”
“Ja, is dat zo gek? Het lijkt mij bijzonder nuttig. Collegiale consultatie, maar dan zonder collega. Jij doet mijn klas een dag, ik de jouwe.”
Ze voelde er wel voor en we spraken een dag af. Mijn directeur was enthousiast. Een leuk idee!
Alles lag klaar voor mijn collega. Ze mocht het programma doen, maar het hoefde niet. Ik had mij verdiept in het programma van groep 1/2c. De voorspellingen waren goed, mijn dag kon niet meer stuk.
Na een beweeglijke kring en een krioelend arbeid naar keuze uurtje was het zover. Als moeder de Gans liep ik richting het schoolplein, kinderschaar achter mij aan. Ik negeerde de dikke regendruppels en de donkere wolken die zich hadden samengepakt boven onze wijk.
“Juf, het regent! Gaan we naar binnen?”
“Nee!”