Elke maand leest u hier een column van Lysbeth of Gallus. Deze maand krijgt juf Lysbeth vreemde briefjes van de vader van Siem.

Met een zwaai belandt het briefje op mijn bureau.
‘Hier is weer een briefje juf’, mompelt Siem.
Ik ken de briefjes van Siem. Ik ken Siem ook al een tijd. Hij zit voor ’t tweede jaar in mijn groep. Maar wat nog belangrijker is: ik ken de vader van Siem. Siems vader is nooit te beroerd om een briefje te schrijven. Buikpijn? Geen probleem, een briefje.

Beste juf,
Siem heeft buikpijn. Als hij naar huis wil mag dat van mij.
Hartelijke groet,
Martijn, de vader van Siem.

Moe? Ook geen probleem. Een briefje over de vermoeidheid van Siem. Geen zin in gym? Prima, een briefje over een vermeende verstuikte enkel. Het gekke is, Siem is nog nooit naar huis gegaan. Ik maak me er dus nooit veel zorgen over. Het bijzonderste briefje kreeg ik vandaag:

Beste juf,
Siem heeft ergens last van vandaag. Als hij wil, mag hij naar huis komen.
Hartelijke groet,
Martijn, de vader van Siem.

Terwijl de kinderen maatjeslezen, lees ik het briefje nog eens goed. Het staat er echt. Siem heeft ergens last van. Waarvan zou hij dan last hebben? Ik kijk naar Siem. Hij leest samen met een kind uit groep 4. Dat ziet er prima uit. Hij lijkt nergens last van te hebben. Ik besluit om het even aan te kijken. De ochtend verloopt zoals altijd en de tijd vliegt voorbij. De kinderen werken hard en ik lees na de pauze extra lang voor. Vinden we allemaal fijn. Als om 12 uur de kinderen verdwijnen, naar huis of naar de overblijf, zie ik Siem nog bij zijn tafeltje rondscharrelen.

‘Hoe gaat het vandaag Siem?’ vraag ik als iedereen weg is.
‘Mwoah’, is zijn antwoord.
‘Ik begreep van je vader dat je ergens last van had. Kun je me vertellen waarvan?’
Siem is even stil. Dan zie ik een traan in zijn linkeroog opwellen.
‘Wil je het misschien aan mij vertellen of liever niet?’
‘Ik heb last van mijn vader!’ barst hij ineens uit.

Het hele verhaal komt eruit. Siems vader werkt twee dagen, zijn moeder werkt fulltime. Siem vertelt dat hij gek wordt van zijn vader, omdat hij de hele dag op zijn lip zit. Vanmorgen vroeg zijn vader of hij een briefje naar mij moest schrijven, zodat ze vanmiddag samen konden gaan vissen. Siem wil helemaal niet vissen! Hij snikt terwijl hij zijn spullen bij elkaar pakt. Siem wil gewoon naar school. Hij wil graag overblijven, maar dat mag niet van zijn vader; die vindt het gezellig als Siem thuis is.
Ik begrijp dat vader moeite heeft met zijn vrije tijd indelen en niet doorheeft dat hij hiermee zijn zoon belast. Tijd om Siem een handje te helpen. Ik droog zijn tranen en beloof Siem om met zijn vader te gaan praten.

‘Weet je wat,’ stel ik voor, ‘daar beginnen we dan nu meteen mee.’
Ik pak een briefje en een pen.

Beste Martijn, de vader van Siem,
U heeft helemaal gelijk. Siem heeft inderdaad ergens last van.
Zou u binnenkort even bij mij willen langskomen?
Ik hoor graag van u.
Hartelijke groet,
Lysbeth, juf van Siem.

Ik druk Siem het briefje in zijn hand.
‘Dat komt helemaal goed Siem, ik zal je vader uitleggen dat je graag naar school gaat. Als je wilt kunnen we het samen vertellen. Denk er maar even over na. En geef je vader dit briefje maar. Hij is dol op briefjes.’ Siem glimlacht. Ik heb tien keer liever een ongemotiveerde vader dan een ongemotiveerd kind. Ik ga vast een lijstje maken voor die arme man. Op school is genoeg te doen.

Lysbeth