Ik durfde niet naar het wijktheater terug te gaan, want ik had nogal hoog opgegeven over de kwaliteit van de onder mijn “regie” opgevoerde “musicals”. Mijn imago zou een lelijke deuk oplopen. Dus ik ging noodgedwongen aan de slag volgens het principe: “na vier stappen weet u het verjaardagsmenu in het paleis”.
Dat gezelschapsspel gaat als volgt. Als ik de vraag stel: “Wat is het verjaardagsmenu in het paleis?”, dan krijg ik geen antwoord van het paleis. Maar als je in gezelschap die vraag stelt, dan gaat iedereen het erover hebben en dan blijkt er een tante Cor in Den Haag te zijn, waar op haar verjaardag behalve taart hetzelfde onderwerp wordt aangesneden. En daar kent iemand een tante Aag, die al jaren trouw schoonmaakt op het Noordeinde. En die weet dan te melden, dat daar restjes macaroni met ham en kaas onder de eettafel hadden gelegen, daags nadat… Hoera!

Vijf totaaltjes en een pipo

Zo kwam ik via een kennis van een collega bij een oud-leerling van hem terecht, die tegenwoordig bij een bedrijf werkt, dat op megadanceparty’s het licht en geluid verzorgt. Klaar! Maar…, o wee! De boodschap van de dancepartyjongen was niet best. Hij zei opgewekt: “Een lichtplan kun jij niet maken. Bovendien hangen in dat wijktheatertje maar een paar spotjes. Wanneer je te veel vraagt, worden ze zenuwachtig en gaan ze met je in discussie. Een dan val je door de mand. Dus ik geef je wat tips. En dan zeg je tegen die jongens daar, dat je volledig vertrouwt op hun kennis en kunde.
Let op. Bepaal de sfeer van je stuk. Bijvoorbeeld: er zit een scène in uit het noorden, wat kil dus, het zuiden, wat warm, wat oosterse mystiek en een keer westerse zakelijkheid. Vier sfeertjes dus en een slotscène. Dan vraag je dus om vijf “totaaltjes”.
Als je bijvoorbeeld midden voor nog een vlekje extra licht wilt, dan vraag je om een “speciaaltje” midden voor. En je zegt erbij: “Geen wit. Alles pink.”
Die grote kachelpijpvormige lampen, heel geschikt voor “totaaltjes”, heten “pars”. Dus je kunt nog zeggen: “Doe maar lekker wat pars in het tegenlicht achter.”
Je kunt ook vragen of ze in de top wat “pipo’s” ophangen, gericht op het decor. “Pipo’s” zijn lampen waar je wat gerichter mee kunt schijnen, door de lichtvlek te stellen. Als ze zeggen: “We hebben geen pipo’s, maar…,” dan vind je dat goed. En geen wit, alles pink!
Als je een heel bijzonder effect wilt – bijvoorbeeld de dansgroep komt van rechts op en van links is er een gerichte lichtbundel op de dansmeiden nodig – dan heet dat een “straatje”. Meer moet je niet doen. Twee straatjes is voor een wijktheater al dikke paniek. En alles pink, hoor!”

As pink as salmon

Dus faxte ik na rijp beraad: doe maar drie totaaltjes die en die sfeer, een speciaaltje midden voor, een straatje vanaf links, lekker wat pars in het tegenlicht en geen wit, alles pink. Vol spanning wachtte ik af, maar het scheen allemaal goed begrepen te zijn. Ik hoorde zelfs op een verjaardag, dat ze er heel druk mee waren in het wijktheater. Ik kreeg ook zelf vertrouwen in mijn lichtplan, toen ik in de supermarkt een blikje zalm kocht, met op het etiket: pink salmon. Pink! O.., díe pink! Die slecht geschminkte bleekneuzen van mijn groep zouden er stralend uitzien! Alles pink!