Deze keer gaat de column over scheidings- en verlatingsangst bij het binnenkomen van de basisschool.

In de klas

“Mee, mama, Tim met mama mee.” Tim springt op van zijn stoeltje en rent huilend achter zijn moeder aan, die naar de deur van het lokaal loopt. Hij grijpt zijn moeder bij haar bloes vast.
“Nee, Tim. Mama gaat naar huis en jij blijft bij juf Liesbeth en gaat lekker met de andere kinderen spelen. Mama komt jou aan het einde van de ochtend weer halen.”
De moeder van Tim probeert zich los te maken. Juf Liesbeth komt er al aangelopen om Tim van moeder over te nemen. “Kom maar, Tim. Jij mag even bij mij zitten,” zegt ze op een rustige toon tegen Tim. Ze pakt hem bij de hand en neemt hem mee naar haar stoel, die ook in de kring staat.
Tim probeert zich los te trekken om achter zijn moeder aan te gaan, die het lokaal uitgaat. Ze kijkt nog één keer achterom en zwaait naar Tim. “Tot straks.”
Tim is inmiddels steeds harder gaan huilen. Juf Liesbeth tilt hem op en zet hem op haar schoot. Ze wrijft Tim over zijn ruggetje. Zijn huilen wordt al wat zachter. “Straks mag je weer met de auto’s op het verkeerskleed spelen,” zegt ze. “Dat vind jij toch altijd zo leuk?”
Tim knikt voorzichtig. Hij snikt nog een beetje.
“Met wie wil jij dan op het verkeerskleed spelen?’”
Tim kijkt om zich heen en wijst naar Angelo.
“Wil je met Angelo spelen?”
Tim knikt. Hij is inmiddels gestopt met huilen.
“Goed, gaan we dat straks aan Angelo vragen, maar eerst gaat de juf in de kring iets vertellen en gaan we liedjes zingen. Wil je weer op je eigen stoeltje gaan zitten of blijf je nog even bij mij?”
Tim drukt zich tegen juf Liesbeth aan.
“Oké, dan mag je nog even bij mij blijven zitten. Maar als we gaan zingen, ga je weer op je eigen stoeltje zitten. Is dat goed?”
Tim knikt.
“Goed, afgesproken, dan doen we dat zo.”

Achtergrond

Tim zit sinds ruim twee weken in groep 1 van de basisschool. Tim is enig kind en is zes weken te vroeg geboren. Na zijn geboorte heeft hij een aantal weken in het ziekenhuis gelegen en ook later is hij nog twee keer in het ziekenhuis opgenomen geweest. Tijdens de eerste schoolweek bleek dat Tim er veel moeite mee had om afscheid van zijn moeder te nemen. Hij huilde hard als ze weg wilde gaan en liep achter haar aan. Moeder vond het daardoor ook moeilijk om afscheid te nemen. Zij troostte Tim, maar wanneer hij rustig geworden was en zij weer wilde weggaan, begon alles weer opnieuw. Het lukte moeder daardoor niet om naar huis te gaan. Iedere keer liep zij terug het lokaal in of bleef voor het raam staan kijken. Als moeder uiteindelijk naar huis gegaan was, bleef de leerkracht achter met een Tim die helemaal overstuur was en een groep kinderen die door het voorval met Tim ook onrustig was geworden.
De leerkracht bespreekt deze situatie met de interne begeleider. Samen besluiten zij een plan te maken om de beginperiode op school voor Tim zo goed mogelijk te laten verlopen en heldere afspraken te maken rond het afscheid nemen. Vervolgens maakt de leerkracht een afspraak met de ouders om dit te bespreken.

Plan van aanpak

Bij de bespreking van dit plan vertelt de leerkracht de ouders dat het normaal is, wanneer kinderen het in hun eerste periode op school moeilijk vinden om afscheid te nemen. Vaak gaat dit na een paar dagen al beter. Sommige kinderen hebben hier wat hulp bij nodig. Belangrijk is dat ouders en leerkracht hierbij op dezelfde wijze met het kind omgaan.
De leerkracht stelt voor om samen een vast afscheidsritueel te bedenken. Samen spreken zij af dat moeder ruim op tijd met Tim naar school komt, zodat zij hem in de kring nog even een boekje kan voorlezen. Wanneer dat boekje uit is, neemt moeder afscheid en gaat ze naar huis. Als Tim daartegen protesteert, vertelt moeder hem duidelijk dat zij naar huis gaat en dat Tim op school blijft, maar dat zij Tim aan het einde van de ochtend weer komt halen. De leerkracht neemt daarna Tim van moeder over om hem te troosten. Moeder zwaait dan nog één keer en gaat vervolgens naar huis. Hierdoor weet Tim precies waar hij aan toe is.

Hierna legt de leerkracht aan de ouders uit, dat zij bij de inrichting van de klas gezorgd heeft voor zoveel mogelijk structuur. Zo zijn er vaste plekken gemaakt voor de verschillende activiteiten; er is een huishoek en een bouwhoek, een verkeerskleed en een lees-en-luisterhoek. Iedere tafel heeft een eigen kleur.
De activiteiten die aan de tafels plaatsvinden, hebben ook een vaste plek. Zo vinden de knutselactiviteiten altijd aan de gele tafel plaats, terwijl aan de rode tafel puzzels gemaakt kunnen worden. Verder zijn er op een goed zichtbare plek in de klas dagritmekaarten opgehangen. De leerkracht vertelt dat zij de activiteiten die op deze kaarten afgebeeld staan, dagelijks met de kinderen bespreekt. Zo weten de kinderen precies wat ze die dag op school gaan doen. Dit geeft hen houvast. Door het bieden van structuur en houvast wordt een veilige omgeving gecreëerd.

Vervolgens vertelt de leerkracht wat zij nog meer zal doen om ervoor te zorgen dat Tim zich in de klas bij haar en zijn klasgenoten veilig gaat voelen. Wanneer Tim zich veilig voelt in de klas, zal het afscheid nemen makkelijker voor hem worden. Zij zal Tim laten merken dat hij welkom is in de klas door goed te kijken naar de behoeften van Tim en daarop in te spelen. De leerkracht vertelt dat zij ook steeds duidelijk zal zeggen wat er gaat gebeuren en wat zij van Tim verwacht. Hierdoor wordt zij voorspelbaar voor Tim. Als er nieuwe situaties zijn – zoals een spelles in het speellokaal –, zal zij Tim daarop voorbereiden, zodat hij weet waar hij naartoe gaat en wat er gaat gebeuren. Ook zal zij contacten met andere kinderen stimuleren.
Als moeder Tim uit school komt halen, zal de leerkracht kort vertellen, hoe de dag verlopen is. Als er thuis bijzonderheden zijn, zullen de ouders de leerkracht daarvan op de hoogte stellen.
De ouders stemmen met dit plan in. De leerkracht en de ouders spreken af dat zij nog een keer bij elkaar komen, als Tim zes weken op school is. Zij zullen het plan dan evalueren. Vanaf de volgende schooldag houden ouders en leerkracht zich aan de afspraken uit dit plan.

Toekomst

Tim is nu ruim twee weken op school en hoewel hij het afscheid nemen nog steeds moeilijk vindt, voelt hij zich veilig bij zijn leerkracht. Hierdoor lukt het haar om Tim redelijk snel na het vertrek van moeder te troosten. Ook heeft hij al een voorkeur voor een bepaald spel en heeft hij een jongetje gevonden met wie hij graag speelt. De leerkracht en moeder hebben dagelijks even contact en hebben allebei het gevoel dat het iedere dag een beetje beter gaat.

Toelichting vanuit de theorie

Als kinderen op de wereld komen, zijn ze volkomen afhankelijk van de zorg door volwassenen. Wanneer de volwassenen in de omgeving van het kind op de juiste wijze reageren op de behoeften van het kind en aanvoelen wat het op dat moment nodig heeft, zal het kind zich veilig en welkom voelen in deze wereld. Het ontwikkelt dan vertrouwen in andere mensen.
Ongeveer vanaf drie maanden zal het kind zijn vaste verzorger(s) gaan herkennen en in de eenkennigheidfase – zo rond 8-9 maanden – zal het zich alleen op zijn gemak voelen bij zijn vaste verzorger(s).
Als het kind ongeveer een jaar oud is, zal het zich motorisch zo ver ontwikkeld hebben, dat het zich steeds verder van de vaste verzorger af kan bewegen. Het gaat zich losmaken van de hechtingspersoon, maar dat losmaken roept ook scheidingsangst op. Het kind zal zijn vaste verzorger(s) weer opzoeken. Het is als een schip dat uitvaart, maar steeds in de veilige haven terugkeert. Als de vaste verzorger(s) oog hebben voor de behoeften van het kind, zal een kind deze stadia goed doorlopen en zo een zelfstandige persoon worden en uiteindelijk een eigen identiteit ontwikkelen.

Een kind zal zich in eerste instantie aan zijn ouders hechten, maar ook aan broertjes en zusjes, opa en oma. Wanneer het kind zich veilig gehecht heeft – dat wil zeggen dat het kind het hechtingsproces in de thuissituatie goed doorlopen heeft en zelfvertrouwen ontwikkeld heeft –, zal het zich in nieuwe situaties sneller hechten aan nieuwe hechtingspersonen. Zulke nieuwe situaties zijn bv. het kinderdagverblijf, de peuterspeelzaal en de basisschool. Hoewel een kind het primaire hechtingsproces dan al doorlopen heeft, zal het in iedere nieuwe situatie opnieuw door alle fases van het hechtingsproces heen moeten. De situatie is vreemd en het kind zal in eerste instantie terugvallen op de persoon of personen aan wie hij al gehecht is, vrijwel altijd de ouders.
Een kind dat voor het eerst naar de basisschool gaat, begrijpt al veel meer dan een pasgeboren baby. Ook dat heeft natuurlijk invloed op de snelheid waarmee een kind zich hecht, maar ook het karakter van het kind zelf speelt hierbij uiteraard een rol. Een verlegen, teruggetrokken kind zal er langer over doen dan een kind dat uit zichzelf makkelijk contacten maakt. Wanneer een kind in zijn eerste levensjaren een tijdje gescheiden is geweest van zijn vaste verzorger(s), bv. door een ziekenhuisopname, heeft dat ook invloed op de snelheid waarmee het zich aan nieuwe personen hecht.
Het is altijd belangrijk dat een kind de kans krijgt een nieuw hechtingsproces goed te doorlopen. In de eerste fase moet een kind zich welkom voelen bij de dan nog onbekende personen in de nieuwe situatie. De personen en gebeurtenissen om hem heen moeten voorspelbaar zijn. Al snel zal een vierjarige zijn eigen leerkracht gaan herkennen en zal de leerkracht zien welke behoeften het kind heeft. Er kan dan een wisselwerking ontstaan, waarbij het gedrag van beiden voorspelbaar en betrouwbaar wordt.
Vervolgens zal het kind zich ook weer los gaan maken van de leerkracht en zelf op onderzoek uitgaan in het klaslokaal, het speelplein en de andere ruimten van de school en daarbij contact maken met andere kinderen. Ook met andere kinderen kan het een hechtingsrelatie aangaan. Daarbij zal de eigen leerkracht nog een tijd functioneren als het veilige baken, waar het kind naar kan terugkeren. Uiteraard zal de hechtingsrelatie van het kind met de leerkracht en de andere kinderen minder diepgaand en langdurig zijn dan die met de ouders. Maar voor zijn ontwikkeling is het essentieel dat het kind de kans krijgt in verschillende situaties een relatie aan te gaan met personen die op dat moment een rol spelen in zijn leven. Zo wordt het in staat gesteld zelfvertrouwen op te bouwen.

Praktische tips

– Bespreek met ouder(s) een vast afscheidsritueel.
– Laat een kind merken dat het welkom is.
– Observeer het kind goed om inzicht te krijgen in zijn behoeften.
– Speel op de behoeften van het kind in.
– Wees voorspelbaar voor het kind.
– Zorg voor vaste plekken waar bepaalde activiteiten plaatsvinden.
– Zorg voor een vast dagritme, maak dat visueel en bespreek het met de kinderen.
– Herhaal zo nodig het dagritme.
– Bereid het kind voor op nieuwe situaties, zoals een spelles in het speellokaal.
– Stimuleer contacten met andere kinderen.
– Houd ouders op de hoogte van het verloop van de schooldag.
– Spreek met ouders af dat zij de leerkracht op de hoogte brengen van eventuele bijzonderheden die zich thuis voordoen.
– Bespreek met ouders de mogelijkheden om eventueel professionele hulp in te schakelen, wanneer er geen verbetering zichtbaar is en het kind zich niet veilig gaat voelen op school.