Enige tijd geleden kreeg ik – tijdens een nascholingsbijeenkomst Hits for kids – van een van de cursisten, Marjan, een opmerking, die me aan het denken zette. Ze zei, dat ze het liedjesrepertoire voor basisschoolleerlingen qua tekst uitstekend vond, maar qua toonhoogte “veel te hoog gegrepen”. “Zo hoog als die liedjes op de bijbehorende cd’s zijn ingezongen… Dat kan een gemiddeld basisschoolkind anno 2009 echt niet nazingen. Misschien dat de kinderen dat vroeger, vijfentwintig jaar geleden, wél konden. Maar kinderen van nu hebben een veel lagere stem!” meende ze.
Is het waar dat de kinderstem de laatste vijfentwintig jaar écht veel lager is geworden? In dit artikel wil ik de uitspraak van Marjan analyseren en suggesties aanreiken om het “probleem” op te lossen.

Einde van een traditie?

Elk jaar klinkt in de dagen voorafgaand aan Pasen de Mattheus Passion, al zo’n 275 jaar lang. In dit muziekstuk klinkt ook een kinderkoor. De heldere klank van de kinderstemmen, die boven de klank van de twee gemengde koren (mannen en vrouwen) zo’n transparante glans neerlegt, is fantastisch! Elk jaar komt de Mattheus Passion weer terug. En elk jaar zijn er weer kinderen, die de prachtige koralen zingen. Is deze traditie binnenkort ten einde, omdat de kinderstem verandert?

De kinderen in mijn klas

Twee vragen

Ik kan me voorstellen dat u zich nu de volgende twee dingen afvraagt. Vraag 1: “Wat voor kinderen zijn dat, die zo’n koraal kunnen zingen?” En vraag 2: “Zouden de kinderen in mijn klas dat ook kunnen?”

Twee antwoorden

• Het antwoord op vraag 1: het zijn doodgewone kinderen, die elke dag naar normale basisscholen gaan. Alleen: zij vinden zingen leuk en gaan één keer (of meerdere keren) per week naar een koorrepetitie. In zo’n koor worden ze getraind (veel zingen en veel stemoefeningen), waardoor ze meer stemmogelijkheden ontwikkelen. Net zoals een kind, dat turnen leuk vindt en twee keer in de week traint. Dat kind ontwikkelt meer lichaamscontrole.

• Het antwoord op vraag 2 kan gemakkelijk met “ja” worden beantwoord, mits er goed en genoeg geoefend wordt. En hier “wrikt de schoen”. Want goed oefenen vraagt om goede begeleiding van iemand, die weet hoe een stemapparaat werkt, die voor kan doen hoe het goed of fout moet klinken en die inzicht heeft in de ontwikkeling van het zingende kind.

De experts aan het woord

“De kinderen van tegenwoordig kunnen niet meer zo hoog zingen als kinderen vijfentwintig jaar geleden.” Is dat écht zo? Ik ben eens op onderzoek gegaan.
De toonhoogte van kinderstemmen heeft vooral te maken met de lengte van de stembanden. Hoe korter de stembanden zijn, hoe hoger het stemgeluid is. En hoe langer de stembanden zijn, hoe lager het stemgeluid is. Omdat de gemiddelde Nederlander steeds langer wordt, zou dat wel eens een rol kunnen spelen.
Ik heb daarom aan een logopedist voorgelegd of er zich een fysieke verandering in de stembandontwikkeling van het basisschoolkind heeft voorgedaan in de afgelopen vijfentwintig jaar, waardoor kinderen nu minder “hoog” zouden kunnen zingen. Is misschien de lengte van de stembanden toegenomen?
Het antwoord van de logopedist was een volmondig nee. De toonhoogte van de kinderstem anno 2009 is dus géén gevolg van een fysieke mutatie.
Ik legde mijn dilemma ook voor aan een dirigent van een kinderkoor (zo’n koor, waarvan de kinderen elk jaar de Mattheus Passion meezingen). En ook hij bezwoer me, dat hij niets aan veranderingen in de stemmogelijkheden van “zijn kinderen” had gemerkt.

Een geluidsopname van de klas

Tóch hoorde ik de opmerking van “die te hoge kinderliedjes” meerdere keren terugkomen. Het zat me niet lekker. En het vermoeden werd steeds sterker, dat er tóch wel een kern van waarheid aan ten grondslag moest liggen. Daarom ben ik ook nog naar juf Marjan zelf gegaan.

Eerste bevindingen

Marjan is leerkracht van groep 7. Ik vertelde haar de mening van de experts. Marjan herkende haar situatie daarin niet terug. Wat nu?
Ik stelde haar voor om eens samen het repertoire, het aanleren en de manier van zingen door te nemen. Samen verdiepten we ons in “het zingen” van haar groep. En we kwamen tot de volgende bevindingen.

• Repertoire
Opvallend was, dat het repertoire dat Marjan gebruikte niet echt basisschoolrepertoire was. Het bestond voor 90 procent uit actuele popmuziek (liedjes van Nick & Simon, Amy McDonald, Mika, enzovoort).

• Aanleren
Meestal leerde Marjan de liedjes op de volgende manier aan: ze haalde de tekst van het internet en projecteerde die vervolgens op het interactieve schoolbord.

• Zingen
Vervolgens liet ze de leerlingen meezingen met de cd (MP3). Dat deed ze twee à drie keer, waarna ze vervolgens een eerder aangeleerd liedje uitkoos. Ook dit liedje werd afgespeeld, waarbij de leerlingen meezongen. Deze zingactiviteit deed ze elke week, aan het eind van de dinsdagmiddag. En meestal lukte dat wel.
Ik vroeg Marjan om eens een opname te maken van haar zingende groep op zo’n dinsdagmiddag. Dat heeft ze gedaan. En samen hebben we kritisch geluisterd naar het resultaat. Marjan was aanvankelijk heel tevreden over het plezier, dat haar groep aan de activiteit beleefde. Maar toen ze nogmaals kritisch de opnamen beluisterde, was ze toch weinig tevreden over het “klinkende resultaat”.
Samen hebben we boven tafel proberen te krijgen hoe het kwam dat het “niet lekker klonk”. Er bleken drie fasen te zijn binnen de zingactiviteit:
– de manier van aanleren;
– het repertoire;
– het zingen zelf.
En deze drie fasen hebben we eens tegen het licht gehouden. Hierna volgen onze conclusies.

Conclusies per fase

• De manier van aanleren
Leerlingen kunnen natuurlijk meezingen met professionele zangers op cd’s. Maar heb niet de illusie, dat de leerlingen dat kunnen! Popzangers hebben volwassen en geschoolde stemmen. Zo’n stem beschikt zeker over een omvang – van de laagste tot de hoogste toon – van twee tot drie octaven, terwijl een basisschoolleerling hooguit over anderhalf octaaf beschikt. Met name de laagte van een volwassen stem ontbreekt bij kinderen. Die “laagte” komt pas bij de mutatie, de “baard in de keel”.

• Het repertoire
Popmuziek is heel fijne muziek om naar te luisteren. Maar het is een hele opgave om het écht goed te zingen! De liedjes zijn geraffineerd geschreven, voor geschoolde stemmen. Of zoals in het geval van Amy McDonald: voor een heel typische stem.
Dat kunnen leerlingen niet zonder hun stemmen te forceren. Ze hebben daar de fysieke mogelijkheden en de techniek niet voor in huis. (Hoewel er natuurlijk altijd uitzonderingen zijn!) Daarnaast is de tekstinhoud van het poprepertoire vaak niet afgestemd op een basisschoolleerling.

• Het zingen zelf
Zingen is heerlijk om te doen. En een beetje zangtechniek staat garant voor nog veel meer zang-/musiceerplezier, omdat daardoor het resultaat sterk kan worden verbeterd. Maar… een liedje dat wordt gezongen, moet wél binnen het stembereik van de leerlingen liggen. Het stembereik– en daarmee wordt bedoeld: goed zingbaar van de laagste tot de hoogste noot – van een basisschoolleerling is ongeveer:

27-03-05-01
Marjan zong met haar klas het liedje Grace Kelly, van Mika. De omvang van dit lied is:

27-03-05-02
In de notaties hierboven is duidelijk te zien, dat het liedje van Mika een te grote omvang heeft en dus niet goed door alle kinderen in de klas kan worden gezongen. Hun stembanden kunnen dit bereik eenvoudigweg niet aan!

Verbeteren van de zangkwaliteit

Vijf aandachtspunten

Iedereen die wel eens een koorrepetitie heeft meegemaakt, weet dat – voorafgaand aan de repetitie – de stemmen even losgemaakt moeten worden (warming-up). Inzingen heet dat in het jargon. Eigenlijk is dit inzingen helemaal niet zo moeilijk. Maar het gevolg is er meteen: de zangkwaliteit knapt er direct van op!
Waar moet u als leerkracht op letten? De volgende vijf aandachtspunten hebben direct te maken met het stemgebruik. En daarmee ook met “goed zingen”:
1 Houding
2 Ademhaling
3 Resonans
4 Articulatie
5 Stembanden

Uitwerking van een voorbeeld

Als voorbeeld zal ik – aan de hand van het bekende lied (traditional) Old Mac Donald had a farm deze vijf aandachtspunten uitwerken. De uitwerking moet gezien worden als een soort van “inzingen”. Juf Marjan is ook op deze manier twee weken lang haar “zingactiviteit” gestart.

Old Mac Donald had a farm, i-a-i-a-o.
And on that farm he had some chicks, i-a-i-a-o.
With a chick-chick here and a chick-chick there,
here a chick, there a chick,
everywhere a chick-chick.
Old Mac Donald ha a farm, i-a-i-a-o.

1 Werken aan houding
Laat de kinderen kaarsrecht gaan staan. Ze zijn de vogelverschrikkers, in het veld van Old Mac Donald. Oefeningen:
– De vogelverschrikkers spreiden hun armen en buigen langzaam van links naar rechts en van voor naar achter.
– Ook draaien ze kleine rondjes met hun romp (vanuit het bekken).
– Ze jagen de vogels weg, door hun schouders naar boven en beneden te doen.
– Ook proberen de vogelverschrikkers om vogels, die op hun armen zijn gaan zitten, weg te jagen, door met hun hoofd (vanuit de nek) naar hun arm te bewegen.
– Soms gaat er een vliegje op de neus van de vogelverschrikkers zitten. Door met de neus te bewegen, proberen ze die vlieg dan weg te krijgen. (Hierdoor worden de aangezichtsspieren geactiveerd.)

27-03-05-03
2 Werken aan ademhaling
Opmerking. Pas bij dit onderdeel op, dat kinderen niet gaan hyperventileren! Maak deze activiteit daarom niet te lang!
Oefeningen:
– Old Mac Donald loopt langs zijn weiland en ziet daar een mooie, rode bloem staan. Hij buigt zich naar voren en ruikt aan de bloem. “Wat ruikt ie lekker! Ruik nóg maar eens!”
– Vervolgens plukt Old Mac Donald een blaasbloem. Er zitten zeven blaadjes aan. En dat betekent, dat hij – om een wens te kunnen doen – in zeven, korte ademstootjes alle pluisjes moet hebben weggeblazen. Old Mac Donald haalt diep adem en in zeven ademstootjes blaast hij alle pluisjes weg. In zijn hoofd doet hij een wens.

3 Werken aan resonans
Onder resonans worden verstaan: alle ruimtes, die meetrillen met de stembanden en zo de trillingen versterken. (Bijvoorbeeld: voorhoofdsholte en borstbeen.) Zoals de klankkast van een gitaar de trillingen van de snaren versterkt. Oefeningen:
– Met name de zzzz-klanken, de nngg-klanken en de mmm-klanken zijn uitermate geschikt om de resonansruimtes te activeren.
– Old Mac Donald heeft op zijn “farm” ook een bij: bee. Zing het lied eens als een echte bij, door het lied helemaal te zoemen.
– Ook het neuriën van het liedje is een goede resonansoefening. Dus laat Old Mac Donald het liedje eens voor zich uit neuriën, als hij lui op z’n schommelstoel op de veranda zit.

4 Werken aan articulatie
Bij articulatie zijn het de aangezichtsspieren, de mondspieren (onder andere tong en lippen) en de mondstand, die worden getraind. In het liedje is het heel makkelijk om de moeilijkste dierengeluiden (klanken, die dieren maken) op te nemen, die – om goed geproduceerd te worden – veel inspanning qua articulatie vragen. Oefeningen:
– Denk bijvoorbeeld aan: a bird, waarbij de leerlingen tjilp als geluid zingen.
– Denk aan: a saw, met het bijpassende frrrr-geluid.
– Of denk aan: a well, met het blub-geluid.
Maar er zijn natuurlijk nog veel meer moeilijke dierengeluiden te bedenken. Voordat het lied gezongen wordt, kunt u een aantal geluiden even los oefenen (articulatieoefening). Dat kan bijvoorbeeld door een klein stukje toonladder te nemen:

27-03-05-04
Zing dit melodietje eens met een tjilp-, frrrr- of blub-geluid:

27-03-05-05

Het wordt veel moeilijker, als de woorden twee keer zo snel moeten worden gezongen:

27-03-05-06
5 Werken aan stembanden
Er kan prima aan de stembanden worden gewerkt door de volgende oefening uit te voeren. Haal een fragment uit het liedje. (Bijvoorbeeld: i-a-i-a-o.) En in dit fragment laat u dan met de toonhoogte variëren. Het liedfragment kan steeds een toontje hoger worden gezongen. Zing het fragment voor en laat de kinderen het daarna nazingen. Een voorbeeld:

27-03-05-07

Tot slot

Zingen is fijn om te doen. Het lichaam maakt tijdens het zingen het stofje endorfine aan. En dat geeft een geluksgevoel. Als er goed wordt gezongen, krijgen de kinderen daarbij ook nog eens een muzikale bevestiging van hun eigen kunnen, wat goed is voor het zelfrespect.
En de klas van juf Marjan? In de opname, die ze twee weken later van haar groep maakte, leek het net of ik een andere, zingende klas hoorde. Door even wat kleine oefeningen te doen en door wat wijzigingen aan te brengen in de aanpak van het aanleren, hebben Marjan en haar klas een enorme stap gezet op het gebied van het zingen.
Maar… voor de Mattheus Passion is het niveau nog niet behaald. Dat vraagt nog wel even wat meer natuurlijk
Ik wens u veel succes en plezier met het verbeteren van de zangkwaliteit van uw groep!