Praktijkverhaal over de Openbare Jenaplanbasisschool De Regenboog in Almere, die met gastdocenten een gevarieerd en uitdagend aanbod verzorgt voor meer-begaafde kinderen.

Bestanden

Klik op de naam van het bestand om het te openen.

Artikel
Uitbreidingen

Algemene informatie

Opzet van het project
De bedoeling van dit project is om gedurende zes middagen de belangrijkste thema’s rond Oud-Egypte aan bod te laten komen. Dit gebeurt in de vorm van een korte introductie per thema, met bijbehorende opdrachten die individueel (maar liever in tweetallen) uitgevoerd kunnen worden.

De opdrachten worden aangeboden op Themabladen (T1 t/m T8), op Werkkaarten (W1 t/m W5) en op Extra kopieerbladen (E1 t/m E5).

 

ZELFONTDEKKEND LEREN

De opdrachten worden beschouwd als ‘huiswerk’, want er mag ook thuis aan gewerkt worden. Maar indien de kinderen onder schooltijd aan verwerken toekomen, dan gaat dat vóór.
Na de startthema’s van week 1 komen er wekelijks nog een of twee thema’s bij (zie: overzicht), zodat er volop keuzemogelijkheden zijn en er voortdurend verder gewerkt kan worden.
Per themablad worden meerdere vragen (Zoeken en verwerken) en doe-opdrachten (Maken en doen) omschreven. Deze hoeven uiteraard niet allemaal gemaakt of gedaan te worden: er wordt een keuze uit gemaakt, het zijn verwerkingssuggesties. De kinderen zijn uitstekend in staat om hieruit zelf te kiezen.

De werkwijze wordt voor de kinderen toegelicht op het blad ‘Afspraken’. Dit blad neemt u door met de kinderen, vóórdat zij in week 1 zelfstandig aan het werk gaan. En daar gaat het tenslotte steeds om: zelfstandig werken, zelfontdekkend leren.

Inhoud
Hieronder vindt u onder meer:
– suggesties bij de introductie van het project;
– afspraken over de manier van werken (blad: ‘Afspraken’);
– globale inhoud van de eerste les, de eerste aanbieding;
– overzicht van alle thema’s en opdrachtbladen;
– een mogelijke planning voor zes weken;
– per Themablad, Werkkaart en Extra kopieerblad waar nodig een korte toelichting met suggesties
en/of aandachtspunten;
– geschikte boeken voor de kinderen (een greep);
– enkele geschikte websites; deze worden vaak al op de opdrachtbladen vermeld;
– suggesties voor een excursie.

 

OPMERKING

Over Oud-Egypte is heel veel materiaal beschikbaar, in boekvorm en op internet. Een deel van de inhoud van dit project is ontstaan uit het handige ‘Projectweekpakket Egypte’ van het RMO, het Rijksmuseum van Oudheden te Leiden, maar naar eigen inzichten bruikbaar gemaakt, zodat zelfontdekkend leren optimaal in de opdrachten verwerkt kon worden.
Dit projectweekpakket is gratis te downloaden op www.rmo.nl/egyptepakket.
Het ‘Museon’ in Den Haag heeft een mooie digitale les over Oud-Egypte. Zie www.museon.nl of googel op: ‘Museon verrijkingsstof Egypte’.

Introductie

U kunt het thema op verschillende manieren introduceren. Bijvoorbeeld:

1. Laat de kinderen in trefwoorden noteren wat zij al weten over Oud-Egypte. Computergames, films en bijvoorbeeld de populaire boeken over ‘Dummie de mummie’ van Tosca Menten (Uitgeverij Van Goor) bieden genoeg aanknopingspunten voor eerste inventarisatie en een gesprek.

2. Start met een voorwerp (souvenir), een foto, enkele informatieve boeken, een filmpje, of met de PowerPointpresentatie van het Rijksmuseum van Oudheden (RMO) – gratis te downloaden:www.rmo.nl/egyptepakket – klik op ‘Digibordles bovenbouw’, of: www.rmo.nl/collectie.
3. Maak op het digibord een indrukwekkende ‘rondvlucht’ boven de piramides van Gizeh viawww.airpano.ru/files/Egypt-Cairo-Pyramids/2-2. Wat ontdek je? Zie je de grote sfinx?

Het onderwerp is duidelijk: Oud-Egypte. Uit de reacties van de kinderen kunnen ongetwijfeld de volgende thema’s afgeleid worden:
– piramides en tempels
– Egyptische goden
– farao’s/Toetanchamon
– mummies
– hiërogliefen
– manier van afbeelden (oud-Egyptische stijl)

Werkwijze

Licht de werkwijze voor de komende weken toe. Hierbij komen de volgende punten aan bod:

– Per keer (per middag) worden er 1 of 2 thema’s aangeboden.
– Ik vertel daar heel kort iets over, dan weet je waarover het ongeveer gaat.
– Je kiest een thema. Daarna gaan jullie in tweetallen zelfstandig aan het werk.
– Dat kun je doen a.d.h.v. de opdrachten op Themabladen en Werkkaarten.
– Op de Themabladen zie je wat je moet doen. Er zijn:
a. zoekopdrachten: zoek informatie en schrijf daar samen een verslagje over;
b. doe-opdrachten: zoek informatie en knutsel er dan iets over.

– Op de Themabladen staan vaak trefwoorden schuingedrukt. Die woorden kun je googelen.
Soms staan er ook websites genoemd. Zo kun je veel informatie vinden op internet. Of in de
boeken die je hier ziet. (Er staat een kratje met boeken klaar!).
– Je hoeft natuurlijk niet alles van een Themablad te doen, maar kies er een paar dingen uit die
je interessant vindt en waarover je iets wilt schrijven of knutselen.
– Op het Afsprakenblad zie je wat precies de bedoeling is. We nemen dat straks samen even door.
– De Werkkaarten W1 t/m W5 geven nog wat extra activiteiten, net als de extra Kopieerbladen E1
t/m E5.
– Je kunt straks meteen al kiezen uit de volgende twee thema’s: T1 … en T2 … (naar uw keuze).
– Na afloop van de les ben je natuurlijk nog niet klaar met je opdracht. Werk eraan op elk
moment dat je er tijd voor hebt. Je mag er ook thuis aan werken.
– Na een paar weken heb je in elk geval klaar:
a. een schriftelijk verslag, een werkstukje – dat werk je uit op de computer;
b. een knutselwerkstukje.

– Alle ‘spelregels’ vind je op de Themabladen en de Werkkaarten. En op het Afsprakenblad.

 

AFSPRAKENBLAD

Dit blad kunt u compleet overnemen, maar het kan natuurlijk ook worden aangepast aan uw eigen wensen, mogelijkheden en manieren van werken op school. U neemt dit blad met de kinderen door, vóórdat ze straks zelfstandig aan het werk gaan.

Overzicht van opdrachten en werkbladen

PLANNING: EEN VOORBEELD

We gaan in dit voorbeeld uit van een ‘looptijd’ van 6 weken voor het totale project = 6 middagen.
De verdeling van de thema’s over de weken die u ter beschikking heeft, kunt u zelf kiezen. Uitgaande van 6 weken is de volgende planning aan te bevelen: week 1: 2 thema’s; week 2: 2 thema’s; week 3: 1 thema; week 4: 1 thema. Daarna uitloop en voorbereiding op de afsluiting van het project. In week 6 is eventueel een excursie mogelijk. Hierover verderop meer.

 

START VAN DE ACTIVITEITEN [WEEK 1 EN 2]

Na de introductie (zie hierboven) is het onderwerp duidelijk: Oud-Egypte. Van belang is nu dat (in het kort) de volgende inhoudelijke punten aan bod komen:- een plaatsing in de tijd: wanneer was die Oudegyptische beschaving; hoe valt die periode t.o.v. ‘onze’ beschaving?
– een tijdlijn is gewenst; hierop aanduiden wanneer enkele perioden van ‘onze’ geschiedenis vielen; weten de kinderen die ook zélf te plaatsen; gebruik een strook behangrol en teken een tijdlijn over een 3-tal meters; begin met 3 millennia vóór Chr. en 2 millennia na Chr.; duid aan op deze tijdlijn: het ‘jaar’ nul, Romeinse tijd, Karel de Grote, Middeleeuwen (500-1500), Gouden Eeuw, Napoleon, W.O. 2, ‘ons’ jaar 2000; hoe valt die lange periode van de OE-geschiedenis in te delen?
– nodig is een globale indeling van de chronologie van de Oud-Egyptische beschaving; deze is in veel boeken over Oud-Egypte te vinden, of te downloaden van internet; geef de kinderen een kopie;
– aan de orde komen: het begrip ‘dynastieën’ (30), de vereniging van Onder- en Boven-Egypte onder farao Djoser (rode kroon + witte kroon = dubbele kroon); Oude Rijk, Middenrijk, Nieuwe Rijk, Grieks-Romeinse Periode en enkele bekende farao’s;
– nodig is ook een kaartje van Oud-Egypte, waarop de belangrijkste ‘sites’ staan aangegeven; maak hiervan eveneens een kopie voor de kinderen;
– met de kinderen kan gesproken worden over vragen naar het ontstaan van een beschaving, wat is ‘een beschaving’, over het ontstaan van een geloof, een godenrijk, over leven na de dood; dergelijke vragen kunnen zelfs een ‘filosofisch’ karakter krijgen;
– idem: voorwaarden voor een beschaving [ het belang van een krachtig bestuur, een gezamenlijk doel en geloof, een ‘schrift’ (om bijv. wetten vast te leggen), e.d. ].NB Uiteraard kunnen niet al deze punten aan bod komen. De tijdbalk, het ontstaan van een beschaving vanuit een prehistorisch begin, het samengaan van Onder- en Boven-Egypte, het ontstaan van een godenrijk en geloof in het voortbestaan na de dood zijn de belangrijkste.

ZELFSTANDIG AAN HET WERK

De kinderen gaan nu zelfstandig aan het werk. Ze kennen enkele achtergronden, ze kennen de afspraken (blad ‘Afspraken’) en ze weten dat ze kunnen werken aan de hand van de eerste Themabladen, waarop al aanwijzingen staan. Een voorwaarde is, dat alle kinderen van deze doelgroep steeds – in tweetallen – gebruik kunnen maken van een computer. Verder weten ze:
– waar ze kunnen werken;
– wanneer ze aan de opdrachten mogen werken;
– welke computers gebruikt kunnen worden;
– waar de informatieve boeken liggen;
– waar knutselspullen liggen;
– wat er van ze verwacht wordt voor de volgende week.

Met welke twee thema’s kunt u starten? U kunt kiezen uit zes thema’s (Themabladen T1 t/m T6). Aan te bevelen is echter om te beginnen met de volgende twee thema’s:
– T1 – de godenwereld;
– T2 – farao’s en dynastieën.

THEMABLAD 1: DE GODENWERELD

In het voorgesprek is al gesproken over de godenwereld, het geloof in het voortbestaan na de dood. De dood en het voortbestaan waren nadrukkelijk aanwezig in de Oudegyptische beschaving; het hele leven was ervan doordrongen. De opdrachten van dit Themablad gaan hier verder op in.
Laat er tevens Werkkaart W1 bij gebruiken: grappige goden.

Kopieerblad: Themablad 1 – de godenwereld
Kopieerblad: Werkkaart 1 – grappige goden

 

THEMABLAD 2: FARAO’S EN DYNASTIEËN

In het voorgesprek is eveneens gesproken over (het ontstaan van) een krachtig leiderschap, de vorst (= voorste), koningen, farao’s. En over vorstengeslachten (dynastieën). Na perioden van grote bloei waren er perioden met minder krachtige vorsten en werd Oud-Egypte overheerst door andere volkeren. Toch hield de Egyptische beschaving zo’n 3000 jaar stand!
Het Themablad geeft opdrachten over ‘farao’s en dynastieën’.
Gebruik er tevens bij: Werkkaart W2 – fantastische farao’s.

Kopieerblad: Themablad 2 – farao’s en dynastieën
Kopieerblad: Werkkaart 2 – fantastische farao’s

 

OUD-EGYPTISCHE STIJL

De manier van afbeelden van figuren van mensen en goden in de Oudegyptische stijl is bijzonder. Laat de kinderen aan de hand van afbeeldingen ontdekken wat er zo speciaal aan is.
Bij de Themabladen 1 en 2 past prima het Extra werkblad E1: Oud-Egyptische stijl. Mogelijke antwoorden bij dat blad zijn:

– houding: hoofd van opzij, het oog van voren afgebeeld;
– schouders van voren gezien, benen en voeten van opzij;
– geen overlapping: figuren staan naast elkaar;
– belangrijkste figuren worden groter afgebeeld;
– vaak twee linker-, of twee rechterhanden;
– geen uitdrukking: een statische manier van uitbeelden;
– mannen: roodbruine kleur, vrouwen: gelig, doden: groen gelaat;
– figuren werden strikt volgens de regels afgebeeld.

Aan de hand van kopieerblad E1 kunnen figuren worden vergroot. Dat kan zelfs tot ‘levensgroot’ op een rol behangpapier. Wie durft?
De Oudegyptische wijze van afbeelden kan worden uitgeprobeerd in de tekenopdracht bij het verhaal van ‘Nefert en de slang’ van kopieerblad E2.

Kopieerblad: Extra 1 – Oudegyptische stijl
Kopieerblad: Extra 2 – verhaal ‘Nefert en de slang’

Week 2 en verder

Zoals op het blad ‘Afspraken’ vermeld staat, is het de bedoeling dat elke week, bij de start van de middag, even wordt gevraagd naar de stand van zaken. De kinderen kunnen aangeven wat ze gedaan hebben, hoe ver ze zijn, welke moeilijkheden ze eventueel tegenkwamen. Zie verder bij ‘Werkwijze’ hierboven. Hiernaast kunt u ingaan op vragen van de kinderen.
Daarna biedt u de volgende thema’s aan. Per thema (T3 t/m T6) volgt hierna een kort stukje om de thema’s bij de kinderen te introduceren.

 

THEMABLAD 3: MUMMIES

Mummies spreken bijzonder tot de verbeelding. Er gaat natuurlijk ook iets beklemmends van uit. Dode mensen ‘die ooit echt geleefd hebben zoals jij en ik’ en zo lang geleden al – dat is iets om even bij stil te staan. De kinderen kennen vast wel films met mummies erin. De boeken over ‘Dummie de mummie’ van auteur Tosca Menten zijn heel bekend. Aan te bevelen om voor te lezen, maar dan voor de hele klas!
Er zijn meerdere websites met afbeeldingen van mummies. Googel op ‘mummies’. Attentie: bij sommige van de websites over mummies staat ‘not for children’. Bekijkt u deze sites even van tevoren en overweeg of het gezien kan/mag worden.

Kopieerblad: Themablad 3 – mummies
Kopieerblad: Werkkaart 3 – in kannen en kruiken

 

THEMABLAD 4: PIRAMIDES

De piramides van Oud-Egypte behoren tot het Werelderfgoed. Na zo veel eeuwen blijven het spectaculaire bouwwerken. Probeer even stil te staan bij de primitieve middelen die bij de bouw beschikbaar waren, hoeveel mankracht het moet hebben gekost, welke technische hoogstandjes ervoor nodig waren. En… hoe stond het in diezelfde tijd met de beschaving van de volkeren in West-Europa?
Over piramides is veel op internet te vinden. Welke theorieën zijn er over de piramidebouw?

Kopieerblad: Themablad 4 – piramides
Kopieerblad: Werkkaart 4 – perfecte piramides

 

THEMABLAD 5: HIËROGLIEFEN

Ook het hiërogliefenschrift van Oud-Egypte is een interessant onderwerp voor de kinderen. Op internet is er heel wat over te vinden. Ook bijvoorbeeld sites waarmee kinderen binnen enkele tellen hun eigen naam in hiërogliefen kunnen omzetten.
Mooi zou het zijn als u een stukje papyrus kon laten zien, of een boekrol.
In 1976 verscheen bij Uitgeverij Ploegsma Amsterdam de boekrol (in koker) ‘Djadja-em-anch redde de dag’, ISBN 90-216-0308-X. Prachtig verhaal om voor te lezen, fraai om te laten zien. Misschien nog via www.boekwinkeltjes.nl verkrijgbaar.
In 1992 won een bijzonder kinderboek de ‘Boekensleutel’. Het was ‘Spelen met hiërogliefen’, geschreven door Catharine Roehrig. Het is een boekje met uitleg en puzzels, en 24 hiërogliefenstempels. Uitgave van Kluwer Jeugdboeken, ISBN 90-6117-011-7.

Bij het Themablad over hiërogliefen behoren een Werkkaart en twee Extra kopieerbladen over ‘getallen en rekenen’ in Oud-Egypte. Hiervoor kunt u mogelijk ook een les uit de rekenmethode gebruiken.

Kopieerblad: Themablad 5 – hiërogliefen
Kopieerblad: Werkkaart 5 – papyrus boekrol
Kopieerblad: Extra 3 – Egyptisch rekenen 1
Kopieerblad: Extra 4 – Egyptisch rekenen 2

 

THEMABLAD 6: DAL DER KONINGEN

Behalve de spectaculaire vondst van het graf van Toetanchamon (1922) zijn er veel meer vondsten gedaan in het Dal der Koningen. Ook hierover kan veel gevonden worden in boeken en op internet.

Kopieerblad: Themablad 6 – koningsgraven

Nog meer mogelijkheden

Het onderwerp Oud-Egypte is vrijwel onuitputtelijk. Er zijn bijvoorbeeld nog twee mooie thema’s mogelijk:
– Thema 7 – tempels, obelisken, sfinxen, beelden en reliëfs;
– Thema 8 – het dagelijks leven in Oud-Egypte.
Deze onderdelen worden hier niet nader uitgewerkt. We voegen nog wel een Extra blad toe: een bordspel om te spelen (blad E5). Een ander bordspel uit die tijd is ‘Senet’. Hierover is op internet aardige informatie te vinden. Googel op ‘Senet’, of surf naar www.museon.nl/verrijkingsstof.

Kopieerblad: Extra 5 – spel: El quirquat

Excursie

Het is prachtig om het project af te sluiten met een excursie. Twee musea komen in elk geval in aanmerking door een flinke collectie Oudegyptische voorwerpen:
– het Allard Pierson Museum, in Amsterdam. Zie: www.allardpiersonmuseum.nl
– het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden (RMO). Zie: www.rmo.nl
Natuurlijk is dit niet voor veel scholen weggelegd: de afstand, de daarmee samenhangende reiskosten en reistijden vormen een belemmering. Maar het zijn aanraders.

TIP: bezoek ter voorbereiding van dit project zo mogelijk wel zelf een van beide musea. In de shop liggen zeker geschikte boeken en/of andere materialen.

Afsluiting project

Dit project over Oud-Egypte kan worden afgesloten met:

– een tentoonstelling van gemaakt knutselwerk; laat bij de knutsels kaartjes met informatie neerleggen; een mooi verzorgde ‘Uitnodiging aan de ouders’, in Oudegyptische stijl verlucht, hoort er vanzelfsprekend bij;
– de print-outs (al dan niet tot boekje samengevoegd) van de gemaakte werkstukjes;
– presentatie van de portfolio’s door de kinderen individueel gemaakt;
– mogelijk een PowerPointpresentatie van wat gemaakt is en/of een dia-presentatie van afbeeldingen die op internet gevonden zijn;
– laat de kinderen zo veel mogelijk zelf uitleggen bij alles wat er te zien is;
– laat bij de tentoonstelling ook op een groot scherm de rondvlucht boven de piramides van Gizeh zien (zie: Introductiemogelijkheden), als ‘doorlopende voorstelling’.

Geschikte boeken en andere bronnen

Op de opdrachtkaarten voor de kinderen worden verschillende websites genoemd. Ook kan er snel gegoogeld worden op de vermelde cursieve trefwoorden.
Aan boeken is er volop keus. Voor de duur van het project is het wellicht mogelijk om bij de openbare bibliotheek een flinke set te lenen.

– Ter voorbereiding op het project: het (gratis) ‘Projectweekpakket Egypte’ voor docenten.
Hierin staat veel achtergrondinformatie over m.n. Farao’s, Hiërogliefen, Goden en Mummies.
Naast een uitgebreide lijst met boeken vindt u in het pakket ook meerdere kopieerbladen met knutselactiviteiten (o.a. piramidecomplex, sarcofaag). Zie: www.rmo.nl/egyptepakket.
– Het is zeker de moeite waard om het volgende boek aan te schaffen (via internet te vinden):
Angelika Wolk – ‘Het oude Egypte. Spelenderwijs een cultuur leren kennen’, Uitgeverij Christofoor, 2005, ISBN90-6238-804-3. Naast veel informatie staan er in dit boek veel aardige knutselideeën.
– Er is een serie historische stripverhalen over ‘Alex’ (Jacques Martin / Rafael Morales), uitgeverij Casterman. In de informatieve nevenserie ‘De reizen van Alex’ zijn drie delen verschenen:
‘Egypte 1’ (2002), ‘Egypte 2’ (2003) en ‘Egypte 3’ (2009). Zeer aan te bevelen door de prachtige reconstructietekeningen van tempels en piramidecomplexen.
– Erg leuk om te lezen is het boekje ‘Die eeuwige Egyptenaren’ van Terry Deary en Peter Hepplewhite. Uit de serie ‘Waanzinnig om te weten’ – Uitgeverij Kluitman Alkmaar b.v.