Circus Hatsjekidee geeft een voorstelling. Maar… waar is de dirigent van het circusorkest gebleven? Naast alle artiesten die gaan optreden, zou dit de rode draad in het verhaal kunnen zijn.

Bestanden

Klik op de naam van het bestand om het te openen.

Muziek

Startactiviteiten

Stap 1: aanleiding/inleiding

Circus! Circus is spektakel op zich. En daarom is het ook een geweldig onderwerp, om er – samen met uw groep – een spetterend spektakelstuk van te maken!
De aanleiding/inleiding van dit thema kan divers zijn. Een circus, dat optreedt in het dorp of de stad waar de kinderen wonen, is natuurlijk het allerleukst. Een circusoptreden op video of dvd is ook een mogelijkheid. Maar de aanleiding kan ook een boek zijn. Of circusmuziek, die u laat horen. En een combinatie hiervan is natuurlijk ook mogelijk. Als het de kinderen maar genoeg prikkelt, om met het thema aan de slag te gaan.

Stap 2: circushoek

Om in de juiste sfeer te komen, is het inrichten van een circushoek in de klas (of in de gang of in het speellokaal) altijd een leuk idee.
In de klas zou met behulp van lappen of gordijnen een verkleedhoek ingericht kunnen worden. En daarin zouden kunnen worden opgenomen: felgekleurde kleding, pruiken, clownsneuzen, goochelspullen, schminkmateriaal, hoeden, balletpakjes en een grote spiegel (waarin de kinderen zichzelf kunnen bekijken).
Tip. Plak een briefje op het raam van uw lokaal, met de vraag of ouders u kunnen helpen aan circuskleding, muziek, enzovoort.
In de gang of het speellokaal kunnen de kinderen experimenteren met materialen als: hoepels, ballen, matten, trampoline, koorden (voor de koorddansers) en zo hun eigen act bedenken. En met een kassa – waar kaartjes gekocht en verkocht kunnen worden – is het al een beetje echt!

Stap 3: brainstorm

Laat de kinderen – naar aanleiding van de acts die ze bedenken – een mini-uitvoering geven voor de hele groep. Dit kan een introductie zijn voor het spektakelstuk.
“Als we nu eens allemaal iets bedenken voor een optreden! Wat kunnen we laten zien? En welke act(s) vinden jullie leuk om uit te voeren? Welke rollen zijn er nog meer te verdelen? In ieder geval een circusdirecteur en een spreekstalmeester. Clowns horen er zeker bij! Zullen we er nog een orkestje bij doen? Want muziek hoort ook bij het circus!” Eerst dus met de hele groep brainstormen. Schrijf daarna alle ideetjes op.

Stap 4: mogelijke verhaallijn

U begint met het vertellen van het volgende verhaal over het circus. De bedoeling is dat de kinderen een (goede) afloop bedenken.

Hoera, “Circus Hatsjekidee” is in de stad. De circustent stroomt vol met grote mensen en kinderen, die nieuwsgierig zijn naar wat er allemaal gaat gebeuren. Terwijl ze binnenkomen, worden ze al helemaal vrolijk van de muziek! En als iedereen een plekje heeft gevonden, gaat de pret echt beginnen.
Kijk, daar heb je de spreekstalmeester! Dat is de man, die gaat vertellen wie er gaan optreden. Luister maar!
“Dames en heren, jongens en meisjes, van harte welkom bij “Circus Hatsjekidee”! Ik hoop dat jullie hier een paar uurtjes zullen gaan genieten van de optredens die we straks gaan zien. En we beginnen met een spannende act van onze twee leeuwentemmers en hun zes prachtige leeuwen. Maar eerst… muziek! Muziek van ons geweldige circusorkest!”
Maar… er klinkt geen muziek! Het blijft doodstil!
De spreekstalmeester ziet dan pas, dat het plekje waar de dirigent hoort te staan leeg is. En hij ziet ook, dat de muzikanten van het orkest verbaasde gezichten trekken en hun schouders ophalen.
Gelukkig komt dan net de directeur van het circus eraan. Zou hij soms weten waar de dirigent is?
Zo te zien niet. Hij kijkt heel bezorgd en haalt ook zijn schouders op. De spreekstalmeester fluistert heel zachtjes, zodat het publiek niets hoort, in het oor van de directeur: “De dirigent is er niet, hè? Wat moeten we nu doen?” De directeur haalt zijn schouders op. “Ik weet het niet!” zegt hij. En daarna zie je hem nadenken… Heel diep nadenken… En dat doet de spreekstalmeester ook… Heel diep nadenken…
Maar opeens heeft hij een goed idee. Dat zie je aan zijn gezicht. Hij doet eerst net of hij dirigeert en wijst dan naar de directeur en daarna naar het orkest. Dat is een goed plan: de directeur kan wel even de maat slaan, totdat de echte dirigent weer gevonden is. “Ik?” zegt de directeur. Hij wijst naar zichzelf en kijkt een beetje angstig. Hij heeft nog nooit een orkest gedirigeerd! Zou hij dat wel kunnen?
Maar dan denkt hij: je bent directeur of je bent het niet. En hij stapt dapper naar het orkest. De muzikanten kijken heel blij, gaan staan en klappen voor de directeur. En het publiek begint ook hard te applaudisseren, als de directeur het dirigeerstokje pakt! De spreekstalmeester kijkt ook weer blij. De muziek en de voorstelling kunnen beginnen. Gelukkig maar!

Onder de voorstelling wordt er druk gezocht naar de dirigent, door de mensen die klaar zijn met hun optreden. Maar niemand kan de echte dirigent vinden. Hij is niet in de tent. Hij is niet buiten. Hij is gewoon nergens te vinden!
Wat denken de kinderen hiervan? Wat zou er met de dirigent gebeurd kunnen zijn? Is hij misschien weggelopen?
En als ik goed luister naar het lied van de goochelaar… Die goochelt dus wel eens iemand weg! Misschien heeft hij iets fout gedaan en moeten wij de dirigent terug goochelen (spreuken bedenken)…

Als de dirigent teruggevonden (terug gegoocheld) wordt en weer voor zijn orkest staat te dirigeren, volgt er een geweldige finale, waarbij alle artiesten afscheid nemen van het publiek!

Inhoud van het theaterstuk

Met het nu volgende schema kunt u natuurlijk alle kanten op. U hebt wellicht ideeën van uzelf. En ook de kinderen hebben suggesties. Dan kunt u het schema eenvoudig aanpassen.

Scène 1
• Liedje 1: Entree!
– Tijdens het zingen van dit liedje kunnen de bezoekers van de voorstelling een kaartje aan de kassa “kopen” en daarna een plekje zoeken in de circustent.
– Bij de ingang lopen een paar clowns met ballonnen. De muziek moet hier ook goed te horen zijn.Op het podium is een deel van de artiesten zich aan het schminken. En enkele artiesten oefenen nog even hun act. Er valt dus iets te zien en te horen!
» Zie: liedje 1.

Scène 2
• Pantomime
– De spreekstalmeester, de mensen van het orkest en de circusdirecteur voeren de pantomime uit. Dus ze spelen toneel zonder daarbij te spreken. Ze voeren hun rol via bewegingen uit.
– Lees voor deze activiteit het voorgaande verhaal goed door. Daar staan al een heleboel aanwijzingen in voor de pantomime.

Scène 3
• Rap
– Hier komt de rap, die later misschien meegedaan kan worden door het publiek.
– De spreekstalmeester kondigt het optreden van leeuwen en leeuwentemmers aan.
» Zie: de rap.

Scène 4
• Liedje 2: Waar is de dirigent gebleven?
– De koorddansers en koorddanseressen treden op.
– Liedje 2 wordt gezongen. Activiteit: zoeken.
» Zie: liedje 2.

Scène 5
• Rap
– De rap wordt weer uitgevoerd.
– Er is een optreden van de clowns.
» Zie: de rap.

Scène 6
• Liedje 2: Waar is de dirigent gebleven?
– De acrobaten treden op (op de mat en de trampoline).
– Liedje 2 wordt gezongen. Activiteit: zoeken.
» Zie: liedje 2.

Scène 7
• Rap & liedje 3: Ik ben de grote goochelaar.
– De rap wordt weer ten gehore gebracht.
– De goochelaars gaan optreden.
– Liedje 3 wordt gezongen.
– Tijdens dit optreden komt de aap uit de mouw! Hier komt dus de zelfbedachte oplossing van de kinderen aan de orde. (Zie: Startactiviteiten, stap 4: mogelijke verhaallijn.)
» Zie: de rap.
» Zie: liedje 3.

Scène 8
• Rap
– Nu volgt voor de laatste keer de rap.
– En dan… een vrolijk muziekje bij de finale met alle artiesten.
Tip. Als u de muziek twee of drie keer op de pauzestand zet, dan ontstaat er telkens een tableau vivant! Dit zal het publiek ook zeker waarderen, want dit is enorm handig voor mensen die foto’s willen maken. En dat zijn er een heleboel!
» Zie: de rap.

Regieaanwijzingen

Om het spektakelstuk goed voor te bereiden, moet gedacht worden aan een periode van ongeveer vier weken.

Week 1
– De eerste week is voor het introduceren van het thema in uw groep en voor het inventariseren van de mogelijkheden.
– En deze eerste week is ook meteen een goed moment om al de benodigde attributen te gaan verzamelen.

Week 2
– In de tweede week (misschien wel aan het eind van de eerste week) kunnen de leerlingen eerst gaan experimenteren met het thema in de hoeken. (Zie: Startactiviteiten, stap 2: circushoek.)
– Door kringgesprekken en korte voorstellingen kunnen de leerlingen een idee krijgen van wat er mogelijk is.
– Hierna kunnen met elkaar besluiten worden genomen: welke acts gaan er opgevoerd worden?
– Daarna worden de rollen verdeeld.
– En er kan een begin worden gemaakt met het instuderen van de liedjes.

Week 3
– In de derde week kunt u – met de groepjes die gevormd zijn – gaan oefenen.
– U kunt de muziek die u nodig hebt bij de acts natuurlijk zelf uitzoeken. Maar het is ook ontzettend leuk om dit met de kinderen samen te doen. Laat ze eens luisteren naar een paar stukjes muziek en vraag dan wat ze mooi vinden passen bij de leeuwenact, de koorddansers en de clowns.
– U gaat in deze fase ook verder met het instuderen van de liedjes.
– En als het circus een orkestje heeft, dan gaan de kinderen van dit orkestje oefenen met een (eventueel zelfgemaakt) instrument.
– Eventueel maakt u ook kleding en/of attributen met de leerlingen. Het is handig om hier een knutselochtend met ouders voor te organiseren.
– Als u de voorstelling voor de ouders opvoert, dan krijgen die deze week ook een uitnodiging. Laat het de ouders op tijd weten! Vermeld er ook bij welke kleur kleding de leerling zal dragen. (Zie: Aanwijzingen voor decor, attributen en kleding, paragraaf Kleding.)
– Het is leuk als de kinderen de uitnodigingen zelf maken. Dit geldt ook voor de affiches, die we gaan ophangen om het circusspektakelstuk aan te kondigen. En denk ook aan het maken van de toegangsbewijzen!
– Regel ouders (en/of klassenassistenten, stagiair(e)s) voor taken als: het bedienen van het geluid, de belichting (spotjes!), hulp bij het verkleden en schminken, het klaarzetten van de attributen en (waar nodig) een extra helpende hand voor de kinderen.

Aanwijzingen voor decor, attributen en kleding

De mogelijkheden van het decor hangen natuurlijk sterk af van de ruimte die u ter beschikking hebt:
– Bij de ingang voor de toeschouwers is het leuk als ze door een gordijn naar binnen moeten.
– Een piste maakt u door de ruimte in het midden af te bakenen met kratjes en/of banken.
– Een gordijn, waardoor de artiesten op- en afgaan, maakt de ruimte tot een echt circus.
– Naast dat gordijn kan wellicht een grote spiegel (met lampjes eromheen) worden geplaatst. Dat is dan de ruimte waar “geschminkt” kan worden.
– Als bijvoorbeeld opgetreden wordt in de gymzaal en u wilt niet dat het klauterraam zichtbaar is, dan kunt u effen, liefst donkere kleden of gordijnen ophangen. Hierachter zouden de kinderen kunnen zitten, als ze wachten tot ze aan de beurt zijn voor hun act. Voor kleuters is het handiger als ze op banken bij het podium kunnen zitten, zodat ze de voorstelling kunnen zien en de leerkracht iedereen in de gaten kan houden.
– Ter versiering kunt u een paar grote trossen ballonnen in de zaal ophangen.

Decor

De mogelijkheden van het decor hangen natuurlijk sterk af van de ruimte die u ter beschikking hebt:
– Bij de ingang voor de toeschouwers is het leuk als ze door een gordijn naar binnen moeten.
– Een piste maakt u door de ruimte in het midden af te bakenen met kratjes en/of banken.
– Een gordijn, waardoor de artiesten op- en afgaan, maakt de ruimte tot een echt circus.
– Naast dat gordijn kan wellicht een grote spiegel (met lampjes eromheen) worden geplaatst. Dat is dan de ruimte waar “geschminkt” kan worden.
– Als bijvoorbeeld opgetreden wordt in de gymzaal en u wilt niet dat het klauterraam zichtbaar is, dan kunt u effen, liefst donkere kleden of gordijnen ophangen. Hierachter zouden de kinderen kunnen zitten, als ze wachten tot ze aan de beurt zijn voor hun act. Voor kleuters is het handiger als ze op banken bij het podium kunnen zitten, zodat ze de voorstelling kunnen zien en de leerkracht iedereen in de gaten kan houden.
– Ter versiering kunt u een paar grote trossen ballonnen in de zaal ophangen.

Attributen

– Het is handig als u iemand hebt, die ervoor zorgt dat alle attributen klaarstaan of -liggen en die – indien nodig – spullen weg kan halen en klaar kan zetten voor een volgende act. Als het mogelijk is, kan dit ook door kinderen gedaan worden. Oefen dit wel goed, zodat alles soepel verloopt.
– De rap is hierbij ook handig in te passen. Mocht het weghalen en klaarzetten van attributen een keer iets langer duren dan de bedoeling is, dan kunt u de rap een paar keer – met en door het publiek – laten herhalen.

Kleding

– Het ziet er leuk uit én het is handig als de kinderen die dezelfde act doen dezelfde kleur kleding dragen. Bijvoorbeeld in het geval van de koorddansers en de koorddanseressen dragen de meisjes roze en de jongens rode kleding. Het maakt dan niet veel uit of ze een rokje, balletpakje of broek aan hebben. “Extra’s” – zoals een roze paraplu of diadeem voor de meisjes en een rode zonnebril of hoed voor de jongens zijn natuurlijk ook altijd leuk.
– Het dragen van dezelfde kleur kleding telt voor alle acts, behalve misschien voor de clowns, die alle kleuren door elkaar kunnen dragen.
– Voor de leeuwen is er natuurlijk bruine kleding, een (zelfgemaakt) masker en een staart.
– De kinderen van het orkestje dragen een blauwe of zwarte broek (of rok), met daarop een wit T–shirt (of een witte blouse).
– En voor de acrobaten is misschien een mix van geel, groen en oranje wel geschikt.

Aanwijzingen bij de liedjes

Liedje 1
In plaats van “Dames en heren” wordt bij de herhaling van het liedje bijvoorbeeld gezongen: “Jongens en meisjes”, “Vaders en moeders”, “Opa’s en oma’s” of “Dag, lieve mensen”.

Liedje 2
Na het optreden van de koorddansers en -danseressen (scène 4) en later van de acrobaten (scène 6) zoeken deze artiesten – tijdens het zingen van het liedje – op het toneel, tussen de coulissen, achter de gordijnen, enzovoort naar de verdwenen dirigent.
Als het liedje helemaal gezongen is, zorgen de kinderen dat ze op hun plekje zitten. Als u dit erg kort vindt, kunt u het liedje natuurlijk ook twee keer laten zingen.

Liedje 3
Het liedje De grote goochelaar kan meegezongen worden door alle kinderen. Als de goochelaar het wil, zou hij het refrein in zijn (of haar) eentje kunnen zingen.

Begeleiding
Het zou natuurlijk geweldig zijn, als er iemand (een leerkracht, een paar leerlingen uit een hogere bouw) de liedjes zou kunnen begeleiden op bijvoorbeeld gitaar of piano.
Tijdens het zingen is het natuurlijk ook de bedoeling, dat het circusorkest meespeelt. Dit kan met slaginstrumenten, die op school aanwezig zijn. Maar het is veel leuker om die instrumenten door de kinderen zelf te laten maken.

Overige tips

Andere acts
Andere, op te voeren acts zouden kunnen zijn:
– gewichtheffers (met nepgewichten);
– paardendressuur;
– touwtjespringen;
– trapeze;
– trampolinespringen;
– jongleren met balletjes (bordjes, diabolo’s, ringen en hoepels);
– dansen met linten. Enzovoort.

Circusmuziek
Ik noem enkele cd’s met geschikte circusmuziek:
• De cd Screamers/Marchtime van het Eastman Wind Ensemble is een cd met “klassieke” circusmuziek. Alle nummers zijn te gebruiken voor diverse circusacts.
• De cd The best of Cirque du Soleil is prachtig, maar misschien iets minder toegankelijk voor (jonge) kinderen. Diverse nummers zijn bruikbaar.
• Verschillende nummers van de cd die hoort bij het boek Bewegingsonderwijs in het speellokaal, door J. Geleijense, C. Hazelebach e.a., uitgegeven door Het Web, Netwerk rondom Bewegen, Utrecht, 1998, ISBN 90 732 1808 X. De cd is los verkrijgbaar à € 5,50 en te bestellen via: www.hetweb.nl. Diverse nummers zijn bruikbaar.
• Circusmuziek op de cd Het circus komt eraan! bij de rekenmethode Pluspunt, groep 1/2, uitgeverij Malmberg, ‘s-Hertogenbosch.
Circuskisten

Circuskisten, met daarin allerlei attributen – zoals jongleerballen, diabolo’s, linten, diverse balanceer- en jongleermaterialen, een parachute, goocheltrucs, loopklossen, cd’s met circusmuziek, enzovoort – zijn soms te huur (of te leen) bij Centra voor Kunstzinnige Vorming of bij spelotheken. Maar vaak hebben ook vakleerkrachten bewegingsonderwijs hun eigen circusmaterialen. En zij kunnen eventueel ook met de kinderen acts instuderen.

Liedje 1

Entree!

Tekst & muziek: Idtje Koppers

Dames en heren,
kom gauw naar binnen.
Want ons circus
gaat nu snel beginnen.
Bij de kassa
kunt u een kaartje kopen.
En dan mag u
zo naar binnen lopen.
Zoek maar een plek,
waar u alles goed kunt zien.
Het circus, het circus
is pret voor tien!

Klik op de afbeelding onderaan de tekst voor een grotere versie van het notenschrift van het lied.

Tekstimprovisatie

In plaats van Dames en heren kan – bij herhaling van het liedje – worden gezongen:
– Jongens en meisjes.
– Vaders en moeders.
– Opa’s en oma’s.
– Dag, lieve mensen.

De geluidsbestanden van dit lied vindt u in de lijst bovenaan dit artikel.
De melodie wordt vijf keer gespeeld.

Rap

Tekst: Idtje Koppers

Dames en heren,
geniet maar mee
van ons circus
“Hatsjekidee”!
Kom dat zien,
ja, kom dat zien!
Allemaal leuke dingen
en spannend ook misschien!
Lieve mensen,
hooggeëerd publiek,
applaus voor de artiesten
en de prachtige muziek!

Liedje 2

Waar is de dirigent gebleven?

Melodie: Waar is Jan met de bokkenwagen? (Uit: Dien Kes, Jop Pollmann & Piet Tiggers, Kinderzang en Kinderspel, deel 1, Uitgeverij De Toorts, Haarlem.)
Tekst: Idtje Koppers

F Waar is de dirigent gebleven?
C Hij is niet hier, F hij is niet daar!
C Overal goed F kijken en dan C zoeken Fmaar!

Dat is een, dat is twee, dat is drie,
dat is vier, dat is vijf, dat is zes, dat is C7 ze-e- F ven.

(En op zeven zitten alle kinderen weer op hun plaats!)

Liedje 3

De grote goochelaar

Tekst & muziek: Idtje Koppers

Refrein
Ik ben de grote goochelaar.
Sta hier met mijn kunstjes klaar.
Wat zal ik gooch’len? Zeg het maar.
Want het lukt altijd. Het is werk’lijk waar!

1
Een konijn uit een hoge hoed.
Niemand hoeft me uit te leggen hoe dat moet.
En ik tover knopen uit een touw.
Dan zeg jij: “Hoe kan dat nou?”

Refrein

2
Als ik iemand niet aardig vind,
goochel ik hem zomaar naar de maan, m’n kind.
En ik tover geld. Dat lukt me heus.
Uit je oor en uit je neus!

Refrein
Klik op de afbeelding onderaan de tekst voor een grotere versie van het notenschrift van het lied.