Elke maand leest u hier een ‘bespiegeling’ van een van de columnisten van Praxisbulletin. Deze maand schrijft Gallus over het ranglijstdenken in het onderwijs.

Excellentie is het nieuwe modewoord in het nieuwe Nederland.
Het topsportbeleid van de regering is de komende jaren gericht op het behalen van zo veel mogelijk – liefst gouden – medailles op de Olympische Spelen. Nederland moet zichzelf staande voor de mondiale (medaille) spiegel glimmend van goud, zilver, brons en trots op de borst(en) kunnen slaan!

Al het beschikbare geld gaat naar sporters die kans maken in sporten waarin Olympische medaillekansen liggen. Tot nu toe was dit soort ‘resultaatgericht denken’ voorbehouden aan totalitaire en megalomane regimes die hiermee status en gezag hoopten en dachten te winnen.
Waarschijnlijk worden binnenkort in navolging van deze voorbeeldlanden sportgetalenteerde kinderen uit huis geplaatst en gedwongen die sport te gaan beoefenen waarin zij de grootste medaillekans hebben.
Geen subsidies meer voor zielige sukkelaars die nooit zullen excelleren!
Breedtesport? Gezonder leven? Plezier in bewegen? Teamgeest kweken? Doe niet zo raar! Daarmee zul je als gezagsdrager nooit hoog boven het gepeupel op het bordes komen te staan en de parade minzaam toewuiven.

Ook het onderwijs moet eraan geloven. Ook hier moet de nadruk meer op excellentie komen te liggen. Ook hier neemt het ranglijstdenken het over van verstandige en evenwichtige beleidsvorming.
Waarom al die moeite voor de zwakke leerlingen? Dat levert gemiddeld gezien veel te weinig op. We moeten juist de slimme leerlingen stimuleren om nóg slimmer te worden. Met D’tjes en E’tjes die met de inzet van veel tijd en energie B’tjes en C-‘jes zijn geworden, halen onze Haagse excellenties het bordes niet. Die tijd en energie (en geld…) kan beter naar de A’tjes om er A++’jes van te maken.

Sinds kort hebben we – volgens een zeer deskundige jury, in opdracht van het ministerie van onderwijs – 31 excellente basisscholen in Nederland.
Ik vind het hoopgevend voor de toekomst van ons onderwijs dat er zich in totaal (po + vo) slechts 142 scholen voor deze ‘wedstrijd’ hadden ingeschreven.

“Onderwijs is topsport!” hield een blaaskaak van een cursusleider ons pasgeleden voor.
Wij knikten instemmend, denkend aan de vele uren noeste arbeid en voorbereiding die wij met zijn allen in ons vak stoppen. Aan de volharding van collega’s om steeds weer die pijngrens te verleggen; om ondanks administratieve regelgeving, ouders, werkdruk elk kind op maat de zorg te blijven geven die het nodig heeft.
Maar nee, toen hij verder ging werd duidelijk dat hij niets van dit alles voor ogen had. Nee, hij roemde de topsportmentaliteit, het ten koste van alles de beste willen zijn. “Gaan voor goud!”
Nadat we er even stil van waren, hebben we hem fijntjes uitgelegd dat wij die vergelijking op zijn zachtst gezegd ongelukkig vinden, gezien de vele uitwassen van diezelfde topsport.

Wordt het niet eens tijd dat we aan het niveau van onze Haagse bestuurderen eisen gaan stellen? Genoeg excellenties op het pluche, maar excelleren? De eerste de beste omhooggevallen koekenbakker mag zonder relevante vooropleiding Nederland mee bestieren. Loyaliteit aan de partij is voor de meeste functies een hoger gewaardeerde eigenschap dan verstand van zaken, visie en langetermijndenken.

‘Maar de lesboer hij ploegde voort.’

Gallus